RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12294084 \ AO VERZ 26-58 (NE)
Beschikking van 1 oktober 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap Stella Heerhugowaard B.V.,
te Heerhugowaard,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Stella Heerhugowaard,
gemachtigde: mr. M. Schildwacht,
tegen
[verweerder] ,
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. M. Westerveld.
De zaak in het kort
De werkgever heeft de werknemer op staande voet ontslagen wegens het onttrekken van meerdere accu’s van de werkgever. In deze zaak verzoekt de werkgever om toekenning van de zogenoemde gefixeerde schadevergoeding en vergoeding van overige schade. Hoewel werknemer heeft berust in het ontslag op staande voet en dit ontslag niet meer kan worden aangetast, kan de werknemer zich nog wel als verweer erop beroepen dat er geen sprake was van een dringende reden. De verzochte gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de werkgever de gestelde dringende reden niet heeft onderbouwd. Daarom wordt ook de gevorderde overige schadevergoeding afgewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de mondelinge behandeling van 3 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitaantekeningen van [verweerder] .
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
[verweerder] is op 10 februari 2025 in dienst getreden bij Stella Heerhugowaard. De functie van [verweerder] is verkoper met een loon van € 3.531,93 bruto per maand.
Stella Heerhugowaard heeft [verweerder] in een brief van 24 april 2026 bericht dat de politie haar heeft geïnformeerd over een aanhouding van [verweerder] op 21 april 2026 en de ontdekking door de politie van onder andere meer dan honderd foto’s van Stella accu’s die zijn aangetroffen (in de Whatsapp geschiedenis) op zijn telefoon en die zijn verkocht en verhandeld aan derden. Stella Heerhugowaard heeft verder laten weten dat de politie de hiervoor bedoelde foto’s aan haar heeft verstrekt, dat de accu’s op deze foto’s missen in haar voorraad en dat zij dit verder onderzoekt. Stella Heerhugowaard heeft [verweerder] opgeroepen voor een gesprek op 25 april 2026 om zijn kant van het verhaal te horen en heeft hem hangende het onderzoek geschorst.
[verweerder] heeft in een e-mail van 25 april 2026 aan Stella Heerhugowaard laten weten dat hij van veel dingen is beschuldigd en een naar traject ingaat, dat hij zich op zijn zwijgrecht beroept en dat hij begrijpt dat hij niet langer welkom is.
Stella Heerhugowaard heeft [verweerder] op 28 april 2026 medegedeeld dat zij uit de reactie van [verweerder] opmaakt dat hij de beschuldigingen over de Stella accu’s kennelijk niet ontkent en zij heeft [verweerder] op staande voet ontslagen wegens het onrechtmatig onttrekken van Stella accu’s. Stella Heerhugowaard heeft verder laten weten dat zij het nog aan [verweerder] toekomende loon zal verrekenen met wat zij mogelijk nog te vorderen heeft van [verweerder] .
[verweerder] heeft berust in het ontslag op staande voet.
3. Het verzoek
Stella Heerhugowaard verzoekt betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 3.913,37 bruto en overige schadevergoeding, nader op te maken bij staat.
Stella Heerhugowaard heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerder] door het onrechtmatig onttrekken van de accu’s een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen. Op grond van de wet is [verweerder] daarom een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd die gelijk is aan het loon over de opzegtermijn. Daarnaast stelt Stella Heerhugowaard dat [verweerder] schadeplichtig is voor het onrechtmatig onttrekken van de accu’s. Uit haar administratie blijkt dat in totaal 400 accu’s missen. Stella Heerhugowaard kan ten minste het onttrekken van 125 accu’s door [verweerder] onderbouwen. De schade moet worden gesteld op de prijs die Stella Heerhugowaard voor de accu’s heeft betaald plus de gederfde winst.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek. [verweerder] voert aan – samengevat – dat hij de strafzaak met vertrouwen tegemoet ziet, maar er niet aan moest denken dat hij hangende het onderzoek zijn werk bij Stella Heerhugowaard zou moeten voortzetten, zodat hij niet is opgekomen tegen het ontslag. Anders dan in de ontslagbrief van Stella Heerhugowaard is aangenomen, erkent [verweerder] geen schuld. Het staat [verweerder] vrij zich in het kader van het verzoek van Stella Heerhugowaard tot toekenning van de gefixeerde schadevergoeding te verweren tegen de aangevoerde ontslaggrond. [verweerder] betwist dat hij onrechtmatig Stella accu’s zou hebben onttrokken. Dat hij dit wel zou hebben gedaan blijkt nergens uit en is door Stella Heerhugowaard op geen enkele wijze onderbouwd. Subsidiair voert [verweerder] aan dat Stella Heerhugowaard geen vordering op hem heeft, omdat Stella Heerhugowaard het aan hem toekomende loon daarmee heeft verrekend, zoals vermeld in de ontslagbrief. [verweerder] voert verder verweer tegen de gevorderde overige schadevergoeding.
4. De beoordeling
Gefixeerde schadevergoeding
Op grond van de wet is degene die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, als de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.
[verweerder] heeft betwist dat hij Stella Heerhugowaard een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Stella Heerhugowaard heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de kantonrechter als vaststaand moet aannemen dat [verweerder] door opzet of schuld aan Stella Heerhugowaard een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Dit omdat [verweerder] niet is opgekomen tegen het ontslag op staande voet en de vervaltermijn daarvoor is verstreken.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het is juist dat [verweerder] geen verzoek heeft ingediend om het ontslag op staande voet te vernietigen of om toekenning van een billijke vergoeding in verband met dat ontslag. Daardoor is de vervaltermijn verstreken en kan het ontslag op staande voet als zodanig niet meer worden aangetast. [verweerder] kan zich echter nog wel - bij wijze van verweer tegen een vordering die steunt op de stelling dat hij door opzet of schuld aan Stella Heerhugowaard een dringende reden heeft gegeven voor onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst - erop beroepen dat er geen sprake was van een dringende reden. Gelet hierop zal de kantonrechter in het kader van de beoordeling van het verzoek tot toekenning van de gefixeerde schadevergoeding alsnog beoordelen of er sprake is van een dringende reden.
Stella Heerhugowaard heeft als dringende reden voor het ontslag gegeven het onrechtmatig onttrekken van meerdere Stella accu’s. De kantonrechter stelt voorop dat indien zou komen vast te staan dat [verweerder] Stella accu’s onrechtmatig heeft onttrokken, dit een dringende reden vormt voor een ontslag op staande voet. [verweerder] beroept zich in deze procedure op zijn zwijgrecht, maar hij heeft wel uitdrukkelijk betwist dat hij Stella onrechtmatig accu’s zou hebben onttrokken.
De stelplicht en zo nodig de bewijslast van feiten en omstandigheden die meebrengen dat sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet rust op Stella Heerhugowaard. Stella Heerhugowaard heeft ter zake gesteld dat zij door de politie is geïnformeerd over meer dan honderd foto’s van Stella accu’s die op de telefoon van [verweerder] zijn aangetroffen, dat deze accu’s door [verweerder] zijn doorverkocht aan een handelaar en dat dit blijkt uit de op de telefoon aangetroffen Whatsapp-gesprekken tussen [verweerder] en de handelaar. Stella Heerhugowaard heeft verder gesteld dat de politie de foto’s aan haar heeft verstrekt en dat de accu’s op deze foto’s missen in haar voorraad en dat uit haar administratie blijkt dat in totaal 400 accu’s missen.
Stella Heerhugowaard heeft haar hiervoor genoemde stellingen tegenover de betwisting van [verweerder] in het geheel niet onderbouwd, zoals zij bijvoorbeeld had kunnen doen door overlegging van de door haar van de politie ontvangen foto’s of een overzicht uit haar administratie waaruit blijkt dat deze accu’s missen. Hoewel [verweerder] pas tijdens de mondelinge behandeling verweer heeft gevoerd, had het op de weg van Stella Heerhugowaard gelegen haar vordering op dit punt bij het verzoekschrift, of anders in principe tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling te onderbouwen. Stella Heerhugowaard heeft dat nagelaten en heeft daarom haar stellingen tegenover de betwisting door [verweerder] onvoldoende onderbouwd. Dat Stella Heerhugowaard onderbouwing van haar stellingen niet nodig achtte vanwege de uitlatingen door [verweerder] in zijn e-mail van 25 april 2025, doet aan het voorgaande niet af. Anders dan Stella Heerhugowaard kennelijk heeft verondersteld, volgt uit die e-mail geen erkenning van de beschuldigingen. Een beroep op het zwijgrecht betekent niet dat de beschuldigingen worden erkend. Stella Heerhugowaard had er dan ook rekening mee kunnen en moeten houden dat [verweerder] ter zitting alsnog verweer zou voeren. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter Stella Heerhugowaard niet alsnog in de gelegenheid stellen haar vordering te onderbouwen en komt de kantonrechter niet toe aan het bewijsaanbod van Stella Heerhugowaard, dat zij op de zitting heeft herhaald.
Omdat niet is komen vast te staan dat [verweerder] door opzet of schuld aan Stella Heerhugowaard een dringende heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, zal de verzochte gefixeerde schadevergoeding worden afgewezen.
Terzijde overweegt de kantonrechter dat het subsidiaire verweer van [verweerder] ook doelt treft. [verweerder] stelt zich op het standpunt dat de vordering van Stella Heerhugowaard tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding teniet is gegaan als gevolg van verrekening door Stella Heerhugowaard van het aan [verweerder] toekomende loon over april 2026, de vakantietoeslag en de uitbetaling van de niet-genoten vakantiedagen met deze vordering. [verweerder] heeft ter onderbouwing daarvan verwezen naar de ontslagbrief van 28 april 2026 waarin Stella Heerhugowaard een beroep doet op verrekening van het aan [verweerder] toekomende loon met een eventuele vordering van Stella Heerhugowaard. Verder heeft [verweerder] gesteld dat Stella Heerhugowaard het loon over april 2026, de vakantietoeslag en de niet-genoten vakantiedagen niet heeft (uit)betaald en heeft [verweerder] gesteld en met de loonstrook van maart 2026 onderbouwd dat zijn vordering hoger is dan de verzochte gefixeerde schadevergoeding.
Stella Heerhugowaard heeft het beroep op verrekening bij gebrek aan wetenschap slechts in algemene zin betwist tegenover de onderbouwde stellingen van [verweerder] . Daarmee heeft Stella Heerhugowaard haar verweer onvoldoende gemotiveerd. Als vaststaand wordt daarom aangenomen dat Stella Heerhugowaard de eindafrekening inclusief het loon over april 2026 heeft verrekend met haar vordering, zodat deze vordering daarmee ook teniet is gegaan.
Overige schadevergoeding
Stella Heerhugowaard vordert verder vergoeding van overige schade ter hoogte van de inkoopprijs en de gederfde winst van de onrechtmatig onttrokken accu’s. In deze procedure is niet komen vast te staan dat [verweerder] de accu’s onrechtmatig heeft onttrokken. Zoals hiervoor overwogen heeft Stella Heerhugowaard volstaan met stellingen en heeft zij nagelaten deze met stukken te onderbouwen. Dit leidt ook tot afwijzing van de gevorderde vergoeding van de schade die Stella Heerhugowaard daardoor zou hebben geleden.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van Stella Heerhugowaard omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Vanwege de grote samenhang van het onderhavige verzoek met het verzoek van Stella Beverwijk B.V., waarin door dezelfde gemachtigde voor [verweerder] verweer is gevoerd en waarin heden is beslist, het feit dat de verzoeken op dezelfde grondslag berusten en de gezamenlijke behandeling van de verzoeken ter zitting, ziet de kantonrechter voor wat betreft de hoogte van de vergoeding aanleiding om voor de beide zaken gezamenlijk eenmaal de proceskostenvergoeding in aanmerking te nemen. De proceskosten worden overeenkomstig de Aanbeveling schikking en proceskosten Wwz aldus begroot op de helft van € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), te weten € 504,50.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de verzoeken af,
veroordeelt Stella Heerhugowaard in de proceskosten van € 504,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.