ECLI:NL:RBNHO:2026:13071

ECLI:NL:RBNHO:2026:13071

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/15/371011
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Nakoming mondelinge overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/371011 / HA ZA 25-695

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

NR. X. B.V.,

te Amsterdam,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Nr. X.,

advocaat: mr. M.M. Hazewinkel,

tegen

1. [gedaagde 1],

te [plaats 1],

2. [gedaagde 2],

te [plaats 1],

3. [gedaagde 3] B.V.,

te [plaats 2],

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [gedaagden],

advocaat: mr. A.L. Al.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 29 april 2026 en de daarin genoemde stukken

- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte wijziging eis, met producties 17 t/m 26

- de aanvullende productie 27 van Nr. X

- de aanvullende producties 20 en 21 van [gedaagden].

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) is een voormalig professioneel voetballer en is na zijn actieve voetbalcarriëre ruim 30 jaar werkzaam als voetbalagent voor professionele voetballers, ook wel aangeduid als spelersmakelaar. Hij heeft zijn werkzaamheden ondergebracht in Nr. X.

Op 1 januari 2019 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de vennootschap onder firma [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) opgericht, waarmee zij werkzaamheden als voetbalagent wilden gaan verrichten en ook enige tijd hebben verricht. In juni 2021 hebben zij de vof ontbonden en hun werkzaamheden ondergebracht in de toen opgerichte besloten vennootschap [gedaagde 3] (hierna: [gedaagde 3] B.V.).

[gedaagde 1] heeft al jarenlang een goede relatie met de profvoetballer [betrokkene 2] en [gedaagde 2] is de vader van de profvoetballer [betrokkene 3]. Beide voetballers speelden allebei als jeugdspeler bij Ajax.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] waren voornemens om de zakelijke en sportieve belangen van voornoemde spelers te behartigen zodra zij de leeftijd van 18 jaar zouden hebben bereikt. Zij hadden zelf geen ervaring in voetbalbemiddeling en hebben [betrokkene 1] benaderd met de vraag of zij konden samenwerken met Nr. X. Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op dat moment de twee talentvolle voetballers van Ajax begeleidden, was dit ook voor Nr. X een interessante propositie.

De daartoe gemaakte afspraken hielden onder meer in dat Nr. X de eerste jaren het leeuwendeel van de bemiddelingswerkzaamheden zou verrichten, met name waar het betreft de onderhandelingen en besprekingen met Ajax. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zouden bij die besprekingen aan tafel zitten en op die manier de gelegenheid krijgen om mee te kijken en ervaring op te doen. Indien de werkzaamheden van Nr. X minder zouden worden, zou ook haar aandeel in de inkomsten geleidelijk dalen en het aandeel van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] stijgen naar een 80/20 verhouding in het voordeel van [gedaagde 1] en [gedaagde 2].

Deze afspraken zijn gemaakt tijdens verschillende besprekingen ten kantore van Nr. X in Amstelveen.

Omtrent de wijze waarop die besprekingen gaandeweg hebben geresulteerd in samenwerkingsafspraken heeft de heer [betrokkene 4], samenwerkingspartner van Nr. X, blijkens een door hem getekende verklaring uitvoerig verklaard. De onweersproken passages van deze verklaring houden het volgende in:

[gedaagde 2] en [gedaagde 1] waren al jaren heel goede vrienden van mij, mijn broer [betrokkene 5] (die betaald voetballer is ) en ook van mijn ouders. Mijn broer werd al vele jaren begeleidt door [betrokkene 1]. Ik verrichtte in die tijd weleens scoutings werkzaamheden voor [betrokkene 1]. Ik had [gedaagde 2] en [gedaagde 1] verteld over de manier van werken van [betrokkene 1] en gaf ze aan dat [betrokkene 1] altijd heel eerlijk [betrokkene 5] feedback gaf en hem ook streng toesprak als dat nodig was. Ik gaf dan ook vaak voorbeelden hoe wij dat met onze spelers deden en advies aan [gedaagde 1] hoe hij dingen kon aanpakken met betrekking tot het begeleiden van een speler.

Op een gegeven moment vroegen [gedaagde 2] en [gedaagde 1] of ik hun voor wilde stellen aan [betrokkene 1] omdat ze een samenwerking met [betrokkene 1] zagen zitten en beiden ([gedaagde 1] en [gedaagde 2]) nog geen licentie hadden om spelers te begeleiden en ook nog geen ervaring. Vooral voor de familie van [betrokkene 2] was dat heel belangrijk volgens [gedaagde 1]. [gedaagde 1] had wel een hele goede band met [betrokkene 2] maar hij begreep dat de moeder en vooral de oom het belangrijk vonden dat er ook zakelijk ervaring aanwezig zou zijn bij eventuele contract besprekingen.

[gedaagde 2], [gedaagde 1], [betrokkene 1] en ikzelf hebben enkele besprekingen gehad op het kantoor van [gedaagde 1] zijn vader die een transport bedrijf heeft naast het Van der Valk Hotel in [plaats 1].

[betrokkene 1] heeft het in die besprekingen gehad over de belangrijkheid van bepaalde clausules in het eerste contract.

[betrokkene 1] gaf daarin voorbeelden hoe hij bepaalde clausules net even anders in contracten kreeg dan de clubs vaak willen. Clubs roepen altijd dat doen we bij niemand en als je dan geen ervaring hebt dan ga je daar maar in mee. [betrokkene 1] gaf ook het voorbeeld van het woordje “gegarandeerd” waarbij een speler waarvan het verbeterde contract maar 3 weken was ingegaan maar de speler wel zijn hele tekengeld over het 4 jarige contract kreeg dat dus maar 3 weken was ingegaan door het woordje “gegarandeerd” voor het woord “tekengeld” in het bewuste contract. Ook gaf [betrokkene 1] aan dat het belangrijk was om meteen bij contracten van jeugdspelers de commissie over het totale contract in 1 betaling uit te onderhandelen. Hij legde uit dat er vaak na 1 maximaal 2 seizoenen weer een nieuw contract werd aangeboden en dan had je een soort van “dubbele” commissie over de jaren die niet uitgediend waren. Dat bleek later een super zet want er zijn volgens mij 6 contracten getekend waarbij er dus veel extra commissie te verdelen is geweest. [betrokkene 1] had ook het voorbeeld uitgelegd van de belangrijke eis van een “door verkoopregeling” (die door clubs als een staffel worden uitbetaald) om te voldoen aan de regels van de FIFA waarbij agenten geen percentage van spelers mogen bezitten. Vooral in deze doorverkoopregeling zat een mogelijk zeer mooie extra inkomsten bron, als je het goed in het contract zette kon het je zelfs nog wat opbrengen zelfs als je de speler niet meer begeleidde.

[betrokkene 1] heeft alles heel goed uitgelegd en ook voorbeelden gegeven dat hij met andere scouts/begeleiders samenwerkte en zich altijd 100% aan zijn afspraken hield omdat je het anders niet lang kan volhouden in deze business. Dit kwam overeen met wat ik vooral [gedaagde 1] al jaren vertelde over onze werkwijze en [gedaagde 2] en [gedaagde 1] wilde dan ook graag een samenwerking met ons aangaan.

Alles wat verdient zou worden zolang als er samen beslissing waren genomen en besprekingen samen waren gevoerd zouden 50/50 verdeeld worden. Nadat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] in hun ogen genoeg ervaring hadden om alleen nog maar feedback te vragen of alles verder zelf te doen dan zou de verdeling 80/20 worden in het voordeel van [gedaagde 2] en [gedaagde 1]. [betrokkene 1] gaf nog aan dat hij zijn scouts die spelers brachten 20% betaalde zolang als de spelers bij hem waren aangesloten. Dus als [gedaagde 2] en [gedaagde 1] [betrokkene 1] bijvoorbeeld zouden tippen over een speler en die zou voor [betrokkene 1] “kiezen” dan zouden zij zolang de speler bij [betrokkene 1] was aan gesloten 20% krijgen. Ook dat was voor hun een “verdien model”.

(…)

Na het laatste gesprek op kantoor hebben we elkaar gefeliciteerd met de samenwerking en de handen geschud op de 50/50 en 80/20 deal over alle inkomsten betreffende commissie op salarissen, tekengelden en eventuele door verkoopregelingen. Ik weet nog dat dat heel specifiek benoemd is omdat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] in die periode voor [betrokkene 8] en [betrokkene 2] met Adidas in onderhandeling waren. Deze verdiensten vielen natuurlijk niet in de afspraken en waren 100% voor hun.

In het kader van deze samenwerking hebben Nr. X en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] enerzijds en Ajax anderzijds onderhandeld om overeenkomsten met betrekking tot voormelde twee voetballers tot stand te brengen. [gedaagde 1], [gedaagde 2] en Nr. X presenteerden zich in deze onderhandelingen en in de communicatie daaromtrent als 'Het Management Team’.

De verschillende overeenkomsten met betrekking tot [betrokkene 2] en [gedaagde 2] zijn op naam van Nr. X gesteld, de enige die op dat moment de benodigde licentie en daarmee de formele ingang bij Ajax had. De uit hoofde van deze overeenkomst verschuldigde betalingen zijn door Ajax aan Nr. X gedaan.

Uit hoofde van de samenwerkingsafspraak zond [bedrijf] facturen naar Nr. X die zagen op het deel van de (commissie) revenuen (50%, later 20%) dat aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] toekwam. Nr. X betaalde dit vervolgens door aan [bedrijf].

De e-mailcorrespondentie werd tot aan de geleidelijke afbouw van de samenwerking in 2021 hoofdzakelijk gevoerd door Nr. X, in de persoon van [betrokkene 1]. Het (algemene) e-mailadres van [bedrijf] werd door Nr. X in de cc van deze e-mails meegenomen.

Wat betreft de revenuen wordt in de samenwerkingsafspraken onderscheid gemaakt tussen commissie en de vergoeding in geval van doorverkoop (hierna ‘doorverkoopvergoeding’)

Uit het overgelegde emailverkeer volgt dat [betrokkene 1] er bij Ajax van het begin af aan op heeft aangedrongen op aan dat er in de overeenkomsten met beide voetballers een doorverkooppercentage werd overeengekomen.

In 2019 hebben [betrokkene 2] en Ajax een (eerste) arbeidsovereenkomst contractspelers betaald voetbal gesloten. Die is op 24 juli 2020 gevolgd door een tweede arbeidsovereenkomst voor de periode 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2023. In die overeenkomst staat [betrokkene 1] als bij de KNVB geregistreerde intermediair genoemd. [betrokkene 1] heeft deze overeenkomst inclusief bijlagen medeondertekend. Deze overeenkomst bevat een doorverkoopregeling. Nr. X heeft weten te bewerkstelligen dat zowel speler ([betrokkene 2]) als voetbalagent (Nr. X) 7,5% van de daadwerkelijk door Ajax ontvangen transfervergoeding zouden krijgen. Omtrent de vormgeving van de aanspraak op het doorverkooppercentage is door Nr. X ook in het kader van de opstelling van een intermediairsovereenkomst onderhandeld. Daarbij is herhaaldelijk aangedrongen op bevestiging dat de doorverkooppercentages voor Het Management Team te allen tijde van toepassing zijn en betaald dienen te worden.

[betrokkene 2] brak kort na het ondertekenen van de tweede arbeidsovereenkomst door bij Ajax. Door zijn goede prestaties verkreeg [betrokkene 2] belangstelling van andere voetbalclubs, waardoor Ajax bereid was het contract van [betrokkene 2] open te breken en te verbeteren. De onderhandelingen over het tweede contract zijn door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gevoerd. Nr. X heeft daarbij op de achtergrond een adviserende rol gespeeld.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben er vanaf dat moment op aangedrongen dat zij de vertegenwoordiging van [betrokkene 2] ook formeel als bemiddelende agent zouden voortzetten. Nr. X was bereid om hieraan mee te werken. De gesprekken hierover vonden plaats in mei 2021. Tegelijkertijd vonden de onderhandelingen plaats over een nieuwe (de derde) arbeidsovereenkomst tussen Ajax en [betrokkene 2]. Die werden gevoerd door [gedaagde 1] en [gedaagde 2], met Nr. X, als adviseur op de achtergrond. Het contract van [betrokkene 2] werd verbeterd en verlengd tot 30 juni 2025. Door partijen is in de communicatie rondom de totstandkoming van deze overeenkomsten separate aandacht geschonken aan de vastlegging van de aanspraak op het doorverkooppercentage.

In aanloop naar de derde arbeidsovereenkomst heeft Ajax eind mei per e-mail geschreven dat is gesproken over een doorverkoopregeling voor de agent [gedaagde 1] bij een toekomstige transfer, maar dat zij niet met zowel [betrokkene 1] als [gedaagde 1] een doorverkoopregeling wil afspreken. [betrokkene 1] heeft op deze e-mail geantwoord: ‘Ik wacht nog op de aangepaste versie dat de doorverkoop regeling onvoorwaardelijk is naar [gedaagde 3]’.

Ajax en [betrokkene 2] hebben op 18 juni 2021 een derde arbeidsovereenkomst contractspelers betaald voetbal gesloten voor de periode tot 30 juni 2025. In die overeenkomst staat [gedaagde 1] van [gedaagde 3] B.V. als bij de KNVB geregistreerde intermediair genoemd. [gedaagde 1] heeft de overeenkomst inclusief bijlagen mede-ondertekend. De uit hoofde van deze overeenkomst verschuldigde betalingen zijn door Ajax aan [gedaagde 3] B.V. gedaan. De commissie-revenuen zijn door [gedaagde 3] volgens de hiervoor genoemde verhouding 80/20 gedeeld met Nr X. Het percentage van de fee is net als in de tweede arbeidsovereenkomst gesteld op 7,5% van de vergoeding die de club ontvangt.

In de intermediairsovereenkomst tussen Ajax en [gedaagde 3], eveneens ondertekend op 18 juni 2021, is het volgende opgenomen.

Overwegende

De Intermediair, namens deze de heer [gedaagde 1], is opgetreden als intermediair voor [betrokkene 2] Fabian Jairo [betrokkene 2] (hierna: “Speler”) bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst tussen Ajax en de Speler d.d. 18 juni 2021 voor de periode 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2025 (hierna: “Arbeidsovereenkomst”). Deze werkzaamheden van de Intermediair c.q. de heer [gedaagde 1] zijn te kwalificeren als arbeidsbemiddeling. In verband met deze werkzaamheden hebben Partijen afspraken gemaakt over de door Ajax aan de Intermediair te betalen vergoeding die zij thans schriftelijk vast willen leggen.

Partijen zijn het navolgende overeengekomen:

1. In verband met uitsluitend de in de considerans omschreven werkzaamheden zijn Partijen met inachtneming van het bepaalde in deze overeenkomt een eenmalige vergoeding overeengekomen ten bedrage van € 400.000,- exclusief BTW, te voldoen door Ajax aan de Intermediair op 10 augustus 2021, mits de Speler op deze betaaldatum nog als contractspeler bij Ajax in dienst is en voor Ajax geregistreerd staat.

2. Partijen zijn voorts overeengekomen dat, in geval van een toekomstige transfer van de Speler naar een nieuwe club gebaseerd op een tussentijdse beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden (hierna: “Toekomstige Transfer”) en Ajax in dat verband daadwerkelijk een Toekomstige Transfer vergoeding van deze nieuwe club ontvangt (hierna: “Toekomstige Transfer Vergoeding”), de Intermediair c.q. de heer [gedaagde 1] zal worden aangesteld als intermediair voor Ajax met betrekking tot de Toekomstige Transfer (zonder enige bevoegdheid om Ajax te vertegenwoordigen en/of te binden op welke wijze dan ook) en dat de Intermediair dientengevolge een lumpsum betaling (hierna: “Betaling”) zal ontvangen. Het bedrag van de Betaling is exclusief BTW en wordt vastgesteld als volgt:

- de Betaling is gelijk aan het bedrag dat resulteert door eerst de staffel, zoals vermeld in Bijlage 4 van de Arbeidsovereenkomst toe te passen op de Netto Toekomstige Transfer Vergoeding (zoals gedefinieerd in artikel 5.2 van Bijlage 3 van de Arbeidsovereenkomst) en vervolgens het conform de staffel vastgestelde bedrag te verminderen met een bedrag gelijk aan 50% van de door Ajax betaalde fiscale lasten op grond van het bepaalde in artikel 10.3 van de Arbeidsovereenkomst.

Voornoemde verplichting van Ajax om de Intermediair c.q. de heer [gedaagde 1] aan te stellen als intermediair voor Ajax met betrekking tot de Toekomstige Transfer en voornoemde regeling ten aanzien van de Betaling blijft van kracht ingeval de Speler zich heeft verbonden aan een andere intermediair dan de Intermediair.

In de zomer van 2024 hebben [gedaagde 3] B.V. en Ajax verschillende gesprekken gevoerd gericht op een transfer van [betrokkene 2]. In dat kader hebben Ajax en [gedaagde 3] B.V. nieuwe afspraken gemaakt ingeval een transfer zou plaatsvinden.

[betrokkene 2] is in januari 2025 door Ajax verkocht aan AS Roma. Voor deze transfer heeft [gedaagde 3] B.V. een bedrag ontvangen uit hoofde van een tussen Ajax en [gedaagde 3] B.V. gesloten Representation Agreement.

2.21. Nr. X heeft in april 2025 bij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aangegeven aanspraak te maken op de helft van de volgens het contract verschuldigde vergoeding.

Op 14 mei 2025 heeft de advocaat van Nr. X een e-mail gestuurd naar [gedaagde 3] B.V. en daarin om stukken verzocht zodat Nr. X haar vordering kan bepalen. De advocaat van Nr. X verkeerde in de veronderstelling dat Nr. X een overeenkomst had gesloten met [gedaagde 3] B.V., maar later is duidelijk geworden dat [gedaagde 3] B.V. op dat moment nog helemaal niet was opgericht. Op 21 mei 2025 wordt er door de advocaat van [gedaagde 3] B.V. gereageerd en aangegeven dat zij zich op het standpunt stellen dat Nr. X geen recht heeft op stukken omdat een vordering zou ontbreken.

Op 25 september 2025 is aan Nr. X rechterlijk verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag op de woningen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Dit beslag is vervolgens gelegd. Op verzoek van [gedaagden]. is het beslag op de woning van [gedaagde 2] opgeheven in verband met een verhuizing.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Nr. X vordert na wijziging van eis, samengevat, primair dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 206.750,00, althans een bedrag gelijk aan 50% van het bedrag dat [gedaagden]. hebben ontvangen en eventueel nog zullen ontvangen van Ajax als doorverkoopvergoeding met betrekking tot de transfer van [betrokkene 2], te vermeerderen met btw, rente en kosten. Subsidiair vordert Nr. X dit van [gedaagde 3] B.V.

Daarnaast vordert Nr. X [gedaagden]. hoofdelijk te veroordelen tot afgifte van stukken: de transferovereenkomst tussen Ajax en AS Roma en de beëindigingsovereenkomst ofwel de Representation Agreement, op straffe van het verbeuren van een dwangsom, alles met veroordeling van [gedaagden]. in de kosten van de procedure.

3.3. Nr. X. legt aan de vordering ten grondslag dat zij recht heeft op haar deel van de doorverkoopvergoeding op grond van een overeenkomst die partijen mondeling hebben gesloten in de periode 2017-2019. Nr. X betoogt dat de gemaakte afspraken over de vergoeding niet alleen betrekking hadden op de te ontvangen commissie. Ook de opbrengsten uit een mogelijke doorverkoop van de betrokken voetballers voor afloop van hun contract zouden 50/50 worden gedeeld. Nr. X stelt dat hij zich vanaf het begin van zijn betrokkenheid heeft ingespannen om de aanspraak daarop zodanig contractueel te verankeren dat Ajax daar bij toekomstige herzieningen niet onderuit zou kunnen glippen en bij de totstandkoming van het tweede contract en de overzetting van de bemiddeling op naam van [gedaagde 3] B.V. heeft aangedrongen op een zodanige vormgeving van de aanspraak dat overgang van de speler naar een andere agent die onverlet zou laten. De omstandigheid dat er nadien tot tweemaal toe een herziening van het contract van [betrokkene 2] heeft plaatsgevonden laat volgens Nr. X onverlet dat tussen partijen is afgesproken dat een doorverkoopvergoeding die Ajax betaalt in verband met een transfer van [betrokkene 2] vanuit een positie waarbij hij nog Ajax onder contract stond 50/50 zou worden gedeeld. De vraag of gedaagden met betrekking tot die transfer inspanningen hebben moeten verrichten is in dat verband volgens Nr. X niet van belang.

3.4. Nr. X wijst er verder op dat in de zomer van 2022 eenzelfde situatie aan de orde was met betrekking tot de voetballer [gedaagde 2]. Ook zijn arbeidscontract werd toen verlengd en verbeterd. Ook ten aanzien van [gedaagde 2] zou [gedaagde 3] B.V. de aangewezen intermediair worden en heeft Nr. X jegens Ajax afstand gedaan van haar rechten op commissie en doorverkoopvergoeding onder de voorwaarde dat deze zouden toekomen aan gedaagden, dit laatste uiteraard met behoud van haar contractuele aanspraken op gedaagden. Nr. X wijst op Whatsapp verkeer waarin het volgende is gewisseld:

[02-07-2022, 19.35:56] [betrokkene 1]: Ik heb iets van [betrokkene 6] [jurist Ajax, rb.] ontvangen en gereageerd. Ff kijken. Ik probeer natuurlijk ons beider belang te dienen. Normaal kunnen ze oude agenten helemaal niet benaderen.

[03-07-2022, 23.55:48][gedaagde 2] “[gedaagde 3]” [gedaagde 2] Hey [betrokkene 1], we hebben dit besproken en

het is nu aangepast in de doorverkoop regeling, zoals jij hebt omschreven

[03-07-2022, 23:56:58] [betrokkene 1]: Wat zeggen jullie dan?

[03-07-2022, 23:57:31][gedaagde 2] “[gedaagde 3]” [gedaagde 2]: [betrokkene 1] we hebben je mail gezien.. ja het

is nu goed, je kan dat document tekenen en terug sturen naar [betrokkene 6]

[03-07-2022, 23:57:57] [betrokkene 1]: Nee, dank je wel en dan zeg ik alsjeblieft

[03-07-2022, 23:59.09] [gedaagde 2] “[gedaagde 3]” [gedaagde 2]: Namens [gedaagde 1] en mij bedankt

De reden waarom afregeling hiervan bij overzetting van het bemiddelingscontract op [gedaagde 3] zo belangrijk was voor Nr. X, kwam volgens haar voort uit het feit dat Nr. X voor 50% recht had op dat doorverkooppercentage. Nr. X was uiteraard alleen bereid om af te zien van haar toekomstige vorderingsrecht op Ajax, indien zij er zeker van zou zijn dat dit recht vervolgens toe zou komen aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Die zouden dan 50% afdragen aan Nr. X, net als dat eerder andersom het geval was. De afspraken tussen [gedaagde 1], [gedaagde 2] en Nr. X waren identiek voor zowel [betrokkene 2] als [gedaagde 2].

In januari 2025 heeft [betrokkene 2] een transfer gemaakt naar AS Roma. De daarmee gemoeide transfersom ligt tussen de 5 en 6 miljoen euro. Volgens de staffel in bijlage 4 van de arbeidsovereenkomst heeft Nr. X recht op de helft van € 412.500,-, namelijk € 206.750, aldus het betoog van Nr. X.

[gedaagden]. voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Nr. X., dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Nr. X. in de kosten van deze procedure.

[gedaagden]. voeren het volgende aan.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben [betrokkene 1] slechts benaderd voor advieswerkzaamheden en zij zijn zelf altijd leidend geweest bij de onderhandelingen met Ajax en bij de daadwerkelijke begeleiding van de spelers. [gedaagden]. betwisten dat zij hadden afgesproken alle (toekomstige) opbrengsten 50/50 te delen. De vergoeding voor Nr. X werd steeds na de door [betrokkene 1] verrichte werkzaamheden in onderling overleg besproken aan de hand van zijn toegevoegde waarde. Nr. X heeft voor de derde arbeidsovereenkomst zeer beperkte advieswerkzaamheden verricht en is bij de totstankpoming van de contracten in 2024 en 2025 in het geheel niet betrokken geweest. Een vergoeding in verband met de Transfer van [betrokkene 2] is dus niet op zijn plaats. De doorverkoopvergoeding moet worden gezien als een vergoeding voor verrichte werkzaamheden van de betrokken agent. Ook is het niet zo dat vanwege de werkzaamheden van Nr. X bij de eerdere contractsonderhandelingen in het geheel niet meer onderhandeld behoefde te worden over de doorverkoopvergoeding; [gedaagde 3] B.V. heeft daarover wel degelijk opnieuw onderhandeld. Verder voeren [gedaagden]. aan dat – als zou worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van Nr. X – zij een onjuiste berekening hebben gemaakt en de door [gedaagde 3] B.V. te ontvangen vergoeding uit hoofde van de derde arbeidsovereenkomst maximaal € 184.000,00 zou bedragen. Dat houdt volgens [gedaagden]. verband met het feit dat Ajax in de laatste overeenkomst heeft bedongen dat de over de fee van de agent verschuldigde belasting de vergoeding van de agent vermindert. [gedaagden]. menen verder dat als sprake is van enige vordering, alleen [gedaagde 3] B.V. schuldenaar is, omdat die vordering dan in januari 2025 zou zijn ontstaan, op welk moment de vof niet meer bestond en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] handelden in naam van hun BV.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

[gedaagden]. vorderen – samengevat en naar de rechtbank begrijpt na vermindering van eis – opheffing van het door Nr. X gelegde beslag op de woning van [gedaagde 2], op straffe van een dwangsom. [gedaagden]. stellen dat het beslag moet worden opgeheven omdat summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van het door Nr. X ingeroepen recht.

3.10. Nr. X voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagden], met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben erkend dat zij op naam van [gedaagde 3] B.V. van Ajax een doorverkoopvergoeding hebben ontvangen in verband met de transfer van [betrokkene 2] naar AS Roma. In dit geding is aan de orde de vraag of Nr. X uit hoofde van de hiervoor weergegeven, mondeling gesloten samenwerkingsovereenkomst recht kan doen gelden op een deel van de ontvangen vergoeding.

De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en licht dat als volgt toe.

De inhoud van de tussen partijen gemaakte afspraken

Bij de uitleg van een overeenkomst -ook van een mondelinge overeenkomst- komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf).

De rechtbank stelt vast dat gedaagden de volgende elementen in het betoog van Nr. X niet of onvoldoende hebben weersproken:

[betrokkene 1] (Nr. X) is een ervaren voetbalmakelaar die diverse spelers begeleidt en heeft begeleid.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hadden op dat terrein geen ervaring en waren afhankelijk van de bereidheid van Nr. X om hen te introduceren in de (zeer lucratieve) wereld van de voetbalmakelaardij.

De opzet van de samenwerking en het geheel van de honorering van de bemoeienissen van [betrokkene 1] daarbij liep voor [betrokkene 3] en [betrokkene 2] langs dezelfde lijnen.

Het geheel van de correspondentie met Ajax over de opname en afregeling van de doorverkoopvergoeding in de correspondentie die Nr. X met Ajax heeft gevoerd en het belang van zijn inzet daarbij.

Verder kent de rechtbank betekenis toe aan de eveneens onweersproken verklaring van de heer [betrokkene 7] en in het bijzonder aan de volgende passages:

[betrokkene 1] en ik zijn al jaren vrienden van elkaar en ik waardeer de manier waarop hij met de spelers omgaat die hij als zaakwaarnemer begeleidt.

Ikzelf ben ook geinteresseerd in voetbal en heb jaren seizoenskaarten bij Ajax gehad. Tijdens een van onze ontmoetingen in het stadion kwam het gesprek op het feit dat [betrokkene 1] betrokken was bij de begeleiding van de Ajax spelers [betrokkene 8] [betrokkene 3] en [betrokkene 2]. Ik maakte gekscherend de opmerking dat ik wel interesse had om in [betrokkene 1] zijn bedrijf te investeren. [betrokkene 1] gaf aan dat dat niet kon maar als zich een ander soort gelegenheid voordeed, dat hij dan aan mij zou denken.

Ongeveer een jaar later belde [betrokkene 1] mij en gaf aan dat hij misschien een opportunity voor mij had om te investeren in de “doorverkoop percentage” van [betrokkene 8] en [betrokkene 2].

Toen ik daar positief op reageerde heeft [betrokkene 1] enkele weken later een afspraak gemaakt met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hebben wij koffie gedronken tegenover de Arena naast de ingang van Het Ziggo Dome.

Tijdens dat gesprek heeft [betrokkene 1] aan de heren uitgelegd wat onze relatie was en dat [betrokkene 1] “zijn deel” van het mogelijk te ontvangen doorverkoop percentage aan mijn bedrijf wilde doorverkopen. Mijn gevoel tijdens dit gesprek was dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] echt veel respect hadden voor [betrokkene 1] en dat de samenwerking echt duidelijk was. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] deden de persoonlijke begeleiding [gedaagde 1] vooral [betrokkene 2] en [gedaagde 2] sowieso als vader van [betrokkene 8] natuurlijk [betrokkene 8]. Beide heren leken ook heel blij met de samenwerking en hoopten ooit een groep zoals die van [betrokkene 1] op te bouwen en vooral ook de persoonlijke “touch” die [betrokkene 1] in het begeleiden stopte te bereiken

Tijdens het gesprek viel de 50/50 verdeling van de 7,5% enkele keren omdat er heel duidelijk gezegd werd dat als ik de 3,75% waar [betrokkene 1] / Nr. X BV recht op had over zou nemen dat er natuurlijk geen garantie zou zijn dat er een “return of investment” zou komen want de spelers zouden ook zonder transfervergoeding Ajax kunnen verlaten waardoor de doorverkoop regeling geen waarde zou hebben. Ik gaf aan dat te begrijpen maar ik was als fan van Ajax natuurlijk op de hoogte van de kwaliteiten van beide spelers en was bereidt dat risico te lopen.

Ik kan niet anders zeggen dan dat het een fijne kennismaking was en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] begrepen de opzet en zeiden letterlijk ‘in principe kon [betrokkene 1] met zijn 3.75% deel doen wat hij wilde”

Het komt de rechtbank voor dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het karakter van de doorverkoopvergoeding die Nr. X al in het op 24 juli 2020 gesloten contract ten behoeve van ‘het management team’ heeft laten opnemen en die in in 2021 gesloten met opname van de passage als geciteerd in 2.18 is gesecureerd, geheel miskennen. Die vergoeding is niet bedoeld als beloning voor de bemiddelingsinspanningen van de agent bij de transfer. Dat volgt (wat betreft het laatstgenoemde contract) alleen al uit het feit dat Ajax de vergoeding ook is verschuldigd wanneer de speler inmiddels door een andere agent wordt vertegenwoordigd. De vergoeding heeft veeleer het karakter van een beloning (in de vorm van een kans) voor het aanbrengen van een speler die potentie heeft. Dat aanbrengen was in dit geval een gezamenlijke ‘opportunity’: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hadden de contacten met de beide betrokken spelers, Nr. X had de ingang bij Ajax.

Uit zowel de verklaring van [betrokkene 4] als de verklaring van [betrokkene 7] en de geciteerde WhatsApp correspondentie kan niet anders worden geconcludeerd dan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich de strekking van dit type vergoeding, de cruciale rol van Nr. X bij het zeker stellen daarvan en daarmee ook het onderscheid tussen de beide vormen van honorering in de samenwerkingsovereenkomst destijds zeer goed bewust moeten zijn geweest. Dat geldt in ieder geval bij de derde overeenkomst die met Ajax is uitonderhandeld. Bij die onderhandelingen hebben zij immers het voortouw genomen. Zij moeten zich bij dat proces ook bewust zijn geweest van het feit dat Nr. X slechts wilde terugtreden als agent -overeenkomstig de afspraken die op dat punt in het begin al waren gemaakt- in het vertrouwen dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun deel van de verplichting om te delen met dezelfde loyaliteit zouden nakomen als waarmee Nr. X dat had gedaan en hebben met de acceptatie van die terugtred ook het sequeel daarvan -de verplichting tot deling van de doorverkoopvergoeding, wanneer die bij hen zou binnenkomen- dan ook stilzwijgend geaccepteerd.

Ook de omstandigheid dat de afspraken met Ajax in 2024 en 2025 op een aantal punten zijn gewijzigd biedt gedaagden geen mogelijkheid om zich aan hun verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst te onttrekken. De in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen doorverkoopvergoedingsaanspraak ziet naar het oordeel van de rechtbank op alle gevallen waarin het komt tot een aan partijen bij die afspraak uitgekeerde doorverkoopvergoeding uit hoofde van een transfer waarvoor Ajax tot het einde van de contractsperiode van [betrokkene 2] een transfervergoeding kon bedingen.

Ook het beroep op de omstandigheid dat de bemiddelingsovereenkomst op grond waarvan Ajax de vergoeding heeft uitbetaald later op naam van de BV is gesteld en dat het bedrag op rekening van die BV is ontvangen biedt geen ontsnapping. De omstandigheid dat Ajax (mede) op grond van UEFA of FIFA regels geen bemiddelingscontracten met natuurlijke personen sluit heeft ertoe geleid dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun deel van de honorering onder de samenwerkingsafspraak via het vehikel van de tussengeschakelde vennootschap Nr. X hebben genoten. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt onder die omstandigheden mee dat de betaling van de vergoeding aan de door hen gecontroleerde vennootschap [gedaagde 3] B.V. na de op verzoek van gedaagden doorgevoerde overzetting van het agentschap op naam van die vennootschap moet worden beschouwd als het rechtsfeit waardoor de voorwaarde voor aanspraak op deling jegens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is vervuld en het betrokken bedrag opeisbaar is geworden.

Aan de orde is daarmee de vraag naar de omvang van de vergoeding. De rechtbank is tot het inzicht gekomen dat zij voldoende gegevens heeft om die zonder nadere proceshandelingen te kunnen vaststellen. De opzet van de samenwerkingsovereenkomst brengt mee dat er geen ruimte is voor het aan [gedaagden]. gemaakte verwijt dat de tweede overeenkomst, die in belangrijke mate constitutief is voor de omvang van de aanspraak, bij opvolging van een terzake door Nr. X gegeven advies in een hogere vergoeding zou hebben geresulteerd dan feitelijk is ontvangen. In de samenwerkingsovereenkomst ligt besloten dat met de overgang van de ‘voortouwtrekkersrol’ van Nr. X op [gedaagde 1] en [gedaagde 2], de verantwoordelijkheid voor bewaking van de aanspraak ook is overgegaan. Als onderbouwing van een wanprestatieverwijt dat tot schadevergoeding zou kunnen leiden is onder die omstandigheden veel meer nodig dan de klacht dat een advies niet is opgevolgd.

Dit betekent dat de rechtbank de vordering van Nr. X strekkende tot betaling van een bedrag gelijk aan 50% van het bedrag dat [gedaagde 3] B.V. heeft ontvangen van Ajax zal toewijzen. De mondelinge samenwerkingsovereenkomst is gesloten met [gedaagde 1] en [gedaagde 2], zodat de vordering toewijsbaar is jegens die personen en niet jegens de BV.

De vordering tot overlegging van de Representation Agreement, uit hoofde waarvan de betaling is ontvangen, zal worden toegewezen zodat Nr. X het bedrag waar zij recht op heeft kan verifiëren. De betaling is ontvangen uit hoofde van de Representation Agreement, zodat de vordering tot inzage in de transferovereenkomst zal worden afgewezen bij gebrek aan belang. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd.

De gevorderde wettelijke handelsrente zal worden toegewezen en zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verschuldigd vanaf 21 mei 2025, bij gebreke van een overeengekomen uiterste dag van betaling en factuur en aansluitend bij de door Nr. X geboden betalingstermijn van zeven dagen in de brief van 14 mei 2025.

4.13. Nr. X vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Nr. X heeft onweersproken gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Nr. X heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 2.400,00 worden toegewezen, uitgaande van een door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te betalen bedrag van € 162.500,00. Op de zitting is onweersproken verklaard dat [gedaagde 3] B.V. een bedrag van € 325.000,00 ineens van Ajax heeft ontvangen vanwege de transfer van [betrokkene 2] naar AS Roma uit hoofde van de Representation Agreement. De helft van dat bedrag is € 162.500,00.

4.14. Nr. X vordert [gedaagden]. te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 872,06 voor kosten deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 2.051,00 voor salaris advocaat (1,0 punt × € 2.051,00), totaal € 3.637,06.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Nr. X worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

119,40

- griffierecht

€

6.147,00

- salaris advocaat

€

4.102,00

(2 punten × € 2.051,00)

- nakosten

€

148,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

10.516,40

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

in reconventie

De vordering in reconventie tot opheffing van het beslag zal worden afgewezen. Gelet op hetgeen overwogen in concentie is van een summierlijk ondeugdelijke vordering op grond waarvan het beslag zou moeten worden opgeheven geen sprake.

[gedaagden]. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Nr. X worden begroot op:

- salaris advocaat

€

653,00

(1 punt × € 653,00)

- nakosten

€

148,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

801,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan Nr. X te betalen een bedrag ter hoogte van 50% van het bedrag dat door [gedaagde 3] B.V. is ontvangen door Ajax uit hoofde van de Representation Agreement vanwege de transfer van [betrokkene 2] naar Ajax, te vermeerderen met BTW, tenzij blijkens de factuur die [gedaagde 3] aan Ajax heeft gezonden over dit bedrag geen BTW in rekening is gebracht of die in dit bedrag is begrepen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om binnen veertien dagen na dit vonnis een afschrift aan Nr. X te verstrekken van de Representation Agreement uit 2025 tussen [gedaagde 3] B.V. en Ajax, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat zij in gebreke zijn aan deze veroordeling te voldoen met een maximum van € 20.000,00,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan Nr. X te betalen een bedrag van € 2.400,00 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.637,06, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 10.516,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagden]. af,

veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk in de proceskosten van € 801,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in conventie en in reconventie

veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden]. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.9 en 5.10 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

1604

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand