ECLI:NL:RBMNE:2026:6814

ECLI:NL:RBMNE:2026:6814

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer 12303768 \ UV EXPL 26-172
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Eiser vordert nakoming van een tussen partijen gesloten overeenkomst waarin zij zijn overeengekomen dat gedaagde de schade vergoedt. Dit wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12303768 \ UV EXPL 26-172

Kort geding vonnis van 25 september 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende in [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. T.C. Reintjes,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

De kantonrechter heeft de betekende dagvaarding met producties ontvangen en gelezen. De mondelinge behandeling is gehouden op 11 september 2026. [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn dochter [A] en bijgestaan door zijn gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen. Door of namens de eisende partij zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] heeft werkzaamheden aan het dak van [eiser] verricht. Hierdoor zou (gevolg)schade zijn ontstaan. [eiser] wil met deze procedure bereiken dat [gedaagde] deze schade vergoedt. [eiser] vordert in dit verband nakoming van een tussen partijen gesloten overeenkomst waarin zij zijn overeengekomen dat [gedaagde] € 18.178,22 aan schade aan [eiser] vergoedt, bestaande uit herstelkosten, misgelopen subsidie en opbrengsten uit zonnepanelen. Ook vordert [eiser] rente en kosten. De kantonrechter zal de vorderingen grotendeels toewijzen.

3. De beoordeling

Tegen [gedaagde] is verstek verleend

De mondelinge behandeling vond plaats op 11 september 2026. [gedaagde] was niet aanwezig op de mondelinge behandeling en heeft voorafgaand hieraan ook niet op een andere manier gereageerd. Uit de dagvaarding volgt dat hij wel op een juiste manier is opgeroepen. Daarom is tijdens de mondelinge behandeling tegen [gedaagde] verstek verleend. De zaak is dus zonder aanwezigheid of reactie van [gedaagde] behandeld.

Het toetsingskader voor een kort geding waarin verstek is verleend

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening, waarin door de kantonrechter aan de gedaagde partij verstek is verleend. In een dergelijk geval worden de vorderingen door de kantonrechter toegewezen als:

I. sprake is van een spoedeisend belang;

II. het zeer waarschijnlijk is dat de vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen;

III. de vorderingen niet in strijd zijn met de wet en een geldige reden aanwezig is.

Met betrekking tot alle vorderingen wordt aan de drie voorwaarden voldaan, zodat ze alle worden toegewezen. Dit zal hieronder worden uitgelegd.

I. Er is sprake van een spoedeisend belang

In dit kort geding moet de kantonrechter allereerst beoordelen of [eiser] een spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als een onmiddellijke voorziening nodig is en van eiser niet kan worden verlangd dat de uitkomst van een bodemprocedure wordt afgewacht. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een dergelijk spoedeisend belang bij de ingestelde vorderingen, omdat [eiser] onweersproken heeft gesteld niet financieel in staat te zijn om de schade aan zijn dak te kunnen herstellen en herstel volgens een deskundige wel op korte termijn dient plaats te vinden om verdere schade te voorkomen.

II. Het is zeer waarschijnlijk dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen

De kantonrechter moet in dit kort geding vervolgens beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt hierbij dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter heeft de vordering van [eiser] een zodanige kans van slagen dat het treffen van een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Dit wordt hierna uitgelegd.

Naar het oordeel van de kantonrechter is vast komen te staan dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarin zij zijn overeengekomen dat [gedaagde] € 18.178,22 aan schade aan [eiser] vergoedt, bestaande uit herstelkosten, misgelopen subsidie en opbrengsten uit zonnepanelen, en een proceskostenvergoeding van € 1.107,00 betaalt. Ook is hierbij afgesproken in hoeveel termijnen de betaling dient te geschieden, namelijk:

€ 4.000,00 op uiterlijk 7 juli 2026 (eerste termijn);

€ 4.000,00 op uiterlijk 21 juli 2026 (tweede termijn);

vijf maandelijkse termijnen van € 2.000,00;

een slottermijn van € 1.285,22.

Verwezen wordt naar e-mailcorrespondentie tussen partijen van 1 juli 2026. Hieruit volgt dat de advocaat van [eiser] een voorstel aan [gedaagde] heeft gedaan om een minnelijke regeling te treffen om het geschil over de werkzaamheden aan het dak tussen partijen definitief te beslechten. Dit voorstel betrof de hiervoor genoemde bedragen aan schade en proceskostenvergoeding, maar met andere betaaltermijnen: € 8.500,00 als eerste termijn, gevolgd door maandelijkse termijnen van € 2.000,00. Bij de e-mail met dit voorstel heeft de advocaat van [eiser] een volledige concept-vaststellingsovereenkomst gevoegd waarin dit, samen met overige voorwaarden om het geschil definitief te beslechten, staat genoemd.

Hoewel [gedaagde] eerder op de dag op 1 juli 2026 niet instemt met de concept-vaststellingsovereenkomst en afhoudend reageert, heeft hij later op dezelfde dag per e-mail aan de advocaat van [eiser] bericht: “Ik wil wel akkoord gaan maar ik kan 7 juli 4000 betalen en geen 8500”, gevolgd door een tweede e-mail waarin [gedaagde] bericht: “En dan zal ik 2 weken erna weer 4.000 doen”. De advocaat van [eiser] heeft hierop de concept-vaststellingsovereenkomst conform dit tegenvoorstel van [gedaagde] aangepast en gewijzigd aan [gedaagde] toegezonden. [gedaagde] heeft deze gewijzigde concept-vaststellingsovereenkomst vervolgens niet ondertekend. Hierdoor kan echter niet worden gezegd dat daardoor geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Met het voorstel van [gedaagde] om (slechts) nog de betaaltermijnen aan te passen, is sprake van een aanvaarding die van het oorspronkelijke aanbod van de advocaat van [eiser] afwijkt. Op grond van artikel 6:225 lid 1 BW moet dat als een nieuw aanbod (van [gedaagde] ) worden gezien. Dat nieuwe aanbod heeft de advocaat van [eiser] vervolgens aanvaard door de concept-vaststellingsovereenkomst conform het tegenvoorstel van [gedaagde] aan te passen. Doordat hij deze gewijzigde concept-vaststellingsovereenkomst vervolgens ook heeft toegezonden aan [gedaagde] , heeft deze verklaring ook haar werking gekregen. Dat [gedaagde] de gewijzigde concept-vaststellingsovereenkomst vervolgens niet heeft ondertekend, doet daar niets aan af. Er is dus sprake van wilsovereenstemming tussen partijen wat betreft de gewijzigde vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst zal voor de duidelijkheid als bijlage bij dit vonnis worden aangehecht. De vordering tot nakoming van de afspraken in deze overeenkomst zal daarom worden toegewezen. Dit geldt ook voor de wettelijke rente die over het verschuldigde bedrag uit de vaststellingsovereenkomst wordt gevorderd, voor zover reeds sprake is van verzuim van betaling gelet op de overeengekomen betalingstermijnen. Deze wettelijke rente zal worden toegekend vanaf het moment van verzuim tot aan de dag van de volledige betaling.

III. De vorderingen zijn niet in strijd zijn met de wet / er is een geldige reden aanwezig

Niet is gebleken dat de voorgaande vordering in strijd is met de wet. Ook is deze niet zonder een geldige reden ingesteld. Dit staat toewijzing daarom niet in de weg.

De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden toegekend

[eiser] vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag (€ 956,78) aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal daarom worden toegewezen.

De door [eiser] gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [eiser] vordert de veroordeling van [gedaagde] in de volledige vergoeding omdat [gedaagde] meerdere malen heeft ingestemd met een regeling ter beëindiging van het geschil en die afspraken niet is nagekomen. Door deze handelswijze heeft [gedaagde] volgens [eiser] de procedure onnodig vertraagd en [eiser] op kosten gejaagd.

De kantonrechter overweegt dat een vordering tot volledige vergoeding van de proceskosten alleen toewijsbaar is in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is daarvan niet gebleken. De kantonrechter kan zich voorstellen dat [gedaagde] mogelijk in de veronderstelling verkeerde dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand was gekomen doordat hij zijn handtekening niet onder de gewijzigde vaststellingsovereenkomst had gezet. Daardoor voelde hij zich mogelijk (ten onrechte) niet gehouden om zich daaraan te houden. Dat maakt zijn handelen echter niet onrechtmatig. Ook maakt het niet dat er sprake is van misbruik van procesrecht. Verder wordt overwogen dat de kosten van [eiser] (ook) zijn opgelopen doordat hij [gedaagde] eerder vanuit een verkeerde hoedanigheid heeft gedagvaard en [eiser] daardoor besloten heeft om een eerder kort geding in te trekken. Dat is een omstandigheid die voor zijn rekening en risico komt. De proceskosten van [eiser] zullen worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

158,71

- griffierecht

€

753,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.632,71

De wettelijke rente over de proceskosten

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt ook toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard

De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om de op 1 juli 2026 gesloten vaststellingsovereenkomst (aangehecht als bijlage bij dit vonnis) na te komen;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het verschuldigde bedrag uit de op 1 juli 2026 gesloten vaststellingsovereenkomst, voor zover reeds sprake is van verzuim van betaling gelet op de overeengekomen betalingstermijnen, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 956,78 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.632,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026.

LHJ/63796

Bijlage: De tussen partijen overeengekomen vaststellingsovereenkomst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand