ECLI:NL:RBMNE:2026:6811

ECLI:NL:RBMNE:2026:6811

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer 12344338 \ AV EXPL 26-34
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Amersfoort

Samenvatting

Vordering tot ontruiming in kort geding toegewezen wegens het niet voldoen aan exploitatieverplichting en een huurachterstand van 6 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer: 12344338 \ AV EXPL 26-34

Verstekvonnis in kort geding van 25 september 2026

in de zaak van

STADSHERSTEL AMERSFOORT II B.V.,

statutair gevestigd in Woerden,

eisende partij,

hierna te noemen: Stadsherstel Amersfoort,

gemachtigde: mr. M. Weij,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde sub 2],

wonend in de gemeente [gemeente] ,

gedaagde partijen,

hierna te noemen: [gedaagde sub 1] respectievelijk [gedaagde sub 2] ,

niet verschenen.

1. De procedure

De kantonrechter heeft van Stadsherstel Amersfoort een dagvaarding met 14 producties ontvangen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 september 2026. Daarbij was namens Stadsherstel Amersfoort aanwezig de heer [A] , werkzaam als [functie] bij Stadsherstel Amersfoort. Hij werd bijgestaan door de gemachtigde van Stadsherstel Amersfoort. Namens [gedaagde sub 1] was niemand aanwezig. Ook [gedaagde sub 2] was niet aanwezig.

De kantonrechter heeft besloten dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2. De kern van de zaak

Stadsherstel Amersfoort verhuurt aan [gedaagde sub 1] een winkelruimte (hierna: het gehuurde) aan de [adres] in [plaats] . Op grond van de huurovereenkomst tussen partijen is [gedaagde sub 1] verplicht in het gehuurde een winkel gericht op de verkoop van tabakswaren en aanverwante artikelen te exploiteren en de huurtermijnen tijdig en volledig te betalen. Deze beide verplichtingen komt [gedaagde sub 1] niet na en daarom vordert Stadsherstel Amersfoort ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand door Stadsherstel Amersfoort en [gedaagde sub 2] in zijn hoedanigheid van garantsteller. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe en legt dat hierna uit.

3. De beoordeling

Tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] wordt verstek verleend

Namens [gedaagde sub 1] was niemand aanwezig op de mondelinge behandeling. Ook [gedaagde sub 2] was niet aanwezig. Zij hebben ook geen conclusie van antwoord ingezonden of uitstel verzocht. Uit de dagvaarding volgt dat zij op de juiste manier zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Daarom wordt aan zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] verstek verleend. Dit betekent dat kantonrechter de vordering van Stadsherstel Amersfoort beoordeelt op basis van (alleen) de stellingen van Stadsherstel Amersfoort.

Juistheid van de stellingen van Stadsherstel Amersfoort

Omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geen verweer hebben gevoerd tegen de vorderingen en de gestelde feiten waarop Stadsherstel Amersfoort haar vorderingen baseert, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van Stadsherstel Amersfoort en kunnen de vorderingen om die reden worden toegewezen, tenzij de vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

Het toetsingskader in kort geding

In dit kort geding moet allereerst worden beoordeeld of Stadsherstel Amersfoort een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is en van partijen niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Vervolgens moet beoordeeld worden of aannemelijk is dat de vorderingen van Stadsherstel Amersfoort in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen.

Spoedeisend belang

De vorderingen in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als Stadsherstel Amersfoort daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is met betrekking tot de vordering tot ontruiming. Uit de dagvaarding blijkt dat [gedaagde sub 1] de huurtermijnen vanaf maart 2026 tot en met augustus 2026 niet heeft voldaan en het gehuurde niet meer exploiteert. Tijdens de zitting werd namens Stadsherstel Amersfoort meegedeeld dat ook de huur voor de maand september 2026 niet is betaald en dat de huurachterstand nog altijd oploopt. Voorts is de proceseconomie erbij gebaat dat in deze procedure ook over de overige vorderingen die met voormelde vorderingen samenhangen, kan worden beslist. Stadsherstel Amersfoort is dus ontvankelijk in haar vorderingen.

[gedaagde sub 1] handelt in strijd met de exploitatieverplichting

Gezien de stellingen van Stadsherstel Amersfoort en de stukken in het dossier stelt de kantonrechter vast dat in artikel 1.3 van de huurovereenkomst in verbinding met artikel 5.1. en 13.1 van de toepasselijke algemene bepalingen is opgenomen dat [gedaagde sub 1] verplicht is i) het gehuurde te gebruiken als winkelruimte voor de uitoefening van de verkoop van tabakswaren en aanverwante artikelen en ii) om het gehuurde minimaal 40 uur per week verdeeld over vijf dagen per week voor het publiek geopend te houden. Ook blijkt uit de stukken in het dossier dat [gedaagde sub 1] niet aan deze verplichtingen voldoet. De kantonrechter stelt aldus vast dat [gedaagde sub 1] handelt in strijd met haar exploitatieverplichting.

Contractuele boete bij schending van de exploitatieplicht

In artikel 34 van de toepasselijke algemene bepalingen is opgenomen dat [gedaagde sub 1] een contractuele boete van € 250,00 verschuldigd is voor iedere dag dat [gedaagde sub 1] niet aan de exploitatieverplichting voldoet. Bij brief van 2 juli 2026 is [gedaagde sub 1] in de gelegenheid gesteld de exploitatie van het gehuurde uiterlijk op 6 juli 2026 te hervatten. [gedaagde sub 1] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. De gevorderde verbeurde contractuele boete van € 9.500,00 over de periode van 7 juli 2026 tot 14 augustus 2026 wegens het handelen in strijd met de exploitatieverplichting wordt daarom toegewezen. Ook veroordeelt de kantonrechter [gedaagde sub 1] tot het betalen van de contractuele boete van € 250,00 voor iedere dag in de periode van 14 augustus 2026 tot het moment waarop het gehuurde daadwerkelijk is ontruimd en dat [gedaagde sub 1] niet aan haar exploitatieverplichting voldoet. Hierbij heeft de kantonrechter de vorderingen van Stadsherstel Amersfoort tot ontruiming van het gehuurde in aanmerking genomen.

[gedaagde sub 1] moet de huurachterstand en contractuele boete betalen

[gedaagde sub 1] schiet vanaf maart 2026 structureel tekort in haar betalingsverplichtingen van de maandelijkse huur. De huurprijs van € 1.996,50 per maand wordt sindsdien in het geheel niet betaald door [gedaagde sub 1] . De huurachterstand tot en met september 2026 bedraagt € 13.975,50. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van deze huurachterstand toe. Ook de vordering tot betaling van de huurtermijnen vanaf oktober 2026 wordt toegewezen tot het moment dat het gehuurde daadwerkelijk is ontruimd.

Uit de stellingen van Stadsherstel Amersfoort volgt dat bij niet (tijdige) betaling van de huurprijs, [gedaagde sub 1] op grond van artikel 28.3 van de toepasselijke algemene bepalingen een contractuele boete verschuldigd is van € 300,00 per maand. Nu dit niet is weersproken, wordt [gedaagde sub 1] ook tot betaling van deze contractuele boete veroordeeld. De hoogte van de contractuele boete bedraagt tot en met september 2026 € 2.100,00. De kantonrechter wijst dit bedrag toe. Ditzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente over de verbeurde contractuele boete.

[gedaagde sub 1] moet het gehuurde ontruimen

Het niet voldoen aan de exploitatieverplichting en het bestaan van een huurachterstand van 7 maanden zijn ernstige tekortkomingen. Gelet op deze tekortkomingen is de kantonrechter van oordeel dat de kans groot is dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Vooruitlopend daarop kan de gevorderde ontruiming daarom worden toegewezen. De kantonrechter bepaalt de ontruimingstermijn op 8 dagen, nu uit de stukken van Stadsherstel Amersfoort blijkt dat het gehuurde geheel leeg is en het [gedaagde sub 1] moet lukken binnen deze termijn het gehuurde te ontruimen.

Buitengerechtelijke incassokosten

Stadsherstel Amersfoort vordert een bedrag van € 1.796,85 als vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst dit bedrag toe. De hierover gevorderde wettelijke rente wordt eveneens toegewezen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Voor alles waar [gedaagde sub 1] in dit vonnis toe wordt veroordeeld, wordt ook [gedaagde sub 2] veroordeeld. Op grond van artikel 18.7 van de huurovereenkomst staat [gedaagde sub 2] in privé garant voor de nakoming van alle verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst door [gedaagde sub 1] .

Proceskosten

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn in het ongelijk gesteld en worden daarom in de kosten veroordeeld. Zij moeten de proceskosten (inclusief nakosten) van Stadsherstel Amersfoort aan haar betalen. Deze kosten van Stadsherstel Amersfoort worden begroot op:

- dagvaardingen € 308,69 (aan beide gedaagden uitgebracht)

- griffierecht € 139,00

- salaris gemachtigde € 577,00 (1 punt x tarief € 577,00)

- nakosten € 144,00

Totaal € 1.168,69

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals Stadsherstel Amersfoort heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt

4. De beslissing

De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis de winkelruimte aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hen toebehoren en niet aan Stadsherstel Amersfoort, en om deze winkelruimte met afgifte van de sleutels en/of andere toegangsmiddelen geheel ter vrije beschikking van Stadsherstel Amersfoort te stellen;

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, in die zin, dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, tot betaling van:

€ 13.975,50 aan huurachterstand tot en met september 2026;

€ 1.996,50 aan maandelijkse huur vanaf oktober 2026 tot het moment van daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde;

€ 2.100,00 aan contractuele boete wegens het niet nakomen van betalingsverplichting, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee dagen na de datum van dit vonnis tot het moment van volledige betaling;

€ 9.500,00 aan contractuele boete over de periode van 7 juli 2026 tot 14 augustus 2026 wegens het niet nakomen van de exploitatieverplichting, te vermeerderen met een bedrag van € 250,00 voor iedere dag in de periode van 14 augustus 2026 tot het moment waarop het gehuurde daadwerkelijk is ontruimd en dat [gedaagde sub 1] niet aan haar exploitatieverplichting voldoet;

€ 1.796,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, in die zin, dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, in de kosten. Zij moeten de proceskosten van Stadsherstel Amersfoort van € 1.168,69 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde sub 1] of [gedaagde sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [gedaagde sub 1] of [gedaagde sub 2] ook de kosten van betekening betalen;

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, in die zin, dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten van Stadsherstel Amersfoort als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot hier uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand