RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16-014402-26 en 16-188736-26 (t.t.z. gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 1 oktober 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] ,
(hierna: de verdachte).
1. Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 10 september 2026. Het onderzoek is gesloten op 1 oktober 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
2. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
parketnummer 16-014402-26
feit 1: op 11 december 2025 in Mijdrecht twee keer heeft ingebroken en daarbij een kluis van de Stichting Vermaak De Ronde Venen en ongeveer € 150,00 van de Protestantse Kerk Nederland heeft gestolen;
feit 2: primair: op 11 december 2025 in Mijdrecht heeft geprobeerd in te breken bij Voetbalvereniging Argon door een tegel door de ruit te gooien en de deur te ontgrendelen;
subsidiair: op 11 december 2025 in Mijdrecht een ruit van Voetbalvereniging Argon heeft vernield;
parketnummer 16-188736-26
primair: op 14 december 2025 in Amsterdam heeft ingebroken bij Coda Amsterdam en daar schoenen heeft gestolen;
subsidiair: zich op 14 december 2025 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan heling van een paar schoenen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3. Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten uit de beschuldiging heeft gepleegd. Voor de feiten onder parketnummer 16-014402-26 gaat de officier van justitie ervan uit dat de feiten zijn gepleegd door dezelfde persoon, omdat het signalement van de dader bij alle feiten overeenkomt, en vanwege het nachtelijke tijdstip en de korte afstand tussen de verschillende plaatsen delict en de woning van de verdachte. Dat deze persoon de verdachte is, kan worden vastgesteld aan de hand van de beelden en de overeenkomsten qua signalement. Daarnaast is de persoon blijkens de beelden het trappenhuis van het appartementencomplex omhoog gelopen waar de verdachte woont.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten waarvan hij wordt beschuldigd.
parketnummer 16-014402-26
De advocaat vindt dat de betrokkenheid van de verdachte bij de feiten niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld. Door de slechte kwaliteit van de camerabeelden zijn namelijk geen specifieke, individualiserende kenmerken van de persoon op de beelden zichtbaar, die aan de verdachte kunnen worden toegeschreven.
parketnummer 16-188736-26
De advocaat heeft verzocht om de verdachte vrij te spreken van de diefstal, omdat in de beschuldiging staat dat de schoenen zijn gestolen van Coda Amsterdam. In het dossier staat echter dat de schoenen van BridgeFund zijn.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak van de feiten onder parketnummer 16-014402-26
Inleiding: drie strafbare feiten gepleegd in de nacht van 10 op 11 december 2025
In de nacht van 10 op 11 december 2025 is ingebroken bij Stichting Vermaak De Ronde Venen en vervolgens bij de Protestantse Kerk in Mijdrecht. Ook heeft iemand diezelfde nacht een tegel door de ruit van Voetbalvereniging Argon gegooid. In het dossier zitten camerabeelden van deze strafbare feiten. De politie gaat er vanuit dat deze feiten zijn gepleegd door dezelfde persoon en een agent heeft in een proces-verbaal opgeschreven dat zij de persoon op de beelden herkent als de verdachte. Verder bevat het dossier geen stukken die erop wijzen dat de verdachte degene is die de feiten heeft gepleegd. De verdachte heeft ontkend dat hij schuldig is. De vraag die de rechtbank dus moet beantwoorden, is of op grond van deze ene herkenning door de agent buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte de dader van deze feiten is geweest.
De vraag moet worden beantwoord of de herkenning voldoende betrouwbaar is
De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam moet worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan, ook als deze herkenningen door agenten worden gedaan. Dit geldt vooral wanneer deze herkenningen de enige bewijsmiddelen zijn die kunnen aantonen dat een verdachte bij het strafbare feit betrokken is, zoals in deze zaak het geval is. Daarom moet worden getoetst of de herkenning die de agent aan de hand van de beelden of ‘stills’ heeft gedaan, voldoende betrouwbaar is om tot een bewezenverklaring te komen. Daarvoor is allereerst van belang om vast te stellen om wat voor type herkenning het in deze zaak gaat.
De herkenning is gebaseerd op een vergelijking van een foto met de camerabeelden
Uit de rechtspraak blijkt dat er twee typen herkenningen kunnen worden onderscheiden:
herkenningen door opsporingsambtenaren die de verdachte goed kennen uit eerder contact;
herkenningen die berusten op een vergelijking van (een foto van) de verdachte met de persoon op de camerabeelden.
In deze zaak is sprake van een ‘herkenning’ van het tweede type (een vergelijking). Uit het dossier blijkt namelijk niet dat de agent die het proces-verbaal heeft opgesteld, op een eerder moment contact met de verdachte heeft gehad. De herinnering van de agent bij de verdachte speelt hier dus geen rol. Alle accent komt daardoor te liggen op de kwaliteit van de beelden en de manier waarop de persoon in kwestie daarop is afgebeeld (in close up of van veraf; helemaal of deels; bewegend of ‘verstilld’). De rechtbank overweegt daarover het volgende.
De kwaliteit van de beelden is beperkt
De rechtbank beschikt niet over de bewegende beelden, maar slechts over de stills daarvan. Deze stills zijn van matige kwaliteit. Het beeld is namelijk niet scherp en de beelden zijn in het donker opgenomen. Ook is het gezicht van de persoon op de beelden niet volledig frontaal zichtbaar. Verder is de persoon alleen van veraf te zien, en niet in close up. Daardoor bieden de stills (te) weinig concrete specifieke aanknopingspunten voor een betrouwbare vergelijking. Hoewel de agent in het proces-verbaal een aantal kenmerken van de persoon op de beelden noemt die overeen zouden komen met de persoonskenmerken van de verdachte die zij op de foto’s heeft gezien, oordeelt de rechtbank dat deze kenmerken niet goed zichtbaar zijn op de beelden. Zo stelt de agent dat de persoon op de beelden opgeschoren haar aan de zijkanten heeft, terwijl de persoon op de beelden een pet draagt, waardoor zijn haardracht niet te zien is. Ook zijn het door de agent genoemde stoppelbaardje, de dikke en donkere wenkbrauwen en het ronde/ovale gezicht van de persoon voor de rechtbank niet zichtbaar op de stills. Vanwege het voorgaande is niet met voldoende zekerheid vast te stellen dat de persoon op de beelden ook daadwerkelijk de verdachte is.
Er is sprake van sturende voorinformatie
Daar komt nog bij dat de agent voorafgaand aan de vergelijking een bericht van de wijkagent had ontvangen met de tekst ‘Check vooral nummer [plaats] even’. Hiermee doelde de wijkagent op het adres [adres] , het woonadres van de verdachte. Dat betekent dat de agent de vergelijking heeft gedaan terwijl zij beschikte over sturende voorinformatie. De vergelijking is daardoor niet op een zuivere manier tot stand gekomen.
Conclusie: de verdachte wordt vrijgesproken
Het voorgaande betekent dat de rechtbank oordeelt dat de vergelijking door de agent niet betrouwbaar is en dat de herkenning daarom niet zal worden gebruikt voor het bewijs. Omdat er ook geen andere objectieve bewijsmiddelen in het dossier zitten die op de betrokkenheid van de verdachte wijzen, oordeelt de rechtbank dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die de feiten heeft gepleegd. Dat betekent dat de verdachte zal worden vrijgesproken van feit 1 en feit 2 van parketnummer 16-014402-26.
Bewijsmiddelen van het primaire feit van parketnummer 16-188736-26
De rechtbank oordeelt dat het primaire feit van parketnummer 16-188736-26 (diefstal van schoenen door middel van braak) wel is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
parketnummer 16-188736-26
(primair)
op 14 december 2025 te Amsterdam een paar schoenen (Nike Air Force 1), die aan een ander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
parketnummer 16-188736-26, primair:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5. Oplegging maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat aan de verdachte een plaatsing in een inrichting voor stelstelmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar wordt opgelegd.
Standpunt van de verdediging
Voor het geval de verdachte slechts wordt veroordeeld voor de diefstal van de schoenen, zou volgens de advocaat een straf moeten worden opgelegd die niet hoger is dan het voorarrest. De advocaat vindt de oplegging van een ISD-maatregel disproportioneel. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd de ISD-maatregel voor een kortere periode op te leggen en het voorarrest op de maatregel in mindering te brengen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een ISD-maatregel op. Bij het bepalen van deze maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft ’s nachts de ruit van een winkel ingegooid met een baksteen en vervolgens een paar schoenen gestolen. Daarmee heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander en heeft hij hinder, schade en overlast veroorzaakt.
Persoon van de verdachte
Uit de justitiële documentatie (het strafblad) van de verdachte blijkt dat de verdachte de afgelopen vijf jaar veel vaker voor misdrijven, waaronder meerdere diefstallen, is veroordeeld.
De rechtbank houdt ook rekening met het reclasseringsadvies, dat Inforsa op 13 juli 2026 over de verdachte heeft uitgebracht. In dit rapport staat dat de verdachte in 2012 verslaafd is geraakt aan het basen (roken) van cocaïne en dat hij sindsdien aanhoudend strafbare feiten pleegt. Het delictpatroon voor vermogensdelicten vloeit voort uit de noodzaak om zijn verslaving te bekostigen. Daarnaast heeft de verdachte psychische problemen en heeft de verdachte in 2018 de diagnose schizofrenie gekregen. Op vrijwel alle leefgebieden zijn problemen aanwezig.
De verdachte is eerder als veelpleger gekenmerkt en in 2017 is een ISD-maatregel opgelegd. Na de ISD-maatregel kwam hij opnieuw op straat terecht doordat hij de klinische opname tijdens de extramurale fase niet wilde afmaken en de maatregel in de Penitentiaire Inrichting wilde uitzitten. Kort daaropvolgend bleef hij aanhoudend vermogensdelicten plegen.
De reclassering schat het recidiverisico bij verdachte als hoog in en vindt dat er opnieuw een stevig kader nodig is om het hardnekkige en langdurige patroon van het plegen van strafbare feiten te doorbreken en het recidiverisico te verlagen. Het opleggen van voorwaarden in een voorwaardelijk kader is daarvoor onvoldoende. De reclassering adviseert daarom om aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
De verdachte heeft zich in het gesprek met de reclassering meewerkend opgesteld en enige mate van zelfinzicht getoond. Hij erkent meer hulp nodig te hebben om stabiliteit te creëren en te behouden en staat positief tegenover oplegging van een ISD maatregel. Dit heeft hij op zitting herhaald.
Oplegging ISD-maatregel
Voor het opleggen van de ISD-maatregel bestaan zogeheten ‘harde en zachte criteria’. De harde criteria staan in de wet, en de zachte criteria in de OM-richtlijn.
Er is voldaan aan de ‘harde’ ISD-criteria
De ‘harde’ voorwaarden voor oplegging van een ISD-maatregel staan in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte moet volgens dit artikel een misdrijf hebben gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Omdat de verdachte in dit vonnis is veroordeeld voor diefstal door middel van braak, is aan deze voorwaarde voldaan. Ook moet de verdachte gedurende vijf jaar voorafgaand aan de pleegdatum van 14 december 2025 ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of taakstraf. Verder moet het bewezen feit uit dit vonnis zijn begaan nadat deze eerder opgelegde straffen ten uitvoer zijn gelegd. Uit het strafblad van de verdachte van 5 augustus 2026 blijkt dat ook aan deze voorwaarde is voldaan. Daarin staat namelijk dat aan de verdachte onder andere de volgende straffen zijn opgelegd:
1. een gevangenisstraf van drie maanden op 6 september 2023;
2. een gevangenisstraf van twee maanden op 11 juli 2023;
3. een gevangenisstraf van zes maanden op 21 juni 2023.
Dee diefstal van 14 december 2025 is begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen.
Daarnaast blijkt uit het hiervoor genoemde advies van Inforsa dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, vanwege de onderhavige diefstal en de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.
Er is voldaan aan de ‘zachte’ ISD-criteria
Ook is voldaan aan de ‘zachte’ voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel. Deze voorwaarden komen erop neer dat een ISD-maatregel kan worden opgelegd als de verdachte kan worden aangemerkt als een stelselmatige dader. De rechtbank oordeelt dat de verdachte onder deze definitie valt. Hij is namelijk een persoon van 18 jaar of ouder die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich opgemaakt zag worden voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit.
Conclusie
Aan alle criteria voor oplegging van de ISD-maatregel is dus voldaan.
De rechtbank acht een onvoorwaardelijke ISD-maatregel in dit geval ook passend en proportioneel. De rechtbank zal de maatregel opleggen, zodat er aan de problematiek van verdachte kan worden gewerkt en de maatschappij tegen het plegen van strafbare feiten door verdachte wordt beschermd.
De rechtbank legt de maximale termijn van twee jaar op
Om de beëindiging van de recidive van de verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de problematiek van de verdachte alle kansen te geven en ook voor de optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaar opleggen. De tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht zal niet in mindering worden gebracht op de duur van de maatregel.
6. Vordering benadeelde partijen
Vordering van de benadeelde partijen
Voetbalvereniging Argon en Stichting Vermaak De Ronde Venen hebben zich gesteld als benadeelde partij. Zij vorderen dat de verdachte wordt veroordeeld tot het betalen van de volgende schadevergoedingen, vermeerderd met de wettelijke rente:
Benadeelde partij
Materiële schade
Feit uit de beschuldiging
Voetbalvereniging Argon
€ 150,00
16-014402-26 feit 2
Stichting Vermaak De Ronde Venen
€ 276,80
16-014402-26 feit 1
Verder verzoeken de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Dat betekent (kort gezegd) dat de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem of haar doet.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de gevorderde schade door Stichting Vermaak De Ronde Venen wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Voetbalvereniging Argon zou volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering moeten worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vanwege de bepleite vrijspraak verzocht om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering te verklaren.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de feiten 1 en 2 van parketnummer 16-014402-26. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat Voetbalvereniging Argon en Stichting Vermaak De Ronde Venen niet-ontvankelijk zijn in hun vordering.
De benadeelde partijen moeten de proceskosten vergoeden
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Doordat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen, is niet komen vast te staan of en in hoeverre zij hun vorderingen terecht hebben ingediend. De benadeelde partijen moeten daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vorderingen in te gaan. De rechtbank oordeelt dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil (€ 0,00).
7. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde maatregel is gebaseerd op de artikelen 38m, 38n en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 1 en feit 2 van parketnummer 16-014402-26 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder het primaire feit van parketnummer 16-188736-26 bewezen verklaarde;
oplegging ISD-maatregel
- legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Voetbalvereniging Argon (feit 2 van parketnummer 16-014402-26)
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Stichting Vermaak De Ronde Venen (feit 1 van parketnummer 16-014402-26)
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. L.L. Veendrick en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
(in de zaak met parketnummer 16-014402-26)
1
hij op of omstreeks 11 december 2025 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,
althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
een of meerdere goederen, te weten:
-een kluis, dat/die geheel of ten dele aan de Stichting Vermaak de Ronde Venen
toebehoorde en/of
-een geldbedrag van ongeveer €150,-, dat/die geheel of ten dele aan de Protestantse
kerk Nederland, hervormde kerk Mijdrecht toebehoorde,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich (telkens) de toegang
tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of
verbreking en/of inklimming;
2
hij op of omstreeks 11 december 2025 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen,
althans in Nederland
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
goed/goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de
Voetbalvereniging Argon, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de
plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen
onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of
inklimming
-een tegel tegen de ruit van de toegangsdeur heeft gegooid, waardoor die ruit kapot
is gegaan en/of (vervolgens)
-de deur aan de binnenzijde heeft ontgrendeld
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art
45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 december 2025 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen
opzettelijk en wederrechtelijk
een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten
aan de Voetbalvereniging Argon, toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
(in de zaak met parketnummer 16-188736-26)
hij op of omstreeks 14 december 2025 te Amsterdam, althans in Nederland
een paar schoenen (Nike Air Force 1), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan Coda Amsterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of
dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel
van braak, verbreking, inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 december 2025 te Amsterdam, althans in Nederland
een paar schoenen (Nike Air Force 1), althans een goed heeft verworven,
voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Het proces-verbaal aangifte van [aangever] van 27 december 2025
Plaats delict: Amsterdam
In de nacht van 13 op 14 december is een dubbele ruit op de begane grond in onze kantine ingegooid met 2 bakstenen. Hierdoor is de inbreker naar binnen gekomen en is daarna inpandig doorgelopen richting ons buurbedrijf BridgeFund. Bij BridgeFund zijn een paar gecustomizede witte Nike Air Force 1 met een getekende hond (de mascotte) met briefgeld aan de buitenzijde en aan de binnenzijde "BridgeFund" en op de andere schoen "Make money smile" erop, met een paarse zool en groene details meegenomen. In plaats daarvan heeft de dader zijn eigen sneakers van Valentino Caravani achtergelaten op plaats delict.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict
Op 18 december 2025 uur kwam ik, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal in/uit bedrijf/kantoor, voor forensisch onderzoek aan te Amsterdam. De volgende sporen en sporendrager werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:
SIN: AATL0077NL
Plaats veiligstellen: DNA-bemonstering tong en hiel, binnenzijde schoen.
SIN: AATL0076NL
Plaats veiligstellen: DNA-bemonstering tong en hiel, binnenzijde schoen.
Sporendrager: 1 paar sportschoenen, Valentino.
Het rapport forensisch DNA-onderzoek van Eurofins van 2 januari 2026
Het proces-verbaal van bevindingen van 16 januari 2026
Op 15 januari 2026 kregen wij, verbalisanten, het verzoek om een paar schoenen in beslag te nemen van een arrestant aldaar: [verdachte] . Ik hoorde collega [A] vragen of de arrestant nog meer spullen bij zich had. Ik zag dat de collega van het arrestantencomplex in een kast keek en daar een paar schoenen uit pakte. Ik zag dat deze schoenen er als volgt uitzagen:- merk: Nike;- model: Air Force 1;- kleur: wit;- details: groene veters, paarse zool, 'Bridge Fund' en 'Make Money Smile' geschilderd op de zijkanten.