ECLI:NL:RBMNE:2026:6799

ECLI:NL:RBMNE:2026:6799

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 12133475 \ AC EXPL 26-570
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amersfoort

Samenvatting

financiële afwikkeling van een dienstverband

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer: 12133475 \ AC EXPL 26-570

Vonnis van 23 september 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [.] ,

tegen

OPTISPORT SOEST B.V.,

gevestigd in Tilburg,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Optisport,

gemachtigde: mr. D.B. Muller.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 25 februari 2026 met producties A tot en met F,- de conclusie van antwoord met 13 producties,

- de akte van 14 augustus 2026 namens [eiser] met een reactie op de conclusie van antwoord en een wijziging van eis.

Op 8 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij was [eiser] aanwezig, vergezeld door zijn vrouw en dochter en bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens Optisport waren aanwezig dhr. [A] ( [functie 1] ) en mevrouw [B] ( [functie 2] ), bijgestaan door de gemachtigde. [eiser] heeft op de mondelinge behandeling, na instemming van Optisport, de in de dagvaarding ook nog genoemde (maar niet bijgevoegde) producties 1 tot en met 19 overgelegd. [eiser] heeft op de mondelinge behandeling ook een aantal vorderingen ingetrokken. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

Deze zaak gaat over de financiële afwikkeling van een dienstverband. [eiser] is van 27 januari 2025 tot en met 31 oktober 2025 bij Optisport in dienst geweest als [functie 3] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Optisport heeft de arbeidsovereenkomst niet verlengd.

[eiser] vordert diverse vergoedingen, vermeerderd met rente en kosten. De vorderingen worden grotendeels afgewezen, omdat Optisport voor dagvaarding al aan haar verplichtingen had voldaan. Optisport is alleen nog € 4,24 aan wettelijke rente verschuldigd over de door haar te laat betaalde transitievergoeding. De door [eiser] gevorderde buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden afgewezen. Door aanspraak te (blijven) maken op diverse vergoedingen, juridische kosten en een immateriële schadevergoeding heeft (de gemachtigde van) [eiser] onnodig kosten gemaakt. [eiser] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. Die kosten worden aan de kant van Optisport begroot volgens het liquidatietarief. Voor een veroordeling van [eiser] in de werkelijke proceskosten aan de kant van Optisport is geen plaats, omdat er niet kan worden geoordeeld dat sprake is van misbruik van procesrecht of het onrechtmatig instellen van een procedure.

3. De beoordeling

[eiser] vordert, na wijziging van zijn eis bij akte en op de mondelinge behandeling, veroordeling van Optisport:

tot verstrekking van een volledige, juiste en controleerbare bruto/netto eindafrekening en specificatie van betalingen, inhoudingen en verrekeningen, voor zover dit nog niet is gedaan;

tot betaling van € 4,24 aan wettelijke rente over de transitievergoeding;

tot betaling van een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten;

tot betaling van een aanvullende schadevergoeding;

tot betaling van de proceskosten.

Bij dagvaarding vorderde de gemachtigde van [eiser] aanvankelijk ook betaling van de aanzegvergoeding en de transitievergoeding. Die vergoedingen waren op dat moment al betaald en de gemachtigde van [eiser] heeft de vorderingen daarom bij akte ingetrokken. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eiser] de algemeen geformuleerde vorderingen tot betaling van rente en wettelijke verhoging ingetrokken.

De resterende vorderingen worden hierna afzonderlijk beoordeeld.

De vordering tot verstrekking van een eindafrekening en specificaties wordt afgewezen

De arbeidsovereenkomst is op 31 oktober 2025 geëindigd. Optisport heeft in november 2025 een eindafrekening opgemaakt en uitbetaald. Uit de specificatie blijkt dat de eindafrekening ziet op de uitbetaling van meeruren en vakantietoeslag en de inhouding van teveel genoten verlofuren. [eiser] heeft niet gesteld dat de eindafrekening niet klopt. Voor het verstrekken van een nieuwe eindafrekening of specificatie is dan ook geen aanleiding. Die vordering wordt afgewezen.

De vordering tot betaling van wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen

Partijen zijn het erover eens dat [eiser] recht had op een transitievergoeding en dat die vergoeding uiterlijk 1 december 2025 betaald had moeten zijn. Optisport heeft de transitievergoeding, na sommatie door (de gemachtigde van) [eiser] , op 23 januari 2026 betaald. Optisport is daarom de wettelijke rente verschuldigd over de transitievergoeding vanaf 1 december 2025 tot 23 januari 2026. Volgens [eiser] komt dit neer op € 4,24. Nu Optisport dit niet heeft weersproken, zal zij tot betaling van dit bedrag worden veroordeeld.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het is de kantonrechter niet geheel duidelijk op welk bedrag [eiser] aanspraak maakt. In de dagvaarding en in de akte wijziging van eis heeft de gemachtigde deze kosten begroot op

€ 250, maar op de mondelinge behandeling heeft zij verklaard dat dát bedrag ziet op de proceskosten. In de dagvaarding wordt daarnaast voor buitengerechtelijke werkzaamheden een bedrag van € 400 gevorderd als onderdeel van de hierna te bespreken aanvullende schadevergoeding. Wat de hoogte is van de vordering kan echter in het midden blijven, omdat [eiser] geen recht heeft op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Dat zal hierna worden toegelicht.

Het versturen van een enkele (eventueel herhaalde) sommatie rechtvaardigt geen vergoeding van buitengerechtelijke kosten. [eiser] heeft ervoor gekozen om Optisport niet eerst zelf te benaderen, maar gelijk een gemachtigde in te schakelen. Zijn gemachtigde heeft Optisport op 23 december 2025 gesommeerd tot betaling van de transitievergoeding, aanzegvergoeding en eindafrekening. De eindafrekening was op dat moment al voldaan. Optisport heeft de verschuldigdheid van de transitievergoeding na ontvangst van de sommatie (en een bewijs van machtiging door [eiser] ) erkend en bij de eerstvolgende salarisronde betaald. Tegen de verschuldigdheid van de aanzegvergoeding is aanvankelijk door Optisport verweer gevoerd, omdat zij [eiser] op 22 september 2025 per e-mail een aanzegging had verstuurd. Toen (de gemachtigde van) [eiser] op 9 januari 2026 de ontvangst van die e-mail betwistte, heeft Optisport ervoor gekozen de verschuldigdheid van de aanzegvergoeding alsnog op 23 januari 2026 te erkennen en toegezegd die in februari 2026 te betalen. Optisport heeft dit ook gedaan, vermeerderd met de wettelijke rente.

Na verzending van twee inhoudelijke sommaties was dus duidelijk dat Optisport zou voldoen aan haar verplichting tot betaling van de transitievergoeding en de aanzegvergoeding met wettelijke rente. Dat het na 9 januari 2026 enige tijd heeft geduurd voordat Optisport reageerde, komt door de vakantie van haar [functie 2] . Optisport heeft de gemachtigde van [eiser] vooraf op de hoogte gesteld van die vakantie. De gemachtigde van [eiser] had dus kunnen weten dat er in die periode niet zou worden gereageerd op de door haar verzonden herinneringen.

In plaats van de toegezegde betalingen af te wachten en Optisport erop te wijzen dat nog wettelijke rente over de transitievergoeding moest worden betaald, heeft de gemachtigde van [eiser] de zaak onnodig laten escaleren. Zij is ten onrechte aanspraak blijven maken op diverse vergoedingen, juridische kosten en een immateriële schadevergoeding. Zij heeft hierdoor onnodig kosten gemaakt. Voor zover zij die kosten bij haar cliënt in rekening heeft gebracht, is dat iets tussen [eiser] en zijn gemachtigde. Die kosten kunnen in ieder geval niet worden verhaald op Optisport.

[eiser] heeft verder gesteld dat hij pas na vele verzoeken de beschikking heeft gekregen over de eindafrekening en loonspecificaties. Optisport heeft echter op de mondelinge behandeling toegelicht dat deze documenten zijn gestuurd naar het bij haar bekende e-mailadres van [eiser] . De kantonrechter stelt vast dat uit de door [eiser] overgelegde e-mail van 24 oktober 2025 (productie E bij dagvaarding) inderdaad blijkt dat hij via e-mail een loonspecificatie over oktober 2025 heeft ontvangen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat andere door Optisport aan [eiser] per e-mail gestuurde documenten niet door [eiser] zijn ontvangen. Vast staat bovendien dat Optisport de documenten ook op eerste verzoek (nogmaals) aan [eiser] en haar gemachtigde heeft toegestuurd. Dat er door (de gemachtigde van) [eiser] in redelijkheid kosten zijn gemaakt om te kunnen controleren of de door Optisport betaalde bedragen juist waren, kan daarom niet worden vastgesteld. Voor toekenning van buitengerechtelijke kosten voor het opvragen van documenten is daarom geen plaats.

De vordering tot betaling van een aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen

[eiser] vordert ook een aanvullende schadevergoeding van € 850. Die schadevergoeding bestaat uit € 300 voor ‘tijdverlies, stress en ongemak voor [eiser] ’, € 150 voor ‘niet genoten opleidingskosten’ en € 400 aan buitengerechtelijke kosten. Hiervoor is al geoordeeld dat [eiser] geen recht heeft op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Maar ook voor toewijzing van de overige posten bestaat geen grond. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom niet.

[eiser] stelt dat Optisport zich bij de afwikkeling van het dienstverband niet als goed werkgever heeft gedragen. Op de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat [eiser] Optisport met name verwijt dat hij niet tijdig op de hoogte is gesteld van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Optisport heeft dit betwist en heeft gesteld dat zij dit al voor (de e-mail van) 22 september 2025 in een gesprek aan [eiser] heeft meegedeeld. Wat hier ook van zij, het niet tijdig aanzeggen van het einde van de arbeidsovereenkomst is niet automatisch reden voor toekenning van een schadevergoeding. Dat er in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die een materiele of immateriële schadevergoeding rechtvaardigen, is niet gebleken. Evenmin is komen vast te staan dat [eiser] schade heeft geleden door de handelwijze van Optisport. Anders dan de gemachtigde van [eiser] heeft gesteld, kan dit in ieder geval niet worden afgeleid uit de op de mondelinge behandeling overgelegde producties. De vordering tot betaling van een aanvullende schadevergoeding wordt dus afgewezen.

[eiser] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure

[eiser] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Optisport maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten. Zij stelt dat [eiser] de procedure ten onrechte en nodeloos is gestart en heeft voortgezet.

Het verzoek van Optisport tot vergoeding van volledige proceskosten wordt afgewezen. Het is vaste rechtspraak dat van volledige vergoeding van proceskosten alleen sprake kan zijn in buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht en het onrechtmatig instellen van een procedure. Deze omstandigheden doen zich hier niet voor. Het stond [eiser] vrij om een procedure te starten. Dat zijn vorderingen grotendeels worden afgewezen, betekent niet zonder meer dat de vorderingen op voorhand evident kansloos waren. Vast staat in ieder geval dat Optisport voorafgaand aan de procedure nog niet volledig aan haar verplichtingen had voldaan. Het nog verschuldigde bedrag aan wettelijke rente is weliswaar zeer gering, maar is ook tijdens deze procedure niet door Optisport aan [eiser] betaald.

De kantonrechter zal de proceskosten van Optisport daarom begroten volgens het liquidatietarief. Daarbij wordt uitgegaan van de bij dagvaarding gevorderde bedragen. De gemachtigde van [eiser] heeft gaandeweg de procedure weliswaar vorderingen ingetrokken, maar Optisport heeft zich wel tegen deze vorderingen moeten verweren. De proceskosten van Optisport worden daarom begroot op € 632,50, bestaande uit € 506 aan salaris gemachtigde (2 punten x € 253) en € 126,50 aan nakosten.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Optisport om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4,24 aan wettelijke rente over de transitievergoeding,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar (bij vervroeging) uitgesproken op 23 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand