ECLI:NL:RBMNE:2026:6794

ECLI:NL:RBMNE:2026:6794

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 04-10-2026
Zaaknummer C/16/615910 / KG ZA 26-495
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Kort geding waaring verwijdering uit het Extern Verwijzingsregister, Incidentenregister en Intern Verwijzingsregister gevorderd wordt. Verdenking van zorgfraude door opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie om tot vergoeding te komen van thuiszorg die zou zijn verleend.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/615910 / KG ZA 26-495

Vonnis in kort geding van 23 september 2026

in de zaak van

1. [eiseres] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen [eiseres] ,2. [eiser],

wonend in [woonplaats] ,

hierna te noemen: [eiser] ,

eisende partijen,

advocaat: mr. D.N. Ebinum,

tegen

ASR BASIS ZIEKTEKOSTENVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd in Utrecht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: ASR,

advocaat: mr. A.H.M. van Noort.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de mondelinge behandeling van 11 september 2026, waarbij door beide partijen spreekaantekeningen zijn overgelegd.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter besloten dat er op of voor 25 september 2026 uitspraak wordt gedaan.

2. De kern van de zaak

[eiseres] en [eiser] worden er door ASR van verdacht dat zij zorg hebben aangevraagd en gedeclareerd voor twee verzekerden die in werkelijkheid niet werd geleverd en waarvoor valse stukken zijn verstrekt. ASR heeft daarom op 29 december 2025 [eiseres] en [eiser] voor 4 jaar geregistreerd in het Extern Verwijzingsregister van de Stichting CIS. [eiseres] en [eiser] zijn in het Incidentenregister en het Intern Verwijzingsregister van ASR geregistreerd voor 8 jaar. [eiseres] en [eiser] willen dat ASR deze registraties verwijdert. De registraties leiden namelijk tot vermogens- en reputatieschade, terwijl zij zijn gebaseerd op een onterechte verdenking van frauduleus handelen. Ook willen zij dat ASR bevolen wordt weer met hen contracten af te sluiten. [eiseres] en [eiser] krijgen in deze procedure geen gelijk, omdat voldoende aannemelijk is dat dat zij zorgfraude hebben geprobeerd te plegen door het opzettelijk niet naar waarheid verstrekken van gegevens. De gevraagde voorlopige voorzieningen worden afgewezen.

3. De beoordeling

Het gaat om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] en [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang hebben. Vervolgens moet in dit kort geding worden beoordeeld of de vorderingen in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is.

Spoedeisend belang

Voor toewijzing van de in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen is het nodig dat [eiseres] en [eiser] daarbij een spoedeisend belang hebben. [eiseres] en [eiser] lijden vermogensschade en reputatieschade omdat andere verzekeraars door de registratie van hun (persoons)gegevens in het Intern Verwijzingsregister (hierna: IVR), het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (hierna: EVR) geen zorgverlening door eisers goedkeuren, geen vergoedingen meer aan eisers uitkeren en dit bovendien aan potentiële cliënten wordt medegedeeld. Zij hebben dus een spoedeisend belang bij hun vorderingen tot verwijdering van deze registraties. Dit geldt ook voor de vordering om ASR te bevelen [eiseres] en [eiser] onmiddellijk in staat te stellen tot het afsluiten van (aanvullende) verzekeringen bij de verzekeraars van ASR en de uitsluiting van vergoedingen in de zin van artikel 35 Wet Marktordening Gezondheidszorg (hierna: Wmg) onmiddellijk op te heffen. Het effect van deze uitsluitingen is dat [eiseres] en [eiser] in hun bedrijfsvoering worden gehinderd doordat zij geen zorg krijgen uitbetaald van ASR en geen cliënten van ASR kunnen aannemen. De enkele omstandigheid dat de registraties hebben plaatsgevonden op 29 december 2025 maakt, anders dan ASR stelt, niet dat op dit moment geen spoedeisend belang meer kan worden aangenomen.

Bij de vordering om ASR te gebieden om de inning van onderzoekskosten te staken hebben [eiseres] en [eiser] geen spoedeisend belang. De gevraagde voorziening heeft betrekking op de incassomaatregelen voor de onderzoekskosten van ASR. [eiseres] en [eiser] hebben niet onderbouwd waarom hun verweer tegen deze vordering niet kan wachten tot een eventuele bodemprocedure, ASR heeft immers geen titel om incasso van deze kosten nu al af te kunnen dwingen. De gevorderde voorziening zal daarom worden afgewezen.

Verwijdering van (persoons)gegevens uit het EVR, het Incidentenregister en het IVR

De voorzieningenrechter is van oordeel dat voorshands voldoende aannemelijk is dat aan de voorwaarden voor opname van de (persoons)gegevens van [eiseres] en [eiser] in het Incidentenregister, EVR en het IVR is voldaan. Op grond hiervan zullen de gevraagde voorzieningen met betrekking tot de verwijdering van de (persoons)gegevens van [eiseres] en [eiser] worden geweigerd. Hieronder zal worden uitgelegd waarom.

Registraties van [eiseres] en [eiser] in het Incidentenregister, EVR en IVR

Het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde EVR zijn externe registers. In het Incidentenregister legt een verzekeraar (persoons)gegevens van een (rechts)persoon vast die betrokken was bij een incident. Dat wil zeggen een gebeurtenis die als gevolg heeft, zou kunnen hebben of heeft gehad dat de belangen, integriteit of veiligheid van de cliënten of medewerkers van een financiële instelling, de financiële instelling of de financiële sector als geheel in het geding (kunnen) zijn. Een verzekeraar kan daarnaast (persoons)gegevens van de (rechts)persoon op te nemen in het EVR. Dat register is toegankelijk voor alle medewerkers van deelnemende financiële instellingen. Voor registratie in het Incidentenregister en het EVR gelden de regels zoals opgenomen in het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (hierna: PIFI). Uit de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Verzekeraars volgt dat persoonsgegevens ook kunnen worden opgenomen in een IVR voor zover die gegevens betrekking hebben op (rechts)personen die een risico vormen voor de veiligheid en/of integriteit van een verzekeraar. Als aan de vereisten van registratie in het EVR en Incidentenregister is voldaan, is daarmee ook voldaan aan de vereisten van registratie in het IVR omdat daarvoor een lichtere toets geldt.

Opname in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde EVR kan verstrekkende gevolgen hebben: deelnemende ondernemingen kunnen door raadpleging van het EVR vaststellen dat sprake is van opname in het Incidentenregister door een andere deelnemer. Deelnemende ondernemingen kunnen ook de reden van opname in het Incidentenregister opvragen. Dit kan ertoe leiden dat niet alleen de verzekeraar die tot opname in het Incidentenregister is overgegaan, maar ook andere deelnemers hun diensten aan de opgenomen persoon zullen weigeren.

Opname van de (persoons)gegevens van [eiseres] en [eiser] in het Incidentenregister en EVR vindt slechts plaats – en is alleen aanvaardbaar – voor zover de opname in overeenstemming is met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en het PIFI. Op grond van het PIFI kan registratie in het EVR kort gezegd plaatsvinden als (1) de gedraging van de betrokken (rechts)personen, [eiseres] en [eiser] in dit geval, een bedreiging vormt of kan vormen voor ASR of de financiële sector, (2) in voldoende mate vaststaat dat [eiseres] en [eiser] betrokken zijn bij de laakbare gedragingen en (3) bij de registratie het proportionaliteitsbeginsel in acht is genomen. Als er geen grond is voor opname in het EVR moeten de persoonsgegevens ook uit het Incidentenregister worden verwijderd. Niet vereist voor opname van (persoons)gegevens in het Incidentenregister en EVR is een veroordeling door de strafrechter: er moet echter wel sprake zijn van concrete feiten en omstandigheden die een zwaardere verdenking opleveren dan een redelijk vermoeden van schuld. Uitgangspunt is verder dat het aan de verzekeraar, ASR, is om te concretiseren en te onderbouwen waarom registratie in het Incidentenregister, EVR en IVR gerechtvaardigd is.

[eiseres] en [eiser] hebben opzettelijk onjuiste informatie verstrekt aan ASR

De voorzieningenrechter oordeelt dat uit het geheel van handelingen van [eiseres] en [eiser] moet worden afgeleid dat zij opzettelijke pogingen hebben gedaan om ASR te bewegen om een onverschuldigde uitkering te doen. Zoals ASR voldoende stelt en onderbouwt, hebben [eiseres] en [eiser] opzettelijk onjuiste informatie verstrekt aan ASR om tot vergoeding te komen van de thuiszorg die zou zijn verleend aan verzekerden door het niet naar waarheid verstrekken van gegevens. Dit blijkt uit de onderstaande omstandigheden en handelingen van [eiseres] en [eiser] en de partner van [eiser] . Zij is de wijkverpleegkundige werkzaam voor [eiseres] die de zorg aan verzekerden zou hebben verstrekt.

De daadwerkelijk verleende zorg kan niet in overeenstemming zijn met de door [eiseres] en [eiser] opgestelde en aan ASR overgelegde zorgrapportages voor de periode van 6 april t/m 6 juli 2024 of het werkrooster dat is verstrekt voor de periode 6 april t/m 30 juni 2024. De zorgrapportages en het werkrooster laten geen enkele variatie in tijd zien. De declaratie van [eiseres] die verzekerden met betrekking tot de maand april 2024 hebben ingediend bij ASR komt zonder uitzondering steeds exact overeen met het aantal minuten in de zorgindicatie. [eiseres] en [eiser] stellen dat de dagelijkse zorg geleverd zou zijn volgens het werkrooster (of dat zelfs meer tijd besteed zou zijn voor de thuiszorg aan verzekerden) omdat de tijdsbesteding vooraf is vastgesteld. Dat thuiszorg inderdaad gedurende drie maanden op deze wijze is verstrekt, is echter volstrekt onaannemelijk. Volgens de dochter van verzekerden heeft verzekerde 2 (vrouw) goede en slechte dagen. Bovendien heeft zij verklaard tijdens het huisbezoek door ASR op 1 augustus 2024 dat er maar één zorgverlener was, de partner van [eiser] , die 7 dagen in de week bij verzekerden kwam, behalve als zij af en toe een keertje vrij was. Dit is in strijd met de regel dat de momenten waarop van de planning wordt afgeweken op een betrouwbare manier moet worden geregistreerd.

De door [eiseres] en [eiser] opgestelde en aan ASR overgelegde zorgrapportages bevatten feitelijke onjuistheden waardoor de zorgvraag van verzekerden met het oog op vergoeding van de thuiszorg is opgeklopt:

Op 20 en 29 mei, 3 en 17 juni 2024 staat vermeld dat verzekerde 1 (man) bij de fysiotherapeut is geweest, terwijl dit niet bij ASR is gedeclareerd en ook niet in het behandelverslag van de betreffende fysiotherapeut is vermeld. Gezien de aanvullende verzekering waaruit fysiotherapiebehandelingen worden vergoed, is het onaannemelijk dat deze behandelingen hebben plaatsgevonden. De betwisting van [eiseres] en [eiser] dat verzekerde 1 zou hebben verteld naar de fysiotherapeut te gaan op die dagen is in dat licht onvoldoende.

Verzekerde 1 zou dagelijkse ondersteuning nodig hebben bij het toedienen van medicatie en pufjes gebruiken voor astmaklachten. Uit de door ASR vergoede medicatie blijkt echter dat verzekerde 1 geen medicatie voor astma gebruikt. Dat in werkelijkheid geen medicatie voor astma wordt gebruikt, is ook bevestigd door de dochter van verzekerden tijdens het huisbezoek. Bovendien blijkt uit de indicatiestelling dat beide verzekerden zelf in staat zijn hun medicatie in te nemen.

In het zorgplan is niet beschreven dat verzekerde 2 hulp nodig heeft bij het om- en afdoen van de brace, maar in de rapportage wordt bijna dagelijks hulp beschreven om de brace in de ochtend om- en in de avond af te doen. [eiseres] en [eiser] hebben uitgelegd dat dit een aanvullende handeling was die vanuit service en cliëntgerichtheid verricht werd voor de ondersteuning in het dagelijks functioneren, maar verzekerde 2 zegt dit zelf te kunnen doen. Als er al hulp voor nodig was geweest, had de reden voor uitvoering moeten worden genoteerd in de zorgrapportages met de omstandigheden of gebeurtenissen die tot bijstelling van de zorg en het zorgplan kunnen leiden.

(4) In de zorgrapportages wordt meerdere keren beschreven dat de dochter bij verzekerden op bezoek komt, terwijl zij bij hen woont en hen regelmatig helpt met zorgtaken. [eiseres] en [eiser] betwisten dit onvoldoende in hun reactie door te stellen dat het een ander kind betrof, terwijl verzekerden verder alleen zonen hebben. De dochter verklaart zelf tijdens het huisbezoek dat zij juist zelf de zorg opving als de partner van [eiser] niet beschikbaar was, bijvoorbeeld tijdens de zomervakantie, en dat zij met het oog hierop instructies van [eiseres] kreeg. Hierdoor is een verkeerde en misleidende voorstelling van zaken gegeven van de daadwerkelijk zorgsituatie van verzekerden.

[eiseres] en [eiser] hebben verschillende pogingen gedaan om hun handelen te verbloemen door achteraf documentatie over te leggen ter beantwoording van kritische vragen van ASR. De zorgovereenkomst met verzekerden is verstrekt door [eiseres] en [eiser] nadat ASR daarom had verzocht. [eiser] zelf schrijft op 1 december 2025 dat de zorgovereenkomst op 6 april 2024 op papier is ondertekend. Dat klopt niet. Verzekerde 2 had al op 23 juni 2025 aan ASR het volgende laten weten “De zorgovereenkomst met [eiseres] is wellicht administratief laat geformaliseerd, maar de zorgverlening begon eerder. [eiseres] heeft die overeenkomst later bevestigd.” Dat [eiser] na verdere vragen van ASR hier later op terugkomt met de mededeling dat de zorgovereenkomst ‘administratief laat is geformaliseerd’ doet hieraan niet af.

Verzekerde 2 heeft op 10 juli 2026 aan ASR laten weten dat zij op 29 juli 2024 de partner van [eiser] had gemachtigd om namens haar telefonisch contact op te nemen met ASR om navraag te doen. De partner van [eiser] heeft op 29 juli 2024 inderdaad telefonisch contact opgenomen met ASR maar zich daarbij expliciet voorgedaan als verzekerde 2, door diens naam te gebruiken als degene die belde (en niet haar eigen naam, als iemand die namens verzekerde 2 belde). [eiseres] en [eiser] hebben hiervoor geen enkele plausibele verklaring gegeven. Niet anders kan worden geoordeeld dan dat het onder valse voorwendselen contact opnemen met ASR tot doel had om uitkering van de thuiszorg die verleend zou zijn, te bespoedigen en dat 2 jaar na dato een machtiging is gemaakt om dit handelen te verbloemen.

Op grond van de bovenstaande omstandigheden en handelingen van [eiseres] en [eiser] is de voorzieningenrechter van oordeel dat in voldoende mate vaststaat dat [eiseres] en [eiser] pogingen hebben gedaan om ASR te bewegen om een onverschuldigde uitkering te doen door opzettelijk onjuiste informatie te verstrekken aan ASR over thuiszorg die zou zijn verleend aan verzekerden. De betwisting van [eiseres] en [eiser] slaagt niet omdat zij onvoldoende hebben aangedragen om tot een mogelijke andere conclusie te kunnen komen. [eiseres] en [eiser] verwijzen ter onderbouwing van hun betwisting onder meer naar de schriftelijke verklaringen van verzekerden van 10 juli 2026 dat zij daadwerkelijk 2 keer per dag thuiszorg hebben ontvangen van [eiseres] in de periode van 6 april 2024 t/m 6 juli 2024. Deze verklaringen leggen onvoldoende gewicht in de schaal, want ASR heeft gesteld en voldoende onderbouwd dat deze verklaringen over de thuiszorg door verzekerden zijn opgesteld tezamen met [eiseres] en [eiser] . Ook stellen [eiseres] en [eiser] dat [eiseres] voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor organisaties in de zorg- en welzijnssector voor het verlenen van persoonlijke verzorging en verpleging door middel van het HKZ (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector) keurmerk. Dit argument overtuigt evenmin. Wijkverpleegkundige zorg moet zorgvuldig, juist, controleerbaar, systematisch en volledig worden vastgelegd en zo ingericht zijn dat een audit-trail mogelijk is met betrekking tot de zorg die door de zorgaanbieder is geleverd. De interne controle dient gebaseerd zijn op een risicoanalyse waarbij gebruik moet worden gemaakt van een controlemix waarvan statistische analyse, cijferbeoordeling en deelwaarnemingen. De bestuurder is hiervoor verantwoordelijk. [eiseres] en [eiser] hebben geen enkele blijk gegeven van het bestaan van interne controle processen op de zorgadministratie, waardoor zij ook niet in staat waren de door ASR gevraagde onderbouwing van de daadwerkelijke geleverde thuiszorg aan verzekerden te verstrekken. Bovendien hebben zij verklaard aan ASR dat [eiser] zich feitelijk weinig met de onderneming bemoeide. Op de zitting heeft [eiser] zelf uitgelegd dat de bedrijfsvoering werd gedaan door de partner van [eiser] die de uren wijkverpleging opnam in de administratie zonder verdere controle van zijn kant.

De registraties zijn proportioneel

Voor de vraag of de registratie gerechtvaardigd is, is ook van belang of is voldaan aan de proportionaliteitstoets. Hierbij gaat het om een afweging van de belangen van beide partijen.

ASR baseert zich op de Checklist Maatregelenbeleid Zorgverzekeraars, waarbij een aantal punten zijn toegekend die indiceren dat opname in het EVR gerechtvaardigd is. Het waarschuwen van andere verzekeraars en financiële instellingen dient zwaar te wegen omdat [eiseres] onverkort actief is in de markt en het Informatie Knooppunt Zorgfraude, een organisatie die signalen van zorgfraude verzamelt, ook een andere melding over [eiseres] heeft ontvangen van de Nederlands Zorgautoriteit. De ernstige hinder in de exploitatie van [eiseres] en de hinder die [eiseres] en [eiser] ondervinden in financiële zaken wegen niet op tegen het maatschappelijk belang van de bestrijding van fraude en de bescherming van zieken en hulpbehoevenden. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat [eiseres] en [eiser] de proportionaliteit van de duur van de registraties in het Incidentenregister, EVR en IVR niet hebben betwist, zodat dat in deze procedure onbesproken kan blijven.

Op grond van het bovenstaande komt de voorzieningenrechter voorshands tot de conclusie dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [eiseres] en [eiser] opzettelijk zorgfraude hebben geprobeerd te plegen door het niet naar waarheid verstrekken van gegevens met het doel om tot een uitkering te komen voor thuiszorg aan verzekerden. ASR heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat dit een bedreiging vormt voor ASR en de continuïteit en integriteit van de financiële sector. Daarom zullen de gevorderde voorlopige voorzieningen ten aanzien van de verwijdering van de (persoons)gegevens van [eiseres] en [eiser] uit het Incidentenregister, EVR en het IVR worden geweigerd.

Afsluiting (aanvullende) verzekeringen en opheffing uitsluiting van vergoedingen

De voorzieningenrechter is van oordeel dat voorshands voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de vorderingen om [eiseres] en [eiser] onmiddellijk in staat te stellen tot het afsluiten van (aanvullende) verzekeringen bij de verzekeraars van ASR zal worden afgewezen. Er zijn namelijk geen beleidsregels of andere gronden op basis waarvan [eiseres] en [eiser] aanspraak kunnen maken op het sluiten van (aanvullende) verzekeringen. Het is de eigen bevoegdheid van ASR en haar verzekeraars om te besluiten om wel of niet een overeenkomst met een zorgaanbieder aan te gaan. Dat er in dit geval omstandigheden zijn waardoor het gebruik van deze eigen bevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en onrechtmatig is, en het principe van contractsvrijheid moet worden doorbroken, hebben [eiseres] en [eiser] niet gesteld. Daarvan is ook niet gebleken in deze procedure. Hetzelfde geldt voor de vordering van [eiseres] en [eiser] om de uitsluiting van [eiseres] van vergoedingen in de zin van artikel 35 Wmg onmiddellijk op te heffen. Daarom zullen de in deze procedure gevorderde voorlopige voorzieningen ten aanzien van beide vorderingen worden geweigerd.

Belangenafweging

Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de voorzieningenrechter de gevraagde voorzieningen zal afwijzen. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel gezien het reële belang van waarschuwing van andere verzekeraars en financiële instellingen en de bescherming van zieken en hulpbehoevenden, die een kwetsbare groep zijn in de Nederlands samenleving.

Proceskosten

[eiseres] en [eiser] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASR worden begroot op:

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.101,00

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

Uitvoerbaar bij voorraad

De voorzieningenrechter verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de voorzieningenrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van [eiseres] en [eiser] af,

veroordeelt [eiseres] en [eiser] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] en [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart de kostenveroordeling in 4.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door rechter mr. H.J. Koning en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand