RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht, kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12018931 \ UC EXPL 25-10099
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
1. [eiseres sub 1] ,
2. [eiser sub 2],
beiden wonend in [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] ,
gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
UNIVERSITY HOUSING UTRECHT B.V.,
gevestigd in Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: University Housing Utrecht,
gemachtigde: mr. A.M. Straver.
1. De procedure
De kantonrechter heeft op 29 juli 2026 een tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis). Op 19 augustus 2026 hebben [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een afschrift van een herstelexploot overgelegd. Daaruit blijkt dat de originele dagvaarding op 14 augustus 2026 (alsnog) aan University Housing Utrecht is betekend. Op 25 augustus 2026 heeft University Housing Utrecht een conclusie van antwoord ingediend. Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat dit vonnis wordt gewezen.
2. De kern van het geschil
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] huurden tot 28 januari 2025 van University Housing Utrecht de zelfstandige huurwoning met het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] (hierna: de woning). Zij willen dat University Housing Utrecht hen de waarborgsom van € 2.700,00 terugbetaalt, die zij aan het begin van de huur hebben betaald. Bij het uitbrengen van de dagvaarding hebben [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een vergissing gemaakt in de partijaanduiding. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter hen de gelegenheid gegeven om een herstelexploot uit te brengen aan de juiste partij, namelijk University Housing Utrecht B.V. in plaats van University Housing B.V. Dat hebben zij gedaan, zodat de onjuiste partijaanduiding kan worden hersteld. University Housing Utrecht heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. De vorderingen van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] worden toegewezen.
3. De verdere beoordeling
De kantonrechter wijst vonnis tegen University Housing Utrecht
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] in de dagvaarding een vergissing hebben gemaakt in de partijaanduiding. Zij hebben Utrecht Housing B.V. gedagvaard, terwijl zij de woning huurden van University Housing Utrecht B.V. De kantonrechter heeft [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] de gelegenheid gegeven om een herstelexploot uit te brengen aan University Housing Utrecht. Dat hebben zij op 14 augustus 2026 gedaan. University Housing Utrecht heeft daarna de gelegenheid gekregen om een conclusie van antwoord in te dienen. Daarvan heeft zij gebruik gemaakt. Zoals uitgelegd in het tussenvonnis, is daarmee aan alle vereisten voldaan om de onjuiste partijaanduiding te herstellen. De kantonrechter wijst dit vonnis daarom tegen University Housing Utrecht B.V. en niet tegen Utrecht Housing B.V.
University Housing Utrecht moet de waarborgsom terugbetalen met rente
University Housing Utrecht heeft in haar conclusie van antwoord geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] . Eerder heeft zij wel tegen [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] gezegd dat zij de waarborgsom niet terug hoefde te betalen, omdat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] volgens haar niet (tijdig) hebben voldaan aan hun uitcheckverplichtingen. Voor zover University Housing Utrecht vasthoudt aan dat verweer, gaat dat niet op. Uit de wet volgt namelijk dat een waarborgsom bij de huur van woonruimte alleen mag worden verrekend met achterstallige huur of schade die de huurder aan het gehuurde heeft veroorzaakt. Zelfs als [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] niet (tijdig) aan de uitcheckverplichtingen hebben voldaan, mocht University Housing Utrecht de waarborgsom dus niet om die reden verrekenen of opeisen.
De conclusie is dat University Housing Utrecht de waarborgsom moet terugbetalen. Uit de wet volgt daarnaast dat zij dat binnen 14 dagen na het einde van de huur had moeten doen, dus uiterlijk op 12 februari 2025. Vanaf 13 februari 2025 was University Housing Utrecht daarom te laat met de terugbetaling (in verzuim) en hadden [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] recht op wettelijke rente. Hun vordering wordt daarom toegewezen zoals gevorderd.
University Housing Utrecht moet € 477,95 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] willen dat University Housing Utrecht hen een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten betaalt van € 477,95, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf dat datum van de dagvaarding. Zij hebben voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het bedrag dat zij vorderen is daarnaast redelijk, omdat dat overeenkomt met het bedrag dat volgt uit de staffel in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden bij een hoofdsom van € 2.700,00. University Housing Utrecht heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering. De vordering wordt daarom toegewezen.
University Housing Utrecht moet de proceskosten van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] betalen
University Housing Utrecht is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
150,98
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
253,00
(1,0 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
787,48
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt University Housing Utrecht om aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] te betalen een bedrag van € 2.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt University Housing Utrecht om aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] te betalen een bedrag van € 477,95 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt University Housing Utrecht in de proceskosten van € 787,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als University Housing Utrecht niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.