RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12170943 \ MC EXPL 26-1819
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: W.J. Uyterlinde,
tegen
[gedaagde] , handelende onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 maart 2026 met producties 1 tot en met 7;- de mondelinge conclusie van antwoord;- de brief van 21 april 2026 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald op 20 augustus 2026.
De zaak is op 20 augustus 2026 bij de kantonrechter besproken. Namens [eiseres] is mr. T.S. Qadri verschenen. Ook [gedaagde] is verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. Dit is geen einduitspraak, maar een tussenuitspraak.
2. De kern van de zaak
[gedaagde] heeft van [eiseres] een ladderlift gehuurd. Daarbij heeft [gedaagde] een schade afkoop en een brand/diefstalregeling afgesloten. De ladderlift is gestolen. [gedaagde] heeft melding van de diefstal bij [eiseres] gedaan en een beroep op de brand-/diefstalregeling gedaan. Volgens [eiseres] kan [gedaagde] geen beroep doen op de brand-/diefstalregeling, omdat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding. [gedaagde] moet de schade voor de ladderlift daarom aan [eiseres] betalen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Ook heeft [gedaagde] vanaf april 2026 de huurtermijnen onbetaald gelaten. [eiseres] wil daarom dat [gedaagde] de schade voor de ladderlift en de openstaande huurtermijnen vanaf april 2026 tot en met augustus 2026, met rente en kosten, betaalt. [gedaagde] is het niet eens met de vordering. Volgens [gedaagde] heeft hij wel voldaan aan de voorwaarden van de brand-/diefstalregeling en komt de schade dus wel voor vergoeding in aanmerking. [gedaagde] heeft daarbij een bewijsaanbod gedaan.
De kantonrechter kan nog geen einduitspraak wijzen. De kantonrechter heeft naar aanleiding van wat op de zitting is besproken nog nadere informatie van [eiseres] nodig. [eiseres] wordt daarom opgedragen die nadere informatie te verstrekken. Daarnaast wordt [gedaagde] toegelaten tot het leveren van bewijs van zijn standpunt dat hij voldaan heeft aan de voorwaarden van de brand-/diefstalregeling. Hierna wordt dit uitgelegd.
3. De feiten
Op 22 september 2023 heeft [gedaagde] van [eiseres] een ladderlift 18m 230V (hierna: de ladderlift) gehuurd voor de duur van één jaar, namelijk van 29 september 2023 tot en met 27 september 2024. Daarbij heeft [gedaagde] een schadeafkoop en een brand-/diefstalregeling afgesloten.
Op de huurovereenkomst zijn de algemene verhuurvoorwaarden en de voorwaarden schadeafkoop en brand-/diefstalregeling van toepassing.
In de algemene verhuurvoorwaarden is het volgende opgenomen:
‘B. Brand-/diefstalregeling
Uitsluitend de bedrijfsmatige huurder kan gebruik maken van de brand-/diefstalregeling (BD). De BD dekt schade ten gevolge van brand of diefstal, met uitzondering van (o.m) schade ten gevolge van opzet of bewuste roekeloosheid, ondeskundig en/of onzorgvuldig gebruik, ongeoorloofd doorverhuur of ter beschikking stelling aan derden, schade aan artikelen van derdenverhuurders, of wanneer de huurder recht op schadevergoeding aan de verzekering kan ontlenen. (…)’
In de voorwaarden schadeafkoop en brand-/diefstalregeling is het volgende opgenomen:
‘B.4. Aanvullende voorwaarden diefstaldekking
Naast de algemene en de specifieke uitsluitingen wordt het verhaalsrecht van de verhuurder in geval van diefstal niet beperkt indien niet aantoonbaar aan alle onderstaande voorwaarden en omstandigheden is voldaan:
a. het gehuurde is buiten werktijden opgeslagen of geplaatst in een afgesloten ruimte of, indien dat fysiek ónmogelijk is, op een beveiligd dan wel op een door middel van degelijk afgesloten hekwerk omheind buitenterrein of bouwplaats:
b. er is sprake van braak aan pand, container, keet of hekwerk. Braak zal slechts worden aangenomen indien er uiterlijk duidelijk waarneembare sporen van braak zijn. Ten aanzien van handgereedschappen, (lichtmast-) aggregaten, compressoren en gedemonteerde steigers en toebéhoren geldt als aanvullende voorwaarde dat verhuurder het verhaal slechts beperkt indien er sprake is van diefstal na braak aan een deugdelijk afgesloten pand of een deugdelijk afgesloten gedeelte van een pand, niet zijnde een container, directie- of werkkeet;
c. machines dienen daar waar mogelijk beveiligd te worden met een slot en mogen uitsluitend tijdens vervoer op een aanhangwagen zijn geplaatst. Sloten dienen aantoonbaar benut te zijn; indien niet alle aan huurder overhandigde sleutels door huurder terstond geretourneerd kunnen worden, wordt huurder geacht niet aan deze voorwaarde te hebben voldaan;
d. aanhangers en andere machines met dissel dienende tot vervoer achter een motorrijtuig, indien niet in een afgesloten pand maar op een omheind buitenterrein geplaatst, dienen ten minste aan onroerend goed vastgeketend te zijn en tevens beveiligd te zijn met een disselslot.’
[gedaagde] heeft de ladderlift geleverd gekregen.
[gedaagde] heeft de ladderlift gestald buiten op het bedrijven-parkeerterrein bij de door hem gehuurde loods aan de [adres] te [plaats] .
Op 18 december 2023 (overdag) is de ladderlift van het bedrijventerrein gestolen.
Op 19 december 2023 heeft [gedaagde] melding van de diefstal bij [eiseres] gedaan.
Op 22 december 2023 heeft de heer [A] (hierna: [A] ) – een collega en toekomstige (zaken)partner van [gedaagde] – aangifte van de diefstal bij de politie gedaan.
De politie heeft van de aangifte een proces-verbaal opgesteld, waarin [A] het volgende heeft verklaard:
‘(…) Op maandag 18 december 2023 omstreeks 6:30 uur kwam ik aan bij een loods die ik huur. Ik huur deze loods om zonnepanelen in op te slaan. Die loods is gevestigd aan
[adres] te [plaats] . De loods bevindt zich in een pand waarin nog meer loodsen
zijn gevestigd. Rondom het pand zijn verschillende parkeerplekken die vanaf de
[straat] te bereiken zijn.
Op een van die parkeerplekken stond een ladderlift, serienummer: [nummer] , die ik via [eiseres] huurde. De ladderlift kan ik als volgt omschrijven: een aanhangwagen waar een uitschuifbare ladder op staat. De ladder kan tot 18 meter uitschuiven. Ik schat dat de ladderlift 35.000 euro waard is. Ik geef u op de kaart aan waar de ladderlift zich bevond. Die kaart kunt u in de bijlagen toevoegen. Omstreeks 7:25 uur diezelfde dag vertrok ik naar een klus. Dat was ook het laatste moment dat ik de ladderlift zag staan. De ladderlift stond op dat moment op slot met een disselslot. Ik wist dat de ladderlift op slot stond omdat ik op vrijdag 15 december 2023 omstreeks 14:30 uur de ladder lift op slot zette.
Op maandag 18 december 2023 omstreeks 17:00 uur kwam ik weer terug bij de loods. Daar
wilde ik mijn bedrijf bus inruilen voor mijn privéauto. Toen ik op de parkeerplaats
van [adres] te [plaats] reed, zag ik dat de ladderlift er niet meer stond.’
Op 19 maart 2024 heeft [eiseres] aan [gedaagde] de schadenota van € 15.640,63 voor de gestolen ladderlift gezonden. [gedaagde] heeft de schadenota niet betaald.
Op 4 april 2024 heeft [eiseres] het aansprakelijkheidsrapport voor de gestolen ladderlift naar [gedaagde] gezonden.
De huurtermijnen vanaf april 2024 tot en met augustus 2024 heeft [gedaagde] niet betaald.
[eiseres] heeft de vorderingen ter incasso aan haar (incasso)gemachtigde Bru Incasso & Gerechtsdeurwaarders (hierna: Bru) overgedragen.
Bru heeft vanaf september 2025 [gedaagde] diverse malen aangemaand.
Op 12 december 2025 heeft [gedaagde] het volgende e-mailbericht naar Bru gezonden, waarin [gedaagde] heeft geschreven:
‘Hierbij maak ik uitdrukkelijk bezwaar tegen de door u geïncasseerde vordering namens [eiseres] B.V.
De vordering is inhoudelijk en juridisch betwist , met name ten aanzien van de volledige toerekening van aansprakelijkheid aan ondergetekende.
De gestelde schade vloeit voort uit een diefstal die aantoonbaar heeft plaatsgevonden tijdens reguliere werktijd , hetgeen blijkt uit beschikbare camerabeelden en het bij de politie opgemaakte proces-verbaal.
De door [eiseres] aangehaalde contractuele bepalingen inzake beveiliging (waaronder artikel B.4 sub d) zijn primair geschreven voor situaties van opslag of onbeheerd achterlaten van materieel. De toepassing van deze bepalingen op een situatie waarin het materieel zich tijdens actieve werkzaamheden bevond, is niet eenduidig en juridisch betwistbaar.
Gelet hierop is sprake van een reëel aansprakelijkheidsdispuut , hetgeen meebrengt dat het treffen van gerechtelijke of executoriale maatregelen voorbarig en disproportioneel is.(…)’
De correspondentie tussen partijen hebben niet geleid tot een oplossing en/of betaling.
Ter zitting heeft [gedaagde] een videofragment getoond van de diefstal van de ladderlift. Op de video is niet te zien op welke wijze de ladderlift was vastgemaakt en afgesloten.
4. De beoordeling
Informatieverstrekking door [eiseres]
In deze procedure vordert [eiseres] betaling van de schadenota van € 15.640,63 en de facturen voor de maandelijkse huur voor de ladderlift en de kosten voor de schadeafkoop en brand-/diefstalregeling. Ook vordert [eiseres] betaling van een contractbreuk boete. Op de zitting heeft [eiseres] haar vorderingen toegelicht. [eiseres] heeft ten aanzien van de gevorderde facturen voor de huur van de ladderlift ter zitting toegelicht dat die facturen zien op de nieuwe ladderlift die aan [gedaagde] ter beschikking is gesteld nadat de eerdere ladderlift was gestolen. Dat is nieuwe informatie voor de kantonrechter. Ook heeft [eiseres] een korte toelichting gegeven op de contractbreuk boete. Het bedrag van € 15.640,63 ziet op de dagwaarde van de gestolen ladderlift.
De kantonrechter heeft naar aanleiding van wat in de dagvaarding is vermeld en wat [eiseres] op de zitting naar voren heeft gebracht behoefte aan nadere informatie en stukken ten aanzien van de vordering van [eiseres] . [eiseres] wordt daarom op de voet van artikel 22 van het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) opgedragen om bij akte de volgende nadere informatie, toelichting en/of stukken in het geding te brengen:
Het volledige dossier ten aanzien van de vordering van [eiseres] op [gedaagde] : namelijk alle gevoerde correspondentie (brieven en e-mails) enerzijds tussen [eiseres] en [gedaagde] en anderzijds Bru en [gedaagde] .
Alle telefoonnotities tussen enerzijds [eiseres] en [gedaagde] en anderzijds tussen Bru en [gedaagde] .
Een onderbouwing en specificatie van de gevorderde dagwaarde van de gestolen ladderlift aan de hand van inkoop, boekwaarde, afschrijvingen.
Een berekening van de gevorderde rente.
Een toelichting op de omruil en/of levering van de nieuwe ladderlift, zoals wanneer de omruil plaats heeft gevonden, hoe de nieuwe ladderlift is geleverd en wie de lift in ontvangst heeft genomen en de stukken ten aanzien van de omruil en/of levering van de nieuwe ladderlift aan [gedaagde] .
Alle correspondentie met betrekking tot de huurachterstand van de nieuwe ladderlift.
Een toelichting op de contractbreuk boete, onder andere met de verwijzing naar de betreffende artikelen in de huurovereenkomst en/of algemene huurvoorwaarden en een berekening van die boete.
De kantonrechter wijst [eiseres] erop dat als [eiseres] niet voldoet aan de voornoemde opdracht de kantonrechter daaraan gevolgen kan verbinden die hem gerade acht.
[gedaagde] zal daarna in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de akte van [eiseres] .
Het bewijsaanbod van [gedaagde]
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid, en, zo de kantonrechter ook ter zitting heeft begrepen, de hoogte van de schadenota (gemotiveerd) betwist. Volgens [gedaagde] heeft hij wel voldaan aan de gestelde voorwaarden van de brand-/diefstalregeling als bedoeld in artikel B4 van de voorwaarden schadeafkoop en brand-/diefstalregeling. Op de zitting heeft [gedaagde] toegelicht dat de ladderlift op het (omheind) buitenterrein was gestald. De ladderlift was, naast dat deze was afgesloten met een disselslot, ook vastgemaakt met een dikke ketting aan een betonnen fundering of paal, die verankerd is in de grond. Hiermee heeft hij voldaan aan de voorwaarden van de brand-/diefstalregeling, zodat de schade voor de gestolen ladderlift voor vergoeding in aanmerking komt. De schadenota van € 15.640,63 hoeft hij daarom niet te betalen. [gedaagde] heeft een bewijsaanbod gedaan voor het doen horen van drie getuigen die kunnen verklaren op welke wijze de ladderlift op slot was gezet en/of was vastgemaakt en aldus is voldaan aan de gestelde voorwaarden van de brand-/diefstalregeling.
De kantonrechter zal het bewijsaanbod van [gedaagde] honoreren. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de stukken, die [eiseres] in het geding heeft gebracht, blijkt niet dat [eiseres] op enig moment bij [gedaagde] heeft geïnformeerd over de wijze waarop [gedaagde] heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden van de brand-/diefstalregeling. Weliswaar heeft [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter uitermate laat het bewijsaanbod gedaan, maar gelet op de gebrekkige correspondentie van [eiseres] daaromtrent, ziet de kantonrechter aanleiding om [gedaagde] alsnog toe te staan tot het leveren van bewijs van zijn stelling dat hij heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden van de brand-/diefstalregeling zodat de schade voor de gestolen ladderlift voor vergoeding in aanmerking komt.
De kantonrechter zal aan [gedaagde] een bewijsopdracht verstrekken overeenkomstig het bepaalde in artikel 150 Rv. [gedaagde] moet daarom de feiten en omstandigheden bewijzen, waaruit blijkt dat hij wel heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden van de brand/diefstalregeling op grond waarvan de schade voor de gestolen ladderlift voor vergoeding in aanmerking komt. [gedaagde] heeft daarvan ook bewijs aangeboden.
Als [gedaagde] slaagt in zijn bewijsopdracht, komt vast te staan dat [gedaagde] heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden van de brand-/diefstalregeling op grond waarvan de schade voor de gestolen ladderlift voor vergoeding in aanmerking komt. [gedaagde] hoeft de schadenota van € 15.640,63, althans het nader vast te stellen bedrag van de schade, in dat geval dan niet te betalen. De vordering van [eiseres] zal dan worden afgewezen.
Als [gedaagde] het bewijs (mede) wenst te leveren door schriftelijke stukken of andere gegevens, moet hij deze afzonderlijk bij akte in het geding brengen.
Als [gedaagde] het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, moet hij dit in de akte vermelden en de verhinderdata opgeven van alle partijen en van de op te roepen getuigen. De kantonrechter zal dan vervolgens een dag en uur voor een getuigenverhoor bepalen. Partijen moeten bij de getuigenverhoren in persoon aanwezig zijn dan wel in het geval van een rechtspersoon door een daartoe schriftelijk gemachtigde medewerker vertegenwoordigd aanwezig zijn. Als een partij zonder gegronde reden niet verschijnt, kan dit nadelige gevolgen voor die partij hebben. De kantonrechter verwacht dat het verhoor per getuige 30 minuten zal duren. Als [gedaagde] verwacht dat het verhoor van een getuige langer zal duren dan de hiervoor vermelde duur, kan dat in de te nemen akte worden vermeld.
De zaak zal worden verwezen naar de rol waar [gedaagde] zich bij akte kan uitlaten over de vraag of en zo ja op welke wijze, hij tot bewijslevering wil overgaan. Als [gedaagde] van bewijslevering afziet, zal de kantonrechter eindvonnis wijzen.
Beslissing op de hoofdsom en de nevenvorderingen wordt aangehouden
In afwachting van de aktes van [eiseres] en [gedaagde] en de bewijslevering door [gedaagde] zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
5. De beslissing
De kantonrechter
Ten aanzien van [gedaagde]
draagt [gedaagde] op tot het leveren van bewijs, van feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan de voorwaarden in artikel B4 van de voorwaarden van de brand-/diefstalregeling in die zin dat de ladderlift was voorzien van een disselslot en (extra) was vastgeketend;
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 21 oktober 2026 om 11.00 uur voor akte uitlaten:
aan de zijde van [gedaagde] voor akte uitlating of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bepaalt dat, als [gedaagde] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
bepaalt dat, als [gedaagde] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden oktober 2026 tot en met maart 2027 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. R.M. Berendsen, in het gerechtsgebouw te Almere, De Diagonaal 37,
Ten aanzien van [eiseres]
aan de zijde van [eiseres] ten aanzien van hetgeen onder rechtsoverweging 4.2 is overwogen;
Ten aanzien van [gedaagde]
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 4 november 2026 om 11.00 uur voor akte uitlaten:
- aan de zijde van [gedaagde] op de akte van [eiseres] ,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.