ECLI:NL:RBMNE:2026:6783

ECLI:NL:RBMNE:2026:6783

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 04-10-2026
Zaaknummer 11990816 \ UC EXPL 25-9618 WMB/61313
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2026:3975

Samenvatting

Eiser is er niet in geslaagd om te bewijzen dat gedaagde een namaakhorloge aan hem heeft gegeven. Ook als dat wel was gelukt had de dwaling en/of non-conformiteit voor zijn rekening moeten blijven.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht, kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11990816 \ UC EXPL 25-9618 WMB/61313

Vonnis van 23 september 2026

in de zaak van

[eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

wonend in [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: L.H.H. van Veen,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. G.F. van den Ende.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 24 juni 2026. Op woensdag 22 juli 2026 heeft [eiser] een akte ingediend met producties. Op 26 augustus 2026 heeft [gedaagde] daarop gereageerd via een akte. Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2. De kern van de zaak

[eiser] en [gedaagde] hebben op 10 september 2025 een overeenkomst gesloten, die inhield dat [gedaagde] een Rolex Submariner (hierna: de Submariner) en € 3.000,00 aan [eiser] zou geven in ruil voor een Rolex Yacht-Master 2021 (hierna: de Yacht-Master). [eiser] zegt dat de Submariner die [gedaagde] aan hem heeft gegeven, nep is. Hij wil daarom dat de kantonrechter de overeenkomst vernietigt en dat [gedaagde] de Yacht-Master teruggeeft, op straffe van een dwangsom. [gedaagde] weigert [eiser] de Yacht-Master terug te geven. Hij ontkent dat de ingeleverde Submariner nep is. In het geval dat hij wordt veroordeeld om de Yacht-Master aan [eiser] terug te geven, wil [gedaagde] dat [eiser] de door hem bijbetaalde € 3.000,00 terugbetaalt. De vorderingen in conventie van [eiser] worden afgewezen, omdat hij niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht. De voorwaardelijke vordering in reconventie van [gedaagde] wordt niet beoordeeld, omdat de voorwaarde niet is vervuld.

3. De beoordeling

in conventie

[eiser] is niet geslaagd in zijn bewijsopdracht

In het tussenvonnis van 24 juni 2026 heeft [eiser] de bewijsopdracht gekregen om aan te tonen (i) dat het horloge geen authentieke Submariner is en (ii) dat [gedaagde] dat horloge aan hem heeft gegeven. Bij zijn akte heeft [eiser] een rapportage van een erkend en geregistreerd taxateur overgelegd van 15 juli 2026. De conclusie van die rapportage is dat de Submariner die [eiser] door de taxateur heeft laten onderzoeken, nep is. [gedaagde] verzet zich tegen die conclusie, omdat uit de foto’s in de rapportage volgens hem niet op te maken is of het horloge inderdaad de afwijkingen heeft die de taxateur benoemd. [gedaagde] heeft dat verweer onvoldoende gemotiveerd. Hij heeft namelijk niet uitgelegd waarom er reden is om aan de bevindingen van de taxateur te twijfelen. De kantonrechter gaat daarom uit van de conclusie van de rapportage en acht het bewezen dat [eiser] een namaak Submariner in zijn bezit heeft.

De conclusie dat [eiser] een namaak Submariner in zijn bezit heeft, is op zichzelf onvoldoende om zijn vorderingen toe te kunnen wijzen. Daarvoor is ook nodig dat vast komt te staan dat [gedaagde] die namaak Submariner aan hem heeft gegeven in plaats van een echte Submariner. Het was daarom aan [eiser] om ook dat tweede punt te bewijzen. Als bewijs voor zijn stelling dat [gedaagde] het namaakhorloge bij hem heeft ingeleverd, heeft [eiser] een ‘Inkoopformulier Gebruikt Horloge – Bedrijf’ overgelegd, waarop de datum van de overdracht (10 september 2025) en een serienummer staan vermeld. [eiser] zegt dat [gedaagde] dat formulier bij de overdracht heeft ondertekend en wijst erop dat het serienummer op het formulier overeenkomt met het serienummer op de meegeleverde doos, de [.] -garantiekaart en het door de deskundige onderzochte horloge. [gedaagde] zegt dat hij dat formulier nog nooit heeft gezien, dat [eiser] dat heeft vervalst en hij daarom aangifte heeft gedaan.

De kantonrechter laat in het midden of [eiser] het formulier heeft vervalst, omdat dat niet uitmaakt voor de beoordeling van de vorderingen van [eiser] . Ook als het formulier wel door [gedaagde] is ingevuld, sluit dat namelijk niet uit dat het ingeleverde horloge na de overdracht op enig moment door iemand is verwisseld met het namaakhorloge waarin hetzelfde serienummer is gegraveerd. [eiser] zegt dat het technisch onmogelijk is dat dergelijke gravures binnen enkele dagen of weken in zijn werkplaats zijn aangebracht en verwijst daarbij naar de verklaring van de deskundige die bij de overdracht aanwezig was. Maar waarom dat volgens hem technisch onmogelijk is, heeft [eiser] niet uitgelegd. Dat blijkt ook niet uit de verklaring van de deskundige. Daar kan de kantonrechter daarom niet zomaar van uitgaan. Daarnaast sluit ook dat niet uit dat een ander dan [eiser] de gravures in het namaakhorloge heeft aangebracht en die met het door [gedaagde] ingeleverde horloge heeft verwisseld.

De conclusie is dat [eiser] er niet in is geslaagd om te bewijzen dat [gedaagde] het namaakhorloge bij hem heeft ingeleverd. Zijn vorderingen om de overeenkomst tussen partijen te vernietigen en om [gedaagde] te veroordelen om de Yacht-Master aan hem af te geven, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag, worden daarom afgewezen.

Ook als [eiser] in zijn bewijsopdracht was geslaagd, zouden zijn vorderingen zijn afgewezen

Als aanvulling op wat hiervoor is besproken, merkt de kantonrechter op dat de vorderingen ook zouden zijn afgewezen als [eiser] wel in zijn bewijsopdracht was geslaagd. Partijen hebben in het tussenvonnis gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de vraag of de deskundige bij de overdracht had moeten zien dat het horloge nep was of daar meer onderzoek naar had moeten doen. Als vast was komen te staan dat [gedaagde] het namaakhorloge aan [eiser] heeft gegeven, is de kantonrechter van oordeel dat de deskundige dat bij de overdracht had kunnen en moeten opmerken en dus steken heeft laten vallen bij zijn onderzoek.

Uit de rapportage blijkt dat het namaakhorloge aan de buitenkant vier afwijkingen heeft waaraan te zien is dat het om een namaakhorloge gaat, namelijk dat de gegraveerde kroon op de rehaut niet loodrecht op de twaalf staat, de vouwsluiting niet geheel strak is gepolijst, de bandaanzet niet strak tussen de lugs zit, en dat de kartelrand van het lunet niet strak zit. Die afwijkingen had de door [eiser] ingeschakelde deskundige voorafgaand aan de overdracht kunnen en moeten vaststellen. Als hij dat had gedaan, had hij daaruit kunnen opmaken dat het horloge nep was of op zijn minst dat het horloge opengemaakt moest worden om zeker te zijn van de echtheid. In ieder geval was dan al voor de overdracht duidelijk geworden dat het om een namaakhorloge ging. Uit de rapportage blijkt namelijk dat de binnenkant van het horloge overduidelijk maakt dat het een namaakhorloge is.

De kantonrechter is daarom van oordeel dat als de namaak-Rolex het horloge is geweest dat [gedaagde] bij [eiser] heeft ingeleverd, de deskundige van [eiser] zijn onderzoek tijdens de overdracht niet deugdelijk heeft uitgevoerd. Zoals al is uitgelegd in het tussenvonnis, zou dat voor rekening van [eiser] als professionele expert en handelaar komen. Ook als vast was komen te staan dat [gedaagde] een namaakhorloge aan hem had gegeven en er sprake was van wederzijdse dwaling, had die dwaling daarom voor rekening van [eiser] moeten blijven. Iets soortgelijks geldt voor het beroep van [eiser] op de non-conformiteit van het namaakhorloge. Daarmee had [eiser] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst redelijkerwijs bekend kunnen zijn, zodat hij zich daarop niet kan beroepen.

[eiser] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

900,00

(2,5 punten × € 360,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.044,00

in reconventie

[gedaagde] heeft een voorwaardelijke vordering in reconventie ingesteld tot terugbetaling van de € 3.000,00 die [gedaagde] aan [eiser] heeft betaald. Omdat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, is niet aan de voorwaarde voldaan en hoeft die vordering verder niet te worden beoordeeld.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vorderingen van [eiser] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.044,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

in reconventie

verstaat dat de voorwaardelijke vordering in reconventie niet hoeft te worden beoordeeld, omdat de voorwaarde daarvan niet is vervuld.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand