Rechtbank MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/605366 / FO RK 26/22
Datum beschikking: 31 augustus 2026
Informele rechtsingang
Beschikking naar aanleiding van de op 2 februari 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader] ,
hierna: de vader,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. L.D. Bankersen,
[de moeder] ,
hierna: de moeder,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. M. Tijseling.
en
mr. K.R. Koopman, de bijzondere curator van [minderjarige] .
1. De procedure
Voor het verloop van de procedure tot 31 augustus 2026 verwijst de rechtbank naar de beschikking van die datum. In die beschikking heeft de rechtbank een bijzondere curator over [minderjarige] benoemd. De rechtbank heeft daarbij de beslissing om al dan niet ambtshalve een beslissing te nemen over de omgang, uitgesteld.
De rechtbank heeft daarna ontvangen:
het rapport van bevindingen van de bijzondere curator van 18 juni 2026 met bijlagen;
de brief van de vader van 3 juli 2026;
het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 9 juli 2026;
de brief van de Raad van 10 augustus 2026.
Op 31 augustus 2026 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld (de zitting). Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, de bijzondere curator en [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2. Feiten
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.
De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij alleen de
belangrijke beslissingen over hem neemt.
[minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 22 juli 2025 heeft de rechtbank de volgende omgangsregeling
vastgesteld:
[minderjarige] verblijft om de week op zondag vanaf 10.00 uur tot 18.00 uur bij de vader;
de overdrachtsmomenten vinden plaats bij de winkel van de moeder in [plaats] . [minderjarige] loopt zelfstandig naar de vader en terug naar de moeder;
[minderjarige] gaat op zondag van 13.00 uur tot 15.00 uur naar de moskee.
Bij beschikking van 9 april 2026 heeft de rechtbank een bijzondere curator over [minderjarige] benoemd.
De rechtbank moet nog bepalen of zij ambtshalve een beslissing neemt naar aanleiding van de wensen van [minderjarige] om de omgangsregeling te wijzigen.
3. Beoordeling
Nog geen beslissing
De rechtbank zal nu nog geen ambtshalve beslissing nemen, maar deze nog twaalf maanden uitstellen in afwachting van de hulpverlening. De rechtbank legt dit hierna uit.
De rechtbank leest in het verslag van de bijzondere curator dat [minderjarige] worstelt met de situatie en dat hij erg teleurgesteld is in de vader. Tussen 2015 en 2024 heeft het contact tussen [minderjarige] en de vader uitsluitend plaatsgevonden via [instelling 1] . Omdat de vader de afspraken destijds niet goed nakwam, voelt [minderjarige] zich afgewezen en is hij het vertrouwen in zijn vader verloren. Hoewel de vader vervolgens in 2024 bij het ouderschapsbemiddelingstraject van [instelling 2] de afspraken wel is nagekomen, is het vertrouwen van [minderjarige] daarmee (nog) niet voldoende hersteld. Dat werd goed duidelijk toen de vader [minderjarige] tijdens de laatste omgang op 29 juni 2025 eerder naar huis bracht vanwege zijn werk. Deze gang van zaken leek voor [minderjarige] weer te bevestigen dat zijn vader hem in de steek kan laten. Uit het verslag blijkt dat [minderjarige] op school een ongelukkige indruk maakt. Dat is zorgelijk. Hetzelfde geldt voor het feit dat [minderjarige] op zo’n jonge leeftijd al aangeeft dat hij zijn vader niet meer wil zien.
Gebleken is dat de vader in het verleden de afspraken een lange periode niet is nagekomen en onvoldoende in het belang van [minderjarige] heeft gehandeld. En ook de moeder heeft een beschadigende rol gespeeld in de situatie. De dingen die de moeder aan [minderjarige] over de vader heeft verteld, hebben bijgedragen aan het negatieve beeld dat [minderjarige] van de vader heeft gevormd. Zo weet [minderjarige] aan de bijzondere curator te vertellen dat hij heeft gehoord over gokken, vreemdgaan, mishandeling en dronken thuiskomen van de vader. De rechtbank vindt het heel kwalijk dat [minderjarige] op de hoogte wordt gebracht van dergelijke belastende zaken, die bovendien in (ver) het verleden liggen. Dit zijn kwesties waar [minderjarige] zich op zijn leeftijd niet mee bezig zou moeten houden en waar hij zelf niet bij betrokken is geweest. Daarnaast volgt uit het rapport van de bijzondere curator dat de moeder de opvoedvaardigheden van de vader in twijfel trekt. Ook dit zal de moeder (onbewust) uitstralen naar [minderjarige] . Dit idee wordt ondersteund door hetgeen kindercoach van [instelling 3] aangeeft. Deze schat in dat [minderjarige] de vader wel mist, maar dat hij bij de moeder thuis niet de ruimte voelt om over deze gevoelens te praten.
Voor de rechtbank is duidelijk dat [minderjarige] in zijn mening ontzettend wordt beïnvloed door de complexe dynamiek tussen beide ouders en dat hij hierin vastzit. Er is sprake van een ernstig loyaliteitsconflict. Het is begrijpelijk dat [minderjarige] daarom op dit moment kiest om loyaal te zijn naar één van de ouders, omdat dat makkelijker is dan in het conflict tussen beide ouders te blijven staan. Omdat het loyaliteitsconflict en de wens van [minderjarige] zijn oorsprong vinden in de problematiek tussen de ouders, is de rechtbank het met de bijzondere curator en de Raad eens dat het belangrijk is dat de ouders eerst zelf aan de slag gaan, voordat een beslissing wordt genomen over de omgang. Hierin is van groot belang dat de moeder leert om een open blik te hebben naar de vader toe, ondanks wat de vader in het verleden verkeerd heeft gedaan. Voor de vader is het belangrijk dat hij accepteert dat hij een kleinere rol in het leven van [minderjarige] heeft dan hij zou willen en dat het leven van [minderjarige] zich voornamelijk afspeelt bij de moeder en haar partner thuis. Pas als de ouders in staat zijn om emotionele toestemming te geven aan [minderjarige] om bij beide ouders te kunnen zijn en onbelast contact te hebben met hen allebei, zal bij [minderjarige] eventueel ruimte ontstaan voor contactherstel met zijn vader.
Tijdens de zitting hebben de ouders aangegeven dat zij bereid zijn om hulpverlening aan te gaan om de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. De moeder zal zich binnen een week na de zitting melden bij het buurtteam van haar gemeente en vervolgens de gegevens van de contactpersoon doorsturen naar de vader, zodat hij zich ook binnen een week kan melden. Het is namelijk belangrijk dat de ouders op korte termijn specialistische jeugdhulp krijgen van [instelling 4] of een andere passende instantie. Vanwege de complexiteit van de situatie, heeft de bijzondere curator geadviseerd om systemische therapie in te zetten. Omdat de ouders al lange tijd geen contact hebben met elkaar en nooit het ouderschap samen hebben vormgegeven, is de rechtbank het echter met de Raad eens dat parallel solo ouderschap waarschijnlijk eerst passender is. De rechtbank merkt op dat het uiteindelijk aan de specialistische jeugdhulpverlening is om na de intake met de ouders in te schatten welke hulpverlening op dit moment het beste is.
De rechtbank verzoekt partijen om de rechtbank uiterlijk 30 juli 2027, of zoveel eerder als nodig, schriftelijk te informeren over het verloop van de hulpverlening.
In de tussentijd: geen omgang
In de tussentijd bepaalt de rechtbank dat de omgangsregeling die in de beschikking van 22 juli 2025 is vastgesteld, het komende jaar niet zal worden uitgevoerd. Komend jaar zal er geen contact zijn tussen de vader en [minderjarige] , tenzij [minderjarige] zelf aangeeft dat hij daar behoefte aan heeft.
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat voor hem duidelijk is dat hij het komende jaar geen contact hoeft te hebben met de vader en dat hij hiertoe niet zal worden gedwongen. [minderjarige] start dit jaar op de middelbare school en kan wel wat rust en ruimte gebruiken om zich daarop te concentreren. Bovendien volgt uit het rapport van de bijzondere curator dat het afdwingen van contact naar verwachting averechts zal werken en de weerstand bij [minderjarige] verder zal vergroten. Daarbij zal er bij [minderjarige] pas ruimte kunnen ontstaan als beide ouders hulpverlening aangaan en zal het verbeteren van de situatie bij de ouders naar verwachting veel tijd in beslag nemen.
In de tussentijd is het belangrijk dat [minderjarige] weet dat de vader aan hem denkt en (op afstand) betrokken blijft. Het staat de vader daarom vrij om op bijzondere momenten via de e-mail van de moeder contact op te nemen met [minderjarige] . De vader kan hem bijvoorbeeld succes wensen of feliciteren met zijn verjaardag. Het is belangrijk dat de vader in zijn berichten geen belastende informatie deelt of vragen stelt aan [minderjarige] , waarmee hij verder in het loyaliteitsconflict raakt. Daarnaast is het belangrijk dat de vader hierin niets van [minderjarige] terugverwacht.
Informatieregeling
Op de zitting is met partijen besproken dat de moeder de vader één keer per vijf weken een e-mail stuurt met een foto van [minderjarige] en relevante informatie, onder meer over:
- de gezondheid en ontwikkeling van [minderjarige] ,
- hoe het met hem gaat op school, en
- zijn vrienden, hobby’s en andere bezigheden.
Volgens de wet is de moeder, als ouder met gezag, verplicht om de vader, de ouder zonder gezag, op de hoogte te houden van belangrijke zaken in het leven van [minderjarige] . Op dit moment gebeurt dit niet. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de vader weet wat er in het leven van [minderjarige] gebeurt. Het zal de vader op termijn bovendien kunnen helpen om beter aansluiting bij [minderjarige] te vinden als er wel weer een vorm van contactherstel plaatsvindt. Omdat de vader geen gezag heeft, is hij volledig afhankelijk van de informatie die hij van de moeder ontvangt. Tijdens de zitting heeft de moeder toegezegd dat zij bereid is om de vader via de mail op de hoogte te houden.
Omdat er geen verzoek voorligt, zal de rechtbank deze beslissing niet opnemen in het dictum van de beschikking. Deze afspraak is wel bindend tussen partijen en de rechtbank verwacht van de moeder dat zij deze afspraak zal nakomen.
Werkzaamheden van de bijzondere curator
Op de zitting is besproken dat de bijzondere curator het komende jaar betrokken blijft, omdat er nog geen definitieve beslissing is genomen over de omgang. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom nog niet ontslaan van haar functie als bijzondere curator over [minderjarige] . Voor de volgende zitting zal de rechtbank de bijzondere curator vragen om opnieuw contact op te nemen met [minderjarige] om zijn wensen in de omgang met de vader te bespreken.
De brief aan [minderjarige]
Tot slot vindt de rechtbank het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige] gelijk met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:
“Beste [minderjarige] ,
In mijn vorige brief heb ik uitgelegd dat er een bijzondere curator met jou en je ouders zou komen praten. Zij heeft daarna een verslag geschreven over jouw wensen en advies gegeven over wat het beste is voor jou.
Nu schrijf ik je weer. Dit keer om uit te leggen wat er daarna is gebeurd en hoe het nu verder gaat. Op 31 augustus 2026 zijn allebei jouw ouders bij de rechtbank geweest voor een zitting. Tijdens de zitting hebben we jouw wensen en het verslag van de bijzondere curator besproken.
Het is voor mij duidelijk dat je in een heel lastige positie zit. Jouw ouders zijn al heel lang uit elkaar, en al die tijd is het tussen hen moeilijk geweest en daar heb jij last van. Voordat ik een beslissing kan nemen over wat er moet gebeuren met de omgang tussen jou en je vader, vind ik het daarom belangrijk dat er eerst iets anders gebeurt. Het is belangrijk dat jouw ouders nu eerst hulp krijgen om de manier waarop zij met elkaar en met jou omgaan op te lossen. Jouw ouders hebben allebei gezegd dat ze graag hulp willen en het komende jaar allebei hard gaan werken, zodat het voor jou fijner wordt. Ik wil het komende jaar daarom afwachten hoe de hulp voor je ouders verloopt en zal bekijken of ik daarna wel een beslissing kan nemen.
Ik vind het belangrijk dat je in de tussentijd niet wordt gedwongen om contact te hebben met je vader als je dat niet wil. Daarom heb ik wel beslist dat er het komende jaar geen vaste contactmomenten komen met je vader. Je hoeft dus niet naar je vader. Hopelijk geeft dat je wat rust en kan jij je concentreren op de middelbare school, nieuwe vrienden maken en leuke dingen doen. Als je wel naar je vader toe wilt dan mag het natuurlijk wel. Dan kun je dat tegen je moeder zeggen en dan zal zij hierover contact opnemen met je vader. Ik heb verder met jouw ouders afgesproken dat jouw moeder je vader af en toe informeert over hoe het met jou gaat en dat het okay is als je vader jou af en toe een kaartje of een email (via het adres van je moeder) wil sturen. Jij hoeft daar niet op te reageren, het mag natuurlijk wel.
Ik kan me voorstellen dat je een beetje teleurgesteld bent omdat ik nu niet meteen heb beslist wat jij mij hebt gevraagd. Misschien denk je dat ik niet goed naar je heb geluisterd. Dat heb ik wel. Ik hoop dat ik je met deze brief heb kunnen uitleggen waarom ik dit nu niet heb gedaan en dat jij begrijpt wat er nu gaat gebeuren. Ik leg het dossier voor nu een tijdje in de kast en hoor over een jaar van je ouders en de bijzondere curator hoe het is gegaan met de hulp. Ik zal jou dan ook weer berichten over wat er daarna gaat gebeuren. Als je vragen hebt of er over wil praten, kan je altijd weer contact opnemen met de bijzondere curator.
Voor nu heel veel succes met het eerste jaar op de middelbare school!”
4. Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat [minderjarige] en de vader tot 31 augustus 2027 geen omgang hebben, tenzij [minderjarige] zelf aangeeft dat hij daar behoefte aan heeft;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing over de omgangsregeling pro forma aan tot 31 augustus 2027;
verzoekt partijen om uiterlijk op 30 juli 2027 de rechtbank te berichten over het verloop en de uitkomst van de hulpverlening.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 11 september 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.