RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
StrafrechtZittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.655926.12 (vordering verlenging tbs)
Datum uitspraak: 14 september 2026
Datum zitting: 14 september 2026
Beslissing over voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging
van de betrokkene
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] (hierna: de betrokkene),
verblijvend bij Stichting Exodus, op het adres [adres 1] , [postcode] [plaats] ,
onder verantwoordelijkheid van het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC)
Mesdag, [adres 2] , [postcode] in [plaats] (hierna: de kliniek).
Advocaat van de betrokkene: mr. A.L. Louwerse (hierna: de advocaat)
Officier van justitie: mr. A. Drogt
1. Terbeschikkingstelling
De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 30 juli 2013 de betrokkene veroordeeld voor doodslag en hem de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging) opgelegd.
De tbs met dwangverpleging is niet in duur gemaximeerd.
De tbs met dwangverpleging is ingegaan op 10 juni 2016.
Bij beslissing van 23 juni 2026 heeft deze rechtbank de tbs-maatregel voor het laatst met een jaar verlengd. Bij dezelfde beslissing heeft de rechtbank de definitieve beslissing over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aangehouden voor maximaal drie maanden om, op verzoek van de verdediging, de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging te onderzoeken.
2. Procedure
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van – onder meer – de volgende stukken:
Zitting
Op de zitting zijn gehoord:
3. Advies
De reclassering
De reclassering adviseert de dwangverpleging niet voorwaardelijk te beëindigen maar deze te laten voortduren. Bij de betrokkene is nog altijd sprake van een stoornis. Het risico op herhaling van delictgedrag is weliswaar laag tot matig, maar de stap naar een woning buiten de kliniek is vooralsnog alleen mogelijk in het kader van tbs met dwangverpleging.
De deskundige van de reclassering heeft het advies op de zitting toegelicht en waar nodig aangevuld.
De kliniek
De deskundige van de kliniek heeft op de zitting verklaard dat het advies van de reclassering in overleg met de kliniek tot stand is gekomen en dat de kliniek het advies van de reclassering ondersteunt.
4. Standpunten
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt ook dat de dwangverpleging van de betrokkene moet voortduren.
Standpunt van de advocaat
De verdediging verzet zich niet tegen voortduring van de dwangverpleging. De betrokkene ziet in dat het kader van de tbs met dwangverpleging nog noodzakelijk is om stappen naar meer zelfstandigheid te kunnen zetten.
5. Beoordeling
De rechtbank heeft bij de verlengingsbeslissing van 23 juni 2026 de termijn van de tbs-maatregel met een jaar verlengd en de definitieve beslissing over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aangehouden voor maximaal drie maanden. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of de dwangverpleging voorwaardelijk moet worden beëindigd.
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkene opnieuw positieve stappen heeft gezet in zijn weg naar meer zelfstandigheid en complimenteert hem daar ook voor.
Gelet op het reclasseringsadvies en de gegeven toelichting hierop op de zitting, oordeelt de rechtbank echter dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging nog onvoldoende kunnen worden gewaarborgd.
De beslissing van de rechtbank om de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging te laten onderzoeken, was mede ingegeven door de verwachting dat er meer mogelijkheden zouden zijn om een passende woonplek voor de betrokkene buiten de kliniek te vinden, als niet langer sprake zou zijn van dwangverpleging.
De praktijk is echter anders gebleken. De betrokkene is inmiddels geplaatst in een zelfstandige studio van Stichting Exodus in Groningen. Stichting Exodus heeft deze studio aan de betrokkene aangeboden in de veronderstelling dat sprake zou zijn van transmuraal verlof en later proefverlof, in het kader van tbs met dwangverpleging. Dit is voor Stichting Exodus van belang, in verband met de gewenste betrokkenheid van de kliniek en het extramurale team van de kliniek. Indien de betrokkene goed functioneert in de zelfstandige studio en het contact met Stichting Exodus is opgebouwd, staat Stichting Exodus alsnog open voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
Niet alleen Stichting Exodus, maar ook de kliniek en de reclassering geven de voorkeur aan het bewandelen van een meer geleidelijke weg naar een voorwaardelijke beëindiging. Op deze manier kan de regiebehandelaar van de kliniek de betrokkene nog langere tijd volgen. De kliniek ziet daarin ook meerwaarde, omdat de betrokkene een man is van weinig woorden. Hij zal dus in daden en gedrag moeten laten zien dat hij daadwerkelijk in staat is voor zichzelf te zorgen in een zelfstandige woonruimte.
De betrokkene had gehoopt dat hij de stap naar voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel al zou kunnen zetten, maar begrijpt dat het daarvoor nog te vroeg is.
De rechtbank laat de dwangverpleging voortduren.
6. Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] bij beslissing van 23 juni 2026 met een jaar is verlengd en bepaalt dat de dwangverpleging voortduurt.
Deze beslissing is genomen door:
mr. R.P. den Otter, voorzitter,
mr. G.M.C. Klink en mr. J.I.M. Kuin, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Raedts, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 september 2026.
Mr. Klink is niet in de gelegenheid deze beslissing mee te ondertekenen.