ECLI:NL:RBMNE:2026:6638

ECLI:NL:RBMNE:2026:6638

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 16.655926.12
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beslissing over voorwaardelijke beëinding tbs-maatregel. De zaak is eerder op grond van art. 6:6:13 lid 6 Sv aangehouden om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel te onderzoeken. De rechtbank bepaalt nu dat de dwangverpleging voortduurt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

StrafrechtZittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.655926.12 (vordering verlenging tbs)

Datum uitspraak: 14 september 2026

Datum zitting: 14 september 2026

Beslissing over voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging

van de betrokkene

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] (hierna: de betrokkene),

verblijvend bij Stichting Exodus, op het adres [adres 1] , [postcode] [plaats] ,

onder verantwoordelijkheid van het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC)

Mesdag, [adres 2] , [postcode] in [plaats] (hierna: de kliniek).

Advocaat van de betrokkene: mr. A.L. Louwerse (hierna: de advocaat)

Officier van justitie: mr. A. Drogt

1. Terbeschikkingstelling

De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 30 juli 2013 de betrokkene veroordeeld voor doodslag en hem de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging) opgelegd.

De tbs met dwangverpleging is niet in duur gemaximeerd.

De tbs met dwangverpleging is ingegaan op 10 juni 2016.

Bij beslissing van 23 juni 2026 heeft deze rechtbank de tbs-maatregel voor het laatst met een jaar verlengd. Bij dezelfde beslissing heeft de rechtbank de definitieve beslissing over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aangehouden voor maximaal drie maanden om, op verzoek van de verdediging, de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging te onderzoeken.

2. Procedure

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van – onder meer – de volgende stukken:

Zitting

Op de zitting zijn gehoord:

3. Advies

De reclassering

De reclassering adviseert de dwangverpleging niet voorwaardelijk te beëindigen maar deze te laten voortduren. Bij de betrokkene is nog altijd sprake van een stoornis. Het risico op herhaling van delictgedrag is weliswaar laag tot matig, maar de stap naar een woning buiten de kliniek is vooralsnog alleen mogelijk in het kader van tbs met dwangverpleging.

De deskundige van de reclassering heeft het advies op de zitting toegelicht en waar nodig aangevuld.

De kliniek

De deskundige van de kliniek heeft op de zitting verklaard dat het advies van de reclassering in overleg met de kliniek tot stand is gekomen en dat de kliniek het advies van de reclassering ondersteunt.

4. Standpunten

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt ook dat de dwangverpleging van de betrokkene moet voortduren.

Standpunt van de advocaat

De verdediging verzet zich niet tegen voortduring van de dwangverpleging. De betrokkene ziet in dat het kader van de tbs met dwangverpleging nog noodzakelijk is om stappen naar meer zelfstandigheid te kunnen zetten.

5. Beoordeling

De rechtbank heeft bij de verlengingsbeslissing van 23 juni 2026 de termijn van de tbs-maatregel met een jaar verlengd en de definitieve beslissing over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aangehouden voor maximaal drie maanden. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of de dwangverpleging voorwaardelijk moet worden beëindigd.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkene opnieuw positieve stappen heeft gezet in zijn weg naar meer zelfstandigheid en complimenteert hem daar ook voor.

Gelet op het reclasseringsadvies en de gegeven toelichting hierop op de zitting, oordeelt de rechtbank echter dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging nog onvoldoende kunnen worden gewaarborgd.

De beslissing van de rechtbank om de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging te laten onderzoeken, was mede ingegeven door de verwachting dat er meer mogelijkheden zouden zijn om een passende woonplek voor de betrokkene buiten de kliniek te vinden, als niet langer sprake zou zijn van dwangverpleging.

De praktijk is echter anders gebleken. De betrokkene is inmiddels geplaatst in een zelfstandige studio van Stichting Exodus in Groningen. Stichting Exodus heeft deze studio aan de betrokkene aangeboden in de veronderstelling dat sprake zou zijn van transmuraal verlof en later proefverlof, in het kader van tbs met dwangverpleging. Dit is voor Stichting Exodus van belang, in verband met de gewenste betrokkenheid van de kliniek en het extramurale team van de kliniek. Indien de betrokkene goed functioneert in de zelfstandige studio en het contact met Stichting Exodus is opgebouwd, staat Stichting Exodus alsnog open voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Niet alleen Stichting Exodus, maar ook de kliniek en de reclassering geven de voorkeur aan het bewandelen van een meer geleidelijke weg naar een voorwaardelijke beëindiging. Op deze manier kan de regiebehandelaar van de kliniek de betrokkene nog langere tijd volgen. De kliniek ziet daarin ook meerwaarde, omdat de betrokkene een man is van weinig woorden. Hij zal dus in daden en gedrag moeten laten zien dat hij daadwerkelijk in staat is voor zichzelf te zorgen in een zelfstandige woonruimte.

De betrokkene had gehoopt dat hij de stap naar voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel al zou kunnen zetten, maar begrijpt dat het daarvoor nog te vroeg is.

De rechtbank laat de dwangverpleging voortduren.

6. Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] bij beslissing van 23 juni 2026 met een jaar is verlengd en bepaalt dat de dwangverpleging voortduurt.

Deze beslissing is genomen door:

mr. R.P. den Otter, voorzitter,

mr. G.M.C. Klink en mr. J.I.M. Kuin, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Raedts, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 september 2026.

Mr. Klink is niet in de gelegenheid deze beslissing mee te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.P. den Otter
  • mr. G.M.C. Klink
  • mr. J.I.M. Kuin

Griffier

  • mr. C.W.M. Raedts

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand