RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12159933 \ UC EXPL 26-2598
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: drs. M.D Brouwer MSc
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HM HOLDING B.V.,
gevestigd in Houten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: HM Holding,
gemachtigde: mr. M.A. Geuze.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 maart 2026 met producties- de conclusie van antwoord met producties- de conclusie van repliek, tevens vermindering van eis- de conclusie van dupliek met productie- de akte uitlating productie.
2. De kern van de zaak
HM Holding is eigenaar van een pand met drie huisnummers en drie gasaansluitingen. Voor één aansluiting was geen energiecontract afgesloten, omdat HM Holding zich er niet van bewust was dat er een derde aansluiting was. De kantonrechter is het eens met Stedin dat Stedin niet had kunnen weten dat die aansluiting op een ander huisnummer was geregistreerd dan het huisnummer waar de meter zich bevond. HM Holding had wel kunnen weten dat er een derde meter, en dus een derde aansluiting was, zodat HM Holding de kosten moet betalen.
3. De feiten en de standpunten van partijen
HM Holding is sinds 2 juni 2025 eigenaar van een pand aan de [straat] in [plaats] , bestaande uit een winkelruimte (de nummers [nummer 1] en [nummer 2] ) en een bovenwoning (nummer [nummer 3] ) waarin vijf kamers zijn verhuurd. In dat pand zijn drie gasaansluitingen aanwezig. Eén voor de winkelruimte, één voor de bovenwoning en één voor een boiler in een van de kamers in de bovenwoning. Voor die laatste aansluiting was van 11 juni 2025 tot 22 april 2026 (dus tot na de dagvaarding) geen contract met een energieleverancier afgesloten. Omdat er inmiddels wel een energiecontract is afgesloten vraagt Stedin niet langer om die aansluiting te mogen afsluiten. Stedin wil wel dat HM Holding wordt veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van deze procedure. HM Holding is het daar niet mee eens. Stedin heeft telkens geschreven dat het ging om een aansluiting op het adres [adres] , terwijl die aansluiting materieel was bestemd voor nummer [nummer 3] . HM Holding was zich er niet van bewust dat er een aparte, derde aansluiting was alleen voor de boiler. Stedin had dit misverstand kunnen ophelderen, aldus HM Holding. HM Holding vraagt daarom om de vordering van Stedin af te wijzen en Stedin te veroordelen in de proceskosten.
4. De beoordeling
Tussen partijen is niet in geschil dat de aansluiting waarvoor geen energiecontract was afgesloten was geregistreerd op huisnummer [nummer 1] . Stedin heeft voldoende onderbouwd dat zij niet kon weten dat die aansluiting feitelijk werd gebruikt voor een boiler op nummer [nummer 3] . De aansluiting was geregistreerd op huisnummer [nummer 1] en dat is door HM Holding of de vorige eigenaar niet gewijzigd. Dat HM Holding dit ook niet wist, kan Stedin niet worden verweten. Bovendien had HM Holding het naar het oordeel van de kantonrechter wel kunnen weten. HM Holding schrijft immers zelf dat de meter van de aansluiting die hoort bij de boiler zich op nummer [nummer 3] bevindt. Daar moeten dus twee meters zijn geweest, waardoor HM Holding had kunnen weten dat er in het pand niet twee, maar drie aansluitingen aanwezig waren.
Dat betekent dat Stedin HM Holding niet ten onrechte heeft aangemaand en gedagvaard, zodat HM Holding de incassokosten van € 75,00 en de proceskosten moet betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
128,65
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
485,15
De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen in hoger beroep gaat, totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt HM Holding tot betaling van € 75,00,
veroordeelt HM Holding in de proceskosten van € 485,15, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als HM Holding niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.