ECLI:NL:RBMNE:2026:6616

ECLI:NL:RBMNE:2026:6616

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 27-09-2026
Zaaknummer C/16/591907 / HA ZA 25-216
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

niet geslaagd in bewijsopdracht

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: C/16/591907 / HA ZA 25-216

Vonnis van 16 september 2026

in de zaak van

ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd in Zwolle,

eisende partij,

hierna te noemen: ABN AMRO,

advocaat: mr. R. Dijkema,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. G. Boot.

1. De procedure

De rechtbank heeft na het tussenvonnis van 11 maart 2026 de volgende stukken ontvangen:

- de akte van ABN AMRO- de akte van [gedaagde] .

Daarna is een datum voor getuigenverhoor ingepland. ABN AMRO heeft voorafgaand aan het getuigenverhoor laten weten dat zij afziet van het getuigenverhoor. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat een vonnis zal worden gewezen. Omdat de rechter onder wiens leiding de mondelinge behandeling plaatsvond inmiddels niet meer werkzaam was bij de afdeling Civiel van de rechtbank, is aan partijen verzocht of zij een nieuwe mondelinge behandeling wensten. Van die mogelijkheid hebben zij afgezien. Daarna is opnieuw bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. De verdere beoordeling

De vordering wordt afgewezen. In het tussenvonnis heeft de rechtbank geschreven dat vooralsnog de feiten en omstandigheden waaruit volgens ABN AMRO volgt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade, niet zijn komen vast te staan. Om die reden is ABN AMRO in de gelegenheid gesteld om nader bewijs te leveren van de feiten en omstandigheden die zij ten grondslag heeft gelegd aan haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door ABN AMRO vergoede schade. ABN AMRO heeft vervolgens bij akte laten weten dat zij bewijs wenst te leveren door het horen van getuigen, maar zij heeft vlak voor het getuigenverhoor afgezien van het horen van de getuigen. Verder heeft zij in haar akte een brief/mail van mr. Boot van 20 mei 2024 en de reactie daarop van de incassogemachtigde van ABN AMRO van 9 juli 2024 in het geding gebracht, maar zij heeft geen toelichting op die stukken gegeven. ABN AMRO is daarom niet geslaagd in het bewijs van haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval op 14 december 2021.

ABN AMRO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht

€

90,00

- salaris advocaat

€

1.672,00

(2 punten × € 836,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.951,00

3. De beslissing

De rechtbank

wijst de vordering van ABN AMRO af,

veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten van € 1.951,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als ABN AMRO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

28934

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand