RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/613516 / HA ZA 26-316
Vonnis in incident van 16 september 2026
in de zaak van
1. [eiser sub 1] ,
te [plaats] ,2. [eiser sub 2],
te [plaats] ,
eisende partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [eisers c.s] ,
advocaat: mr. D.J. Posthuma,
tegen
1. [gedaagde sub 1] ,
te [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats] ,3. [gedaagde sub 3],
te [plaats] ,4. [gedaagde sub 4],
te [plaats] ,5. [gedaagde sub 5],
te [plaats] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [gedaagden c.s] ,
advocaat: mr. M. van Stigt Thans.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 34,
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 4,
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De kern van de zaak
Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten waarbij [gedaagde sub 1] verbouwingswerkzaamheden heeft uitgevoerd in opdracht van [eisers c.s] Volgens [eisers c.s] is [gedaagde sub 1] tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst en daarom moeten [gedaagden c.s] de door [eisers c.s] geleden schade vergoeden. Voor het geval de rechtbank de vorderingen van [eisers c.s] (gedeeltelijk) toewijst, willen [gedaagden c.s] de door haar ingeschakelde onderaannemers in vrijwaring oproepen. De rechtbank wijst dit verzoek toe.
3. De achtergrond van de zaak
In december 2024 hebben [eisers c.s] de woning aan de [adres] te [plaats] , gemeente Harderwijk (hierna: de woning) geleverd gekregen. Zij wilden de woning (laten) verbouwen. De heer [A] is via [B] in contact gekomen met aannemer de heer [gedaagde sub 2] van [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 1] is een V.O.F. Naast [gedaagde sub 2] zijn ook zijn zonen, [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] vennoten.
Op 31 januari 2025 hebben [eisers c.s] en [gedaagde sub 1] een aannemingsovereenkomst gesloten. [eisers c.s] stellen dat [gedaagde sub 1] tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. [eisers c.s] voeren hiertoe aan dat de overeengekomen opleverdatum van 1 augustus 2025 niet is gehaald door [gedaagde sub 1] en dat de werkzaamheden die [gedaagde sub 1] heeft verricht niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Volgens [eisers c.s] moeten [gedaagden c.s] de door hen geleden schade als gevolg daarvan vergoeden, waaronder de kosten van herstel van het ondeugdelijk uitgevoerde werk, de kosten van voltooiing van het werk, de vertragingsschade en de kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid.
[gedaagden c.s] hebben voor het voeren van verweer tegen de vorderingen van [eisers c.s] in de hoofdzaak en incidentele conclusie houdende het verzoek tot oproeping in vrijwaring ingediend voor het geval de vorderingen van [eisers c.s] in de hoofdzaak (gedeeltelijk) worden toegewezen.
4. De beoordeling in het incident
[gedaagden c.s] vorderen toestemming om [bedrijf] . (hierna: [bedrijf] ) en de heer [B] h.o.d.n. [handelsnaam] (hierna: [B] ) in vrijwaring te mogen oproepen. [gedaagden c.s] voeren hiertoe aan dat [gedaagde sub 1] diverse onderaannemers heeft ingezet, waaronder [bedrijf] en [B] . Deze twee onderaannemers voerden volgens [gedaagden c.s] het grootste gedeelte van de constructieve- en timmerwerkzaamheden uit. Het gebruik door [gedaagde sub 1] van deze onderaannemers is ook vastgelegd in artikel 12.2 van de tussen partijen in de hoofdzaak gesloten aannemingsovereenkomst. [bedrijf] en [B] zijn volgens [gedaagden c.s] verantwoordelijk voor de eventuele gebreken in de werkzaamheden die zij op grond van de onderaannemingsovereenkomst met [gedaagde sub 1] hebben uitgevoerd.
[eisers c.s] hebben geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en laten de beslissing aan het oordeel van de rechtbank over.
De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring zal worden toegewezen, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, omdat in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd.
5. De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat toe dat [bedrijf] . en de heer [B] h.o.d.n. [handelsnaam] door [gedaagden c.s] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van woensdag 14 oktober 2026 om 10:00 uur,
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 14 oktober 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagden c.s] ,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
LMT 5629