RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/616804 / FV RK 26-2164
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij het [zorginstelling] in [plaats] ,
advocaat: mr. J.J.J.L. Maalsté.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 26 augustus 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A.] , psychiater;
- [B.] , echtgenoot.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij het [zorginstelling] in [plaats] . De burgemeester van Utrecht heeft de crisismaatregel op 25 augustus 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft een psychose, mogelijk gedeeltelijk geïnduceerd door middelengebruik. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 25 augustus 2026.
Hoewel de advocaat primair pleit voor afwijzing van het verzoek vanwege voldoende vrijwilligheid, oordeelt de rechtbank anders. Uit de toelichting van de psychiater blijkt dat er nog veel onduidelijk is en dat het beschreven gedrag momenteel niet (meer) wordt waargenomen op de afdeling. Betrokkene is goed in contact en geeft ook aan dat zij de opname als prettig ervaart vanwege de rust. Hierin hoort de rechtbank enige vrijwilligheid dan wel bereidheid. Aan de andere kant blijkt uit de uitleg van betrokkene dat er onvoldoende inzicht en besef is over de ernst van de situatie. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verplichte zorg nodig is om de verdere behandeling te kunnen voortzetten.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de duur van het verzoek te beperken tot maximaal één week. De rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding en zal het verzoek toewijzen voor de verzochte duur van drie weken. De psychiater heeft uitgelegd dat er nog veel onduidelijk is qua diagnostiek. Dat heeft tijd nodig. Gelet hierop acht de rechtbank het niet passend om de duur te beperken.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026 door B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.