ECLI:NL:RBMNE:2026:6559

ECLI:NL:RBMNE:2026:6559

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer 12339288 \ MV EXPL 26-112 JD/51246
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Kort geding. Huurovereenkomst is door opzegging geëindigd. Ontruiming toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

Zaaknummer: 12339288 \ MV EXPL 26-112 JD/51246

Vonnis in kort geding van 14 september 2026

in de zaak van

de stichting

WONINGSTICHTING GOEDESTEDE,

gevestigd in Almere,

eisende partij,

hierna te noemen: GoedeStede,

gemachtigde: mr. L. Wanders,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZEKER FINANCIËLE ZORGVERLENING B.V.,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde],

gevestigd in Almere,

gedaagde partij,

hierna ook te noemen: de bewindvoerder,

gemachtigde: mr. T.E. van der Bent.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 augustus 2026 met 16 producties;

- de aanvullende productie 17 van GoedeStede;- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026.

Tijdens de zitting op 31 augustus 2026 was namens GoedeStede mevrouw [A] , [functie] , aanwezig. Zij werd bijgestaan door mr. Wanders. Namens de bewindvoerder waren mevrouw [B] , bewindvoerder, en mevrouw [C] , assistent-bewindvoerder, aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. Van der Bent.

Vlak vóór de zitting heeft de voorzieningenrechter een e-mail ontvangen van [onderbewindgestelde] . In de e-mail vraagt [onderbewindgestelde] om de zitting uit te stellen. De voorzieningenrechter heeft deze e-mail aan het begin van de zitting met GoedeStede en de bewindvoerder besproken. De bewindvoerder heeft toen aangegeven dat zij geen uitstelverzoek wil indienen. Omdat de bewindvoerder de procespartij is (en niet [onderbewindgestelde] zelf), heeft de voorzieningenrechter de email van [onderbewindgestelde] buiten beschouwing gelaten. De zitting is doorgegaan. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.

2. De kern van de zaak

[onderbewindgestelde] huurde van GoedeStede de woning met toebehoren aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning). De huurovereenkomst is geëindigd, maar de bewindvoerder (of eigenlijk: [onderbewindgestelde] ) heeft de woning nog niet opgeleverd. Daarom eist GoedeStede dat de bewindvoerder de woning moet ontruimen. GoedeStede eist ook dat de bewindvoerder tot de dag van daadwerkelijke ontruiming een gebruiksvergoeding moet betalen. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen toe.

3. De beoordeling

GoedeStede heeft een spoedeisend belang

In dit kort geding moet de voorzieningenrechter allereerst beoordelen of GoedeStede een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als een onmiddellijke voorziening nodig is en van GoedeStede niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Bij de beoordeling moet de voorzieningenrechter de belangen van beide partijen afwegen.

De voorzieningenrechter vindt dat GoedeStede een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming. Partijen zijn het erover eens dat de huurovereenkomst is geëindigd en dat [onderbewindgestelde] zonder recht of titel in de woning woont. Zolang de woning niet is ontruimd, kan GoedeStede niet over haar eigendom beschikken. Van GoedeStede kan daarom niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarbij weegt de voorzieningenrechter ook mee dat het om een sociale huurwoning gaat waarvoor lange wachtlijsten bestaan. GoedeStede moet zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de vraag of de woning weer beschikbaar komt, zodat zij de woning aan een woningzoekende kan verhuren. Deze belangen van GoedeStede wegen zwaarder dan het belang van [onderbewindgestelde] om langer in de woning te kunnen blijven, zeker omdat [onderbewindgestelde] onderdak heeft bij haar partner in Tilburg.

De voorzieningenrechter vindt dat GoedeStede ook een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde gebruiksvergoeding. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat:

de bewindvoerder geen verweer voert tegen de gebruiksvergoeding;

het om proceseconomische redenen beter voor de bewindvoerder (of eigenlijk: [onderbewindgestelde] ) is dat de voorzieningenrechter nu ook direct een beslissing neemt over de gebruiksvergoeding, en;

GoedeStede het bedrag aan gebruiksvergoeding aan de bewindvoerder kan terugbetalen als GoedeStede in een bodemprocedure toch ongelijk zou krijgen. Het restitutierisico is dus laag.

Wat de voorzieningenrechter in dit kort geding toetst

De voorzieningenrechter moet in dit kort geding beoordelen of het in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vorderingen van GoedeStede in een bodemprocedure zal toewijzen. In dit vonnis in kort geding geeft de voorzieningenrechter alleen een voorlopig oordeel.

De bewindvoerder moet de woning ontruimen

Volgens GoedeStede is [onderbewindgestelde] tijdens de huurovereenkomst om meerdere redenen haar verplichtingen niet (goed) nagekomen. Vanaf augustus 2024 heeft GoedeStede meldingen ontvangen dat de woning ernstig was vervuild en dat sprake was van ernstige stankoverlast. Daarnaast ontving GoedeStede vanaf februari 2025 meldingen over geluidsoverlast en andere overlast door (bezoekers van) [onderbewindgestelde] . Vanwege deze problemen heeft GoedeStede [onderbewindgestelde] een gedragsaanwijzing opgelegd. De gedragsaanwijzing is op 15 mei 2025 met één jaar verlengd. In of rond oktober 2025 deed zich een nieuw probleem voor. GoedeStede zegt dat zij vanaf die maand steeds meer aanwijzingen ontving dat [onderbewindgestelde] haar hoofdverblijf niet langer in de woning heeft en dat zij veel bij haar partner in Tilburg verblijft. Volgens GoedeStede heeft [onderbewindgestelde] ondertussen zonder toestemming derden in de woning laten verblijven.

Uiteindelijk heeft de bewindvoerder de huurovereenkomst met instemming van [onderbewindgestelde] opgezegd per 13 juli 2026. [onderbewindgestelde] moest de woning uiterlijk op die dag verlaten en leeg aan GoedeStede opleveren. Dat heeft zij niet gedaan. GoedeStede heeft [onderbewindgestelde] vervolgens meerdere keren uitstel voor de eindinspectie en de oplevering gegeven, maar ook dat heeft er niet toe geleid dat [onderbewindgestelde] de woning heeft ontruimd. Daarom is GoedeStede deze procedure gestart.

Omdat de huurovereenkomst is geëindigd, moet de bewindvoerder de woning weer ter beschikking van GoedeStede stellen. Die verplichting volgt uit artikel 7:224 van het Burgerlijk Wetboek. De bewindvoerder (of eigenlijk: [onderbewindgestelde] ) moet de woning dus ontruimen en leeg aan GoedeStede opleveren. Daar is de bewindvoerder het zelf ook mee eens. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de bodemrechter de vordering tot ontruiming zal toewijzen. Daarom wijst de voorzieningenrechter de vordering in dit kort geding toe.

De bewindvoerder krijgt veertien dagen de tijd om de woning te ontruimen. Die termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan haar is betekend. Tijdens de zitting is besproken dat [onderbewindgestelde] onlangs geopereerd is. GoedeStede heeft aangegeven dat zij bereid is om bij de uitvoering van dit vonnis een langere ontruimingstermijn aan te houden als uit medische informatie blijkt dat [onderbewindgestelde] nog niet voldoende hersteld is om de woning binnen veertien dagen na betekening te ontruimen.

De bewindvoerder moet de gebruiksvergoeding betalen

Omdat de huurovereenkomst is geëindigd maar de woning nog niet is opgeleverd, is de bewindvoerder een gebruiksvergoeding verschuldigd. De gebruiksvergoeding is € 685,67 per maand. Dat is hetzelfde bedrag als de huurprijs die vóór het einde van de huurovereenkomst gold. De bewindvoerder moet de gebruiksvergoeding betalen vanaf 14 juli 2026 tot de dag van de daadwerkelijke ontruiming.

De bewindvoerder moet de proceskosten betalen

Omdat [onderbewindgestelde] de woning niet vrijwillig heeft verlaten, is GoedeStede terecht deze procedure gestart. De bewindvoerder moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van GoedeStede worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

151,94

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.011,94

De voorzieningenrechter wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals vermeld in de beslissing.

De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad

Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat GoedeStede het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als de bewindvoerder niet aan het vonnis voldoet. De bewindvoerder kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van de bewindvoerder (of eigenlijk de belangen van [onderbewindgestelde] ) om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van GoedeStede om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van GoedeStede zwaarder wegen dan de belangen van [onderbewindgestelde] . Daarbij weegt de kantonrechter mee dat [onderbewindgestelde] geen huurrecht meer heeft, dat het volgens GoedeStede en de bewindvoerder juist in het belang van [onderbewindgestelde] lijkt te zijn dat de woning wordt ontruimd en dat GoedeStede zo snel mogelijk weer over de woning moet kunnen beschikken. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis:

de woning aan de [adres] in [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van GoedeStede zijn;

de woning leeg en bezemschoon aan GoedeStede ter beschikking te stellen;

de sleutels aan GoedeStede af te geven;

met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken of te (laten) gebruiken;

veroordeelt de bewindvoerder om een gebruiksvergoeding van € 685,67 per maand te betalen vanaf 14 juli 2026 tot de dag waarop de woning daadwerkelijk is ontruimd en aan GoedeStede ter beschikking is gesteld;

veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.011,94, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;

veroordeelt de bewindvoerder om de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten te betalen als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.W. Nederveen en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand