RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummers: C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging van de ondertoezichtstelling)
Datum uitspraak: 25 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en een verlenging van de ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. A.H.H. Nauta.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter heeft bij beschikking van 13 augustus 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 augustus 2026 tot 27 augustus 2026 en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 27 augustus 2026. De behandeling van de verzoeken voor het overige is aangehouden (uitgesteld). De kinderrechter moet nog beslissen op dit deel van de verzoeken, te weten de machtiging gesloten jeugdhulp van 27 augustus 2026 tot 13 februari 2026 en de verlenging van de ondertoezichtstelling van 27 augustus 2026 tot 14 september 2026.
De kinderrechter heeft daarna in beide zaken geen aanvullende stukken meer ontvangen.
De kinderrechter heeft de verzoeken gezamenlijk behandeld op de zitting met gesloten deuren van 25 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
mr. E. Lucas, waarnemend advocaat van [minderjarige] ;
de vader;
- de moeder;
[A.] namens de GI;
[B.] , namens de gemeente [gemeente] .
[minderjarige] zelf is niet verschenen. Zijn (waarnemend) advocaat heeft tijdens de zitting zijn mening naar voren gebracht.
Voor de vaststaande feiten en het verdere verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 13 augustus 2026.
2. De standpunten
De GI
Uit de stukken van de GI en dat wat op de zitting is verteld, blijkt dat de GI de hulpverlening wil overdragen aan het vrijwillig kader. Hierover is ook al gesproken met de gemeente [gemeente] . Volgens de GI zijn er in deze situatie twee mogelijkheden om de machtiging gesloten jeugdhulp binnen het vrijwillig kader te realiseren. De eerste mogelijkheid is dat de GI met een mandaat vanuit de gemeente [gemeente] de machtiging gesloten jeugdhulp zal verzoeken. De andere optie is om de huidige ondertoezichtstelling te laten verlopen, waarna het College van de gemeente [gemeente] zelf een verzoek zal indienen. Deze laatste optie heeft twee nadelen. Enerzijds is de plek op de gesloten groep waar [minderjarige] verblijft dan niet meer beschikbaar door de tussenliggende periode zonder machtiging gesloten jeugdhulp. Anderzijds stelt de gemeente, volgens de GI, dat zij nog niet betrokken genoeg is bij [minderjarige] om een dergelijk verzoek in te dienen. Tot slot heeft de GI naar voren gebracht dat de plek die voor [minderjarige] bezet zal worden gehouden bij [instelling] zal verdwijnen wanneer er een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp zal worden verleend. Deze plek is namelijk onderdeel van een gesloten behandelgroep, waar geen voorwaardelijke machtiging voor kan worden verleend. Een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is daarom niet in het belang van [minderjarige] .
De ouders
De moeder heeft verteld dat zij graag de overstap zou maken naar het vrijwillig kader. De betrokkenheid van de GI is geen meerwaarde voor haar en ze ondersteunen haar niet. Bovendien heeft de moeder meermaals gehoord dat er, naast de machtiging gesloten jeugdhulp, geen gronden meer voor een ondertoezichtstelling bestaan. De groep waar [minderjarige] heeft gewoond, is een goede plek voor hem. Hij heeft namelijk een grote verhuizing meegemaakt en vanwege zijn gehechtheidsproblematiek is het niet wenselijk om telkens van crisisplek te moeten wisselen. [instelling] is bereid om de plek op deze groep voor [minderjarige] bezet te houden. Daarom is in samenspraak met de gemeente [gemeente] besloten om de machtiging gesloten jeugdhulp binnen het vrijwillig te verzoeken. De voorkeur is om deze machtiging voor een langere termijn te verlenen, zodat voorkomen wordt dat de moeder en de vader zich steeds moeten verantwoorden waarom [minderjarige] in het vrijwillig kader op een gesloten groep moet wonen.
[minderjarige]
De (waarnemend) advocaat van [minderjarige] heeft een aantal praktische bezwaren geuit. Allereerst is het ingewikkeld om een machtiging gesloten jeugdhulp zonder ondertoezichtstelling te verlenen. Daarnaast is het de vraag wat de juridische hobbels zijn als [minderjarige] thuis woont en de machtiging gedurende een aantal maanden niet gebruikt wordt, is die machtiging dan nog wel te gebruiken. Tot slot heeft de advocaat zich afgevraagd of [instelling] bereid is om de plek voor [minderjarige] bezet te houden, wanneer hij er niet (altijd) woont.
3. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot en met 9 september 2026 en het overige deel van het verzoek afwijzen. Ook is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. Daarom zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verlenen tot en met 9 september 2026 en het resterende deel van het verzoek aanhouden. Hierna wordt uitgelegd waarom de kinderrechter deze beslissing zal nemen.
Zoals blijkt uit de beschikking van 13 augustus 2026, hebben [minderjarige] en zijn ouders de afgelopen periode positieve stappen gezet, maar is de situatie tijdens zijn thuisplaatsing dusdanig geëscaleerd dat [minderjarige] weer met spoed naar de gesloten groep moest gaan. [minderjarige] heeft dus nog een grote behoefte aan de structuur en duidelijkheid die er op de gesloten groep voor hem is. De kinderrechter ziet daarom de noodzaak voor een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] .
Tijdens de zitting is gebleken dat de vader en de moeder de voorkeur hebben voor een machtiging gesloten jeugdhulp binnen het vrijwillig kader. De ondertoezichtstelling heeft voor hen geen meerwaarde gehad en de ouders hebben een goede samenwerking met de gemeente [gemeente] . Ook zijn er volgens hen, naast de machtiging gesloten jeugdhulp, geen gronden meer voor het verlengen van de ondertoezichtstelling.
In principe is het mogelijk om een machtiging gesloten jeugdhulp binnen het vrijwillig kader te verlenen. De kinderrechter kan namelijk op verzoek van het college (van burgemeester en wethouders) van de gemeente een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen. Hiervoor moet degene die de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige is diens toestemming verlenen. In het geval van [minderjarige] zijn dat zijn de vader en de moeder.
In deze zaak heeft de GI verzocht de machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. Deze machtiging kan alleen op het verzoek van de GI worden verleend wanneer er sprake is van een lopende ondertoezichtstelling. De GI heeft daarom ook verzocht om de ondertoezichtstelling te verlengen – weliswaar voor een kortere duur van een maand. De gemeente zou dan na het aflopen van de ondertoezichtstelling de machtiging gesloten jeugdhulp kunnen ‘overnemen’. De kinderrechter gaat hier niet in mee. Zij is op basis van het bovenstaande wettelijke kader van oordeel dat zij de machtiging gesloten jeugdhulp op verzoek van de GI slechts kan verlenen zolang de GI de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert, in andere woorden: voor de duur van de ondertoezichtstelling. Dit betekent dat het dus de verantwoordelijkheid van het college is om een eventueel nieuw verzoek voor de machtiging gesloten jeugdhulp in te dienen, wanneer de ondertoezichtstelling is verlopen.
De gemeente [gemeente] is op dit moment al betrokken bij [minderjarige] en zijn ouders. De vertegenwoordiger van de gemeente, die bij de zitting aanwezig was, heeft kenbaar gemaakt te zullen onderzoeken of het mogelijk is om ofwel het college zelf een verzoekschrift voor een dergelijke machtiging in te laten dienen, ofwel de GI te mandateren om namens het college een verzoek voor een machtiging gesloten jeugdhulp in te dienen.
Omdat de GI slechts een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een maand heeft verzocht en in de spoedprocedure al twee weken van deze verzochte maand zijn toegewezen, heeft de gemeente [gemeente] slechts twee weken om dit uit te zoeken en eventueel een dergelijk verzoek in te (laten) dienen. Tijdens de zitting is daarom in overleg met alle partijen bepaald dat er opnieuw een mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 8 september 2026. De kinderrechter zal voor de tussenliggende periode de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot en met 9 september 2026 en het resterende deel van het verzoek afwijzen. Ook zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen tot en met 9 september 2026 en het resterende deel van het verzoek aanhouden.
4. De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 augustus 2026 tot en met 9 september 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de vader, de moeder, [minderjarige] en zijn advocaat en [B.] namens de gemeente [gemeente] op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M. Weistra van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, in het gerechtsgebouw aan Stationsplein 15 te Lelystad, op 8 september 2026 te 15:30 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord;
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot en met 9 september 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026 door mr. M. Weistra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.