ECLI:NL:RBLIM:2026:10504

ECLI:NL:RBLIM:2026:10504

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 03-10-2026
Zaaknummer C/03/353676 / FA RK 26-1513
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Ouderlijk gezag. Verzoek vader om gezag, voorwaardelijk OTS en vastlegging omgang tussen kind en moeder. Gezag moeder is beëindigd. GI is voogd. RvdK verzoekt op zitting OTS. Art. 1:253c lid 4, 1:281 en 1:255 BW. Toewijzing gezag aan vader, toewijzing OTS en deels toewijzing omgang.

Uitspraak

Rechtbank Limburg

Familie en jeugd

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummers: C/03/353676 / FA RK 26-1513

C/03/354044 / JE RK 26-1233

C/03/355308 / JE RK 26-1519

Beschikking van 25 september 2026 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden en een (voorwaardelijk) verzoek tot ondertoezichtstelling

in de zaak C/03/353676 / FA RK 26-1513 en C/03/354044 / JE RK 26-1233:

[de vader] ,

wonend in te [plaats] ,

hierna te noemen de vader,

advocaat: mr. M.M. Hoelbeek,

tegen:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd in Amsterdam,

hierna te noemen de GI.

in de zaak C/03/355308 / JE RK 26-1519:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Limburg, locatie Maastricht,

hierna te noemen de Raad,

in alle zaken betreffende de minderjarige:

[minderjarige] , geboren te [plaats] op [geboortedag] 2013.

De rechtbank merkt als informant in zaaknummers C/03/354044 en C/03/355308 en als belanghebbende in zaaknummer C/03/353676 aan:

[de moeder] ,

wonend in [plaats] ,

hierna te noemen de moeder,

advocaat: mr. D. Boudrad.

1. Het verloop van de procedure

Het procesverloop blijkt uit het volgende:

C/03/353676 / FA RK 26-1513

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 20 juni 2026;

- het F9 formulier met bijlages van de vader, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2026;

- het F9 formulier met bijlage van de vader, binnengekomen bij de rechtbank op 20 juli 2026.

C/03/354044 / JE RK 26-1233

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2026;

C/03/355308 / JE RK 26-1519

- het mondelinge verzoek van de Raad gedaan ter zitting op 10 augustus 2026;

- het op schrift gestelde verzoek, ontvangen op 18 augustus 2026.

In alle zaken:

- de mondelinge behandeling, die heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2026 en waarbij zijn verschenen:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de GI;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter op 5 augustus 2026. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De vaststaande feiten

De relatie van de vader en de moeder is in februari 2025 beëindigd. De vader heeft [minderjarige] erkend, maar nimmer het gezag over haar uitgeoefend. De moeder heeft in het

verleden wel het gezag over [minderjarige] uitgeoefend. Haar gezag is bij beschikking van deze rechtbank van 12 januari 2021 beëindigd, en de GI is belast met de voogdij over [minderjarige] .

3. De verzoeken

C/03/353676 / FA RK 26-1513

De vader verzoekt om bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat,

uitvoerbaar bij voorraad, kosten rechtens, als volgt te beslissen:

- de vader te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] ;

- een omgangsregeling vast te stellen tussen de moeder en [minderjarige] , zoals in randnummer 2.22 van het verzoek is omschreven, inhoudende dat de moeder eenmaal per veertien dagen in de even weken op dinsdag van 15:15 tot 16:15 uur begeleide omgang met [minderjarige] heeft. De omgangsmomenten vinden plaats bij de moeder thuis en worden altijd begeleid door hulpverleners (op dit moment van [hulpverlening 1] ). De omgang zal steeds begeleid plaatsvinden zo lang de vader en de hulpverlening dat noodzakelijk vinden, en tevens geldt dat

de huidige partner van de moeder niet bij de omgangsmomenten aanwezig mag zijn;

C/03/354044 / JE RK 26-1233

- indien de rechtbank voornoemd verzoek van de vader tot het verkrijgen van het ouderlijk gezag, en eventueel voornoemd verzoek tot het vastleggen van de omgangsregeling, toewijst, en enkel indien de rechtbank zulks noodzakelijk zou vinden, [minderjarige] , onder toezicht van de GI, de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &

Jeugdreclassering voornoemd, te stellen zoals bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, BW.

C/03/355308 / JE RK 26-1519

De Raad heeft ter zitting een mondeling voorwaardelijk verzoek gedaan om [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden voor het geval de vader zal worden belast met het gezag.

Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.

4. Wat ter zitting is besproken

De vader geeft aan dat hij de hulpverlening weet te bereiken als dat nodig is. Een aantal weken voor de zitting is iets voorgevallen, en dit heeft hij direct met de GI en de betrokken hulpverlening opgepakt. [minderjarige] heeft een goede band met de GI en de hulpverlening van [hulpverlening 2]. Het is heel belangrijk voor [minderjarige] dat deze hulpverlening doorloopt. Als de GI niet meer betrokken is als voogd en ook in het kader van een ondertoezichtstelling betrokken raakt, zal de gemeente de hulpverlening moeten regelen. De vader doet een voorwaardelijk verzoek voor de ondertoezichtstelling van [minderjarige] , maar dit zou slechts enkele (drie à vier) maanden nodig zijn. Op die manier kan de GI samen met de vader en de betrokken hulpverlening in de komende maanden een overdracht naar het vrijwillig kader bewerkstelligen. De vader maakt zich wel zorgen over het onderlinge contact met de moeder als de GI daar tussenuit zou vallen. Op dit moment communiceren de ouders via de GI. Zonder de GI loopt de spanning snel op. Zeker als de partners erbij zijn.

De GI refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De GI is van mening dat er sprake is van een stabiele situatie bij de vader thuis. De GI begrijpt de zorgen van de moeder over het verleden van de vader, maar wijst ook op de vele hulpverlening die betrokken is (geweest). Het gaat naar omstandigheden goed met [minderjarige] . Ze gaat naar school, heeft therapie en voelt zich fijn bij de vader. [minderjarige] ervaart wel nog last vanuit de situatie met haar moeder, omdat de moeder aan haar trekt en [minderjarige] wil niemand kwetsen. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in haar leven en heeft een heel laag zelfbeeld. De GI is van mening dat het contact tussen de moeder en [minderjarige] voor nu moet blijven zoals het is. [minderjarige] kan zelf aangeven zodra ze klaar is voor een uitbreiding. De omgang tussen [minderjarige] en de moeder is onder begeleiding vanwege de keuzes die de moeder heeft gemaakt. De moeder wilde graag haar partner bij de omgang hebben, terwijl de GI dit niet in het belang van [minderjarige] acht. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] is belangrijker en de relatie van de moeder is ook al een aantal keer beëindigd en weer opgestart. De GI vindt het ook lastig om de moeder te vertrouwen op haar woord, omdat ze iedere dag iets anders zegt. De GI acht de vader in staat het gezag over [minderjarige] uit te voeren en geen misbruik daarvan te maken. Er moet wel een onafhankelijk persoon betrokken blijven voor [minderjarige] . Of dit de GI is, of een therapeut of vertrouwenspersoon maakt niet uit. De GI maakt zich namelijk wel zorgen over het onderling contact tussen de ouders. De GI wil voor [minderjarige] dat, nu het enigszins goed gaat, haar situatie niet al te veel verandert. Wanneer er een ondertoezichtstelling zou worden uitgesproken, zou dezelfde persoon betrokken blijven in een ander wettelijk kader.

De Raad adviseert de rechtbank het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag en de omgang toe te wijzen en doet ter zitting een mondeling voorwaardelijk verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden. [minderjarige] doet het, ondanks alles wat zij heeft meegemaakt, goed. De Raad is echter wel van mening dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Deze bedreiging zit hem in het belaste verleden, haar negatief zelfbeeld en de spanning in het gezinssysteem. [minderjarige] is hierdoor zeer kwetsbaar en gevoelig voor afwijzing. De vader is in staat beslissingen te maken en staat goed in contact met de hulpverlening. De situatie bij de vader thuis is stabiel en er is beperkt maar fijn contact met de moeder. De Raad maakt zich wel grote zorgen over de verstoorde samenwerking en communicatie tussen de ouders. Er is veel spanning tussen de ouders en er moet nog veel geregeld worden. De Raad acht het in het belang van [minderjarige] als voorlopig de GI nog betrokken blijft (in een ander wettelijk kader) om [minderjarige] en de vader te ondersteunen. Waar mogelijk moet gekeken worden naar een overdracht naar het vrijwillig kader.

De moeder is van mening dat de verzoeken van de vader moeten worden afgewezen of dat er een raadsonderzoek moet worden gelast om de situatie te onderzoek. De moeder maakt zich zorgen over [minderjarige] omdat zij niet opgroeit met haar vader en moeder. De moeder vraagt zich daarbij ook af waaruit blijkt dat de situatie van de vader daadwerkelijk stabiel is. Er is een zeer belastende voorgeschiedenis van ruim achttien jaar met middelengebruik, opnames en crisishulp. De moeder heeft twijfels over in hoeverre de duurzaamheid van de stabiliteit die de vader nu zou laten zien is onderzocht. De omgang tussen de moeder en [minderjarige] loopt al een langere tijd goed, maar de moeder merkt grote weerstand bij de GI als het gaat om uitbreiding van de omgang. De moeder voelt geen ruimte om toe te werken naar het co-ouderschap of weekendregeling zoals dat voorheen tussen de ouders bestond. De mogelijkheid van een uitbreiding wordt ook door de GI niet onderzocht, terwijl [minderjarige] dit ook graag wil. De moeder staat open voor huisbezoeken en drugstesten, maar hier gaat de GI niet op in. De moeder is van mening dat zij een positieve groei heeft doorgemaakt, maar heeft het gevoel dat de vader en de GI dit niet willen zien. Ook de partner van de moeder wordt niet betrokken door de GI. Er is geen sprake meer van middelengebruik bij de partner en de moeder zou hem graag bij de omgang erbij hebben. De moeder heeft geen vertrouwen meer in de GI en de vader. De moeder is bang om [minderjarige] nog verder kwijt te raken. De contacten tussen de ouders verlopen op dit moment via de GI. Onderling contact kan wel, maar escaleert snel zodra de partners betrokken raken.

5. De mening van [minderjarige]

geeft tijdens het kindgesprek desgevraagd aan dat het goed met haar gaat. Ze heeft het fijn bij haar vader en haar bonusmoeder. De omgang die ze nu heeft met haar moeder is prima. Als [minderjarige] meer contact met haar moeder zou willen dan kan ze dit aan haar vader vragen. Ze vertrouwt op haar vader om te kijken of dit goed voor haar is. Als hij hier nee op zegt, zal hij hier goede redenen voor hebben. Als de vader het gezag over haar zou krijgen zou dat prima zijn. Dat de GI dan wegvalt is prima. Ze kunnen wel nog meekijken, maar niet meebeslissen.

6. Het oordeel van de rechtbank

Het gezag

Wettelijk kader

De vader heeft zijn verzoek gegrond op artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW), welk artikel de omvang van het ouderlijk gezag beschrijft. Naar de rechtbank begrijpt, heeft de vader echter bedoeld zijn verzoek te doen op grond van artikel 1:253c lid 4 BW. De rechtbank zal dit verzoek dan ook zo lezen. Uit artikel 1:253c lid 4 BW volgt onder andere dat wanneer een voogd het gezag uitoefent, het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder, bedoeld in het eerste lid, alleen met het gezag te belasten slechts wordt afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken, dat gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek tot gezamenlijk gezag de belangen van [minderjarige] zouden worden verwaarloosd. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen en aldus de vader belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De rechtbank legt hierna uit waarom.

[minderjarige] woont sinds ruim twee en een half jaar bij haar vader en zijn partner. De vader heeft in de afgelopen jaren laten zien dat hij [minderjarige] kan voorzien van een stabiele thuissituatie, waar zij de ruimte krijgt voor het verwerken van het verleden, het hebben van contact met haar moeder en haar verdere ontwikkeling. [minderjarige] gaat naar school en heeft een netwerk aan hulpverlening om zich heen bij wie zij terecht kan. De rechtbank is gelet hierop, net als de GI en de Raad, van oordeel dat de vader in staat is beslissingen te nemen in het belang van [minderjarige] . De zorgen die de moeder heeft over de (bestendigheid van de) stabiliteit van de vader zijn onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Doordat het gezag over [minderjarige] nu aan de vader zal worden opgedragen, zal op grond van artikel 1:281 lid 1 sub b BW de voogdij van de GI over [minderjarige] van rechtswege eindigen op de dag waarop deze beschikking in kracht van gewijsde gaat. De rechtbank zal echter de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zodat op grond van artikel 1:281 lid BW de voogdij eindigt daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden.

De (voorwaardelijke) verzoeken tot ondertoezichtstelling

Nu de rechtbank zal bepalen dat de vader het gezag over [minderjarige] krijgt, komt de rechtbank toe aan een beoordeling van de voorwaardelijke verzoeken van de vader en de Raad.

Wettelijk kader

Het voorwaardelijke verzoek van de vader is gebaseerd op artikel 1:255 lid 2 BW. Op grond van artikel 1:255 lid 2 BW is een ouder bevoegd tot het doen van het verzoek tot ondertoezichtstelling van een kind indien de raad voor de kinderbescherming niet tot indiening van het verzoek overgaat. Het voorwaardelijke verzoek van de Raad is gebaseerd op 1:255 lid 1 van het BW.

Ontvankelijkheid en belang

Ten tijde van het indienen van het voorwaardelijk verzoek van de vader was de Raad (nog) niet overgegaan tot het indienen van een verzoek tot ondertoezichtstelling. De vader is daarom wel ontvankelijk in zijn verzoek. Nu de Raad ter zitting alsnog is overgegaan tot het doen van een verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] , heeft de vader echter geen belang meer bij een beoordeling van zijn verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] , waardoor de rechtbank het verzoek van de vader zal afwijzen.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De rechtbank zal daarom het verzoek van de Raad toewijzen en [minderjarige] onder toezicht van de GI stellen voor de duur van zes maanden. De rechtbank legt hierna uit waarom.

[minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] is kwetsbaar door haar belaste verleden. Zij heeft geruime tijd niet bij haar ouders kunnen opgroeien en is hierdoor uithuisgeplaatst in een pleeggezin. Sinds twee en een half jaar woont zij weer bij haar vader, waar het naar omstandigheden goed gaat. [minderjarige] blijft echter in haar ontwikkeling ernstig bedreigd doordat zij, gelet op haar verleden, heel gevoelig is voor verandering en afwijzing. Daarnaast is er sprake van onrust rondom de omgang met de moeder. Hoewel de begeleide omgang die er is goed verloopt, is er een verschil van visie over het al dan niet uitbreiden van de omgang. Het standpunt van de vader en de moeder staan lijnrecht tegenover elkaar, hetgeen [minderjarige] ook meekrijgt en die druk ervaart. Daarnaast is er sprake van een verstoorde verstandhouding tussen de vader en de moeder. Ook de rechtbank merkt tijdens de zitting op dat de spanning tussen de ouders duidelijk voelbaar is. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat [minderjarige] last heeft van deze onrust en spanning.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan op dit moment nog onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De vader staat open voor hulpverlening in het vrijwillig kader, maar heeft te maken met [minderjarige] die moeite heeft met grote veranderingen en een verstoorde verstandhouding met de moeder. Hoewel de moeder geen gezag heeft, zorgt de verstoorde verstandhouding tussen de ouders wel voor de nodige spanning en onrust bij [minderjarige] . De ouders kunnen op dit moment zonder tussenkomst van de GI onvoldoende op ouderniveau met elkaar communiceren. De rechtbank acht gelet op al het bovenstaande de betrokkenheid van de GI in het kader van een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Voor de rechtbank weegt daarbij mee dat de betrokkenheid van de GI (in het kader van de voogdij) op dit moment als ondersteunend wordt ervaren door zowel de vader als [minderjarige] en dat dezelfde gezinsvoogd betrokken zou blijven in het kader van de ondertoezichtstelling.

De rechtbank acht de door de Raad verzochte termijn van zes maanden nodig om te onderzoeken wat [minderjarige] nodig heeft om zich verder te ontwikkelen in deze nieuwe gezagssituatie en of een overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk en in het belang van [minderjarige] is.

De omgangsregeling tussen [minderjarige] en de moeder

Wettelijk kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Dit artikel bepaalt dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De rechtbank stelt op verzoek van de ouders of één van hen een omgangsregeling vast. De rechtbank kan een regeling bepalen die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Raadsonderzoek

De moeder heeft ter zitting aangevoerd dat er voordat er een beslissing op het verzoek van de vader kan worden genomen een onderzoek door de Raad moet worden gelast. De rechtbank zal echter niet overgaan tot het gelasten van een onderzoek door de Raad, nu zij zich voldoende voorgelicht acht om een definitieve beslissing te nemen op de voorliggende verzoeken.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank zal het verzoek van de vader deels toewijzen en de omgangsregeling tussen [minderjarige] en de moeder bepalen zoals hierna in het dictum is vermeld. De rechtbank legt hierna uit waarom.

De omgangsregeling die de vader heeft verzocht is de regeling zoals die op dit moment al enige tijd in de praktijk wordt uitgevoerd. De rechtbank is het met de vader, de GI en de Raad eens dat het in het belang van [minderjarige] is dat er voor nu geen grote veranderingen plaatsvinden. [minderjarige] heeft veel meegemaakt en bevindt zich in een lastige positie tussen de ouders. [minderjarige] geeft zelf aan dat de regeling goed verloopt en dat als zij meer omgang zou willen, zij dit kan en zal aangeven. De rechtbank heeft gelet op de houding van de vader, de goede samenwerking met de hulpverlening en de betrokkenheid van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling, er voldoende vertrouwen in dat uitbreiding van de omgang ook daadwerkelijk zal plaatsvinden zodra [minderjarige] deze wens heeft en/of dit door de betrokken hulpverlening in haar belang wordt geacht. Voor nu acht de rechtbank het van belang dat [minderjarige] duidelijkheid heeft over hoe de omgang met haar moeder eruitziet. De rechtbank zal daarom de huidige regeling vastleggen. De wens van de moeder om de omgang uit te breiden is gevoelsmatig begrijpelijk, maar hiertoe ligt op dit moment geen verzoek aan de rechtbank voor.

Omdat de rechtbank [minderjarige] onder toezicht zal stellen, acht de rechtbank het niet passend dat de regie over begeleide omgang bij de vader zal liggen. De rechtbank zal deze regie bij de GI en hulpverlening laten. Mocht de hulpverlening op enig moment in het vrijwillig kader worden voortgezet, dan acht de rechtbank het van belang dat de hulpverlening alsnog een adviserende rol heeft daarin.

De uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing over het gezag, de ondertoezichtstelling en de omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat deze meteen geldt, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat.

Proceskosten

De vader heeft ‘kosten rechtens’ verzocht. Dit moet worden opgevat als een referte ten aanzien van het al dan niet opnemen door de rechter van een proceskostenveroordeling.

Gelet op de (voormalige) verhoudingen tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat voortaan aan de vader het gezag zal toekomen over [minderjarige] ;

stelt [minderjarige] onder toezicht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, met ingang van 25 september 2026 tot 25 maart 2027;

bepaalt dat de omgangsregeling tussen [minderjarige] en de moeder als volgt:

- [minderjarige] heeft eenmaal per veertien dagen in de even weken op dinsdag van 15:15 tot 16:15 uur, althans in ieder geval een uur, begeleide omgang met de moeder bij de moeder thuis;

- de omgang blijft begeleid zolang de GI en de betrokken hulpverlening dat nodig achten;

- de huidige partner van de moeder zal niet bij de omgangsmomenten aanwezig zijn;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Geerman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier, op 25 september 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand