ECLI:NL:RBLIM:2026:10362

ECLI:NL:RBLIM:2026:10362

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer C/03/355473 / KG ZA 26-340
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Burenrecht. Het plaatsen van een hekje op eigen grond tussen twee opritten levert geen onrechtmatige hinder op voor de eigenaar van de andere oprit. Verder bestaat geen grond om aan te nemen dat sprake is van misbruik van recht. De gevorderde verwijdering van het hekje wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/355473 / KG ZA 26-340

Vonnis in kort geding van 30 september 2026

in de zaak van

1. [eiser] ,

te [plaats] ,2. [eiseres],

te [plaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: eisers,

advocaat: mr. D. Dronkers,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: gedaagde,

verschenen in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 16 september 2026- de spreekaantekeningen van eisers- de spreekaantekeningen van gedaagde.

Vervolgens is de zaak op vonnis gesteld waarvan de uitspraak is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Eisers en gedaagde zijn sinds ongeveer zes jaar buren van elkaar. Aan de achterzijde van hun percelen liggen twee aan elkaar grenzende garages met oprit zoals weergegeven op de volgende afbeelding. De linker garage met daarvoor gelegen oprit eigendom van gedaagde, de rechter garage met oprit is van eisers. De oprit van eisers is vanaf hun tuinmuur tot aan de erfgrens ongeveer 2,7 meter breed.

[afbeelding geanonimiseerd]

Gedaagde gebruikt de garage voor het parkeren van haar auto. Eisers gebruiken hun garage als muziekruimte en parkeren één van hun auto’s op de oprit voor de garage.

Gedaagde heeft in het weekend van 5 en 6 juni 2026 bij de grens van de oprit met eisers een zwart hekje geplaatst. Het gaat om het eerste deel van het hekje (bij de garagemuur) dat zichtbaar is op bovenstaande foto.

De advocaat van eisers heeft gedaagde bij brief van 6 juli 2026 gesommeerd om het hekje te verwijderen omdat eisers door het hekje hun auto niet meer op gebruikelijke wijze op hun oprit kunnen parkeren om via de oprit van gedaagde uit te stappen.

Op 7 augustus 2026 heeft gedaagde in het verlengde van het eerste hekje nog een tweede hekje geplaatst. Beide hekjes zijn zichtbaar op bovenstaande foto.

3. Het geschil

Eisers vorderen - samengevat - dat gedaagde het hekwerk bij de erfgrens tussen de opritten van partijen binnen twee dagen na betekening van het vonnis verwijdert, op straffe van een dwangsom wanneer zij niet aan de veroordeling voldoet.

Eisers stellen dat zij door het plaatsen van de hekjes hun auto niet meer zo op de oprit kunnen parkeren dat zij nog met de kliko en/of fiets langs de auto kunnen. Eisers zijn van mening dat gedaagde daardoor onrechtmatige hinder veroorzaakt. Voor het geval geen sprake is van onrechtmatige hinder zijn eisers van mening dat gedaagde misbruik maakt van haar recht om het perceel af te sluiten.

Gedaagde voert verweer. Gedaagde concludeert tot niet-ontvankelijkheid van eisers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van eisers, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van eisers in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De voorzieningenrechter acht onvoldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde met het plaatsen van de hekjes langs de oprit van eisers onrechtmatige hinder veroorzaakt dan wel misbruik maakt van haar bevoegdheid. Dit betekent dat geen grond bestaat voor een veroordeling tot het verwijderen van de hekjes. De gevorderde voorziening zal daarom worden afgewezen.

Dit oordeel heeft de voorzieningenrechter gebaseerd op de volgende overwegingen.

Spoedeisend belang

Het voor een kort geding noodzakelijke spoedeisend belang is aanwezig. Uit de stukken en de behandeling op zitting is duidelijk geworden dat eisers vanwege de door gedaagde geplaatste hekjes hinder ervaren bij het gebruik van hun oprit. Zij stellen dat zij hun auto daardoor niet goed meer op hun oprit kunnen parkeren. Zij hebben daarmee een voldoende (spoedeisend) belang gesteld bij de gevorderde voorziening.

Onrechtmatige hinder

De voorzieningenrechter stelt voorop en uit de stellingen van partijen en de onder randnummer 2.1 opgenomen foto volgt dat gedaagde de hekjes geheel op eigen grond (een paar centimeter van de erfgrens) heeft geplaatst. Eisers zijn echter van mening dat zij onrechtmatige hinder ondervinden van de hekjes omdat zij hun auto niet meer tegen de erfgrens met de oprit van gedaagde kunnen parkeren. Door de hekjes kunnen zij aan die kant, anders dan voorheen, niet meer uit de auto stappen. Zij doen een beroep op artikel 5:37 BW waarin staat dat de eigenaar van een erf geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan de eigenaar van een ander erf.

De omstandigheid dat eisers hun auto niet op hun oprit kunnen parkeren met de bestuurderskant tegen de erfgrens met gedaagde levert geen hinder op als bedoeld in artikel 5:37 BW. Het hindert eisers slechts bij het gebruik van het perceel van gedaagde. Eisers kunnen namelijk niet meer via het perceel van gedaagde uitstappen. Eisers worden in het gebruik van hun eigen perceel niet door de hekjes gehinderd. Integendeel; gedaagde heeft de hekjes op enige afstand van de erfgrens geplaatst waardoor eisers hun perceel tot op de erfgrens kunnen benutten.

Onrechtmatige hinder kan dus geen grondslag vormen voor de gevorderde verwijdering van de hekjes.

Geen misbruik van bevoegdheid

Op grond van artikel 5:48 BW is de eigenaar van een perceel (erf) bevoegd dit af te sluiten. Dit betekent dat gedaagde in dit geval bevoegd is langs haar perceelgrens met eisers een hekje te plaatsen. Eisers zullen dus in beginsel de aanwezigheid van de hekjes moeten dulden.

Het is echter niet zo dat gedaagde geheel vrij is om de hekjes te plaatsen. Uit artikel 3:13 BW volgt namelijk dat zij haar bevoegdheid niet mag misbruiken. Dit wil zeggen dat zij een redelijk belang dient te hebben bij het plaatsen van de hekjes, welk belang bovendien voldoende opweegt tegen de belangen van eisers die door het plaatsen van de hekjes worden geschaad. Uit rechtspraak volgt in ieder geval dat bij de uitoefening van de bevoegdheid om het erf af te sluiten niet snel sprake zal zijn van misbruik van bevoegdheid.

Uitgaande van het hiervoor weergegeven beoordelingskader acht de voorzieningenrechter om de volgende redenen vooralsnog onvoldoende grond aanwezig om aan te nemen dat de belangen van eisers met het plaatsen van het hekje onevenredig zwaar worden aangetast.

Gedaagde heeft gemotiveerd aangevoerd dat zij met het plaatsen van de hekjes wil voorkomen dat schade ontstaat aan de auto’s van partijen bij bijvoorbeeld het in- en uitstappen van de auto’s of bij het op- en afrijden van de oprit en voor gedaagde met name vanuit haar garage. Dit risico is volgens gedaagde groot omdat eisers hun auto heel dicht tegen of soms net over de erfgrens tussen hun opritten parkeren en dan maar weinig ruimte is tussen hun auto’s. Dit wordt geïllustreerd met de door gedaagde als bijlage 3 overgelegde foto’s.

Verder is de voorzieningenrechter met gedaagde van oordeel dat voor eisers nog steeds de mogelijkheid bestaat om hun auto zo op hun oprit te parkeren dat zij daar nog met een kliko of een fiets langs kunnen. Eisers hebben immers de mogelijkheid om de auto achteruit op de oprit te parkeren zodat de passagierskant tegen de erfgrens staat en de bestuurder aan de tuinkant van eisers kan uitstappen. Voor de ruimte die overblijft aan de tuinkant van eisers maakt het geen verschil want de breedte van de auto blijft hetzelfde. Los van de juistheid van de door partijen genoemde breedte van de auto inclusief spiegels (eisers 2,18 meter en gedaagde 1,67) wijzigt de ruimte die aan de tuinkant overblijft niet.

Dit betekent dat eisers slechts in hun gebruiksmogelijkheid van de oprit worden beperkt doordat ze op een andere manier moeten parkeren. De belangen van eisers worden in die zin dus maar beperkt geschaad.

De voorzieningenrechter heeft er begrip voor dat het door het plaatsen van het hekje en het niet meer kunnen benutten van de oprit van gedaagde voor het in- en uitstappen voor eisers minder eenvoudig is geworden om hun auto te parkeren en de ruimte tussen hun auto en de tuin vrijelijk te benutten, maar dat maakt niet dat de belangen van eisers door het plaatsen van het hekje in juridische zin onevenredig zwaar worden aangetast. Deze situatie is bij uitstek een situatie die in onderling overleg tussen buren in alle redelijkheid en met oog voor ieders belang zou moeten worden opgelost, al dan niet door gebruikmaking van bemiddeling of mediation. De voorzieningenrechter geeft partijen dan ook met klem in overweging om die weg te benutten.

Conclusie

Er bestaat geen grond voor het toewijzen van de gevorderde voorziening.

Eisers worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van gedaagde betalen. Voor een vergoeding van daadwerkelijk gemaakte proceskosten kan aanleiding bestaan wanneer de wederpartij misbruik heeft gemaakt van procesrecht. Daarvan is de voorzieningenrechter niet gebleken. Anders dan gedaagde stelt kan de vordering niet op voorhand als volstrekt zinloos en kansloos worden aangemerkt. In ieder geval is niet gebleken dat eisers de procedure alleen hebben gestart om gedaagde te pesten. De omstandigheid dat de vordering uiteindelijk niet wordt toegewezen maakt dit niet anders.

De proceskosten van gedaagde worden begroot op het bedrag dat door haar aan griffierecht is verschuldigd, zijnde een bedrag van € 341,--.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van eisers af,

veroordeelt eisers in de proceskosten ter hoogte van € 341,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand