ECLI:NL:RBLIM:2026:10120

ECLI:NL:RBLIM:2026:10120

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer C/03/337953 / HA ZA 25-29
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Civiel recht. Bodemprocedure. Conventie en reconventie. Partijen zijn ter zitting overeengekomen een regeling te treffen. Dit is in de praktijk niet tot uitvoering gekomen. Na onttrekking door advocaat zijn zijdens eiser geen proceshandelingen meer verricht. Gedaagden hebben om vonnis gevraagd en hun vorderingen in reconventie gewijzigd. Eiser heeft geen verweer gevoerd. Vorderingen in reconventie worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/337953 / HA ZA 25-29

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

[persoon] ,

wonende te [plaats],

eiser in conventie,

gedaagde in reconventie,

hierna te noemen: [persoon] ,

na onttrekking van mr. R.H.J.G. Borger geen advocaat meer gesteld hebbende,

tegen

ERVEN [erflater],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

hierna te noemen: de erven,

advocaat: mr. W.C.G.J. Sterk te Heerlen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 12,

- de akte ter rolle van mr. Sterk (schorsing en hervatting van de procedure na overlijden van [erflater] ),

- de akte ter rolle van mr. Borger (referte t.a.v. schorsing en hervatting),

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met de producties 1 tot en met 3,

- de conclusie van antwoord in reconventie met de producties 13 tot en met 15,

de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

de aanvullende producties 16 en 17 van [persoon] ,

- de akte inbreng producties van de erven met de aanvullende producties 4 tot en met 6,

- de akte inbreng laatste producties van de erven met de aanvullende producties 7 en 8 (8.1 t/m 8.23),

- de aanvullende producties 18 tot en met 20 van [persoon] ,

- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025, waarvan de griffier een proces-verbaal heeft opgemaakt,

- de verwijzing van de zaak naar de parkeerrol van 1 april 2026,

het B15-formulier van de zijde de erven, waarbij zij hebben verzocht tot het hervatten van de zaak, ontvangen op 10 maart 2026 en verwerkt op de rol van 1 april 2026,

het B2-formulier van de zijde van [persoon] , waarbij mr. Borger zich heeft onttrokken als advocaat, ontvangen op 12 maart 2026 en verwerkt op de rol van 1 april 2026,

het B7-formulier van de zijde van de erven, waarbij zij verzoeken de zaak op de rol te plaatsen voor het nemen van een akte conform artikel 7.2. van het procesreglement,

- de akte van de zijde van de erven van 24 juni 2026 met de aanvullende productie 9, waarbij de rechtbank wordt verzocht om vonnis te wijzen,

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Waar gaat de zaak over?

Partijen zijn familie van elkaar. Achter het pand van de erven is een loods gebouwd die van [persoon] is. Er is sprake van een gezamenlijk riool. [persoon] wilde aanvankelijk dat de erven een (eigen) riool zouden aanleggen. De erven wilden dat [persoon] voorzieningen zou treffen zodat het regenwater en rioolwater niet meer over/onder hun pand zou stromen.

3. De beoordeling in conventie en in reconventie

Tijdens de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025 hebben partijen verklaard dat zij zijn overeengekomen een regeling te treffen op basis van de in het proces-verbaal neergelegde hoofdlijnen. Hierna is de zaak verwezen naar de parkeerrol van 1 april 2026. Bij bericht van 10 maart 2026 (en verwerkt op de rol van 1 april 2026) hebben de erven verzocht de zaak te hervatten.

Ter rolle van 1 april 2026 heeft de advocaat van [persoon] zich onttrokken. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leidt onttrekking van de advocaat niet tot schorsing van de procedure, omdat onttrekking niet op één lijn gesteld kan worden met de dood of het verlies van de betrekking van de gestelde advocaat. De rechtsverhouding tussen de zich onttrekkende advocaat en zijn (voormalig) cliënt brengt mee dat op de advocaat de plicht rust zijn (voormalig) cliënt te wijzen op de gevolgen van de onttrekking en op de noodzaak om een nieuwe advocaat te doen optreden indien hij zich in het rechtsgeding wil doen vertegenwoordigen. Gelet op de toelichting in het onttrekkingsbericht van de advocaat van [persoon] , neemt de rechtbank aan dat hieraan voldaan is.

Na de onttrekking heeft zich voor [persoon] niet opnieuw een procesvertegenwoordiger gesteld. Daardoor heeft [persoon] geen mogelijkheid meer om processuele handelingen te verrichten. De omstandigheid dat zich geen nieuwe advocaat heeft gesteld voor [persoon] komt in beginsel voor zijn rekening. Dit vormt geen beletsel voor de erven om alsnog om vonnis te vragen, hetgeen zij ook hebben gedaan bij akte van 24 juni 2026.

Uit de voornoemde akte en productie 9 van de zijde van de erven blijkt dat het na de mondelinge behandeling niet tot uitvoering van de tussen partijen ter zitting gemaakte afspraken is gekomen, terwijl de erven zich daar wel voor hebben ingespannen. Voor de eerste brief van de erven heeft [persoon] nog getekend voor ontvangst. De brieven daarna zijn niet in ontvangst genomen. De erven willen nu dat [persoon] wordt veroordeeld om de afspraken na te komen op straffe van verbeurte van een dwangsom. De rechtbank vat de akte van de zijde van de erven van 24 juni 2026 daarom op als een eiswijziging in reconventie (namelijk dat de in de akte genoemde verzoeken dienen ter vervanging van de eis die bij conclusie van eis was ingesteld). Nu hiertegen geen verweer is gevoerd door [persoon] , liggen de vorderingen in reconventie voor toewijzing gereed en zullen deze worden toegewezen zoals hierna vermeld, inclusief de gevorderde dwangsom, omdat [persoon] er blijk van heeft gegeven zich op generlei wijze aan de gemaakte afspraken te zullen houden. De vorderingen in conventie zullen worden afgewezen, omdat die vorderingen zich niet verdragen met de getroffen regeling.

Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden

gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

veroordeelt [persoon] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis ervoor te zorgen dat het hemelwater (en alles wat op de daken valt) afkomstig van [adres 1] niet meer door de rioolbuis in de grond van [adres 2] naar het stamriool gaat;

veroordeelt [persoon] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis ervoor te zorgen dat het hemelwater - dat nu via de drie hemelwaterafvoeren in het riool terechtkomt - technisch gezien zodanig wordt geleid dat het hemelwater niet meer via het riool stroomt en [persoon] het hemelwater laat weglopen op c.q. over eigen grond, eventueel via de oprit van de [adres 3] ;

veroordeelt [persoon] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis ervoor te zorgen dat het hemelwater niet onder de gietijzeren poort op het perceel van [adres 2] zal stromen en dat [persoon] toestaat dat de erven vóór die poort – en dus in de oprit van [adres 3] – een adequate voorziening treffen zodat het water daar wordt opgevangen c.q. wordt doorgeleid via eventueel een molgoot en/of reservoir met rooster zodat het water daarin doorstroomt of wegstroomt;

veroordeelt [persoon] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis ervoor te zorgen dat het water dat de oprit afstroomt uiteindelijk in het rooster verdwijnt dat al dwars in de oprit van de [adres 3] ligt en gekoppeld is via [adres 3] aan het stamriool.;

veroordeelt [persoon] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis:

 aan de erven verifieerbaar bewijs van de deugdelijke nakoming van zijn verplichtingen te verstrekken, en

 de erven in staat te stellen om een fysieke controle met behulp van een door de erven in de schakelen partijdeskundige ter plaatse uit te laten voeren, ook om de juistheid van het bewijs dat [persoon] aanbiedt te laten controleren, waarna [persoon] een kopie van het rapport van de deskundige ontvangt;

veroordeelt [persoon] in de kosten van alle werkzaamheden die hij moet uitvoeren;

bepaalt dat [persoon] een dwangsom verbeurt van € 5.000,- per week voor elke week dat [persoon] na betekening van dit vonnis de voormelde veroordelingen onder 4.1. tot en met 4.6. in dit vonnis niet of niet volledig heeft uitgevoerd of is nagekomen, met een maximum aan eventueel te verbeuren dwangsommen van in totaal € 100.000,-.

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Driever en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand