beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/453107 / FA RK 25-2082
Datum uitspraak: 20 augustus 2026
beschikking over wijziging van de voornaam
in de zaak van
[verzoeker] (voorheen: [verzoeker] ) (hierna: verzoeker)
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.A.P.M. van Dal in Arnhem.
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag (hierna: de ambtenaar),
zetelend in Den Haag,
en
de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland (hierna: de officier van justitie).
1. Het verdere verloop van de procedure
het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
de beschikking van deze rechtbank van 12 mei 2026;
de geboorteakte met apostille, ontvangen op 17 juni 2026;
de brief van de ambtenaar van 23 juli 2026;
het bericht van mr. Van Dal van 29 juli 2026;
de brief van de ambtenaar van 5 augustus 2026;
de brief van de officier van justitie van 6 augustus 2026.
2. De verdere beoordeling
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 mei 2026 iedere verdere beslissing aangehouden om verzoeker in de gelegenheid stellen alsnog binnen twee maanden een geboorteakte voorzien van apostille over te leggen aan de rechtbank. Daarbij heeft de rechtbank al overwogen dat in dat geval het verzoek in beginsel toewijsbaar is. Bij nader inzien verdient dat laatste nuancering.
Verzoeker heeft een geboorteakte op naam van [naam 1] , voorzien van apostille, overgelegd. Daarmee heeft hij voldaan aan het verzoek van de rechtbank.
De ambtenaar heeft zijn standpunt gehandhaafd dat de man nog niet heeft bewezen dat de thans geregistreerde gegevens in de BRP onjuist zijn, de nieuwe gegevens juist zijn en de nieuwe gegevens betrekking hebben op de man.
Op zich genomen volgt de rechtbank de ambtenaar dat de man de bewijslast draagt dat de gegevens onjuist zijn. De rechtbank is echter, anders dan de ambtenaar, van oordeel dat de man de genoemde punten wel degelijk voldoende heeft aangetoond. Zoals in de beschikking van 12 mei 2026 al is overwogen, wordt het verhaal van de man ondersteund door een vonnis van de rechtbank van Tanger van 17 april 2023 waaruit volgt dat [naam 1] valselijk gebruik heeft gemaakt van de naam [naam 2] , de verklaring van zijn zoon ter zitting en een paspoort uit 1992. Omdat de officier van justitie gezien de reactie van 23 juli 2025 geen bezwaren ziet tegen toewijzing van het verzoek, ziet de rechtbank ook geen aanleiding te veronderstellen dat de man een oneigenlijk motief zou hebben voor zijn verzoek.
Wat verzoeker vraagt is overigens enkel wijziging van zijn voornaam. Gelet op de reactie van de ambtenaar van 23 juli 2026 betwijfelt de rechtbank echter of dit formeel gezien de juiste procedure is. Als de rechtbank het goed begrijpt, heeft verzoeker in het verleden (in 1986) een gelegaliseerde geboorteakte op naam van [naam 2] laten inschrijven in Den Haag. Verzoeker is daarom bekend als [naam 2] (of na wijziging van zijn achternaam inmiddels als [verzoeker]), geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , Marokko, als zoon van [persoon 1] (vader) en [persoon 2] (moeder). Als alleen de voornaam van verzoeker wordt gewijzigd in [naam 1] , zijn de gegevens in de BRP nog altijd niet volledig juist, want blijft staan dat verzoeker zou zijn geboren als zoon van [persoon 1] en [persoon 2] . Volgens de op 17 juni 2026 overgelegde geboorteakte is verzoeker inderdaad geboren in 1954 in [geboorteplaats] , Marokko, maar als zoon van [persoon 1] (vader) en van [persoon 2] (moeder).
In feite vraagt verzoeker om gegevens te wijzigen omdat deze vals zijn. Er zijn daarvoor in theorie twee mogelijkheden, te weten dat verzoeker vraagt om inschrijving van de juiste geboorteakte, of dat hij vraagt om het corrigeren van onjuiste gegevens. De rechtbank kan uit het verzoek niet afleiden wat verzoeker wenst.
Omdat er een juiste geboorteakte is, zou het wellicht het meest voor de hand liggen als die wordt ingeschreven ter vervanging van de eerdere geboorteakte. De rechtbank weet alleen niet of dit geen verder strekkende gevolgen heeft, omdat één persoon geen twee verschillende geboorteaktes kan hebben. Het is de rechtbank niet duidelijk of in de systemen verwerkt kan worden dat het materieel om dezelfde persoon gaat en zo nee, welke consequenties dat zou kunnen hebben. In dat geval zou het wellicht de voorkeur hebben de gegevens op de eerder ingeschreven akte aan te passen aan die op de huidige akte.
De rechtbank ziet daarom aanleiding om verzoeker en de ambtenaar in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voorgaande. Dit is niet eerder aan bod gekomen, doordat de rechtbank niet eerder dan door de brief van de ambtenaar van 23 juli 2026 kennis heeft genomen van het feit dat klaarblijkelijk eerder een gelegaliseerde geboorteakte van [naam 2] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Den Haag. Om te zorgen dat verzoeker zich hierover goed onderbouwd kan uitlaten, zal de rechtbank eerst de ambtenaar in de gelegenheid stellen een schriftelijke toelichting op een en ander te geven.
3. De beslissing
houdt de beslissing op het verzoek aan tot 15 september 2026;
verzoekt de ambtenaar zich uiterlijk op die datum schriftelijk uit te laten over de volgende vragen:
Heeft de rechtbank het goed begrepen dat in 1986 een gelegaliseerde geboorteakte op naam van [naam 2] is ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Den Haag?
Is het mogelijk - als de rechtbank van oordeel is dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan - de gelegaliseerde geboorteakte op naam van [naam 1] in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Den Haag en daarbij een koppeling te maken met verzoeker?
Welke praktische gevolgen - behalve de feitelijke naamswijziging - zijn hieraan verbonden, zoals bijvoorbeeld: kan verzoeker zijn burgerservicenummer houden?
Voor zover de rechtbank van oordeel is dat verzoeker zijn stelling dat hij feitelijk [naam 1] is en zich ten onrechte heeft voorgedaan als [naam 2] voldoende heeft onderbouwd: is het mogelijk de gegevens in de basisregistratie personen aan te passen op basis van de conclusie dat sprake is van onjuiste gegevens en zo ja, welke gegevens dienen dan allemaal te worden gewijzigd?
bepaalt dat verzoeker in de gelegenheid zal worden gesteld hierop te reageren en desgewenst zijn verzoek aan te vullen of te wijzigen.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!