ECLI:NL:RBGEL:2026:7707

ECLI:NL:RBGEL:2026:7707

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer 05.278677.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

opzetverkrachting, opzetaanranding en vervaardigen van foto’s van seksuele aard. Aangifte betrouwbaar. GEV 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.278677.25

Datum uitspraak : 10 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. D. van der Beek, advocaat in Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Nijmegen met een persoon, te weten [aangever] ,

die op dat moment lag te slapen, een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

het brengen/duwen van zijn vinger(s) in haar vagina en/of

het brengen/duwen van zijn penis in haar vagina,

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak;

Feit 2

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Nijmegen met een persoon, te weten [aangever] ,

die op dat moment lag te slapen, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

het betasten van haar vagina en/of de schaamlippen en/of

het likken van haar vagina en/of schaamlippen en/of

het betasten van haar borst(en) en/of de tepel(s) en/of

het likken van haar borst(en) en/of de tepel(s),

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.

Feit 3

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [aangever] een visuele weergave van seksuele aard, te weten een of meerdere foto's van haar vagina en/of haar borst(en) en/of haar tepel(s), heeft vervaardigd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat hij zich van de verweten gedragingen niks kan herinneren en dat hij zich niet kan voorstellen dat hij dat heeft gedaan. De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal wordt vrijgesproken, omdat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn en er onvoldoende steunbewijs is. Ten aanzien van de seksuele handelingen (feiten 1 en 2) is de afwezigheid van de wil van aangeefster niet vast te stellen, omdat het mogelijk ging om een vrijpartij tussen twee aangeschoten of dronken mensen en aangeefster achteraf spijt of een afwezige, beperkte, gemankeerde of onjuiste herinnering heeft. Voor wat betreft het maken van de foto’s (feit 3) kan – om dezelfde redenen – de wederrechtelijkheid niet worden vastgesteld.

De beoordeling door de rechtbank

Betrouwbaarheid aangeefster

De rechtbank is van oordeel dat aangeefster steeds gedetailleerd en consistent heeft verklaard. Zo heeft zij toen de politie ter plaatse kwam meteen verteld over wat er was gebeurd, namelijk dat zij in slaap was gevallen en dat verdachte met zijn vinger in haar ging, waardoor zij wakker werd. Ook zat hij aan haar borsten. Zij schrok van wat er gebeurde en bleef stil liggen. Vervolgens ging verdachte met zijn penis in haar. Hierna deed hij een condoom om en deed hij zijn penis weer in haar vagina. Over de hiervoor genoemde handelingen heeft aangeefster later in haar aangifte nogmaals verklaard. Daarnaast wordt de verklaring van aangeefster ondersteund door de door aangeefster gestuurde berichten aan getuige [getuige 1] en haar vriend [getuige 2] die nacht, waarin zij aangeeft te zijn verkracht, waarna de politie is gebeld en de voordeur is opengebroken om haar uit de woning van verdachte te halen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en voor het bewijs kan worden gebruikt.

Bewijs

Aangeefster [aangever] heeft verklaard dat zij in de nacht van 1 op 2 mei 2025 bij verdachte, een vriend van haar, in Nijmegen op de slaapbank logeerde. Op een gegeven moment werd zij wakker omdat zij ergens van schrok, namelijk dat de vinger van verdachte in haar vagina ging. Aangeefster was in shock en bleef liggen zoals ze lag, ze deed alsof ze sliep. Verdachte deed met zijn ene hand haar onderbroek aan de kant en met zijn andere hand zat hij met zijn vinger in haar vagina en in haar anus. Hij ging een paar keer erin en eruit en daarna weer in haar vagina. Vervolgens trok hij haar shirt naar beneden, raakte haar linkerborst aan met zijn hand, ging met zijn vinger over haar tepel heen en zoog aan haar tepel. Daarna vingerde verdachte haar en raakte hij tegelijkertijd haar borst aan. Ook heeft verdachte een keer gelikt bij haar vagina. Aangeefster deed nog steeds alsof zij sliep, omdat zij was bevroren.

Aangeefster zag op enig moment flitsen en vermoedde dat verdachte drie foto’s van haar had gemaakt. De eerste foto was dat hij haar onderbroek aan de kant deed. Ook maakte hij twee foto’s van dat hij haar shirt naar beneden trok.

Vervolgens deed verdachte haar onderbroek uit en deed zijn penis in de vagina van aangeefster. Aangeefster had het gevoel dat dit zonder condoom was. Verdachte stootte zijn penis een paar keer erin. Aangeefster had op dat moment nog steeds haar ogen dicht. Na een tijdje stopte verdachte en ging hij van aangeefster af. Aangeefster denkt dat hij toen op zoek was naar een condoom. Daarna ging verdachte weer op de slaapbank zitten en penetreerde hij aangeefster opnieuw. Op een gegeven moment leunde verdachte heel hard op het linkerbeen van aangeefster. Dit deed zoveel pijn dat ze dacht ik moet wel wat doen. Toen deed aangeefster of zij wakker werd. Verdachte ging door met de penetratie. Toen aangeefster ‘stop’ zei, stopte verdachte. Daarna ging hij op bed liggen en viel hij in slaap.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 2 mei 2025 om 01.05 uur een appje kreeg van aangeefster waarin zij zei dat ze was verkracht. Ook stuurde aangeefster in een chat naar haar vriend [getuige 2] : ‘Babe, Ik voel me onveilig, [verdachte] heeft me net verkracht. Wat moet ik doen’.

Op 2 mei 2025 omstreeks 02.00 uur kreeg een verbalisant de melding om te gaan naar de woning van verdachte omdat daar een verkrachting zou hebben plaatsgevonden. Ter plaatse zag hij aangeefster achter een gesloten deur staan. Zij vertelde dat zij in slaap was gevallen en dat verdachte met zijn vingers in haar ging, waardoor zij wakker werd. Ook zat hij aan haar borsten. Zij schrok van wat er gebeurde en bleef stil liggen. Vervolgens ging verdachte met zijn penis in haar. Hierna deed hij een condoom om en deed hij zijn penis weer in haar vagina.

Op 2 mei 2025 omstreeks 03.56 uur kwamen andere verbalisanten ter plaatse en betraden de woning. De verbalisanten zagen dat verdachte in zijn bed lag en dat op het nachtkastje ernaast een condoom lag die uit de verpakking was gehaald. Daarnaast lag een telefoon, die de verbalisanten ook in beslag namen.

In de in beslag genomen telefoon van verdachte zaten twee foto’s van een vagina. Ook waren er twee foto’s van een tepel. Deze vier foto’s waren gemaakt met de hoofdcamera op 2 mei 2025 om 00.24 uur.

Op de tailleband van de onderbroek van aangeefster is een DNA-mengprofiel (AASI5535NL#01) van minimaal drie personen aangetroffen. Op de lippen van aangeefster is een DNA-mengprofiel (ZAAE7833NL#05) van minimaal twee personen aangetroffen. Ook op de borst van aangeefster is een DNA-mengprofiel (ZAAE7833NL#07) van minimaal twee personen aangetroffen. Het is bij al deze mengprofielen meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van aangeefster, verdachte en (een) willekeurig(e) onbekend(e) persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van aangeefster en één of twee willekeurig(e) onbekend(e) persoon/personen.

Op de buitenste schaamlippen van aangeefster is een DNA-mengprofiel (ZAAE7833NL#01) van minimaal twee personen aangetroffen. Het is ongeveer 600 duizend keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van aangeefster en verdachte, dan wanneer het DNA afkomstig is van aangeefster en één willekeurig onbekend persoon.

De rechtbank concludeert op basis van de matchkansen dat de DNA-profielen die op de verschillende plekken op het lichaam en de onderbroek van aangeefster zijn aangetroffen, van verdachte zijn.

Conclusie feiten 1 en 2

Van opzetverkrachting en -aanranding is sprake als de verdachte met een ander seksuele handelingen verricht die - in het geval van opzetverkrachting - (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl hij weet dat bij de ander de wil daartoe ontbreekt.

In artikel 244 Sr is bepaald dat bij een persoon in ieder geval de wil tot het verrichten of ondergaan van seksuele handelingen ontbreekt als diegene in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert.

De rechtbank stelt vast dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht bij aangeefster die bestaan uit het binnendringen met zijn vinger in haar vagina en anus, het binnendringen van zijn penis in haar vagina (feit 1), het betasten en likken van haar vagina en schaamlippen en het betasten en likken van haar borsten en tepel (feit 2).Toen aangeefster sliep, verkeerde zij in een staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht en was zij niet in staat tot (vrije) wilsuiting met betrekking tot (het ondergaan van) de seksuele handelingen. En aldus ontbrak bij haar de wil. Zij heeft verklaard dat toen ze wakker werd ze ook niet wilde dat verdachte de handelingen bij haar verrichtte. Hoewel verdachte zich niets meer kan herinneren van wat hij heeft gedaan, kan het niet anders zijn dan dat hij wist dat bij aangeefster de wil ontbrak. Hij is immers begonnen met de seksuele handelingen toen ze sliep en toen zij wakker werd heeft zij gedaan alsof ze sliep, waarmee het voor verdachte niet duidelijk was dat ze wakker was. Hiermee is sprake van vol opzet op het ontbreken van de wil bij aangeefster. De rechtbank acht dan ook de opzetverkrachting (feit 1) en de opzetaanranding (feit 2) bewezen.

Feit 3

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte, zonder medeweten of toestemming van aangeefster, opzettelijk vier foto’s van aangeefster heeft gemaakt die van seksuele aard zijn. De rechtbank acht ook feit 3 bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Nijmegen met een persoon, te weten [aangever] ,

die op dat moment lag te slapen, een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

het brengen/duwen van zijn vinger(s) in haar vagina en/of

het brengen/duwen van zijn penis in haar vagina,

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak;

Feit 2

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Nijmegen met een persoon, te weten [aangever] ,

die op dat moment lag te slapen, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

het betasten van haar vagina en/of de schaamlippen en/of

het likken van haar vagina en/of schaamlippen en/of

het betasten van haar borst(en) en/of de tepel(s) en/of

het likken van haar borst(en) en/of de tepel(s),

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.

Feit 3

hij op of omstreeks 2 mei 2025 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [aangever] een visuele weergave van seksuele aard, te weten een of meerdere foto's van haar vagina en/of haar borst(en) en/of haar tepel(s), heeft vervaardigd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

Opzetverkrachting

feit 2:

Opzetaanranding

feit 3:

Opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een visuele weergave van seksuele aard vervaardigen, meermalen gepleegd

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van

3 jaren. Aan het voorwaardelijke deel dienen te worden verbonden de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat dat in dit specifieke geval ongepast zou zijn en geen redelijk doel zou dienen. Dat geldt te meer aangezien aangeefster heeft verklaard enkel te willen dat verdachte hulp krijgt.

Mocht de rechtbank zich genoodzaakt voelen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dan verzoekt de raadsman die te beperken tot de duur van 1 dag.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetverkrachting, opzetaanranding en het maken van foto’s van seksuele aard zonder dat hij daar toestemming voor had. Verdachte en het slachtoffer hadden een vriendschappelijke relatie. Na een diner bij de roeivereniging is het slachtoffer bij verdachte in zijn woning blijven slapen, zodat zij niet met de auto naar huis hoefde te rijden. Verdachte sliep in zijn bed, het slachtoffer op de slaapbank. Toen het slachtoffer lag te slapen, heeft verdachte vergaande seksuele handelingen met haar verricht en foto’s van seksuele aard van haar gemaakt.

Verdachte heeft met deze gedragingen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Hij heeft grof misbruik gemaakt van vertrouwen dat het slachtoffer in hem had. Hij had haar immers een slaapplek gegeven, waarvan zij dacht dat die veilig was.

In het algemeen blijven bij slachtoffers van verkrachting langdurig gevoelens van angst en onveiligheid bestaan. Ook voor het slachtoffer in deze zaak is de verkrachting een zeer ingrijpende gebeurtenis geweest. Zij heeft als gevolg van de verkrachting en aanranding PTSS opgelopen en krijgt EMDR-therapie.

De reclassering schrijft in haar rapport van 20 augustus 2026 dat hoewel verdachte aangeeft dat hij zich niet kan herinneren wat hij heeft gedaan, hij openstaat voor hulp om meer inzicht in zijn gedrag en handelen te krijgen. De reclassering adviseert dan ook aan verdachte op te leggen een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting.

De rechtbank vindt de feiten en de gevolgen voor het slachtoffer zo ernstig, dat deze niet anders dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank weegt daarbij mee dat verdachte nog jong is en dat de impact van een lange gevangenisstraf daarmee relatief hoog is. Omdat verdachte openstaat voor hulp ziet de rechtbank bovendien aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd. De duur van de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie gevorderd, doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en dan met name aan de ernst van en de omstandigheden waaronder de opzetverkrachting is gepleegd.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met de bewezenverklaarde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.293,54 aan materiële schade en € 10.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij

niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak.

Subsidiair verzoekt de verdediging om de vordering te matigen op basis van de uitgangspunten van de Rotterdamse Schaal, de hoogte van toewijzingen in vergelijkbare zaken en de beperkte inhoud van de toelichting op de schade, waaruit op onderdelen (de declaraties) niet zonder meer een rechtstreeks verband kan worden aangenomen. Tot slot is verdachte student en heeft hij een uiterst beperkte draagkracht, hetgeen een extra argument is voor matiging.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Vastgesteld kan worden dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte PTSS heeft opgelopen. Dit blijkt uit de verwijsbrief van de huisarts van 2 april 2026. Ook blijkt uit het behandeloverzicht en de declaraties van de geestelijke gezondheidszorg dat de kosten voor het medisch onderzoek in verband met de verkrachting (in 2025) en de kosten van de EMDR-therapie (in 2026) volledig ten laste zijn gekomen van haar eigen risico. Het rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte is door de verdediging onvoldoende gemotiveerd betwist. De gevorderde vergoeding van het eigen risico over 2026 bestaat voor een bedrag van € 103,63 uit toekomstige schade, waarvoor op grond van artikel 6:105 van het Burgerlijk Wetboek (BW) toewijzing kan volgen. De schadeposten ‘eigen risico 2025’ (€ 408,54) en ‘eigen risico 2026’ (€ 885) zijn dus voldoende onderbouwd en komen de rechtbank redelijk voor.

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De rechtbank zal daarom de vordering van € 1.293,54 aan materiële schade toewijzen. Bij gebreke van stellingen over de ingangsdatum van de wettelijke rente, wordt deze vastgesteld op de datum van de uitspraak van dit vonnis. Verdachte is dus vanaf 10 september 2026 wettelijke rente over dit bedrag verschuldigd.

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 aanhef en onder b BW recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat, voor zover hier relevant, de benadeelde partij ‘op andere wijze’ in de persoon is aangetast. Daaronder valt in ieder geval geestelijk letsel. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde geestelijk letsel in de vorm van PTSS heeft opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. In dat verband heeft zij onder meer gekeken naar de Rotterdamse schaal en in het bijzonder naar paragraaf 14.2 ‘Posttraumatische stressstoornis (PTSS)’. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de toelichting op de vordering sprake is van categorie (c) ‘middelzwaar’ met een bandbreedte van € 5.500,- tot € 16.000,-. De benadeelde partij is sinds het bewezenverklaarde geconfronteerd met onder andere slaapproblemen, nachtmerries, herbelevingen, spanningsklachten, concentratie- en geheugenproblemen, bovendien is zij tot op heden niet hersteld, terwijl het bewezenverklaarde handelen van bijna anderhalf jaar geleden dateert. Al met al is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 10.000,- billijk is en zal zij het smartengeld op dit bedrag vaststellen en toewijzen.

De rechtbank ziet geen aanleiding de schadevergoeding te matigen, zoals door de verdediging is verzocht. Van onaanvaardbare gevolgen voor de verdachte als bedoeld in artikel 6:109 BW is niet gebleken, te meer tegen de achtergrond van de aard van de aansprakelijkheid.

Verdachte is vanaf 2 mei 2025 wettelijke rente over dit bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 241, 243 en 254ba van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

o verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Verdachte meldt zich binnen 3 dagen vanaf aanvang proeftijd telefonisch bij Reclassering Nederland op het telefoonnummer 088 8041405 om een afspraak te maken voor een eerste gesprek. Hierna moet hij zich blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

o verdachte zijn medewerking verleent aan nadere diagnostiek en behandeling bij Kairos of soortgelijke ambulante (forensische) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

 stelt als overige voorwaarden dat verdachte;

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.M. Schoo
  • mr. G.L.C. van den Bosch

Griffier

  • mr. T.J. Schoen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand