ECLI:NL:RBGEL:2026:7693

ECLI:NL:RBGEL:2026:7693

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 06-10-2026
Zaaknummer 05/242862-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De militaire kamer veroordeelt een 24-jarige matroos wegens het medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon tot een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Vrijspraak van het openbaar maken van die visuele weergave. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, inclusief wettelijke rente en hoofdelijke schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/242862-25

Datum uitspraak : 7 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. M.J. van den Hoonaard, advocaat in Baarn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij, meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 13 mei 2025 in de gemeente Den Helder, aan boord van het marineschip [naam] , tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [aangever] één of meer visuele weergave(n) van seksuele aard, te weten een livestream en/of een live-video en/of video’s en/of foto’s en/of printscreens, waarop te zien was dat die [aangever] en (mede)verdachte (zelf) seks hebben, heeft/hebben vervaardigd;

2.hij, meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 13 mei 2025 in de gemeente Den Helder, aan boord van het marineschip [naam] , tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen één of meer visuele weergave(n) van seksuele aard, te weten een livestream en/of een live-video en/of video’s en/of foto’s en/of printscreens van een persoon, teweten [aangever] , waarop te zien was dat die [aangever] en (mede)verdachte (zelf) seks hebben, openbaar heeft/hebben gemaakt, terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze opzettelijk en wederrechtelijk was/waren vervaardigd en/of terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte wist(en) dat die openbaarmakingnadelig voor die [aangever] kon zijn.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 13 mei 2025 was er een feestje in het CAF aan boord van [naam] , die op dat moment in Den Helder lag. Verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] waren destijds als matroos der eerste klasse van de technische dienst op dat schip geplaatst. Op dit feest mochten ook genodigden komen. In dat kader was [aangever] , matroos der eerste klasse op [naam] , aanwezig. Verdachte [verdachte] en [aangever] vonden elkaar leuk en hebben gezoend. Daarna vroeg verdachte [verdachte] of [aangever] mee wilde lopen. Ze hebben vervolgens met wederzijdse instemming seks gehad in de nooddieselgeneratorkamer (hierna: NDGK). In de NDGK hing een camera die vanuit de technische centrale (hierna: TC) live kon worden uitgekeken. Medeverdachte [medeverdachte] heeft in de TC de camerabeelden vanuit de NDGK meegekeken en zag dat verdachte [verdachte] en [aangever] daar seks hadden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd, omdat op basis van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet had op het openbaar maken van één of meerdere visuele weergaven van seksuele aard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte [verdachte] de camerabeelden niet zelf live heeft bekeken. Er kan dus niet worden gezegd dat hij visuele weergaven heeft vervaardigd. Verder was er geen aanmerkelijke kans dat medeverdachte [medeverdachte] de camerabeelden van de NDGK live zou meekijken en hiervan beeldmateriaal zou maken en heeft verdachte [verdachte] deze kans al helemaal niet aanvaard. Bovendien is er geen sprake van medeplegen.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte [verdachte] niet wist dat medeverdachte [medeverdachte] de beelden openbaar wilde maken. Zelfs als verdachte [verdachte] dit wel wist, dan is dat op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat het opzet van verdachte [verdachte] daar ook op was gericht.

Beoordeling door de militaire kamer

De verklaring van aangeefster

[aangever] heeft verklaard dat ze met verdachte [verdachte] is meegelopen naar een machinekamer (de militaire kamer begrijpt: de NDGK). Ze heeft na binnenkomst in de NDGK twee keer aan hem gevraagd: ‘Weet je zeker dat niemand het hier ziet’. [verdachte] antwoordde: “Niemand gaat het hier zien”. Vervolgens hebben ze in de NDGK met wederzijdse instemming seks gehad. De seks stopte toen verdachte [verdachte] klaar kwam. Als [aangever] had geweten dat iemand hen kon zien, had ze het niet gedaan. Naderhand hoorde ze van [getuige 1] (de militaire kamer begrijpt: getuige [getuige 1] ) dat medeverdachte [medeverdachte] [aangever] en verdachte [verdachte] had gefilmd vanuit de TC. [aangever] heeft verdachte [verdachte] direct geconfronteerd dat er camera’s in de NDGK hingen. Verdachte [verdachte] zei sorry en wilde met haar praten in zijn hut. Ze is toen met hem meegegaan naar zijn hut om te praten. [verdachte] zei dat er hier, in zijn hut, geen camera’s hingen. Op de vraag van [aangever] of hij wist dat er camera’s hingen in de NDGK zei verdachte [verdachte] enkel: “sorry hier hangen geen camera’s”. Daarna is hij doorgegaan met proberen om seks met [aangever] te hebben. [aangever] wilde dit niet en uiteindelijk heeft getuige [getuige 6] haar bij verdachte [verdachte] weggetrokken.

Feit 1

Naar het oordeel van de militaire kamer kan het live uitkijken van camerabeelden worden aangemerkt als het vervaardigen van een visuele weergave als bedoeld in artikel 254ba van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) (overeenkomstig de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4801).

Medeverdachte [medeverdachte] heeft de camerabeelden van de NDGK, waarop te zien was dat verdachte [verdachte] en [aangever] seks hadden, live uitgekeken. Daarmee heeft hij een visuele weergave van seksuele aard vervaardigd. Uit de verklaring van [aangever] blijkt dat dit zonder haar medeweten of toestemming, en dus wederrechtelijk, is gebeurd.

Vervolgens dient de militaire kamer de vraag te beantwoorden of en zo ja, in hoeverre verdachte hierbij betrokken was.

De militaire kamer is van oordeel dat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte vol opzet had op het onder 1 tenlastegelegde.

Volgens verdachte wist hij wel dat er een camera in de NDKG hing, maar was hij zich daar niet bewust van op het moment dat hij seks had met [aangever] . De militaire kamer acht dit niet aannemelijk geworden, gelet op de overige bewijsmiddelen in het procesdossier. Zo heeft verdachte [verdachte] naderhand onder andere het volgende aan [aangever] verstuurd via WhatsApp: ‘Ja snap ik had het ook niet zo bedoeld maar ik had toen ik het besefte ook weg moeten gaan’. Hieruit blijkt dat verdachte [verdachte] dus niet meteen is weg gegaan op het moment dat hij zich weer bewust werd van de camera.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte in de camera keek voordat de dame in kwestie (de militaire kamer begrijpt: [aangever] ) bukte om in zijn hondjes te gaan staan of voordat ze het op zijn hondjes deden. Hieruit leidt de militaire kamer af dat verdachte op dat moment nog moest beginnen met de seks. Verder heeft verdachte volgens getuige [getuige 3] af en toe in de camera gekeken, een duimpje opgestoken en ‘zo’n spierballetje gedaan’ richting de camera met zijn arm. Volgens medeverdachte [medeverdachte] heeft verdachte een aantal bewegingen gemaakt richting de camera. [medeverdachte] zag dat verdachte zijn middelvinger opstak. Verdachte zelf heeft ook verklaard dat hij zijn middelvinger opstak naar de camera. Bovendien heeft hij verklaard dat iedereen die bij de technische dienst werkt, weet dat er een camera in de NDGK hangt.

Al deze handelingen kunnen naar het oordeel van de militaire kamer niet anders worden opgevat dan dat verdachte wist dat er een camera in de NDGK hing en dat hij zich hier al van bewust was vóórdat hij seks had met [aangever] .

Getuige [getuige 4] , commandant van [naam] , heeft verklaard dat hij op 14 mei 2025 een gesprek had met onder andere verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] . In dit gesprek heeft medeverdachte [medeverdachte] tegen [getuige 4] gezegd dat verdachte en [medeverdachte] al eens eerder tegen elkaar hadden gezegd dat het grappig zou zijn als iemand seks zou hebben in een ruimte met camera en de ander vanuit de TC mee kon kijken.

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij met medeverdachte [medeverdachte] en een paar andere matrozen naar de TC is gegaan, omdat [medeverdachte] vermoedde wat verdachte [verdachte] van plan was, te weten het verrichten van seksuele handelingen. [medeverdachte] had namelijk tegen getuige [getuige 5] gezegd dat [verdachte] er met een dame vandoor ging. Daar kwam het grapje naar boven dat verdachte [verdachte] altijd wilde maken, namelijk seks hebben met een dame en dat je via de CCTV kon meekijken.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat toen hij en verdachte [verdachte] geplaatst waren op [naam] en aan boord kwamen, er verhalen rond gingen over de NDGK. Het is bekend dat mensen daar wel eens seks hebben. Zij hebben toen een verhaal gehoord dat er mensen in de TC zaten en meekeken terwijl mensen seks hadden in de ruimte. Ze hadden gezegd dat het komisch zou zijn om dat te zien.

Op basis hiervan stelt de militaire kamer vast dat medeverdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] in het verleden eerder hebben besproken dat het grappig zou zijn als één van hen seks met iemand zou hebben in een ruimte met camera en dat de ander dan vanuit de TC mee kon kijken via de camerabeelden.

De militaire kamer is gelet op vorenstaande van oordeel dat er een aanmerkelijke kans bestond dat één van beide verdachten vanuit de TC mee zou kijken via de camerabeelden op het moment dat de ander seks had in één van de ruimtes op het schip waar een camera van de technische dienst hing.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verder verklaard dat hij zag dat [aangever] en verdachte samen wegliepen. [medeverdachte] keek waar ze naartoe gingen. Toen hij zag dat ze de rookplek voorbij liepen, dacht hij dat ze een ruimte gingen opzoeken. Hij had al een idee welke ruimte dat zou zijn, want er was daar één ruimte die een beetje privé is en waarvan je zeker weet dat er niemand binnen zou komen. Hij dacht dat ze seks zouden gaan hebben. [medeverdachte] wist dat er een camera in die ruimte hing en heeft in de TC de camerabeelden meegekeken.

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte] heeft gezien dat zij (de militaire kamer begrijpt: [aangever] en [verdachte] ) samen wegliepen.

Op basis hiervan stelt de militaire kamer niet alleen vast dat verdachte [medeverdachte] wist dat [aangever] en verdachte [verdachte] wegliepen om seks te hebben in de NDGK, maar ook dat [verdachte] ervan op de hoogte was dat [medeverdachte] dit wist.

Desondanks heeft [verdachte] zijn besluit doorgezet om seks met [aangever] te hebben in de NDGK. Daarmee heeft hij de aanmerkelijke kans dat [medeverdachte] mee zou kijken op de camerabeelden in de TC ook bewust aanvaard.

De militaire kamer is dan ook van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het vervaardigen van een visuele weergave van seksuele aard, te weten een livestream en/of een live-video, waarop te zien was dat hij seks had met [aangever] .

Verdachten hadden eerder gesproken over het bekijken van de camerabeelden in de TC terwijl de ander seks had in een ruimte waar een camera hing. Ook had medeverdachte [medeverdachte] door dat verdachte [verdachte] met [aangever] naar de NDGK ging om seks met haar te hebben en wist [verdachte] dat [medeverdachte] dit wist. Gelet hierop kan het volgens de militaire kamer niet anders dan dat er een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen was, waarbij zij allebei, los van elkaar, een essentieel deel van hun plan uitvoerden. Daarom vindt de militaire kamer dat sprake was van medeplegen.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat hij de camerabeelden niet zelf heeft uitgekeken. De militaire kamer verwerpt dit verweer, nu zij medeplegen bewezen acht.

De militaire kamer komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde.

Feit 2

Het openbaar maken van een visuele weergave van seksuele aard vereist dat deze aan één of meer personen bekend wordt gemaakt. Dit houdt volgens de wetgever in dat degene die de weergave openbaar maakt zich wendt tot het publiek of iemand in het publiek. Diegene moet de weergave openbaar hebben willen maken (Kamerstukken II 2018/19, 35080, 3, p. 23). Bij het tonen van een afbeelding aan een groep omstanders zal dit over het algemeen kunnen worden aangenomen, maar bij het enkele tonen van de afbeelding aan één persoon zal hier niet onder alle omstandigheden sprake van zijn (Kamerstukken II 2018-2019, 35 080, nr. 7, p. 11).

Hoewel meerdere mensen de camerabeelden in de TC hebben uitgekeken en hiervan foto’s en/of video’s hebben gemaakt, kan niet worden vastgesteld dat verdachte wist dat iemand anders dan [medeverdachte] de camerabeelden zou bekijken. Het feit dat [medeverdachte] de camerabeelden heeft bekeken, is onvoldoende, nu verdachte en hij de weergave samen hebben vervaardigd. Verdachte kan die dus niet aan hem kenbaar hebben gemaakt.

De militaire kamer ziet in het procesdossier of het verhandelde ter terechtzitting dus geen aanwijzingen dat verdachte de visuele weergave van seksuele aard, te weten de livestream en/of live-video, openbaar heeft gemaakt of hier (voorwaardelijk) opzet op had.

Daarom spreekt de militaire kamer verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij, meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 13 mei 2025 in de gemeente Den Helder, aan boord van het marineschip [naam] , tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [aangever] één of meer visuele weergave(n) van seksuele aard, te weten een livestream en/of een live-video en/of video’s en/of foto’s en/of printscreens, waarop te zien was dat die [aangever] en (mede)verdachte (zelf) seks hebben, heeft/hebben vervaardigd;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een visuele weergave van seksuele aard vervaardigen.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – in geval de militaire kamer tot een veroordeling komt – oplegging van een taakstraf bepleit, omdat de officier van justitie er bij diens eis van uit lijkt te gaan dat er sprake was van dwang.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan het maken van een visuele weergave van seksuele aard. Hij heeft seks gehad met het slachtoffer, terwijl medeverdachte [medeverdachte] meekeek via de camerabeelden in de TC. Uit het procesdossier blijkt dat meerdere mensen deze beelden ook hebben gezien en hier opnames van hebben gemaakt en dat deze zaak als een lopend vuurtje is rondgegaan op het schip. Daarmee is verdachte op grove wijze over haar grenzen gegaan en heeft hij de seksuele integriteit van het slachtoffer geschonden.

De militaire kamer neemt het verdachte kwalijk dat hij haar meerdere keren gerust heeft gesteld en bevestigd dat niemand hen kon zien. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem had. Bovendien is het slachtoffer ook militair en vond het strafbare feit plaats op een schip van Defensie, dus hun werkplek. Juist bij haar collega-militairen had het slachtoffer veilig moeten zijn. Daarnaast hebben verdachten met hun handelen Defensie in een negatief daglicht geplaatst.

In strafverzwarende zin weegt de militaire kamer mee dat verdachte totaal geen schuldbesef heeft getoond. Sterker nog, hij lijkt zichzelf te zien als slachtoffer. In het voordeel van verdachte weegt de militaire kamer mee dat verdachte op eigen initiatief psychologische hulp heeft ingeschakeld.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

Uit het strafblad van verdachte d.d. 10 juli 2026 blijkt dat artikel 63 Sr van toepassing is, gelet op de veroordeling door de militaire politierechter van 5 februari 2026.

Reclassering Nederland heeft op 18 mei 2026 een advies over verdachte uitgebracht. Volgens de reclassering is verdachte als gevolg van onderhavige verdenking geschorst uit zijn functie, waardoor hij psychisch uit evenwicht is geraakt en na een veroordeling voor een nieuw strafbaar feit is ontslagen bij Defensie. Volgens de reclassering is verdachte – in geval van veroordeling – ernstig over de integriteitsgrenzen van aangeefster gegaan, samen met de anderen die naar de camerabeelden keken. De reclassering heeft de indruk dat er door de sfeer/cultuur aan boord van het schip onvoldoende werd gecorrigeerd op dergelijk gedrag, wat versterkt werd door het forse alcoholgebruik van die avond.

Verdachte stelt dat hij zich niet bewust was van de camera en ziet zichzelf ook als slachtoffer, maar volgens de reclassering kan, als hij hierover liegt, worden gezegd dat hij onder zijn verantwoordelijkheid uit probeert te komen. Onvolwassen moreel besef, impulsiviteit, groepsdynamische processen en alcohol hebben volgens de reclassering aan deze verdenking ten grondslag gelegen. Daarom adviseert de reclassering een training cognitieve vaardigheden.

Verdachte heeft zelf psychologische hulp gezocht. Hij functioneert inmiddels stabieler en heeft ander werk gevonden.

De risico’s op recidive en letsel worden ingeschat als laag-gemiddeld. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.

De reclassering adviseert bij veroordeling een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:

De strafoplegging

Alles afwegende is de militaire kamer van oordeel dat een stevig signaal nodig is om niet alleen naar verdachte, maar ook naar zijn (voormalige) collega-militairen, duidelijk te maken dat dit soort handelen, ongeacht de cultuur aan boord van een schip, niet wordt getolereerd. De militaire kamer vindt de eis van de officier van justitie fors, maar passend en geboden, gelet op de ernst van het feit en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer.

Daarom zal de militaire kamer hem veroordelen tot een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met de standaardproeftijd van 3 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

De militaire kamer ziet onvoldoende aanleiding om een contact- en locatieverbod ten aanzien van het slachtoffer op te leggen. Sinds onderhavig incident heeft verdachte geen contact met haar gezocht. Bovendien is verdachte ontslagen bij Defensie en is de kans dat zij elkaar tegenkomen hierdoor vrijwel nihil.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 9.791,96 aan materiële schade,

€ 5.000,- aan smartengeld, en tevens € 4.500,- toekomstige schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 7.791,96 aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voor het overige deel aan materiële schade en smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

Subsidiair heeft de verdediging ten aanzien van de materiële schade aangevoerd dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in dit deel van de vordering, omdat de onderbouwing van het verband tussen het tenlastegelegde incident en de gemiste vaartijden ontbreekt. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging de militaire kamer verzocht om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid, omdat het door de officier van justitie geëiste bedrag te hoog is. Tot slot moet de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in het deel van de vordering dat ziet op de toekomstige schade.

De boordeling door de militaire kamer

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

Uit de administratie en het e-mailbericht met betrekking tot de ziekmelding van de benadeelde partij volgt dat zij niet kon varen. De vaartoeslag is een wezenlijk onderdeel van het salaris van een matroos. Daarom wijst de militaire kamer deze kosten toe.

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de militaire kamer van oordeel dat de vordering voor wat betreft de vaartoeslag tot een hoogte van € 7.609,96 kan worden toegewezen.

De militaire kamer zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk verklaren in de vordering. De havenvergoeding betreft naar het oordeel van de militaire kamer geen rechtstreekse schade die door de benadeelde partij is geleden, omdat zij hiervoor geen kosten heeft gemaakt. Ook de gevorderde toekomstige schade komt niet voor vergoeding in aanmerking.

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de militaire kamer vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door feit 1 is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Verdachte heeft immers een dusdanig ernstige inbreuk gemaakt op haar seksuele integriteit en privacy dat dit, gelet op de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, in zichzelf als een aantasting van de persoon op andere wijze moet worden beschouwd. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De militaire kamer houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.500,- vaststellen. Daarbij houdt zij rekening met het eerdere verhaal over een vergelijkbaar incident dat nog steeds op [naam] rondgaat, waardoor te verwachten is dat de benadeelde partij nog een lange tijd aan dit incident zal worden herinnerd.

De militaire kamer zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Wettelijke rente

Verdachte is vanaf 13 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

Schadevergoedingsmaatregel

De militaire kamer ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

Hoofdelijkheid

De militaire kamer overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte de schade heeft vergoed.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 63 en 254ba van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De militaire kamer:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 7.609,96 aan materiële schade en € 3.500,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en tot smartengeld;

 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.M.H. Pennings

Griffier

  • mr. M.M. Aalbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand