RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/159302-24; 05/115621-24 en 05/231226-24 (gevoegd ter terechtzitting)
Datum uitspraak : 1 oktober 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende aan het [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. J. Velthoven, advocaat in Tiel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 05/159302-24
1. hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of [plaats] , althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever 1] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door- die [aangever 1] naar een locatie te laten komen/te brengen,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,- een vuurwapen te richtingen op die [aangever 1] ,- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever 1] te slaan althans te drukken,- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever 1] te zetten,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),- op het lichaam van die [aangever 1] te zitten en/of te steunen,- die [aangever 1] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast te pakken,- die [aangever 1] te slaan tegen het lichaam,- een doek en/of lap in de mond van die [aangever 1] te duwen en/of- die [aangever 1] tegen zijn wil in in een woning vast te houdenmet het oogmerk een ander, te weten die [aangever 1] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag;
2.hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een gouden ketting,- een bril (merk: Cartier),- een of meerdere telefoons (merk: iPhone en/of Samsung),- een tas (merk: Gucci) en/of- een sleutelin elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [aangever 1] naar een locatie te laten komen/te brengen,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,- een vuurwapen te richtingen op die [aangever 1] ,- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever 1] te slaan althans te drukken,- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever 1] te zetten,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),- op het lichaam van die [aangever 1] te zitten en/of te steunen,- die [aangever 1] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast te pakken,- die [aangever 1] te slaan tegen het lichaam,- een doek en/of lap in de mond van die [aangever 1] te duwen en/of- die [aangever 1] tegen zijn wil in in een woning vast te houden (teneinde zijn telefoon te ontgrendelen en/of te weten komen waar hij zijn geld verborgen heeft);
3.hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of [plaats] , althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen- die [aangever 1] bij zijn keel heeft gepakt,- die [aangever 1] heeft geslagen met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] heeft geslagen (met gebalde vuist) op zijn hoofd, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] heeft geslagen met een wapen op zijn hoofd, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast heeft gepakt, waardoor die [aangever 1] zijn bewustzijn verloor,- die [aangever 1] in zijn vingers, dan wel zijn lichaam, met een mes heeft gesneden en/of- die [aangever 1] met een hamer tegen zijn knie, althans zijn lichaam, aan heeft getiktterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of [plaats] , althans in Nederland [aangever 1] heeft mishandeld door- die [aangever 1] bij zijn keel te pakken,- die [aangever 1] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] te slaan (met gebalde vuist) op zijn hoofd, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] te slaan met een wapen op zijn hoofd, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast te pakken, waardoor die [aangever 1] zijn bewustzijn verloor,- die [aangever 1] in zijn vingers, dan wel zijn lichaam, met een mes te snijden en/of- die [aangever 1] met een hamer tegen zijn knie, althans zijn lichaam, aan te tikken;
in de zaak met parketnummer 05/115621-24 hij een of meermalen op of omstreeks 26 maart 2024 te Nijmegen, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Nederland en/of [verbalisant 2] , hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter overbrenging van de aangehouden verdachte naar een politiebureau ter voorgeleiding aan de hulpOVJ en/of ter insluiting van de verdachte door- zich een of meermalen in tegengestelde richting dan die waarin die ambtenaren verdachte trachten te geleiden, te bewegen en/of- een of meermalen tegen het been en/of in de richting van het been, althans het lichaam, van die ambtenaren te schoppen en/of- een of meermalen zijn hoofd in de richting van die ambtenaren te bewegen om een kopstoot te geven;
in de zaak met parketnummer 05/231226-24 hij op of omstreeks 11 april 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Pluryn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
in de zaak met parketnummer 05/159302-24
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (het medeplegen van gijzeling), feit 2 (diefstal met geweld in vereniging) en feit 3, primair (medeplegen van een poging tot zware mishandeling). Bij de feiten 1 en 2 moet [verdachte] worden vrijgesproken van de twee gedachtestreepjes die zien op het vuurwapen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] van feit 1 wordt vrijgesproken van het gebruiken van een vuurwapen, het vastbinden met tiewraps en het slaan met een knuppel. [verdachte] heeft aangever ‘slechts’ vastgehouden. Hij is niet degene die aangever heeft geslagen of die een doek in de mond van aangever gedaan. Voor het overige kan feit 1 bewezen worden.
Voor feit 2 moet [verdachte] worden vrijgesproken omdat hij geen wetenschap had van de diefstal.
Voor feit 3 kan een bewezenverklaring volgen, maar van het gebruiken van een wapen onder het vierde gedachtestreepje moet [verdachte] worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
(Bij)namen
In deze zaak is sprake van meerdere verdachten en betrokkenen, die onder verschillende (bij)namen in het dossier voorkomen. Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank hieronder telkens de officiële voornaam van verdachte, de medeverdachten en andere betrokkenen gebruiken in plaats van de telkens wisselende (bij)namen die in verschillende verklaringen worden gebruikt.
Aangever over het incident
Op 16 maart 2024 is aangever [aangever 1] (hierna: [aangever 1] ) rond half vier bij hem thuis in [plaats] opgehaald door [naam 1] . [naam 1] en [aangever 1] hebben eerst [naam 2] opgehaald en zijn vervolgens naar een appartement in Nijmegen gegaan. [naam 1] is weer vertrokken om ‘ [naam 3] ’ op te halen. [aangever 1] is met [naam 2] in het appartement achtergebleven.
Na tien minuten/een kwartiertje werd er aangebeld. [naam 2] heeft de deur open gedaan. Ineens stond een Syrische jongen in het appartement. Hij was even lang als [aangever 1] , dun, blank en had zwart haar en krullen naar voren. De jongen pakte [aangever 1] direct bij zijn keel en zette een mes op zijn keel. De jongen is met een knie op aangever gaan zitten. Op een gegeven moment is er nog een derde jongen binnen gekomen.
[aangever 1] is door iedereen die in de woning aanwezig was geslagen. Hij is met vuisten op zijn gezicht en zijn hoofd geslagen. Hij is ook met een stok op zijn gezicht geslagen. [naam 2] heeft [aangever 1] ook met iets hards op zijn hoofd geslagen. [aangever 1] denkt dat dat een wapen (pistool) is geweest. Verder is [aangever 1] met een stok of een knuppel op zijn benen geslagen en is er een paar keer met een hamer lichtjes op zijn knie getikt. De polsen van [aangever 1] waren vastgebonden met tiewraps, waarschijnlijk door [naam 2] .
Het zou allemaal om geld gaan. [naam 2] zei: “Waar zijn die tonnen, waar zijn die tonnen?”.
[naam 2] heeft de Cartier bril en de 14K gouden ketting van [aangever 1] afgenomen. De iPhone 15 pro Max, een Samsung S21 en een nep Gucci nektasje zijn ook van [aangever 1] afgepakt.
Ook hebben de verdachten de broek en de onderbroek van [aangever 1] uitgedaan en filmpjes van zijn gezicht en geslachtsdeel gemaakt.
[aangever 1] probeerde steeds tegen te werken en de klappen af te weren. Toen [aangever 1] probeerde te vluchten voelde hij een arm om zijn nek, waardoor hij voor zijn gevoel een beetje buiten bewustzijn raakte. De verdachten dreigden dat ze [aangever 1] mee zouden nemen in de kofferbak naar Duitsland als hij niet mee zou werken.
Uiteindelijk heeft [aangever 1] medewerking verleend en heeft hij de toegangscode van zijn telefoon gegeven. [naam 2] heeft in de notities van de telefoon gezien dat [aangever 1] (bij hem thuis) “onder zijn bed” geld had liggen. De verdachten hebben de sleutels (van zijn woning) uit de zak van [aangever 1] gepakt. Uiteindelijk heeft [aangever 1] zijn adres gegeven.
Inmiddels waren er nog twee andere jongens het appartement binnen gekomen. Een jongen met glad haar naar achter en een blauw mondkapje is naar het huis van [aangever 1] in [plaats] gegaan. Die jongen heeft met [naam 2] gefacetimed. [aangever 1] moest aanwijzen waar zijn kamer was. Hij heeft via facetime gezien dat de jongen (met het mondkapje) in zijn kamer was.
[aangever 1] heeft ongeveer een uur later het appartement in Nijmegen verlaten, samen met de verdachten. [aangever 1] is een andere kant op gelopen en is een restaurant binnen gegaan. Vervolgens zijn de politie en de begeleider van [aangever 1] naar het restaurant gekomen.
Filmpjes
De hiervoor genoemde filmpjes zijn aangetroffen op de telefoon van [naam 2] . Op verschillende stills van het filmpje is onder andere te zien dat een persoon aangeduid als NN5 op aangever zit en een doek/stoffenlap in de mond van aangever houdt. Ook is hierop te zien dat NN5 met de rechterhand een mes tegen de rechterkant van de nek van aangever drukt.
Letsel
Uit de geneeskundige verklaring volgt dat aangever na het incident letsel had opgelopen. Rechts op zijn voorhoofd had aangever een streepvormige blauwe plek, links op zijn jukbeen had hij een zwelling en blauwe plek en op de neusrug en de onderkin een schaafwond. Aangever had ook een schaafwond op zijn rug. Hij had striemen om beide polsen, een zwelling aan de linker pols, een snijwond aan de linker ringvinger, wondjes op de handrug en een schaafwond aan de linker elleboog. Op de linker knie van aangever zaten blauwe plekken.
Verklaring [verdachte] ter zitting
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij door [naam 2] is gebeld om naar het appartement te komen. Hij is naar het appartement gegaan en daar is het uit de hand gelopen. [verdachte] heeft op [aangever 1] gezeten en hem vast gehouden. Hij heeft een mes bij zijn nek gehouden en de prop die in de mond van [aangever 1] zat vastgehouden.
Betrokkenheid van de andere verdachten
[naam 1] heeft verklaard dat hij nog geld tegoed had van [aangever 1] . [naam 2] had [naam 1] aangeboden om dat op te lossen. Hij zou [aangever 1] bang maken en hem geld laten afstaan. [naam 1] moest [aangever 1] dan brengen en [naam 2] zou de rest regelen. Uiteindelijk zei [naam 2] : “wanneer gaan we het doen […] kom zaterdag, breng hem naar mij en ik regel de rest.”
[naam 1] heeft eerst [aangever 1] in [plaats] opgehaald en daarna [naam 2] in Groesbeek. Samen zijn zij naar een appartement aan de [adres 2] in Nijmegen gereden. [naam 1] is weer weggegaan om [naam 3] in [plaats] op te halen. In de tussentijd zou [naam 2] [aangever 1] bang maken en hem geld laten afstaan. Toen [naam 1] met [naam 3] weer terug was bij het appartement aan de [adres 2] had hij telefonisch contact met [naam 2] . Er is een persoon met handschoenen en een beetje gekruld haar naar beneden gekomen om spullen, waaronder een Gucci tas en een telefoon van [aangever 1] , aan [naam 1] te geven. Die spullen, behalve de telefoon, heeft [naam 1] bij zich gehouden. In de notities van de telefoon stond dat er onder het bed in het huis van [aangever 1] geld zou liggen. [naam 1] en [naam 3] zijn (als bijrijder) bij een andere jongen in de auto gestapt en naar het huis van [aangever 1] gereden. Onderweg hadden de bestuurder en [naam 1] telefonisch contact met [naam 2] . De bestuurder had de sleutels en is het huis van [aangever 1] binnengegaan. Daar heeft hij geld gepakt. Terug in Nijmegen hebben ze het geld aan [naam 2] gegeven. Achteraf hoorde [naam 1] van [naam 2] wat er in het appartement is gebeurd en dat er filmpjes zijn gemaakt. [naam 2] vertelde [naam 1] dat hij [aangever 1] heeft geslagen. [naam 1] heeft na afloop € 450,00 van [naam 2] gekregen. Onderweg naar [plaats] vertelde [naam 2] aan [naam 1] via de telefoon een beetje dat het uit de hand liep met [aangever 1] . [naam 1] hoorde via de telefoon geschreeuw.
[naam 4] (hierna: [naam 4] ) heeft verklaard dat hij gebeld is door [naam 2] . [naam 2] was met vrienden in een flat. [naam 2] heeft [naam 4] de locatie gestuurd en [naam 4] is daar naartoe gegaan. [verdachte] , een vriend van [naam 4] en de broer van [naam 5] was daar ook. Eenmaal boven (in het appartement), heeft [naam 2] aan [naam 4] een sleutel gegeven en een locatie in [plaats] .
[naam 4] is met [naam 1] en [naam 3] naar [plaats] gereden. Gedurende de rit was [naam 1] via de telefoon aan het praten met [naam 2] . [naam 4] heeft in [plaats] geld opgehaald, hij schat tussen de 4500 en 6000 euro, en is teruggereden naar Nijmegen. [naam 4] heeft het geld aan [naam 2] gegeven. Hij zag toen dat [naam 2] een gouden ketting droeg. [naam 4] droeg die dag een mondkapje. [naam 4] heeft van [naam 2] een deel van het geld gekregen.
[naam 2] heeft zich bij zijn verhoren door de politie op zijn zwijgrecht beroepen.
De feitelijke handelingen die de rechtbank bewezen acht
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat [naam 1] eerst [aangever 1] en daarna [naam 2] heeft opgehaald en naar een appartement aan de [adres 2] in Nijmegen heeft gebracht. [naam 1] is vervolgens weggegaan. [verdachte] is ook naar het appartement aan de [adres 2] gegaan. [naam 2] en [verdachte] hebben in het appartement verschillende geweldshandelingen op [aangever 1] uitgevoerd en spullen van hem afgepakt en hem de code van zijn telefoon afhandig gemaakt. [naam 1] is weer terug gekomen naar de [adres 2] en heeft van [verdachte] (een deel van) de afgepakte spullen gekregen. [naam 1] is vervolgens met [naam 4] naar de woning van [aangever 1] in [plaats] gereden. [naam 4] is de woning binnengegaan en heeft geld gepakt uit de woning van [aangever 1] . [naam 1] en [naam 4] zijn weer terug gegaan naar de [adres 2] en hebben het gepakte geld aan [naam 2] gegeven. [aangever 1] is al die tijd in het appartement aan de [adres 2] vastgehouden.
De rechtbank merkt op dat de verklaring van [aangever 1] gedetailleerd is. Vrijwel alle handelingen die hem zijn aangedaan en ook de tijdlijn vinden steun in andere bewijsmiddelen zoals het bij aangever geconstateerde letsel, de verklaringen van medeverdachten en ook in beeldmateriaal. De rechtbank volgt dan ook de verklaring van [aangever 1] en komt op grond hiervan en op grond van de overige opgesomde bewijsmiddelen per verdachte tot de volgende bewezenverklaarde handelingen.
[naam 2]
Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat [naam 2] verschillende geweldshandelingen heeft uitgevoerd op [aangever 1] , zoals het slaan, zowel met de vuisten als met een stok, en tikken met een hamer. [naam 2] heeft (naakt)filmpjes van [aangever 1] gemaakt. Ook heeft hij spullen van [aangever 1] afgepakt waaronder een bril en een ketting. [naam 2] heeft [naam 1] aangeboden te helpen om [aangever 1] geld afhandig te maken. [naam 2] heeft [verdachte] en [naam 4] gevraagd om mee te doen aan de mishandeling en de diefstal. Op verschillende momenten heeft [naam 2] telefonisch contact gehad met [naam 4] en [naam 1] om hen aanwijzingen te geven en aan te sturen. [naam 2] heeft het geld uit de woning van [aangever 1] in ontvangst genomen en na afloop verdeeld onder de daders.
[naam 1]
heeft de rol gehad van chauffeur en van bijrijder. Hij heeft [aangever 1] en [naam 2] thuis opgehaald en naar het appartement aan de [adres 2] gebracht. Hij heeft (een deel van) de gestolen spullen gekregen uit handen van [verdachte] . Hij is vervolgens (als bijrijder van [naam 4] ) naar de woning van [aangever 1] in [plaats] gereden met als doel daar geld te pakken. [naam 1] heeft een deel van de buit gekregen.
[verdachte]
heeft zich gewelddadig gedragen in het appartement door [aangever 1] bij de keel te pakken en met een mes te dreigen, hem te slaan, op hem te gaan zitten en een prop in zijn mond te houden. [verdachte] heeft een deel van de buit gekregen.
[naam 4]
is degene geweest die met [naam 1] en nog een jongen naar de woning van [aangever 1] is gegaan en daar uit de woning geld heeft gepakt. Hij werd daarbij aangestuurd via de telefoon.
feit 1
Wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Aangever is enkele uren (van 16:42 uur tot 20:59 uur) vastgebonden en vastgehouden in een woning in Nijmegen. Aangever is in de woning mishandeld en bedreigd. Hierdoor is een dreigende situatie ontstaan waaraan aangever zich niet heeft kunnen onttrekken. Hij heeft nog geprobeerd te vluchten, maar werd tegengehouden. Onder de gegeven omstandigheden is sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Een gijzeling ex artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht is in deze zaak niet aan de orde. Gijzeling is slechts aan de orde als de dader handelt met het oogmerk om een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat een ander dan aangever werd gedwongen om iets te doen of niet te doen/werd gedwongen tot het geven van een code of een adres of tot het aangeven waar het geld lag. Aangever zelf is geen ‘ander’, zoals bedoel in artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal daarom de laatste zinsnede “met het oogmerk … (in zijn woning) geld lag” wegstrepen in de bewezenverklaring.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard als vast is komen te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling daarvan kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarnaast geldt de eis van een dubbele opzet: de verdachte moet zowel opzet op de onderlinge samenwerking met de mededader(s) hebben gehad als op het gronddelict.
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. [verdachte] heeft meerdere grove geweldshandelingen en bedreigingen met een mes uitgevoerd terwijl hij wist dat [aangever 1] was vastgebonden en niet kon wegkomen. Hij heeft zo een significante bijdrage geleverd aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving. Hij heeft ook in de buit gedeeld. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat sprake is van medeplegen.
Ten laste gelegde geweldshandelingen
Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de door aangever genoemde geweldshandelingen. De aangifte vindt op veel punten steun in andere bewijsmiddelen. Alle ten laste gelegde geweldshandelingen kunnen bewezen worden verklaard met uitzondering van het gebruik van een vuurwapen en een knuppel. Aangever heeft daarover niet eenduidig verklaard. De rechtbank zal de gedachtestreepjes die zien op het gebruik van het vuurwapen en het woord knuppel wegstrepen in de bewezenverklaring.
Alles overziend, zal de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verklaren dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Feit 2
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de conclusie dat van [aangever 1] de volgende spullen zijn afgepakt: een gouden ketting, een Cartier bril, een iPhone en een Samsung telefoon, een nep Gucci tas en een sleutel. Overigens is ook een laptop gestolen maar deze staat bij feit 2 niet op de tenlastelegging.
Om die diefstal mogelijk te maken is sprake geweest van de geweldshandelingen die onder feit 1 bewezen zijn verklaard. Daarmee is sprake van diefstal met geweld.
Medeplegen
[verdachte] wordt onder feit 2 verdacht van het medeplegen van diefstal met geweld. De raadsman heeft het verweer gevoerd dat [verdachte] geen opzet heeft gehad op het gronddelict: in dit geval diefstal met geweld. De rechtbank volgt de raadsman niet.
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zag dat spullen, zoals de ketting, de Gucci tas en sleutels, van [aangever 1] werden afgenomen. Ondertussen heeft [verdachte] grof geweld uitgeoefend tegen [aangever 1] . De rechtbank kan dit niet anders uitleggen dan dat dit was om die diefstal te vergemakkelijken. Daarbij heeft [verdachte] ook niets gedaan om het geweld dat anderen [aangever 1] aandeden te stoppen.
Op de camerabeelden van de [adres 2] (Videobestand: ch02 2024031619O532.mp4) is te zien dat NN5 ( [verdachte] ) naar beneden kwam met een tas, het beeld uitloopt en weer terug het beeld inloopt. Op het moment dat hij terug het beeld inloopt heeft hij geen tas meer bij zich. [naam 1] heeft verklaard dat hij de tas met gestolen spullen kreeg overhandigd van een jongen met handschoenen en een beetje gekruld haar. De rechtbank leidt daaruit af dat het [verdachte] is geweest die de gestolen spullen aan [naam 1] heeft overhandigd.
Naar het oordeel van de rechtbank laat één en ander zien dat [verdachte] (wel degelijk) het oogmerk had om zich samen met de medeverdachte de spullen van [aangever 1] wederrechtelijk toe te eigenen en dat [verdachte] in verband met die diefstal geweld heeft uitgeoefend. Ook is de rechtbank op basis van het voorgaande van oordeel dat hier sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit. De verdachten hadden daarbij allemaal, ook [verdachte] , een wezenlijke rol. Daarmee acht de rechtbank ook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit, te weten diefstal met geweld in vereniging.
Feit 3
Uit het dossier komt naar voren dat aangever meerdere malen is geslagen, dat hij is vastgehouden, dat er een mes bij zijn keel is gehouden, dat hij met een stok tegen de benen is geslagen, dat hij met een arm om zijn nek is vastgepakt, dat er een doek in zijn mond is geduwd.
Het staat vast dat deze geweldshandelingen door [verdachte] en zijn medeverdachten zijn verricht. Niet staat vast hoe hard en hoe vaak op welke plekken is geslagen. Slaan op het hoofd en lichaam (en met een stok slaan op het been) levert niet automatisch een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel op en in dit geval blijkt niet uit het dossier dat er dusdanig hard en/of vaak op het hoofd en het lichaam is geslagen dat er sprake is geweest van een aanmerkelijke kans hierop, zeker bij gebreke aan meer gegevens over lengte en dikte van de stok waarmee geslagen is. Het geconstateerde letsel bij aangever, wijst ook niet in die richting. Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij aangever. Dat sprake zou zijn geweest van een poging tot zware mishandeling, zoals primair ten laste is gelegd onder feit 3 acht de rechtbank niet bewezen.
De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van mishandeling.
in de zaak met parketnummer 05/115621-24
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Agenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden hoofdagenten bij de Eenheid Oost-Nederland, hebben een man staande gehouden die later [verdachte] bleek te zijn. Ze hebben hem naar het politiebureau gebracht. [verdachte] gedroeg zich recalcitrant en probeerde weg te komen. Hij luisterde niet naar de instructies van de agenten en bewoog zich in de andere richting dan waar de agenten hem wilde brengen. De agenten besloten om [verdachte] kort in te sluiten vanwege zijn gedrag. Bij het verplaatsen naar de lift bewoog [verdachte] weer telkens de andere kant op dan waar de agenten hem wilden brengen. Terwijl [verdachte] in de lift werd verplaatst, maakte hij een trappende beweging richting [verbalisant 2] en raakte het been van de agent. Ook maakte hij met zijn hoofd een beweging in de richting van [verbalisant 2] om hem een kopstoot te geven. [verbalisant 2] kon de kopstoot ontwijken.
Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij is aangehouden door de politie en dat hij met zijn hoofd een beweging heeft gemaakt.
Op basis van het ambtsedig opgemaakt proces-verbaal van agenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
in de zaak met parketnummer 05/231226-24
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
[verdachte] heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05/159302-24 onder feit 1, feit 2 en feit 3 subsidiair tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 05/115621-24 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 05/231226-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
in de zaak met parketnummer 05/159302-24
1. hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of [plaats] , althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever 1] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door- die [aangever 1] naar een locatie te laten komen/te brengen,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,- een vuurwapen te richtingen op die [aangever 1] ,- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever 1] te slaan althans te drukken,- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever 1] te zetten,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),- op het lichaam van die [aangever 1] te zitten en/of te steunen,- die [aangever 1] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast te pakken,- die [aangever 1] te slaan tegen het lichaam,- een doek en/of lap in de mond van die [aangever 1] te duwen en/of- die [aangever 1] tegen zijn wil in in een woning vast te houdenmet het oogmerk een ander, te weten die [aangever 1] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag;
2.hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een gouden ketting,- een bril (merk: Cartier),- een of meerdere telefoons (merk: iPhone en/of Samsung),- een tas (merk: Gucci) en/of- een sleutelin elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [aangever 1] naar een locatie te laten komen/te brengen,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,- een vuurwapen te richtingen op die [aangever 1] ,- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever 1] te slaan althans te drukken,- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever 1] te zetten,- die [aangever 1] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),- op het lichaam van die [aangever 1] te zitten en/of te steunen,- die [aangever 1] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast te pakken,- die [aangever 1] te slaan tegen het lichaam,- een doek en/of lap in de mond van die [aangever 1] te duwen en/of- die [aangever 1] tegen zijn wil in in een woning vast te houden (teneinde zijn telefoon te ontgrendelen en/of te weten komen waar hij zijn geld verborgen heeft);
3. subsidiair:hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of [plaats] , althans in Nederland [aangever 1] heeft mishandeld door- die [aangever 1] bij zijn keel te pakken,- die [aangever 1] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] te slaan (met gebalde vuist) op zijn hoofd, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] te slaan met een wapen op zijn hoofd, althans zijn lichaam,- die [aangever 1] met een arm om zijn nek vast te pakken, waardoor die [aangever 1] zijn bewustzijn verloor,- die [aangever 1] in zijn vingers, dan wel zijn lichaam, met een mes te snijden en/of- die [aangever 1] met een hamer tegen zijn knie, althans zijn lichaam, aan te tikken;
in de zaak met parketnummer 05/115621-24 hij een of meermalen op of omstreeks 26 maart 2024 te Nijmegen, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Nederland en/of [verbalisant 2] , hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter overbrenging van de aangehouden verdachte naar een politiebureau ter voorgeleiding aan de hulpOVJ en/of ter insluiting van de verdachte door- zich een of meermalen in tegengestelde richting dan die waarin die ambtenaren verdachte trachten te geleiden, te bewegen en/of- een of meermalen tegen het been en/of in de richting van het been, althans het lichaam, van die ambtenaren te schoppen en/of- een of meermalen zijn hoofd in de richting van die ambtenaren te bewegen om een kopstoot te geven;
in de zaak met parketnummer 05/231226-24 hij op of omstreeks 11 april 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Pluryn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
in de zaak met parketnummer 05/159302-24
feit 1:
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
feit 2:
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 3, subsidiair:
mishandeling;
in de zaak met parketnummer 05/115621-24
wederspannigheid;
in de zaak met parketnummer 05/231226-24
medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden met aftrek van de duur van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaar. Aan deze voorwaardelijke straf moeten de voorwaarden worden gekoppeld van een meldplicht, delictanalyse en behandeling bij Kairos. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur. De officier van justitie heeft in haar eis expliciet rekening gehouden met het grote tijdsverloop.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft opgemerkt dat hij de eis van de officier van justitie alleszins redelijk vindt.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en met de inhoud van de volgende stukken:
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
[verdachte] is eerder veroordeeld voor (andersoortige) strafbare feiten. Na het plegen van de feiten die in deze strafzaak aan de rechtbank ter beoordeling voorliggen, is [verdachte] nog veroordeeld voor een ander strafbaar feit. De rechtbank laat dit meewegen in de strafafdoening (artikel 63 Sr).
De ernst van de feiten
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten, te weten medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld in vereniging en medeplegen van mishandeling. Samen met anderen heeft verdachte het slachtoffer vastgehouden in een woning. De verdachten hebben het slachtoffer mishandeld en vernederd met het doel om hem geld en spullen afhandig te maken. [verdachte] rol bestond uit het uitvoeren van verschillende geweldshandelingen. [verdachte] heeft het slachtoffer bij de keel gepakt en bedreigd met een mes. Hij is op het slachtoffer gaan zitten zodat hij niet weg kon komen, hij heeft een lap in de mond van het slachtoffer geduwd en hij heeft hem geslagen. Het moeten voor het slachtoffer angstige uren zijn geweest in de woning in Nijmegen. [verdachte] heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Dergelijk handelen roept ook angstgevoelens op in de samenleving.
Daarnaast heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid door zich te
verzetten bij zijn aanhouding/insluiting. Hiermee heeft hij het gezag ondermijnd van
ambtenaren die een publieke taak verrichten. Agenten moeten hun taak kunnen uitvoeren
zonder met dergelijk gedrag geconfronteerd te worden.
Tot slot heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan vernieling, een hinderlijk feit.
De straf
De ernst van het geweld in de zaak met parketnummer 05/159302-24 en het aandeel van [verdachte] daarin (en daarbij opgeteld de feiten in de overige zaken) rechtvaardigen in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie. In de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en het tijdsverloop ziet de rechtbank aanleiding om hiervan af te wijken.
[verdachte] is rond zijn negende/tiende levensjaar gevlucht uit Syrië. Hij is getuige geweest van fors oorlogsgeweld. [verdachte] is gediagnosticeerd met een posttraumatische-stressstoornis (PTSS). Door de PTSS is [verdachte] mogelijk verhoogd prikkelbaar in stressvolle situaties en handelt hij in deze situaties vanuit angst. Hij lijkt dan in de fight-modus te komen.
Sinds de onderhavige feiten heeft [verdachte] leven een andere wending genomen. Verdachte heeft zich de afgelopen twee jaar en vier maanden goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. Er is inmiddels sprake van stabiliteit en structuur in zijn leven. Hij heeft een (meer dan) fulltime baan en heeft een eigen bedrijf opgericht. [verdachte] staat open voor behandeling van zijn complex (oorlogs)trauma.
De rechtbank ziet de meerwaarde van die behandeling. Om de behandeling mogelijk te maken zal de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen en hieraan de bijzondere voorwaarden verbinden die de Raad heeft geadviseerd, te weten behandeling door Kairos, een meldplicht en delictanalyse. Een voorwaardelijk strafdeel is bedoeld als een stok achter de deur om de behandeling, ook als het moeilijk wordt, vol te houden en om [verdachte] ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan.
Verder zal de rechtbank een werkstraf opleggen. Een werkstraf van 40 uur, zoals door de officier van justitie is geëist vindt de rechtbank echter onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten en gaat over tot het opleggen van een werkstraf van 80 uren. De rechtbank realiseert zich dat het uitvoeren van deze werkstraf - naast de werkweek van 40 tot 60 uur en de behandeling bij Kairos - veel van [verdachte] gaat vragen maar de rechtbank vindt dat dit van [verdachte] gevraagd mag worden gezien de forse geweldshandelingen die hij heeft gepleegd en de korte duur van het voorarrest. De overschrijding van de redelijke termijn, waarover hierna nog zal worden overwogen, heeft de rechtbank al verrekend in die 80 uren.
De redelijke termijn
De rechtbank neemt in aanmerking dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere
verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht.
Die termijn begint op het moment dat door de Nederlandse staat ten opzichte van de
betrokkene een handeling is verricht waardoor deze in redelijkheid kan verwachten dat het
Openbaar Ministerie strafvervolging tegen hem zal instellen in verband met de verdenking
van een strafbaar feit. Bij jeugdzaken behoort de zaak in eerste aanleg binnen 16 maanden te
zijn afgedaan.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het
procesverloop in deze zaak het volgende. In de zaak met parketnummer 05/159302-24 is
[verdachte] op 13 mei 2024 aangehouden en in verzekering gesteld. Het einddossier is
gesloten op 3 april 2025. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn is
overschreden en dat dit tijdsverloop een matiging van het op te leggen onvoorwaardelijke
deel van de werkstraf van 20 uur tot gevolg moet hebben.
Conclusie
Alles afwegende legt de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden op
met de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de Raad (meldplicht, behandeling
door Kairos en delictanalyse). De rechtbank stelt de proeftijd op twee jaar. Daarnaast legt de
rechtbank een werkstraf op van 80 uur.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 180, 282, 300, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 4 maanden;
- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. De jeugdreclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
stelt als overige voorwaarden dat:
geeft opdracht aan Jeugdbescherming Gelderland (Nijmegen), afdeling Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 80 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;
heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis (in de zaak met parketnummer 05/159302-24).