RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/103350-24
Datum uitspraak : 1 oktober 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. J.M. van Dam, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,
door
- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,
- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,
- ( met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan althans te drukken,
- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),
- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,
- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,
- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,
- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of
- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden
met het oogmerk een ander, te weten die [aangever] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag;
2.
hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een gouden ketting,
- een bril (merk: Cartier),
- een of meerdere telefoons (merk: iPhone en/of Samsung),
- een tas (merk: Gucci) en/of
- een sleutel
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,
- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,
- ( met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan althans te drukken,
- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),
- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,
- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,
- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,
- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of
- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden (teneinde zijn telefoon te ontgrendelen en/of te weten komen waar hij zijn geld verborgen heeft);
3.
hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [aangever] bij zijn keel heeft gepakt,
- die [aangever] heeft geslagen met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] heeft geslagen (met gebalde vuist) op zijn hoofd, althans zijn lichaam,
- die [aangever] heeft geslagen met een wapen op zijn hoofd, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast heeft gepakt, waardoor die [aangever] zijn bewustzijn verloor,
- die [aangever] in zijn vingers, dan wel zijn lichaam, met een mes heeft gesneden en/of
- die [aangever] met een hamer tegen zijn knie, althans zijn lichaam, aan heeft getikt
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland [aangever] heeft mishandeld door
- die [aangever] bij zijn keel te pakken,
- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] te slaan (met gebalde vuist) op zijn hoofd, althans zijn lichaam,
- die [aangever] te slaan met een wapen op zijn hoofd, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken, waardoor die [aangever] zijn bewustzijn verloor,
- die [aangever] in zijn vingers, dan wel zijn lichaam, met een mes te snijden en/of
- die [aangever] met een hamer tegen zijn knie, althans zijn lichaam, aan te tikken;
4.
hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres] te Arnhem, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een sleutel toebehorende aan [aangever] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (medeplegen van gijzeling), feit 2 (diefstal met geweld in vereniging), feit 3 primair (medeplegen van een poging tot zware mishandeling) en feit 4 (medeplegen van diefstal door middel van een valse sleutel).
Bij de feiten 1 en 2 moet verdachte partieel worden vrijgesproken van de gedachtestreepjes die zien op het vuurwapen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 3 primair. Het opzet van verdachte was niet gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Er is ook geen sprake van een poging daartoe. Verdachte heeft niet hard geslagen en ook niet op (bijvoorbeeld) het hoofd geslagen. Voor feit 1, feit 2, feit 3 subsidiair en feit 4 biedt het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een veroordeling te komen.
Beoordeling door de rechtbank
(Bij)namen
In deze zaak is sprake van meerdere verdachten en betrokkenen, die onder verschillende (bij)namen in het dossier voorkomen. Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank hieronder telkens de officiële voornaam van verdachte, de medeverdachten en andere betrokkenen gebruiken in plaats van de telkens wisselende (bij)namen die in verschillende verklaringen worden gebruikt.
Aangever over het incident
Op 16 maart 2024 is aangever [aangever] (hierna: [aangever] ) rond half vier bij hem thuis in Arnhem opgehaald door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] en [aangever] hebben eerst [verdachte] opgehaald en zijn vervolgens naar een appartement in Nijmegen gegaan. [medeverdachte 1] is weer vertrokken om ‘ [medeverdachte 3] ’ op te halen. [aangever] is met [verdachte] in het appartement achtergebleven.
Na tien minuten/een kwartiertje werd er aangebeld. [verdachte] heeft de deur open gedaan. Ineens stond een Syrische jongen in het appartement. Hij was even lang als [aangever] , dun, blank en had zwart haar en krullen naar voren. De jongen pakte [aangever] direct bij zijn keel en zette een mes op zijn keel. De jongen is met een knie op aangever gaan zitten. Op een gegeven moment is er nog een derde jongen binnen gekomen.
[aangever] is door iedereen die in de woning aanwezig was geslagen. Hij is met vuisten op zijn gezicht en zijn hoofd geslagen. Hij is ook met een stok op zijn gezicht geslagen. [verdachte] heeft [aangever] ook met iets hards op zijn hoofd geslagen. [aangever] denkt dat dat een wapen (pistool) is geweest. Verder is [aangever] met een stok of een knuppel op zijn benen geslagen en is er een paar keer met een hamer lichtjes op zijn knie getikt. De polsen van [aangever] waren vastgebonden met tiewraps, waarschijnlijk door [verdachte] .
Het zou allemaal om geld gaan. [verdachte] zei: “Waar zijn die tonnen, waar zijn die tonnen?”.
[verdachte] heeft de Cartier bril en de 14K gouden ketting van [aangever] afgenomen. De iPhone 15 pro Max, een Samsung S21 en een nep Gucci nektasje zijn ook van [aangever] afgepakt.
Ook hebben de verdachten de broek en de onderbroek van [aangever] uitgedaan en filmpjes van zijn gezicht en geslachtsdeel gemaakt.
[aangever] probeerde steeds tegen te werken en de klappen af te weren. Toen [aangever] probeerde te vluchten voelde hij een arm om zijn nek, waardoor hij voor zijn gevoel een beetje buiten bewustzijn raakte. De verdachten dreigden dat ze [aangever] mee zouden nemen in de kofferbak naar Duitsland als hij niet mee zou werken.
Uiteindelijk heeft [aangever] medewerking verleend en heeft hij de toegangscode van zijn telefoon gegeven. [verdachte] heeft in de notities van de telefoon gezien dat [aangever] (bij hem thuis) “onder zijn bed” geld had liggen. De verdachten hebben de sleutels (van zijn woning) uit de zak van [aangever] gepakt. Uiteindelijk heeft [aangever] zijn adres gegeven.
Inmiddels waren er nog twee andere jongens het appartement binnen gekomen. Een jongen met glad haar naar achter en een blauw mondkapje is naar het huis van [aangever] in Arnhem gegaan. Die jongen heeft met [verdachte] gefacetimed. [aangever] moest aanwijzen waar zijn kamer was. Hij heeft via facetime gezien dat de jongen (met het mondkapje) in zijn kamer was.
[aangever] heeft ongeveer een uur later het appartement in Nijmegen verlaten, samen met de verdachten. [aangever] is een andere kant op gelopen en is een restaurant binnen gegaan. Vervolgens zijn de politie en de begeleider van [aangever] naar het restaurant gekomen.
Filmpjes
De hiervoor genoemde filmpjes zijn aangetroffen op de telefoon van [verdachte] . Op verschillende stills van het filmpje is onder andere te zien dat een persoon aangeduid als NN5 op aangever zit en een doek/stoffenlap in de mond van aangever houdt. Ook is hierop te zien dat NN5 met de rechterhand een mes tegen de rechterkant van de nek van aangever drukt.
Letsel
Uit de geneeskundige verklaring volgt dat aangever na het incident letsel had opgelopen. Rechts op zijn voorhoofd had aangever een streepvormige blauwe plek, links op zijn jukbeen had hij een zwelling en blauwe plek en op de neusrug en de onderkin een schaafwond. Aangever had ook een schaafwond op zijn rug. Hij had striemen om beide polsen, een zwelling aan de linker pols, een snijwond aan de linker ringvinger, wondjes op de handrug en een schaafwond aan de linker elleboog. Op de linker knie van aangever zaten blauwe plekken.
Verklaring [verdachte] ter zitting
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [medeverdachte 1] wilde helpen om zijn geld terug te krijgen. Hij heeft [medeverdachte 3] gevraagd om [aangever] bang te maken. [verdachte] is in het appartement aan de [adres] geweest. Hij heeft [aangever] geslagen met een gebroken stok. Verder heeft hij gefilmd. Er zijn spullen van [aangever] afgepakt, waaronder een laptop, tasje en bril. [verdachte] heeft de Cartier bril en de ketting van [aangever] meegenomen. [medeverdachte 2] heeft het geld dat hij uit de woning van [aangever] heeft gestolen aan [verdachte] gegeven. [verdachte] heeft aan de anderen gevraagd wat iedereen had gedaan. Aan de hand van wat iedereen aan [verdachte] vertelde wat hij had gedaan, werd bepaald hoeveel iedereen kreeg.
Betrokkenheid van de andere verdachten
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij nog geld tegoed had van [aangever] . [verdachte] had [medeverdachte 1] aangeboden om dat op te lossen. Hij zou [aangever] bang maken en hem geld laten afstaan. [medeverdachte 1] moest [aangever] dan brengen en [verdachte] zou de rest regelen. Uiteindelijk zei [verdachte] : “wanneer gaan we het doen […] kom zaterdag, breng hem naar mij en ik regel de rest.”
[medeverdachte 1] heeft eerst [aangever] in Arnhem opgehaald en daarna [verdachte] in Groesbeek. Samen zijn zij naar een appartement aan de [adres] in Nijmegen gereden. [medeverdachte 1] is weer weggegaan om [medeverdachte 3] in Arnhem op te halen. In de tussentijd zou [verdachte] [aangever] bang maken en hem geld laten afstaan. Toen [medeverdachte 1] met [medeverdachte 3] weer terug was bij het appartement aan de [adres] had hij telefonisch contact met [verdachte] . Er is een persoon met handschoenen en een beetje gekruld haar naar beneden gekomen om spullen, waaronder een Gucci tas en een telefoon van [aangever] , aan [medeverdachte 1] te geven. Die spullen, behalve de telefoon, heeft [medeverdachte 1] bij zich gehouden. In de notities van de telefoon stond dat er onder het bed in het huis van [aangever] geld zou liggen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn (als bijrijder) bij een andere jongen in de auto gestapt en naar het huis van [aangever] gereden. Onderweg hadden de bestuurder en [medeverdachte 1] telefonisch contact met [verdachte] . De bestuurder van de auto had de sleutels en is het huis van [aangever] binnengegaan. Daar heeft hij geld gepakt. Terug in Nijmegen hebben ze het geld aan [verdachte] gegeven. Achteraf hoorde [medeverdachte 1] van [verdachte] wat er in het appartement is gebeurd en dat er filmpjes zijn gemaakt. [verdachte] vertelde [medeverdachte 1] dat hij [aangever] heeft geslagen. [medeverdachte 1] heeft na afloop € 450,00 van [verdachte] gekregen. Onderweg naar Arnhem vertelde [verdachte] aan [medeverdachte 1] via de telefoon een beetje dat het uit de hand liep met [aangever] . [medeverdachte 1] hoorde via de telefoon geschreeuw.
[medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) heeft verklaard dat hij gebeld is door [verdachte] . [verdachte] was met vrienden in een flat. [verdachte] heeft [medeverdachte 2] de locatie gestuurd en [medeverdachte 2] is daar naartoe gegaan. [medeverdachte 3] , een vriend van [medeverdachte 2] en de broer van [naam] , was daar ook. Eenmaal boven (in het appartement), heeft [verdachte] aan [medeverdachte 2] een sleutel gegeven en een locatie in Arnhem.
[medeverdachte 2] is met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] naar Arnhem gereden. Gedurende de rit was [medeverdachte 1] via de telefoon aan het praten met [verdachte] . [medeverdachte 2] heeft in Arnhem geld opgehaald, hij schat tussen de 4.500 en 6.000 euro, en is teruggereden naar Nijmegen. [medeverdachte 2] heeft het geld aan [verdachte] gegeven. Hij zag toen dat [verdachte] een gouden ketting droeg. [medeverdachte 2] droeg die dag een mondkapje. [medeverdachte 2] heeft van [verdachte] een deel van het geld gekregen.
NN5 - die op het filmpje dat is aangetroffen op de telefoon van [verdachte] een doek/stoffenlap in de mond van [aangever] houdt - is geïdentificeerd als [medeverdachte 3] al Rifai (hierna: [medeverdachte 3] ).
Telefoon [verdachte]
Uit onderzoek aan de telefoon van [verdachte] volgt de volgende WhatsApp-conversatie tussen ‘!!!’ ( [verdachte] ) en [naam] van 17 maart 2024.
De feitelijke handelingen die de rechtbank bewezen acht.
De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat [medeverdachte 1] eerst [aangever] en daarna [verdachte] heeft opgehaald en naar een appartement aan de [adres] in Nijmegen heeft gebracht. [medeverdachte 1] is vervolgens weggegaan. [medeverdachte 3] is het appartement binnengegaan. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben in het appartement verschillende geweldshandelingen op [aangever] uitgevoerd, spullen van hem afgepakt en hem de code van zijn telefoon afhandig gemaakt. [medeverdachte 1] is weer terug gekomen naar de [adres] en heeft van [medeverdachte 3] (een deel van) de afgepakte spullen gekregen. [medeverdachte 1] is vervolgens met [medeverdachte 2] naar de woning van [aangever] in Arnhem gereden. [medeverdachte 2] is de woning binnengegaan en heeft geld gepakt uit de woning van [aangever] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn weer terug gegaan naar de [adres] en hebben het gepakte geld aan [verdachte] gegeven. [aangever] is al die tijd in het appartement aan de [adres] vastgehouden.
De rechtbank merkt op dat de verklaring van [aangever] gedetailleerd is. Vrijwel alle handelingen die hem zijn aangedaan en ook de tijdlijn vinden steun in andere bewijsmiddelen zoals het bij aangever geconstateerde letsel, de verklaringen van medeverdachten en ook in beeldmateriaal. De rechtbank volgt dan ook de verklaring van [aangever] en komt op grond hiervan en op grond van de overige opgesomde bewijsmiddelen per verdachte tot de volgende bewezenverklaarde handelingen.
[verdachte]
heeft [medeverdachte 3] gevraagd om [aangever] bang te maken. Hij heeft [medeverdachte 3] ook binnen gelaten in de flat, waarna het geweld begon. [verdachte] heeft verschillende geweldshandelingen zelf uitgevoerd op [aangever] , zoals het slaan, zowel met de vuisten als met een stok en tikken met een hamer. [verdachte] heeft geroepen ‘waar zijn die tonnen?’ en heeft (naakt)filmpjes van [aangever] gemaakt. Ook heeft hij geweten dat een laptop, een tasje en twee telefoons zijn afgepakt en heeft hij zelf spullen van [aangever] afgepakt waaronder een ketting en een bril. Samen met [medeverdachte 3] hebben zij de polsen van [aangever] vastgebonden met tie-wraps en zij hebben hem de code van zijn telefoon afhandig gemaakt.
[verdachte] heeft [medeverdachte 2] gevraagd om mee te doen, hij stuurde hem de locatie van de flat waar [aangever] was. Op verschillende momenten heeft [verdachte] telefonisch contact gehad met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] om hen aanwijzingen te geven en aan te sturen. Hij heeft [medeverdachte 2] via videobellen uitgelegd waar het geld lag in de kamer van [aangever] . [verdachte] heeft het geld uit de woning van [aangever] in ontvangst genomen en na afloop verdeeld onder de daders.
[medeverdachte 2]
is degene geweest die met [medeverdachte 1] en nog een jongen naar de woning van [aangever] is gegaan en daar uit de woning geld heeft gepakt. Hij werd daarbij aangestuurd via de telefoon.
[medeverdachte 1]
heeft de rol gehad van chauffeur en van bijrijder. Hij heeft [aangever] en [verdachte] thuis opgehaald en naar het appartement aan de [adres] gebracht. Hij heeft (een deel van) de gestolen spullen gekregen uit handen van [medeverdachte 3] . Hij is vervolgens (als bijrijder van [medeverdachte 2] ) naar de woning van [aangever] in Arnhem gereden met als doel daar geld te pakken. [medeverdachte 1] heeft een deel van de buit gekregen.
[medeverdachte 3]
heeft zich gewelddadig gedragen in het appartement door [aangever] bij de keel te pakken en met een mes te dreigen, hem te slaan, op hem te gaan zitten en een prop in zijn mond te houden. [medeverdachte 3] heeft de gestolen spullen van [aangever] aan [medeverdachte 1] overhandigd. [medeverdachte 3] heeft een deel van de buit gekregen.
feit 1
Wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Aangever is enkele uren (van 16:42 uur tot 20:59 uur) vastgebonden en vastgehouden in een woning in Nijmegen. Aangever is in de woning mishandeld en bedreigd. Hierdoor is een dreigende situatie ontstaan waaraan aangever zich niet heeft kunnen onttrekken. Hij heeft nog geprobeerd te vluchten, maar werd tegengehouden. Onder de gegeven omstandigheden is sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Een gijzeling ex artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht is in deze zaak niet aan de orde. Van gijzeling is slechts sprake als de dader handelt met het oogmerk om een ander dan de gijzelaar te dwingen iets te doen of niet te doen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om aan te nemen dat een ander dan aangever werd gedwongen om iets te doen of niet te doen/werd gedwongen tot het geven van een code of een adres of tot het aangeven waar het geld lag. Aangever zelf is geen ‘ander’, zoals bedoeld in artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal daarom de laatste zinsnede “met het oogmerk … (in zijn woning) geld lag” wegstrepen in de bewezenverklaring.
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. [verdachte] heeft een significante bijdrage geleverd aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de vorm van anderen aansturen, zelf gewelddadige handelingen plegen, spullen meenemen en achteraf het geld verdelen. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat sprake is van medeplegen.
Ten laste gelegde geweldshandelingen
Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de door aangever genoemde geweldshandelingen. De aangifte vindt op veel punten steun in andere bewijsmiddelen. Alle ten laste gelegde geweldshandelingen kunnen bewezen worden verklaard met uitzondering van het gebruik van een vuurwapen en een knuppel. Aangever heeft daarover niet eenduidig verklaard. De rechtbank zal de gedachtestreepjes die zien op het gebruik van het vuurwapen en het woord knuppel wegstrepen in de bewezenverklaring.
Alles overziend, zal de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verklaren dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.
feit 2
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat van [aangever] de volgende spullen zijn afgepakt: een gouden ketting, een Cartier bril, een iPhone en een Samsung telefoon, een (nep Gucci) tas en een sleutel. Om die diefstal mogelijk te maken is sprake geweest van geweldshandelingen (zoals bewezen verklaard onder feit 1).
Overigens is ook een laptop gestolen maar deze staat bij feit 2 niet op de tenlastelegging.
Daarmee is sprake van diefstal met geweld. [verdachte] heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan deze diefstal met geweld. Tussen [verdachte] en de medeverdachten was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat van medeplegen kan worden gesproken.
De rechtbank zal wettig en overtuigend bewezen verklaren dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2, medeplegen van diefstal met geweld.
feit 3
Uit het dossier komt naar voren dat aangever meerdere malen is geslagen, dat hij is vastgehouden, dat er een mes bij zijn keel is gehouden, dat hij met een stok tegen de benen is geslagen, dat hij met een arm om zijn nek is vastgepakt, dat er een doek in zijn mond is geduwd.
Het staat vast dat deze geweldshandelingen door [verdachte] en zijn medeverdachten zijn verricht, Niet staat vast hoe hard en hoe vaak op welke plekken is geslagen. Slaan op het hoofd en lichaam (en met een stok slaan op het been) levert niet automatisch een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel op en in dit geval blijkt niet uit het dossier dat er dusdanig hard en/of vaak op het hoofd en het lichaam is geslagen dat er sprake is geweest van een aanmerkelijke kans hierop, zeker bij gebreke aan meer gegevens over lengte en dikte van de stok waarmee geslagen is. Het geconstateerde letsel bij aangever wijst ook niet in die richting. Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij aangever. Dat sprake zou zijn geweest van een poging tot zware mishandeling, zoals primair ten laste is gelegd onder feit 3 acht de rechtbank niet bewezen.
De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3 subsidiair, medeplegen van mishandeling.
feit 4
De rechtbank stelt vast dat [aangever] is gedwongen om de code van zijn telefoon te geven. In de notities van de telefoon stond aangegeven waar [aangever] in zijn woning geld had verstopt. De huissleutels zijn van [aangever] afgepakt. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vervolgens naar Arnhem gereden om het geld op te halen. [verdachte] heeft ondertussen contact met de medeverdachten en geeft hen aanwijzingen waar zij het geld kunnen vinden. Bij terugkomst in Nijmegen geeft [medeverdachte 2] het geld aan [verdachte] . Bij deze diefstal is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. De intellectuele en materiële bijdrage van [verdachte] aan het delict is van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spraken.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan feit 4, medeplegen van diefstal door middel van een valse sleutel.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 3 subsidiair en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op of omstreeks op 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, te weten [aangever] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,
door
- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,
- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,
- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan althans te drukken,
- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),
- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,
- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,
- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,
- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of
- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden
met het oogmerk een ander, te weten die [aangever] te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het geven van de code van zijn telefoon en/of het geven van het adres van zijn woning en/of aangeven waar (in zijn woning) geld lag;
2.
hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een gouden ketting,
- een bril (merk: Cartier),
- een of meerdere telefoons (merk: iPhone en/of Samsung),
- een tas (merk: Gucci) en/of
- een sleutel
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [aangever] naar een locatie te laten komen/te brengen,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden,
- een vuurwapen te richtingen op die [aangever] ,
- (met) een vuurwapen tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [aangever] te slaan althans te drukken,
- een mes tegen de keel, althans het lichaam, van die [aangever] te zetten,
- die [aangever] (meerdere malen) vast te binden (met tiewraps),
- op het lichaam van die [aangever] te zitten en/of te steunen,
- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken,
- die [aangever] te slaan tegen het lichaam,
- een doek en/of lap in de mond van die [aangever] te duwen en/of
- die [aangever] tegen zijn wil in in een woning vast te houden (teneinde zijn telefoon te ontgrendelen en/of te weten komen waar hij zijn geld verborgen heeft);
3 subsidiair.
hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland [aangever] heeft mishandeld door
- die [aangever] bij zijn keel te pakken,
- die [aangever] te slaan met een knuppel en/of een stok op zijn been, althans zijn lichaam,
- die [aangever] te slaan (met gebalde vuist) op zijn hoofd, althans zijn lichaam,
- die [aangever] te slaan met een wapen op zijn hoofd, althans zijn lichaam,
- die [aangever] met een arm om zijn nek vast te pakken, waardoor die [aangever] zijn bewustzijn verloor,
- die [aangever] in zijn vingers, dan wel zijn lichaam, met een mes te snijden en/of
- die [aangever] met een hamer tegen zijn knie, althans zijn lichaam, aan te tikken;
4.
hij op of omstreeks 16 maart 2024 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres] te Arnhem, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een sleutel toebehorende aan [aangever] , in ieder geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
feit 2:
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 3 subsidiair:
medeplegen van mishandeling;
feit 4:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden, met aftrek van het voorarrest. Aan deze voorwaardelijke straf moet gedurende een proeftijd van twee jaar alleen de algemene voorwaarde worden gekoppeld. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, waarbij zij bij de hoogte van haar eis expliciet rekening heeft gehouden met het tijdsverloop.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat [verdachte] niet tot een voorwaardelijke straf wordt veroordeeld. Een voorwaardelijke straf is niet van toegevoegde waarde. Er is sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. [verdachte] heeft inmiddels vele positieve stappen gezet.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en met de inhoud van de volgende stukken:
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
[verdachte] is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De ernst van de feiten
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige feiten, te weten medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld in vereniging, medeplegen van mishandeling en diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel.
Samen met anderen heeft [verdachte] het slachtoffer urenlang vastgehouden in een woning en hem mishandeld en vernederd met het doel om hem geld en spullen afhandig te maken. [verdachte] heeft verschillende geweldshandelingen uitgevoerd en spullen van aangever afgepakt, het incident deels gefilmd en anderen aangestuurd om geld uit de woning van [aangever] te stelen. [verdachte] heeft ondanks zijn destijds nog jonge leeftijd een essentiële en leidende rol bij de bewezenverklaarde feiten gehad.
Het moeten voor het slachtoffer angstige uren zijn geweest in de woning in Nijmegen. [verdachte] heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Dergelijk handelen roept ook angstgevoelens op in de samenleving.
De rapportages
Uit het PJ-rapport volgt dat [verdachte] is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis (PTSS), een oppositionele opstandige gedragsstoornis (ODD), relatieproblemen ouders-kind en lage cognitieve capaciteiten. Deze psychopathologie heeft de keuzes van [verdachte] beïnvloed ten tijde van de bewezen verklaarde feiten. Het advies van de psycholoog is om het bewezenverklaarde in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen.
De Jeugdreclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke werkstraf op te leggen als vergelding voor [verdachte] aandeel in het delict. De jeugdreclassering ziet geen reden om het toezicht te verlengen. De kans op herhaling wordt ingeschat als laag. Er is sprake van een groot tijdsverloop van tweeëneenhalf jaar. In die tijd is veel ten positieve veranderd in [verdachte] leven. Het gaat goed met hem op school, werk en thuis. [verdachte] is niet gemotiveerd voor behandeling.
Ook de Raad voor de Kinderbescherming ziet de positieve ontwikkeling van [verdachte] . De Raad kan zich vinden in het strafadvies van de reclassering.
De straf
De rechtbank constateert dat de 18 dagen die [verdachte] in voorarrest heeft gezeten onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten. De feiten rechtvaardigen een langere jeugddetentie. Toch gaat de rechtbank geen straf opleggen die ertoe zou leiden dat [verdachte] nog een jeugddetentie moet gaan uitzitten.
Dat heeft verschillende redenen. In de eerste plaats houdt de rechtbank rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het feit. De keuzes die [verdachte] toen maakte werden onder meer beïnvloed door zijn destijds lage zelfbeeld en zijn onvermogen spanningen te reguleren en andere oplossingsvaardigheden in te zetten.
Daarnaast is sprake van een zeer lang tijdsverloop sinds het feit en is sprake van een erg positief verloop van de schorsingsperiode. [verdachte] was ten tijde van het feit 16 jaar en is niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit. [verdachte] heeft toegegeven dat hij destijds in een slechte periode van zijn leven zat en dat wat hij heeft gedaan, nooit had mogen gebeuren. Sindsdien heeft hij zijn leven een positieve wending gegeven op alle levensgebieden met behulp van zijn reclasseringsmedewerker. Hij heeft een baan, volgt al langere tijd met goed gevolg een opleiding en heeft pro-sociale contacten. Het is niet nodig het reclasseringscontact nog langer te laten duren, zo geeft de reclassering zelf aan.
Een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou deze goede lijn doorkruisen en de rechtbank verwacht dat daarmee de kans op terugval wordt vergroot, waarmee zowel [verdachte] als de samenleving niet gebaat zijn.
De rechtbank zal aan [verdachte] wel een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. Op die manier wil de rechtbank [verdachte] een stok achter de deur bieden om niet opnieuw de fout in te gaan. De rechtbank vindt daarnaast dat [verdachte] nog wel een consequentie moet ervaren voor de nare en ernstige feiten die hij heeft gepleegd. Daarom zal de rechtbank een forse werkstraf opleggen.
De redelijke termijn
De rechtbank neemt in aanmerking dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere
verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht.
Die termijn begint op het moment dat door de Nederlandse staat ten opzichte van de
betrokkene een handeling is verricht waardoor deze in redelijkheid kan verwachten dat het
Openbaar Ministerie strafvervolging tegen hem zal instellen in verband met de verdenking
van een strafbaar feit. Bij jeugdzaken behoort de zaak in eerste aanleg binnen 16 maanden te
zijn afgedaan.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het
procesverloop in deze zaak het volgende. In deze zaak is [verdachte] op 26 maart 2024 aangehouden en in verzekering gesteld. Het einddossier is gesloten op 3 april 2025. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn is overschreden en dat dit tijdsverloop een matiging van het op te leggen onvoorwaardelijke deel van de werkstraf van 20 uur tot gevolg moet hebben.
Alles afwegende vindt de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden en
een taakstraf van 120 uur, zoals door de officier van justitie is geëist, passend en geboden, waarbij de rechtbank voornoemde aftrek van 20 uur (vanwege overschrijding van de redelijke termijn) daarin al heeft verrekend.
8. De beoordeling van het beslag
Blijkens het dossier is beslag gelegd op een geldbedrag van € 725,00 (PL0600-2024122928-G3181608).
De officier van justitie is van mening, gelet op de WhatsAppgesprekken, dat het geld toebehoort aan aangever.
De raadsman is van mening dat het geld moet worden teruggegeven aan de broer van [verdachte] . Hij heeft ter onderbouwing gewezen op het eerder ingediende klaagschrift.
Bij de doorzoeking aan de woning van [verdachte] ( [adres] ) op 26 maart 2024 is een geldbedrag van € 725,00 inbeslaggenomen. Van [aangever] is een bedrag van ongeveer € 700,00 gestolen. Van een overeenkomst ter zake het geld tussen [verdachte] en zijn broer is verder niet gebleken.
De rechtbank zal de teruggave van het geldbedrag gelasten aan de rechthebbende, in dit geval aangever.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 282, 300, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van drie (3) maanden;
bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 120 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
gelast de teruggave van het geldbedrag van € 725 (PL0600-2024122928-G3181608) aan de rechthebbende;
heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.