ECLI:NL:RBGEL:2026:7584

ECLI:NL:RBGEL:2026:7584

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer ARN 25/1186
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Intrekking en terugvordering bijstand. Schoonmaakwerkzaamheden niet gemeld. Overgelegde administratie niet volledig. Hoefde niet in gelegenheid te worden gesteld om de administratie aan te vullen. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/1186

in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. A. Alaca),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking van het recht op bijstand van eiseres over de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 april 2024 (de periode in geding), over de intrekking van het recht op individuele inkomenstoeslag toegekend op 9 februari 2024 en over de terugvordering van de gemaakte kosten van bijstand en individuele inkomenstoeslag van in totaal € 86.342,80. Eiseres is het niet eens met deze intrekkingen en terugvordering. Zij voert daartoe een beroepsgrond aan. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank of het college de besluiten tot intrekking en terugvordering terecht heeft genomen. Dit beroep gaat niet over het besluit tot beëindiging van de bijstand per 29 mei 2024, omdat eiseres haar bezwaar daartegen heeft ingetrokken.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de besluiten tot intrekking en terugvordering terecht heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het college heeft bij besluit van 29 mei 2024 de besluiten tot intrekking en terugvordering genomen. Met het bestreden besluit van 28 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij die besluiten gebleven, onder aanpassing van de motivering ten aanzien van de intrekking en terugvordering van de individuele inkomenstoeslag.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres ontvangt vanaf 1 november 1999 bijstand naar de norm van een alleenstaande, voor het laatst op grond van de Participatiewet (Pw). Op 11 september 2023 heeft de afdeling Handhaving, cluster Werk en Inkomen, van de gemeente Arnhem een anonieme melding ontvangen dat eiseres al minimaal vijf jaar zwart zou werken als schoonmaakster. Daarop is onderzoek verricht naar het recht op bijstand van eiseres. Daarbij zijn onder meer in de periode van 31 oktober 2023 tot en met 6 december 2023 33 waarnemingen verricht op het uitkeringsadres van eiseres, op adressen waar eiseres zou schoonmaken en is waargenomen waar zij met haar auto naartoe reed. Ook zijn adressen waar eiseres zou schoonmaken bezocht en is gesproken met de bewoners. Er zijn overzichten van WhatsApp-gesprekken verkregen met de bewoonster van [adres] te [plaats] en er is informatie verkregen van [schoonmaakbedrijf] via welk bedrijf eiseres schoonmaakwerkzaamheden zou verrichten. Ook is informatie opgevraagd bij Marktplaats waar eiseres advertenties plaatste als huishoudelijke hulp. Verder heeft eiseres bankafschriften overgelegd en is met haar een gesprek gevoerd. Eiseres is in de gelegenheid gesteld een administratie te overleggen, maar heeft aangegeven die niet te hebben. De onderzoeksresultaten zijn vastgelegd in een rapportage handhaving.

Aan de intrekking en terugvordering legt het college ten grondslag dat eiseres in strijd met haar inlichtingenverplichting niet heeft gemeld dat zij schoonmaakwerkzaamheden verrichtte. Eiseres heeft in bezwaar een achteraf opgestelde administratie overgelegd, die niet volledig of betrouwbaar is en niet wordt ondersteund met andere bewijsstukken. Het college kan daarom niet schatten wat eiseres aan inkomsten heeft ontvangen en of zij in de periode in geding nog recht had op (aanvullende) bijstand. Volgens het college zijn er geen dringende redenen om (deels) af te zien van terugvordering. Omdat het college de inkomsten van eiseres niet kan schatten, kan zij ook niet vaststellen wat het inkomen van eiseres was in de periode van 36 maanden voorafgaand aan het verzoek om individuele inkomenstoeslag. Daarom trekt het college ook de individuele inkomenstoeslag in die op 9 februari 2024 is verstrekt en vordert zij dit bedrag van € 260 terug.

Had eiseres in de gelegenheid gesteld moeten worden om haar administratie aan te vullen?

4. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en ten onrechte is besloten om haar bijstand over de periode in geding in te trekken. Eiseres heeft in bezwaar aangevoerd dat er bij het opstellen van de administratie vergissingen kunnen zijn ingeslopen, omdat de administratie betrekking heeft op een periode langer dan vijf jaar. Zij had in de gelegenheid gesteld moeten worden om de administratie aan te vullen.

Niet in geschil is dat eiseres in de periode in geding de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet bij het college te melden dat zij schoonmaakwerkzaamheden verrichtte.

Schending van de inlichtingenverplichting levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, in hoeverre de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Het is dan aan de betrokkene aannemelijk te maken dat hij, indien hij destijds wel aan de inlichtingenverplichting zou hebben voldaan, over de betreffende periode recht op volledige dan wel aanvullende bijstand zou hebben gehad.

Als na een schending van de inlichtingenverplichting de door de betrokkene gestelde en aannemelijk gemaakte feiten geen grondslag bieden voor een precieze vaststelling van het recht op bijstand, dan is de bijstandverlenende instantie gehouden om, indien mogelijk, schattenderwijs vast te stellen tot welk bedrag de betrokkene in ieder geval wel recht op bijstand heeft, op basis van de vaststaande feiten. Het eventuele nadeel voor de betrokkene dat voortvloeit uit de resterende onzekerheden, komt daarbij wegens schending van de inlichtingenverplichting voor zijn rekening.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat zij, in het kader van het vaststellen van het recht op bijstand, niet uit heeft kunnen gaan van de administratie die eiseres in bezwaar heeft overgelegd, ook niet in het kader van een schatting. Eiseres is door het college in de primaire fase al in staat gesteld om een administratie over te leggen waarna zij heeft verklaard dat ze die niet had. Niet in geschil is dat de in bezwaar overgelegde administratie achteraf is opgesteld. Verder betwist eiseres niet dat deze administratie niet volledig is. Onder meer ontbreken daarin drie data die wel blijken uit de WhatsApp-berichten tussen eiseres en de bewoner van [adres] in [plaats] . Ook de overige onvolledigheden die door het college in het bestreden besluit zijn genoemd, zijn door eiseres niet betwist. Het college hoefde eiseres niet in staat te stellen om de administratie aan te vullen. Eiseres heeft in beroep ook niet gesteld dat op grond van de beschikbare onderzoeksgegevens (al dan niet in samenhang met haar administratie) wel een betrouwbare schatting zou kunnen worden gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de besluiten van het college tot intrekking van het recht op bijstand en individuele inkomenstoeslag en de terugvordering van de gemaakte kosten van bijstand en individuele inkomenstoeslag van eiseres van in totaal € 86.342,80, in stand blijven. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. ter Horst, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand