uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de burgemeester van de gemeente Harderwijk
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de burgemeester van 26 maart 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de burgemeester een exploitatievergunning verleend.
Bij brief van 21 november 2025 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 oktober 2025. Bij besluit van 26 maart 2026, verzonden op 31 maart 2026, heeft de burgemeester dit bezwaar ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten.
Op 24 april 2026 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van 26 maart 2026. Op 28 mei 2026 heeft hij dit beroep ingetrokken.
Eiser heeft op 18 juni 2026 verzocht om ongedaanmaking van deze intrekking. De rechtbank heeft vervolgens in eerste instantie naar aanleiding van dit verzoek de zaak heropend.
Volgens vaste rechtspraak kan een bevoegd gedane intrekking van een bezwaar of beroep niet ongedaan worden gemaakt na het verstrijken van de bezwaar- of beroepstermijn, tenzij sprake is van dwaling, dwang of bedrog. Een beslissing over een verzoek tot ongedaanmaking van intrekking van een beroep moet worden neergelegd in een uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat eiser het beroep heeft ingetrokken onder invloed van dwaling, dwang of bedrog. Eiser heeft bij zijn verzoek enkel gesteld dat hij het ingetrokken beroep toch weer wil hervatten. De intrekking van het beroep kan daarom niet ongedaan worden gemaakt. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van
mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.