ECLI:NL:RBGEL:2026:7475

ECLI:NL:RBGEL:2026:7475

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer ARN 24/9048 en 24/9065
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

MRB; naheffingsaanslagen en verzuimboete. Motorrijtuig voldoet niet (meer) aan de inrichtingseisen voor een bestelauto. Belanghebbende heeft geen aanvullende aangifte gedaan van dit gegeven. Voor het opleggen van de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete is niet vereist dat met het motorrijtuig gebruik is gemaakt van de openbare weg. Beroepen ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026

in de zaken tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen, de inspecteur.

en

de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), te Den Haag, de Staat.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 november 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) over het tijdvak 22 februari 2023 tot en met 21 februari 2024 van € 1.908 en een verzuimboete van € 954 opgelegd (aanslagnummer [nummer 1] ). De inspecteur heeft aan belanghebbende ook een naheffingsaanslag MRB over het tijdvak 22 februari 2024 tot en met 21 mei 2024 van € 482 opgelegd (aanslagnummer [nummer 2] ).

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete gehandhaafd.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 1 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: namens de inspecteur [persoon] . Belanghebbende en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet ter zitting verschenen.

Feiten

1. Belanghebbende is vanaf 8 oktober 2019 houder van een motorrijtuig van het merk Isuzu, type D-max, met het [kenteken] (het motorrijtuig). Het motorrijtuig heeft als datum eerste toelating 22 mei 2015.

2. Belanghebbende betaalde MRB op basis van het bestelautotarief voor ondernemers, conform artikel 24b van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB 1994).

3. Op 14 augustus 2023 heeft op de Ringeweg-Zuid te Amsterdam een zichtwaarneming plaatsgevonden door controlemedewerkers van de Belastingdienst.

4. Op 25 januari 2024 hebben controlemedewerkers van de Belastingdienst bij het woonadres van belanghebbende onderzoek gedaan naar het voldoen van het motorrijtuig aan de inrichtingseisen van een bestelauto. Tijdens de controle is gebleken dat het motorrijtuig is aangepast van een motorrijtuig met een dubbele cabine naar een motorrijtuig met een dichte en een open laadruimte. Het motorrijtuig moest daarom voldoen aan de inrichtingseisen van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet MRB 1994. De controlemedewerkers hebben vastgesteld dat het motorrijtuig niet aan die inrichtingseisen voldoet. Aan de linkerzijde van de gesloten laadruimte is namelijk een raam aanwezig en de scheidingswand voldoet niet aan de gestelde eisen. De constateringen en foto’s van het onderzoek zijn opgenomen in een rapport.

5. Met dagtekening 2 februari 2024 heeft de inspecteur naar aanleiding van het onderzoek van 25 januari 2024 een vooraankondiging naheffingsaanslag MRB met boetebeschikking aan belanghebbende verstuurd. Belanghebbende heeft hierop gereageerd bij brief, ontvangen door de inspecteur op 21 februari 2024.

6. Met dagtekening 27 maart 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag MRB over het tijdvak 22 februari 2023 tot en met 21 februari 2024 van € 1.908 en een boetebeschikking van € 954 opgelegd (aanslagnummer [nummer 1] ).

7. Met dagtekening 27 maart 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag MRB over het tijdvak van 22 februari 2024 tot en met 21 mei 2024 van € 482 opgelegd (aanslagnummer [nummer 2] ).

8. Op 4 april 2024 heeft de inspecteur het bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen tegen de naheffingsaanslagen MRB en de boetebeschikking.

Beoordeling door de rechtbank

9. In geschil is of de inspecteur de naheffingsaanslagen MRB en de boetebeschikking terecht en naar het juiste bedrag heeft vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of voor het opleggen van de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete is vereist dat met het motorrijtuig gebruik is gemaakt van de openbare weg. De rechtbank beoordeelt dit aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

10. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

11. Belanghebbende is van mening dat de inspecteur de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete onterecht heeft opgelegd. Volgens belanghebbende is het namelijk niet relevant of het motorrijtuig tijdens de controle aan de inrichtingseisen van een bestelauto voldeed, omdat de controle op privéterrein heeft plaatsgevonden. Belanghebbende stelt dat alleen grond kan bestaan voor het opleggen van de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete indien de inspecteur aantoont dat met het motorrijtuig gebruik is gemaakt van de openbare weg op het moment dat het niet aan de inrichtingseisen van een bestelauto voldeed. Belanghebbende verklaart dat hij met het motorrijtuig alleen over zijn eigen terrein rijdt. Indien de rechtbank tot het oordeel komt dat de verzuimboete terecht is opgelegd, verzoekt belanghebbende de rechtbank de verzuimboete te matigen vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

12. De inspecteur is van mening dat hij de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. Tijdens de controle op 25 januari 2024 is naar voren gekomen dat het motorrijtuig op enig moment is aangepast. Om in aanmerking te komen voor het bestelautotarief, moest het motorrijtuig door de aanpassing voldoen aan de inrichtingseisen voor een bestelauto met een laadruimte die minder dan 25 centimeter hoger is dan de cabine. Bij de controle is gebleken dat het motorrijtuig niet aan die inrichtingseisen voldeed, omdat aan de linkerzijde van de gesloten laadruimte een raam aanwezig is en de scheidingswand niet aan de eisen voldoet. Belanghebbende moest daarom MRB voldoen naar het voor personenauto’s geldende tarief, maar heeft verzuimd hiervan aanvullende aangifte te doen. Om die reden zijn de naheffingsaanslag MRB over het tijdvak 22 februari 2023 tot en met 21 februari 2024 en de verzuimboete terecht opgelegd. Ook aansluitend op die nageheven periode moest belanghebbende de MRB voldoen naar het personenautotarief. Belanghebbende heeft over het tijdvak 22 februari 2024 tot en met 21 mei 2024 echter MRB voldaan naar het bestelautotarief voor ondernemers, waardoor de naheffingsaanslag voor de te weinig betaalde MRB over dat tijdvak ook terecht is opgelegd. Ten slotte stelt de inspecteur dat de locatie van de controle niet relevant is voor het opleggen van de naheffingsaanslagen MRB en de verzuimboete. Voor toepassing van het bestelautotarief dient het motorrijtuig namelijk altijd aan de gestelde inrichtingseisen te voldoen, ook indien daarmee geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg.

Naheffingsaanslag MRB over tijdvak 22 februari 2023 tot en met 21 februari 2024 met boetebeschikking (aanslagnummer [nummer 1] )

13. MRB is een houderschapsbelasting en wordt geheven van degene die bij de aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt. Indien een gegeven van het motorrijtuig afwijkt van de gegevens zoals die zijn opgenomen in de aangifte, waardoor de belasting hoger of lager wordt, dient een aanvullende aangifte te worden gedaan. Bij de constatering van het feit dat voor een motorrijtuig geen aanvullende aangifte is gedaan, kan de ter zake van die verandering te weinig geheven belasting worden nageheven. De na te heffen belasting wordt dan berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak dat waarin het feit wordt geconstateerd. Over het gedeelte van die tijdsduur waarin het motorrijtuig niet op naam stond van de houder, het motorrijtuig geschorst was of de verandering aan het motorrijtuig niet was aangebracht, wordt geen belasting nageheven. De inspecteur kan in het voorgaande geval tevens een verzuimboete opleggen.

14. Gelet op het hiervoor overwogene, is voor het opleggen van de naheffingsaanslag MRB en de verzuimboete niet vereist dat met het motorrijtuig gebruikt is gemaakt van de openbare weg. Anders dan belanghebbende meent, kan het feit dat het onderzoek van 25 januari 2024 op privéterrein heeft plaatsgevonden dan ook niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag MRB en de verzuimboete.

15. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de naheffingsaanslag MRB terecht en naar de juiste hoogte heeft opgelegd. Niet in geschil is dat bij de controle van 25 januari 2024 is gebleken dat het motorrijtuig niet voldoet aan de gestelde inrichtingseisen voor een bestelauto, zodat het motorrijtuig kwalificeert als een personenauto. Omdat belanghebbende geen aanvullende aangifte heeft gedaan van dit gegeven dat van de aangifte afwijkt, mocht de inspecteur de naheffingsaanslag MRB opleggen. De inspecteur heeft de na te heffen belasting berekend over de juiste periode. Niet is gebleken dat over een gedeelte van de tijdsduur belanghebbende geen houder van het motorrijtuig was, het motorrijtuig geschorst was, of de verandering aan het motorrijtuig niet was aangebracht.

16. Gelet op het voorgaande heeft de inspecteur ook terecht een verzuimboete opgelegd. De hoogte is overeenkomstig de wet- en regelgeving en het beleid vastgesteld. Van strafverminderende omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank dient wel te beoordelen of de verzuimboete passend en geboden is. Dat is het geval, omdat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van een begunstigend tarief, zonder zorgvuldig na te gaan of het motorrijtuig (nog) aan de voorwaarden daarvan voldeed. Het boetebedrag is in overeenstemming met het verwijt dat belanghebbende kan worden gemaakt. De verzuimboete is dus niet te hoog.

17. De rechtbank constateert dat de redelijke termijn is overschreden. Sinds de aankondiging van de verzuimboete op 2 februari 2024 (zie punt 5.) tot de datum van de uitspraak van de rechtbank, zijn ruim twee jaar en (afgerond) acht maanden verstreken. Dat is (afgerond) acht maanden langer dan de termijn van twee jaar die geldt voor de berechting van het geschil in eerste aanleg. Die overschrijding leidt echter niet tot een vermindering van de verzuimboete, omdat de boete minder dan € 1.000 bedraagt. Om die reden leidt de beroepsgrond van belanghebbende, inhoudende dat de verzuimboete moet worden gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, ook niet tot een gegrond beroep.

Naheffingsaanslag MRB over tijdvak 22 februari 2024 tot en met 21 mei 2024 (aanslagnummer [nummer 2] )

18. De rechtbank overweegt vooraf dat MRB een aangiftebelasting is die moet zijn betaald bij de aanvang van het tijdvak. Indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan of afgedragen, geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting naheffen.

19. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de naheffingsaanslag MRB over het tijdvak 22 februari 2024 tot en met 21 mei 2024 terecht en naar de juiste hoogte heeft opgelegd. De vaststelling dat belanghebbende onterecht MRB betaalde op basis van het bestelautotarief in plaats van het personenautotarief, betekent dat belanghebbende over dit tijdvak te weinig MRB heeft betaald. De inspecteur mocht om die reden de naheffingsaanslag MRB opleggen. Zoals reeds in punt 14. is overwogen, is voor die naheffing niet vereist dat het motorrijtuig op de openbare weg is geconstateerd. De inspecteur heeft het nageheven bedrag op de juiste wijze berekend, door het te betalen bedrag aan MRB op basis van het personenautotarief te verminderen met het reeds betaalde bedrag aan MRB op basis van het bestelautotarief voor ondernemers.

Immateriële schadevergoeding

20. Belanghebbende heeft op 27 augustus 2026 een verzoek om vergoeding van immateriële schade gedaan wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank gaat bij de beoordeling van dit verzoek uit van de regels die de Hoge Raad hiervoor heeft gegeven in het overzichtsarrest van 19 februari 2016. Op grond van een beleidsregel van de Minister van Justitie en Veiligheid is het niet nodig de Staat om een reactie te vragen op het verzoek om schadevergoeding.

21. De inspecteur heeft het bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen op 4 april 2024. De periode tussen de datum van ontvangst van dat bezwaarschrift en de datum van deze uitspraak is (afgerond) 6 maanden langer dan twee jaar. De rechtbank ziet geen redenen om de redelijke termijn in dit geval langer of korter vast te stellen dan twee jaar. De redelijke termijn is dus met afgerond één keer een half jaar overschreden, hetgeen correspondeert met een schadevergoeding van € 500. De uitspraak op bezwaar van de inspecteur dateert van 22 november 2024. De bezwaarfase heeft dus (afgerond) twee maanden langer dan zes maanden geduurd. De inspecteur moet daarom van de totale schadevergoeding een bedrag betalen van € 167 (2/6 x € 500). De Staat moet de rest betalen, dus € 333. De rechtbank zal de inspecteur en de Staat veroordelen om deze bedragen aan belanghebbende te betalen.

22. De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige zaken in hoofdzaak betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, zodat zij voor de zaken gezamenlijk slechts één keer de immateriële schadevergoeding toekent.

Conclusie en gevolgen

23. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen MRB en de boetebeschikking in stand blijven. Belanghebbende krijgt wel een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

24. Omdat de rechtbank het verzoek tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade toewijst, ziet zij aanleiding de inspecteur en de Staat te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 233,50 (1 punt voor het indienen van het verzoek met een waarde van € 934 en een wegingsfactor van 0,25). Nu de overschrijding van de redelijke termijn aan zowel de inspecteur als de rechtbank is toe te rekenen, dienen de proceskosten door de inspecteur en de Staat ieder voor de helft te worden voldaan.

25. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet vergoed. Het verzoek om immateriële schadevergoeding is niet gedaan voor het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Vaatstra, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Wildenbeest, griffier.

Uitgesproken op 2 oktober 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen (https://mijn.rechtspraak.nl/keuze)” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand