beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/459875 / ES RK 25-461 (echtscheiding)
C/05/468027 / FA RK 26-2152 (verhuizing)
Datum uitspraak: 24 september 2026
beschikking over echtscheiding met nevenvoorzieningen en vervangende toestemming voor verhuizing
in de zaken van
[de vrouw] (hierna: de vrouw),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. C. Huy in Arnhem,
tegen
[de man] (hierna: de man),
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.E.A. van Beveren in Arnhem.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
in de zaak met zaaknummer C/05/459875 / ES RK 25-461 - het verzoekschrift, ingekomen op 27 november 2025;
- het exploot van betekening van 28 november 2025;
- het bericht met bijlagen van mr. Huy van 24 december 2025;
- het bericht van mr. Huy, ingekomen op 13 februari 2026;
- de gewijzigde verzoeken met bijlagen, ingekomen op 11 maart 2026;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 2 april 2026;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, ingekomen op 3 mei 2026;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Huy van 25 augustus 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Van Beveren van 25 augustus 2026;
in de zaak met zaaknummer C/05/468027 / FA RK 26-2152
- het verzoekschrift, ingekomen op 4 juni 2026;
- het F9-formulier met bijlagen van mr. Huy van 25 augustus 2026;
- het F9-formulier met bijlage van mr. Van Beveren van 25 augustus 2026;
Tijdens de mondelinge behandeling van 27 augustus 2026 zijn de verzoeken gezamenlijk behandeld. Daarbij zijn gehoord:
- de vrouw, bijgestaan door mr. Huy en een tolk Arabisch (allen via Teams);
- de man, bijgestaan door mr. Van Beveren en een tolk Arabisch;
- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
[de minderjarige 1] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar
mening te geven over de verzoeken. [de minderjarige 1] heeft vervolgens twee brieven geschreven naar de
rechtbank waarin zij haar mening heeft gegeven.
2. De feiten
De man en de vrouw zijn op [datum] in [plaats] ( [land] ) met elkaar getrouwd. Zij hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.
De man en de vrouw zijn de ouders van:
[de minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (hierna: [de minderjarige 1] );
[de minderjarige 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (hierna: [de minderjarige 2] );
[de minderjarige 3] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (hierna: [de minderjarige 3] );
[de minderjarige 4] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] (hierna: [de minderjarige 4] ).
De kinderen verblijven bij de moeder.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad (samengevat en na wijziging):
de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;
een zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen overeenkomstig het concept ouderschapsplan met overdracht op vrijdag op station [plaats] Centraal en op zondag in [plaats] in overleg met de betrokken hulpverlening;
het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan de man toe te kennen;
vervangende toestemming voor verhuizing en verblijf van de kinderen naar en in de regio [plaats] ;
vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op een passende basisschool in de regio [plaats] , en - voor zover de betreffende school of
instelling dit vereist - voor inschrijving bij bijbehorende voorzieningen.
De vrouw stelt dat het huwelijk van partijen werd gekenmerkt door huiselijk geweld. Sinds 2016 zijn er volgens haar voortdurend problemen binnen het gezin geweest, waarbij zij zowel fysiek als psychisch werd mishandeld. De kinderen zijn hier getuige van geweest. De vrouw en de kinderen verblijven sinds oktober 2025 op een geheime locatie van [organisatie] . Al vrij snel is er met behulp van [organisatie] een tijdelijke regeling opgesteld waarbij de kinderen van maandag uit school tot donderdag naar school bij de man verbleven. Er bleven echter spanningen tussen partijen. [organisatie] heeft hierop besloten om de vrouw en de kinderen in december 2025 over te plaatsen naar [plaats] . De vrouw ervaart veel stress en kampt met PTSS-gerelateerde klachten. Zij staat op een wachtlijst voor persoonlijke hulpverlening.
De vrouw is van mening dat de door haar verzochte zorgregeling een passende oplossing vormt die recht doet aan het belang van de kinderen bij stabiliteit en rust en het belang van de man en de kinderen bij onderling contact. De vrouw heeft geen zorgen over de omgang tussen de man en de kinderen, maar vanwege zijn gezondheid bleek een ruimere regeling voor de man niet haalbaar. Als hij dit aankan, staat de vrouw open voor een regeling waarbij de kinderen drie van elke vier weekenden bij de man verblijven. De vakanties kunnen bij helfte worden gedeeld, mits de man hiertoe in staat is. De verzochte regeling wordt inmiddels al een aantal maanden uitgevoerd na overleg met hulpverlening. [organisatie] begeleidt de omgang. Door gebruik te maken van een overdracht via de hulpverlening dan wel een neutrale openbare plek wordt direct contact tussen partijen zoveel mogelijk beperkt en worden spanningen rondom overdrachtsmomenten verminderd. De vrouw erkent dat het voor de man ook lastig is om (veel) te reizen, ook gelet op zijn financiële situatie, maar wellicht kan de man hierin ondersteund worden via de Wmo.
Wat betreft de verhuizing van de vrouw en de kinderen naar [plaats] , heeft de vrouw aangevoerd dat deze voortvloeit uit de voorgeschiedenis tussen partijen en de door de hulpverlening noodzakelijk geachte veiligheidsmaatregel. De verhuizing is voorbereid en uitgevoerd onder regie van [organisatie] en de betrokken ketenpartners. De gevolgen voor de kinderen zijn ook positief geweest, omdat zij nu meer rust en veiligheid ervaren. Ook gaan de kinderen naar school en de peuterspeelzaal. Een gedwongen (terug)verhuizing naar [plaats] zal opnieuw leiden tot onrust en instabiliteit. De vrouw is bang dat de man haar weer opzoekt en tegen haar gaat schreeuwen, terwijl zij al haar energie nodig heeft voor de kinderen. De man heeft haar tot voor kort nog berichten gestuurd over het herstellen van de relatie. De vrouw is daarnaast afhankelijk van de hulpverlening en van de woonruimte die beschikbaar komt. Zij heeft inmiddels urgentie verkregen voor woonruimte, maar er is nog altijd sprake van woningnood. Daarom is het noodzakelijk dat de vervangende toestemming niet beperkt wordt tot [plaats] , maar ziet op de hele regio Knooppunt [plaats] , waaronder begrepen omliggende gemeenten, waar passende woonruimte beschikbaar kan komen. Als de vrouw in deze regio blijft wonen, kan de zorgregeling uitgevoerd blijven worden; de reistijd naar [plaats] is niet lang.
4. Het verweer met zelfstandige verzoeken
De man voert geen verweer tegen de verzoeken van de vrouw over de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats van de kinderen en het huurrecht van de woning in [woonplaats] .
De man voert wel verweer tegen de verzoeken van de vrouw over de zorgregeling, de verhuizing en de inschrijving op school . Daarnaast verzoekt de man, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de vrouw te gelasten met de kinderen terug te verhuizen naar [plaats] ;
te bepalen dat de kinderen elk weekend van vrijdag 16.00 uur tot zondag 14.00 uur bij de man verblijven;
te bepalen dat de vrouw gehouden is de kinderen op vrijdag naar station [plaats] Centraal te brengen, waar de man de kinderen ophaalt en te bepalen dat de vrouw de kinderen op zondag ophaalt op [plaats] Centraal.
De man heeft aangevoerd dat de kinderen als gevolg van de plaatsing bij [organisatie] van de ene op de andere dag uit hun vertrouwde leefomgeving en school zijn weggehaald. De kinderen zaten in [plaats] op een fijne school en deden het daar goed. Zij hadden daar hun sociale leven. De man vindt het belangrijk dat de vrouw een woning zoekt in [plaats] en wil dan ook dat zij terugverhuist. De man benadrukt dat de vrouw van hem niets te vrezen heeft. Hij erkent dat hij moeite heeft gehad met de feitelijke scheiding en dat er dingen zijn gebeurd die nu niet meer terug te draaien zijn. Hierdoor is het vertrouwen van de vrouw in de man weg en de man begrijpt dat het tijd nodig heeft om dat te herstellen. De man benadert de vrouw niet meer. Er is daarom geen noodzaak voor een verhuizing naar [plaats] of omgeving. Daarnaast heeft de man altijd een substantieel deel van de zorg over de kinderen gedragen toen partijen nog samenleefden. Nu de kinderen in [plaats] wonen, is er minder contact mogelijk met de man, gelet op de reisafstand, de reiskosten en het feit dat beide ouders geen auto hebben. Ook kampt de man met reumaklachten, wat maakt dat het ophalen en wegbrengen van de kinderen belastender is als zij in [plaats] wonen. Op dit moment draagt [organisatie] nog zorg voor de overdrachtsmomenten, maar dat zal op een gegeven moment stoppen. Vanaf dan zullen de ouders dit zelf moeten vormgeven. Het is voor de kinderen dan fijner als zij makkelijker tussen hun ouders kunnen bewegen. Mocht de vrouw niet naar [plaats] terugverhuizen, dan hoopt de man dat de vrouw in [plaats] een woning vindt en niet in bijvoorbeeld [plaats] . De man zou wat betreft de zorgverdeling ook kunnen leven met een regeling waarbij de kinderen drie weekenden per vier weken bij hem verblijven.
5. Het standpunt van de Raad
De Raad vindt het belangrijk dat de vrouw zich goed voelt, zodat zij in staat is om goed voor de vier kinderen te zorgen. Als zij in [plaats] woont, is de vrouw bang dat de spanningen weer te veel oplopen omdat het risico bestaat dat de ouders elkaar dan weer tegenkomen. Verder is het belangrijk dat de kinderen hun vader op structurele basis zien. Wat de Raad betreft is dat ook mogelijk als de kinderen bij de vrouw in [plaats] wonen. Die afstand is niet onoverkomelijk. Als de kinderen ouder zijn, kunnen ze op den duur ook zelfstandig reizen. Daarnaast is van belang dat de kinderen nu net gewend zijn aan hun nieuwe school/omgeving in [plaats] . Een terugverhuizing betekent dat de kinderen wéér van school moeten wisselen. Al met al adviseert de Raad om de vrouw en de kinderen in [plaats] te laten wonen en een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen drie weekenden per vier weken bij de man verblijven. In het kader van de zorgregeling zou financiële ondersteuning voor de man via de Wmo helpend zijn, mocht die mogelijkheid bestaan.
6. De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is te beslissen op de verzoeken en dat Nederlands recht van toepassing is.
Echtscheiding
In de wet staat dat ouders pas een verzoek tot echtscheiding kunnen doen, als zij een ouderschapsplan hebben gemaakt waarin zij afspraken hebben gemaakt over hun kinderen. In dat ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken zijn opgenomen over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en hoe zij de kosten zullen delen.
In dit geval hebben partijen geen ouderschapsplan ondertekend. Gelet op de voorgeschiedenis tussen partijen en de spanningen die de vrouw ervaart, kan moeilijk van de ouders worden verlangd dat zij een ouderschapsplan opstellen, te meer omdat zij het er niet over eens zijn of de vrouw met de kinderen moet terugkeren naar [plaats] . De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw tot echtscheiding hierna beoordelen.
De rechtbank zal op verzoek van de vrouw de echtscheiding uitspreken. Partijen zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om met elkaar samen te leven en dat het er niet naar uitziet dat het beter wordt.
Hoofdverblijfplaats
De rechtbank bepaalt dat de kinderen na de echtscheiding bij de vrouw zullen blijven wonen, zoals de vrouw heeft verzocht. Partijen zijn het daarover eens en de rechtbank is van oordeel dat dit in het belang van de kinderen is.
Verhuizing en school
Feitelijk is de situatie voor de kinderen al gewijzigd doordat de vrouw al maanden met de kinderen bij [organisatie] in [plaats] verblijft. Hoewel de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet formeel is vastgesteld, zal de rechtbank aansluiten bij de rechtspraak in het kader van verhuiszaken. Inhoudelijk komt het verblijf van de kinderen in [plaats] immers neer op een verhuizing. De vrouw wil hier alsnog toestemming voor, terwijl de man de rechtbank vraagt te bepalen dat de vrouw met de kinderen moet terugverhuizen. Bij de beoordeling van de verzoeken moeten alle betrokken belangen in acht genomen te worden. De belangen van de kinderen zijn daarbij een eerste overweging, maar andere belangen kunnen zwaarder wegen.
Overeenkomstig vaste rechtspraak neemt de rechtbank met name de volgende omstandigheden en belangen mee in de te maken afweging:
de noodzaak om te verhuizen;
de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie in overleg;
de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder;
de leeftijd van het kind, zijn/haar mening en de mate waarin het kind geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
De ouders hebben tijdens hun huwelijk samengewoond in [plaats] . De oudste kinderen gingen hier ook naar school. Een jaar geleden is de vrouw met de kinderen bij de man weggegaan en is zij opgevangen door [organisatie] . Hoewel de man aangeeft dat de vrouw niet bang voor hem hoeft te zijn en hij zijn eigen visie heeft op de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, blijkt uit de overgelegde stukken dat de vrouw forse angsten heeft voor de man. Een gedragswetenschapper van [organisatie] heeft vastgesteld dat er sprake is van PTSS-gerelateerde klachten en adviseert traumabehandeling. Hiervoor staat de vrouw nu op een wachtlijst. De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat de relatie tussen partijen niet altijd even goed is verlopen. In die zin was het een begrijpelijke keuze van de vrouw om met de kinderen naar [organisatie] te vertrekken. In eerste instantie verbleef de vrouw met de kinderen in [plaats] en gingen ze naar hun vertrouwde school. De man is echter een aantal keren bij school verschenen als de vrouw de kinderen naar school bracht of ophaalde. Tijdens een multidisciplinair overleg op 27 november 2025 is besproken dat er sprake is van onveiligheid voor de kinderen en dat de man hulp nodig lijkt te hebben bij zijn emotieregulatie en het accepteren van de scheiding. Op 1 december 2025 is gezien dat de man de vrouw en de kinderen opzocht toen zij bij een bushalte stonden, waarbij de kinderen overstuur raakten en de man aan het schreeuwen was. Kort daarop heeft de vrouw een spraakbericht van de man ontvangen waarin hij zich dreigend uitte. Vervolgens is besloten om de vrouw en de kinderen over te plaatsen naar een vervolgplek in [plaats] .
De rechtbank is van oordeel dat hiermee de noodzaak voor de vrouw om met de kinderen uit [plaats] te vertrekken is gegeven. Hoewel de man momenteel verder lijkt in het accepteren van de scheiding, ziet de rechtbank deze noodzaak nog steeds. De vrouw is namelijk nog steeds bang voor de man en zij heeft traumabehandeling nodig. Een terugkeer naar [plaats] zal de spanningen bij de vrouw weer doen oplopen, wat niet in het belang van de kinderen is. Zij hebben behoefte aan een moeder die emotioneel beschikbaar is.
De vrouw heeft deze stap niet met de man kunnen overleggen gelet op de toen geldende veiligheidsafspraken en de spanningen die de vrouw ervaart als zij met de man in contact staat. De vrouw heeft ook geen invloed gehad op de precieze plek waar zij terecht zou komen. In die zin heeft zij de verhuizing naar [plaats] niet goed kunnen voorbereiden of doordenken. De man voelt zich door de verhuizing voor een voldongen feit gesteld en kan hier met name niet mee instemmen omdat hij vreest dat hij de kinderen nu minder zal kunnen zien dan als zij in [plaats] zouden wonen, mede door zijn eigen fysieke beperkingen. De rechtbank heeft er begrip voor dat de man het gevoel heeft dat hij geen inspraak heeft gehad bij deze belangrijke beslissingen voor de kinderen en dat het extra bezwarend is dat hij geen auto ter beschikking heeft, met reuma kampt en weinig geld heeft om met het openbaar vervoer te reizen. Hierdoor zitten er grenzen aan de mogelijkheden voor de man om de kinderen te zien. Aan de andere kant hadden de ouders nog geen afspraken gemaakt over de zorgregeling. In zoverre kunnen de criteria die in verhuiszaken in de regel worden gehanteerd over onverminderd contact en continuering van de zorg niet één op één worden toegepast. Door de echtscheiding zou immers hoe dan ook een nieuwe situatie zijn ontstaan waarbij de kinderen niet meer zoals voorheen tegelijk bij de vader en de moeder kunnen zijn. Wel hebben de man en de kinderen recht op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving. De vraag is of die regeling nu beperkter is dan deze zou zijn als de kinderen in [plaats] zouden wonen. Daarbij weegt mee dat [plaats] niet heel ver van [plaats] vandaan ligt. De kinderen hoeven dus niet lang in de trein/bus te zitten om bij hun vader te komen en daarin ligt dan ook niet zozeer een beperking. Op dit moment wordt een zorgregeling uitgevoerd waarbij de vrouw de kinderen eens per twee weken op vrijdag naar station [plaats] Centraal brengt en de man de kinderen op zondag terugbrengt naar [plaats] en waarbij de overdracht plaatsvindt via de betrokken hulpverlening van [organisatie] . Zoals ook tijdens de mondelinge behandeling is besproken, kan dit enigszins worden uitgebreid zoals de rechtbank hierna zal overwegen. De rechtbank ziet niet zonder meer in dat de regeling nog uitgebreider zou kunnen zijn geworden als de kinderen in [plaats] wonen. Wat dat betreft staan de mogelijkheden van de zorgregeling niet aan de verhuizing in de weg.
Verder overweegt de rechtbank dat de kinderen weliswaar gewend waren in [plaats] en aan hun school daar, maar dat zij nu al negen maanden in [plaats] wonen en daar inmiddels gewend zijn. De rechtbank ziet er geen meerwaarde in als de kinderen nu terug zouden moeten naar [plaats] , opnieuw moeten schakelen en weer zouden moeten wennen aan de school in [plaats] . Dit leidt mogelijk tot nieuwe onrust, terwijl de kinderen nu juist rust en stabiliteit nodig hebben.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank de verzoeken van de vrouw over de verhuizing en de inschrijving op school toe, in die zin dat aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om in [plaats] , dan wel de regio Knooppunt [plaats] te blijven wonen, zodat de vrouw vanuit [organisatie] binnen die regio kan doorstromen naar een eigen woning. Ook verleent de rechtbank toestemming voor de inschrijving van de kinderen op de basisschool en peuterspeelzaal waar zij nu naartoe gaan. Dit beperkt de moeder mogelijk enigszins in het accepteren van een woning, maar het argument dat de kinderen inmiddels gewend zijn op de nieuwe school weegt mee bij de verleende toestemming voor de verhuizing, zodat de rechtbank het niet zonder meer in hun belang acht te verhuizen naar een plek die zo ver van de school af is dat ze weer naar een andere school zouden moeten. In elk geval wil de rechtbank daar niet op voorhand al toestemming voor geven.
Zorgregeling
Hoewel de man heeft aangegeven dat hij de kinderen het liefst zo vaak mogelijk wil zien, heeft hij tijdens de mondelinge behandeling ook aangegeven dat hij kan instemmen met drie weekenden per vier weken. De rechtbank vindt dit voor nu ook het hoogst haalbare, gelet de noodzaak die er op dit moment bestaat voor begeleiding bij de overdrachtsmomenten en de hiervoor omschreven beperkingen voor met name de man bij het kunnen uitvoeren van de zorgregeling. Tijdens de mondelinge behandeling is nog ter sprake gekomen wat er moet gebeuren als er vijf weekenden in een maand vallen, met andere woorden: is de cyclus drie op vier, of drie weekenden per maand? De rechtbank zal voor de eenvoud van het laatste uitgaan en bepaalt - om misverstanden te voorkomen - dat de kinderen ieder eerste, tweede en vierde weekend van de maand bij de man verblijven. Het weekend valt in de maand als de vrijdag waarop het weekend start in die maand valt. Voor het halen brengen sluit de rechtbank aan bij het verzoek van de vrouw. Beide ouders hebben geen auto en hebben het financieel niet breed voor het openbaar vervoer. Daarom moet het halen en brengen gedeeld worden, waarbij de man mogelijk nog aanspraak kan maken op een vergoeding vanuit de Wmo. Met betrekking tot de begeleiding bepaalt de rechtbank dat deze doorloopt totdat de begeleiding van [organisatie] aangeeft dat zij geen meerwaarde meer ziet in begeleiding van de overdrachtsmomenten. Vanaf dat moment zal de vrouw zelf de overdrachten moeten doen (op neutraal terrein) of een oplossing moeten vinden door de overdracht door iemand uit haar netwerk te laten doen, als zij zichzelf daar dan nog niet toe in staat acht.
Mogelijk kan de zorgregeling in de toekomst worden uitgebreid. Hiervoor is met name nodig dat de vrouw traumabehandeling ondergaat en de man hulp zoekt bij het reguleren van zijn emoties en laat zien dat hij de scheiding blijvend kan accepteren. Wellicht ontstaat er dan ruimte bij beide ouders om het gesprek aan te gaan en nadere afspraken te maken. Daar is het nu echter te vroeg voor.
Over de vakanties hebben partijen op hoofdlijnen overeenstemming en geen heel uitgesproken voorkeuren. Op basis van wat er is besproken bepaalt de rechtbank dat de kinderen jaarlijks afwisselend de voorjaarsvakantie of de herfstvakantie bij de man zijn. Dat komt er dus op neer dat wanneer de kinderen tijdens de voorjaarsvakantie bij de man zijn, zij dat jaar in de herfstvakantie bij de vrouw zijn en het jaar erop andersom. Tijdens de mei- en kerstvakanties (gewoonlijk twee weken) verblijven de kinderen één week bij de man en één week bij de vrouw. Tijdens de zomervakanties verblijven de kinderen in vier blokken van anderhalve week bij de man en de vrouw. Gebleken is namelijk dat het de man afgelopen zomervakantie niet is gelukt om langer dan anderhalve week voor de kinderen te zorgen, gelet op zijn reuma. Een verblijf van twee of zelfs drie weken achter elkaar bij de man, vindt de rechtbank daarom niet passend. Partijen zullen de exacte verdeling per kalenderjaar onderling moeten regelen. Naarmate de kinderen ouder en zelfstandiger worden kan worden toegewerkt naar een andere verdeling van de zomervakantie. De rechtbank kan daar nu niet goed op vooruitlopen omdat zij de belastbaarheid van de man tegen die tijd niet kan inschatten.
Huurrecht van de woning
Partijen zijn het met elkaar eens dat de man na de echtscheiding de echtelijke woning in [woonplaats] mag blijven huren. Daarom bepaalt de rechtbank dat de man voortaan de huurder van de woning is. De verhuurder is daaraan gebonden.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank verklaart de beslissingen voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat deze blijven gelden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld, zolang het gerechtshof niet anders beslist. De echtscheiding kan op grond van de wet niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
7. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, die met elkaar gehuwd zijn op [datum] in [plaats] , [land] ;
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
[de minderjarige 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
[de minderjarige 3] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] , en
[de minderjarige 4] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben;
verleent de vrouw toestemming, die de toestemming van de man vervangt, om met [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] te verhuizen naar [plaats] , dan wel de regio Knooppunt [plaats] ;
verleent de vrouw toestemming, die de toestemming van de man vervangt, voor de inschrijving (en het ingeschreven houden) van de kinderen op de huidige basisschool in [plaats] , alsmede eventuele buitenschoolse opvang en andere schoolgerelateerde activiteiten (inclusief peuterspeelzaal voor de jongste);
stelt de volgende zorgregeling voor de kinderen vast:
de kinderen verblijven ieder eerste, tweede en vierde weekend van de maand bij de man, waarbij de vrouw de kinderen op vrijdag naar station [plaats] brengt en de man de kinderen op zondag terugbrengt naar [plaats] , waarbij de overdracht plaatsvindt via de betrokken hulpverlening dan wel op een nader te bepalen neutrale openbare plek in (de omgeving van) de woonplaats van de vrouw en waarbij het weekend valt in de maand waarin de vrijdag valt;
zolang [organisatie] dit noodzakelijk vindt, vinden de overdrachtsmomenten plaats onder begeleiding, zodra de begeleiding wegvalt in het aan de vrouw om een oplossing te vinden door de overdracht zelf of door iemand uit haar netwerk te laten doen;
de kinderen verblijven bij de man in de schoolvakanties:
jaarlijks afwisselend tijdens de voorjaarsvakantie of de herfstvakantie;
één week tijdens de meivakantie en de kerstvakantie;
twee niet aaneengesloten blokken van anderhalve week, waartegenover de kinderen de andere twee blokken van anderhalve week bij de vrouw verblijven;
bepaalt dat de man voortaan de huurder van de woning aan de [adres] [woonplaats] zal zijn, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behalve de beslissing over de echtscheiding;
wijst de verzoeken voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid vanS.C. Dijksterhuis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!