ECLI:NL:RBGEL:2026:7443

ECLI:NL:RBGEL:2026:7443

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer ARN 25/4517
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vergunningvrij bouwen. Perceel met groenbestemming valt niet onder achtererfgebied.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van ##

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/4517

in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. G. Golstein),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van college om het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. Eisers bezwaar is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag voor een omgevingsvergunning om een overkapping en veranda te realiseren aan de [adres] in [woonplaats] . Eiser is het niet eens met het besluit van het college. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van het college.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiser kan met deze procedure niet meer bereiken dan hij al heeft bereikt, namelijk het realiseren van een overkapping en veranda. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 15 februari 2023 heeft eiser heeft een aanvraag ingediend voor het bouwen van een overkapping en veranda.

Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 mei 2023 afgewezen.

Op 8 februari 2024 heeft eiser een ingediend, en op 29 maart 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een overkapping en veranda. Eiser heeft geen bezwaar tegen deze omgevingsvergunning ingediend.

Bij besluit van 11 september 2025 op het bezwaar van eiser heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 september 2025.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het besluit van het college aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Heeft het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk kunnen verklaren?

4. Eiser betoogt dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door pas ruim twee jaar later een besluit op het bezwaar te nemen. Ook is eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase. Daarnaast is het vertrouwensbeginsel geschonden omdat het college in het overleg van 13 november 2023 heeft toegezegd dat de vergunning zou worden verleend en dat is niet gebeurd.

Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft een belanghebbende die opkomt tegen een besluit belang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.

De rechtbank is van oordeel dat het college terecht stelt dat eiser geen procesbelang meer heeft. Met deze procedure kan eiser niet meer bereiken dan hij al heeft bereikt, namelijk het realiseren van een overkapping en veranda. Eiser heeft al een overkapping en veranda al gerealiseerd op grond van de verleende omgevingsvergunning.

Niet eerder dan op de zitting heeft eiser toegelicht dat hij de overkapping en veranda anders had willen realiseren, namelijk volgens de aanvraag en niet volgens de verleende vergunning. Het college heeft verweer gevoerd en heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende toegelicht dat er destijds in november 2023 overleg is gevoerd omdat de aanvraag van eiser niet paste binnen de bestemmingsplanregels. Eiser heeft vervolgens een gewijzigd bouwplan aangevraagd dat is vergund. Gelet op het gevoerde overleg en het feit dat eiser daarna met een vergunning op dezelfde locatie een overkapping en veranda heeft gerealiseerd, heeft het college ervan kunnen uitgaan dat de aanvraag geen betekenis meer heeft en dat er geen belang meer is dat het college op het bezwaar beslist. De rechtbank weegt daarbij mee dat het college heeft toegelicht dat bij het beoordelen van

Eiser voert niet aan dat hij de reeds gebouwde overkapping en veranda op een andere manier had willen realiseren. Het voeren van de procedure heeft daarom geen feitelijke betekenis voor eiser. Dat eiser van mening is dat het college niet op een juiste manier tot zijn besluitvorming is gekomen is een belang van principiële aard en dat levert volgens vaste rechtspraak geen rechtens te respecteren belang op.

Het beroep is ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van het college om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op ##

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J.M. Verhoeven

Griffier

  • mr. M.M. Verschuren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand