ECLI:NL:RBGEL:2026:7440

ECLI:NL:RBGEL:2026:7440

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer ARN 24/7658
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Aanslag leges. In geschil is of de opbrengstlimiet is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar voldoende inlichtingen verstrekt om de twijfel over de raming weg te nemen. Beroep ongegrond

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 september 2026

in de zaak tussen

[bedrijf] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van Waterschap Rivierenland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 augustus 2024.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag leges van € 53.045,25 opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende [persoon 1] , bijgestaan door de gemachtigde en namens heffingsambtenaar [persoon 2] .

De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om de heffingsambtenaar in de gelegenheid te stellen de onderbouwing van de opbrengstenraming te verstrekken. De heffingsambtenaar heeft op 23 april 2026 nadere gegevens verstrekt. Belanghebbende heeft op 6 mei 2026 op de aanvullende informatie gereageerd. Vervolgens heeft de heffingsambtenaar hierop gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Feiten

1. Belanghebbende heeft op 24 november 2023 een aanvraag ingediend voor het realiseren van 6 koopwoningen in de beschermingszone van de waterkering op perceel Ophemert, [x] , onderdeel van de ontwikkeling Het Slingerbos woningbouw.

2. De aanvraag is door het Waterschap Rivierenland (Waterschap) in behandeling genomen. Op 8 april 2024 heeft het college van dijkgraaf en heemraden de gevraagde vergunning verleend.

3. Met dagtekening 28 maart 2024 heeft de heffingsambtenaar de aanslag leges van € 53.045,25 opgelegd in verband met het in behandeling nemen van de ingediende aanvraag tot afgifte van de vergunning.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de aanslag leges terecht heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Tussen partijen is in geschil of de opbrengstlimiet is overschreden.

5. Belanghebbende betwist de berekening van de leges als zodanig niet. Belanghebbende stelt dat de heffingsambtenaar bij betwisting van de opbrengstlimiet inzicht moet verschaffen in de ramingen en voor zover de juistheid van de ramingen ter discussie worden gesteld, zal de heffingsambtenaar nadere informatie moeten verschaffen om de twijfel over deze juistheid weg te nemen. Daarin is de heffingsambtenaar volgens belanghebbende niet geslaagd. Ter onderbouwing voert zij het volgende aan. Allereerst stelt zij vast dat in 2022 de opbrengstlimiet is overschreden. Alleen al hierom is het de vraag of de opbrengstenramingen reëel zijn geweest. Verder stelt zij zich op het standpunt dat de heffingsambtenaar nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de vraag of rekening is gehouden met de gestegen bouwkosten in 2022 en 2023. Daarnaast heeft belanghebbende twijfels over de juistheid en de betrouwbaarheid in de door heffingsambtenaar gepresenteerde cijfers, omdat in de overgelegde tabel niet de gerealiseerde cijfers over 2023 zijn opgenomen terwijl die cijfers al wel bekend zijn. De twijfel over de juistheid wordt volgens belanghebbende nog verder gevoed omdat uit de jaarstukken 2023 volgt dat er meer vergunningen zijn verleend terwijl in de overlegde tabel juist uit wordt gegaan van minder vergunningen dan in 2022. In dit verband wijst belanghebbende er nog op dat de hogere legesopbrengst over 2021 evenmin verklaarbaar is aan de hand van de tabel. En dat de tabel over het jaar 2022 niet overeenkomt met de werkelijke cijfers uit de jaarrekening. Gelet op het voorgaande is belanghebbende van mening dat de heffingsambtenaar niet heeft aangetoond dat de opbrengstlimiet niet is overschreden. Zij concludeert tot vernietiging van het bestreden besluit en vermindering van de legesaanslag tot nihil.

6. De heffingsambtenaar stelt dat de totale legesdekking 80% is. Er wordt volgens hem dan ook ruimschoots voldaan aan de opbrengstlimiet. Hij verwijst hiervoor onder meer naar onderstaande overzichten (rb: voor de leesbaarheid zijn de overzichten niet geheel overgenomen).

Uit het laatste overzicht volgt dat in de verschillende kalenderjaren een bestendige gedragslijn is gevolgd, aldus de heffingsambtenaar. Weliswaar kent het kalenderjaar 2022 een incidenteel hoge legesopbrengst, maar om die reden is de raming voor het kalenderjaar 2023 neerwaarts bijgesteld. De heffingsambtenaar is van mening dat hij voldoende inzicht heeft verschaft en dat van een overschrijding van de opbrengstlimiet geen sprake is.

7. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

8. In artikel 115, derde lid, van de Waterschapswet is bepaald dat in verordeningen op grond waarvan rechten als bedoeld in artikel 115, eerste lid, van de Waterschapswet worden geheven, de tarieven zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake.

9. Bij de beoordeling van een geschil inzake een mogelijke overschrijding van de opbrengstlimiet dient een aantal regels inzake stelplicht en bewijslast in acht te worden genomen. Die regels worden hierna beknopt weergegeven.

10. De vaststelling van tarieven als bedoeld in artikel 115 van de Waterschapswet berust op een raming, welke raming moet berusten op gegevens omtrent geraamde baten en lasten in de gemeentebegroting voor het desbetreffende jaar dan wel gegevens die op geraamde baten en lasten in die begroting zijn terug te voeren. Deze gegevens behoeven niet bekendgemaakt te zijn ten tijde van de vaststelling van de verordening. Daaruit vloeit noodzakelijk voort dat bij die vaststelling van tarieven niet over alle posten zekerheid of een volledig inzicht kan bestaan. In het kader van een geschil omtrent de naleving van artikel 115 van de Waterschapswet mag niet van het Waterschap worden verlangd dat zij van alle in de verordening en de bijbehorende tarieventabel genoemde diensten afzonderlijk en op controleerbare wijze vastlegt hoe zij de kosten ter zake daarvan heeft geraamd.

11. In die gevallen waarin belanghebbende overschrijding van de opbrengstlimiet aan de orde heeft gesteld en de heffingsambtenaar inzicht in de desbetreffende ramingen heeft verschaft, kan het verstrekken van nadere inlichtingen uitsluitend van de heffingsambtenaar worden verlangd voor zover belanghebbende voldoende gemotiveerd heeft gesteld waarom naar haar oordeel voor een of meer bepaalde posten in de raming redelijke twijfel bestaat of sprake is van een “last ter zake”.

12. Aan de nadere inlichtingen die de heffingsambtenaar in dat geval dient te verstrekken, mag geen zwaardere eis worden gesteld dan dat deze functionaris naar vermogen – dat wil zeggen in de mate waarin hij daartoe in de gegeven omstandigheden in redelijkheid in staat is – duidelijk maakt op grond waarvan hij de hiervoor bedoelde stellingen van belanghebbende betwist, en waarom dus naar zijn oordeel de door belanghebbende opgeworpen twijfel ongegrond is. De heffingsambtenaar hoeft niet te bewijzen dat die twijfel ongegrond is. De bewijslast voor de feitelijke onderbouwing van het beroep op limietoverschrijding rust op belanghebbende.

13. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met de verstrekte gegevens aan zijn verplichting voldaan om inzicht te verschaffen. De vraag die vervolgens opkomt is of de heffingsambtenaar afdoende inlichtingen heeft verstrekt om de bij belanghebbende levende twijfel over de raming weg te nemen. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. De enkele omstandigheid dat er in 2022 een overschrijding was van de opbrengstlimiet op basis van gerealiseerde cijfers is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, onvoldoende om de ramingen voor het jaar 2023 in twijfel te trekken. Ook de stelling dat de tabel over het jaar 2022 niet overeenkomt met de werkelijke cijfers uit de jaarrekening 2022 faalt, omdat het hier gaat om de raming voor het jaar 2023. De grief van belanghebbende dat de gerealiseerde cijfers uit het jaar 2023 niet zijn overgelegd slaagt evenmin. Het gaat immers om een raming van baten en lasten. De stelling van belanghebbende dat het werkelijk aantal vergunningen volgens de jaarrekening 2023 hoger is dan de raming faalt om dezelfde reden. Het uitgangspunt is een raming en niet de gerealiseerde uitkomst. Ook de stelling dat onvoldoende rekening is gehouden met de stijging van bouwkosten in 2022 en 2023 treft geen doel. Met de stijging van de bouwkosten in het jaar 2023 kan nog geen rekening worden gehouden met de raming in 2023. Zoals de heffingsambtenaar ter zitting heeft toegelicht zitten deze verwerkt in de raming over het jaar 2024. Met de stijgende bouwkosten in het jaar 2022 als gevolg van de oorlog in Oekraïne heeft het waterschap volgens de heffingsambtenaar in 2023 nog geen rekening (kunnen) (ge)houden. Wel is daarna een roeplijst in werking gesteld die geleid heeft tot aanpassing vanaf 2023. Dit heeft (voor de begroting 2024) geleid tot een aanpassing van ongeveer 10%, aldus de heffingsambtenaar. De vraag is of de heffingsambtenaar hiermee naar vermogen de twijfel heeft weggenomen bij belanghebbende. Waar het hierbij omgaat is het antwoord op de vraag of het waterschap de opbrengsten in redelijkheid niet op dat bedrag heeft kunnen ramen. Van belang is daarbij te realiseren dat het aantal bouwaanvragen en de daarmee samenhangende bouwsommen naar haar aard met onzekerheid omgeven zijn. Ook is onzeker of een stijging die in de loop van 2022 is begonnen in 2023 zal worden voortgezet. Daar komt bij dat een waterschap enige voorzichtigheid aan de dag mag leggen bij het ramen van de legesopbrengsten. Dit brengt mee dat het niet onredelijk is om in de raming van 2023 de eventuele stijging van de bouwkosten (nog) niet mee te nemen. Bovendien geldt een dekkingspercentage van 80%.

13. Gelet op het voorgaande heeft de heffingsambtenaar afdoende inlichtingen verstrekt om de bij belanghebbende levende twijfel over de raming naar vermogen weg te nemen.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag leges in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Vaatstra, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Roosma, griffier.

Uitgesproken op 30 september 2026

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand