RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 september 2026
in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe
Samenvatting
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/4483
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
(gemachtigden: mr. T. Ayici-Erkun en [gemachtigde] ).
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de voorgenomen overplaatsing van verzoekers naar een andere opvanglocatie. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij hebben bezwaar gemaakt en verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe voeren zij een aantal gronden aan. 1.1. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Het college heeft besloten de opvang van verzoekers aan de [adres 1] in Geldermalsen te beëindigen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, hun [dochter] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van het college. Tevens was als tolk aanwezig [tolk] .
Op 11 september 2026 hebben verzoekers een nader stuk in het geding gebracht.
Op 14 september 2026 heeft de voorzieningenrechter het onderzoek heropend en het college in de gelegenheid gesteld op het nadere stuk te reageren. Tevens heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen en bepaald dat het college de uitspraak van de voorzieningenrechter dient af te wachten en verzoekers niet mag overplaatsen.
Op 14 september 2026 heeft het college gereageerd, waarna verzoekers op 15 september 2026 een nadere reactie hebben ingediend.
Op 16 september heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten en bepaald dat binnen twee weken uitspraak zal worden gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat ging er vooraf? 3. Verzoekers zijn afkomstig uit Oekraïne en verblijven met hun 4 minderjarige kinderen op de opvanglocatie aan de [adres 1] in Geldermalsen. Eerder verbleven ook de oma en een oom van het gezin op deze locatie, maar in verband met ruzies onderling zijn de oma en oom inmiddels verhuisd.
Op 26 augustus 2026 heeft het college besloten hen een andere opvanglocatie toe te wijzen, [adres 2] in Deil. Deze opvanglocatie bestaat uit één ruime kamer, waar het hele gezin samen verblijft. Omdat verzoekers dit geen geschikte opvang vinden voor een groot gezin heeft het college hen bij e-mail van 31 augustus 2026 ook de mogelijkheid geboden om naar een opvanglocatie in Boxtel te verhuizen. Deze opvanglocatie bestaat uit twee losse naast elkaar gelegen kamers. Het college heeft hen gevraagd door te geven welke locatie hun voorkeur had.
4. Verzoekers willen niet verhuizen en hebben bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen overplaatsing. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Hierbij hebben ze wel aangeven dat als ze zouden moeten verhuizen hun voorkeur uit zou gaan naar Boxtel.
5. Omdat de voorzieningenrechter een ordemaatregel heeft getroffen beoordeelt de voorzieningenrechter of er aanleiding is de ordemaatregel te handhaven, wijzigen of op te heffen.
Is de bestuursrechter bevoegd? 6. De voorzieningenrechter stelt vast dat – hoewel het besluit van het college nog niet op schrift is gesteld – uit de stukken afdoende blijkt dat het college al wel heeft besloten dat de opvang aan de [adres 1] in Geldermalsen wordt beëindigd en dat verzoekers worden overgeplaatst naar een andere locatie. Op de zitting heeft de gemachtigde van het college ook toegelicht dat het schriftelijke besluit naar verwachting op hele korte termijn genomen zal worden, maar dat al wel duidelijk is dat verzoekers dienen te verhuizen. Hoewel het in eerste instantie nog onduidelijk was waar verzoekers naar toe zouden verhuizen, is inmiddels duidelijk dat zij zullen worden overgeplaatst naar de opvanglocatie in Boxtel, omdat de locatie in Deil al is vergeven.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onder die omstandigheden in deze concrete situatie sprake is van een besluit tot overplaatsing. Verzoekers konden daar tegen op komen en de voorzieningenrechter vragen een voorlopige voorziening te treffen. Een ander oordeel zou ertoe leiden dat aan verzoekers feitelijk geen rechtsbescherming wordt geboden nu de overplaatsing op korte termijn gepland staat.
Spoedeisend belang 8. Het college heeft betwist dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de beoordeling van hun verzoek omdat geen beëindigingsbesluit is genomen, geen plaatsingsbesluit is genomen en evenmin een verhuisdatum is vastgesteld. De voorzieningenrechter volgt dit niet. Zoals hiervoor reeds is overwogen is uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting voldoende duidelijk geworden dat het college tot beëindiging van de opvang heeft besloten. Nu de overplaatsing naar een andere opvanglocatie op korte termijn gepland is, is sprake van een spoedeisend belang.
Oordeel van de voorzieningenrechter 9. De voorzieningenrechter stelt vast dat de grondslag voor overplaatsing van Geldermalsen naar Boxtel is gelegen in artikel 7, aanhef en onder a, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). In dit artikel is bepaald dat het college de verstrekkingen (in dit geval de opvang) kan intrekken indien de opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien.
De bevoegdheid op grond van artikel 7, van de RooO betreft een discretionaire bevoegdheid van het college. Daarom toetst de voorzieningenrechter het bestreden besluit terughoudend en beoordeelt of het college alle belangen heeft meegewogen. De voorzieningenrechter toetst niet of hij bij afweging van de belangen tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de door het college overgelegde stukken blijkt dat de verhuurder van de woning, de Gereformeerde Kerk van Geldermalsen, heeft aangegeven dat al enige tijd aanzienlijke overlast van verzoekers wordt ervaren voor de omgeving en daarmee voor de kerk als verhuurder. Als verzoekers niet op korte termijn worden overgeplaatst zeggen zij met onmiddellijke ingang de huur op. Dat de overlast zou zijn veroorzaakt door de overlastgevende oom, die inmiddels is verhuisd, maakt niet dat de kerk niet langer de huur wil opzeggen. Het college heeft aangegeven dat zij vrezen dat zij het appartement dan niet langer voor de opvang van andere Oekraïense vluchtelingen kunnen gebruiken. Zij hebben een tekort aan opvanglocaties en hebben het appartement dan ook hard nodig. Het belang van het college bij behoud van de opvanglocatie is dan ook groot.
Het belang van verzoekers bij behoud van de woning is ook groot, maar uit de overgelegde e-mail van de verhuurder blijkt dat hij de huur op zal zeggen als verzoekers in de woning blijven. Dat betekent dat verzoekers de woning sowieso zullen moeten verlaten.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college bij de totstandkoming van het besluit tot beëindiging van de opvang ook verder voldoende zorgvuldig gehandeld. Er zijn twee mogelijke locaties aangeboden, waarbij een van de locaties in de buurt van de huidige woning lag, waardoor de jongste kinderen niet van school zouden hoeven wisselen. Deze optie is echter door verzoekers geweigerd en nu niet langer beschikbaar. Dat is het college evenwel niet aan te rekenen. Het college heeft verzoekers een alternatieve opvanglocatie in de gemeente Boxtel aangeboden. Verzoekers hebben niet betwist dat de locatie in Boxtel geschikt is, noch hebben zij aannemelijk gemaakt dat er betere alternatieven zijn die op korte termijn beschikbaar zijn. Verzoekers hebben gewezen op de belangen van met name de jongste kinderen. Niet in geschil is dat de belangen van de kinderen groot zijn. Het college heeft die belangen ook meegewogen, maar gelet op de noodzaak om op korte termijn te verhuizen niet zwaarwegender geacht. Daarbij heeft het college erop gewezen dat beoogd was het gezin voor het begin van het schooljaar te laten verhuizen, zodat de kinderen het nieuwe schooljaar in hun nieuwe school konden beginnen, maar dat is door het indienen van het bezwaar niet gelukt. De voorzieningenrechter kan het college hierin volgen.
Gelet op het voorgaande heeft het college naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen besluiten tot het beëindigen van de opvang aan de [adres 1] in Geldermalsen in verband met overplaatsing naar de opvanglocatie in Boxtel. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit in bezwaar geen stand zal houden. De getroffen ordemaatregel wordt dan ook opgeheven.
Conclusie en gevolgen10.De voorzieningenrechter concludeert dat er geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit geen stand zal houden in bezwaar. Voor het handhaven van de getroffen ordemaatregel is geen reden. Teneinde verzoekers nog een redelijke termijn te geven te verhuizen zal de voorzieningenrechter de ordemaatregel met ingang van 5 oktober 2026 opheffen.
11. Voor een proceskostenveroordeling is geen reden.
Beslissing
De voorzieningenrechter heft de getroffen voorlopige voorziening op met ingang van 5 oktober 2026.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: