ECLI:NL:RBGEL:2026:7420

ECLI:NL:RBGEL:2026:7420

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 05-150608-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De rechtbank legt een ISD-maatregel voor twee jaar met een tussentijdse beoordeling na één jaar voor diefstal. De vordering tenuitvoerlegging wordt afgewezen, omdat de tenuitvoerlegging de ISD-maatregel zou doorkruisen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/150608-26 en 05/216442-25 (tul)

Datum uitspraak : 14 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].

Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 mei 2026 te Arnhem (in/uit een winkel op/aan [adres] ) 15, althans één of meer blikjes bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte wilde op het scherm van de zelfscankassa het aantal blikjes dat hij al had gescand nog vermeerderen en hij wilde daarna betalen. Hij heeft daartoe echter de kans niet gekregen omdat de medewerker binnen vier seconden bij hem stond.

Beoordeling door de rechtbank

[aangever] heeft namens de Albert Heijn, gevestigd op de [adres] in Arnhem, aangifte gedaan van diefstal op 25 mei 2026. Verdachte heeft één blikje bier gescand, terwijl hij drie sixpacks in zijn mandje had. De totale verkoopwaarde van de weggenomen blikjes betreft € 15,28.

[getuige] werkt als beveiliger bij de Albert Heijn. Hij heeft verklaard dat een medewerker een klant controleerde bij de zelfscan vanuit een routinecontrole en daaruit bleek dat niet alles gescand was. Hierdoor werd [getuige] erbij gehaald. Hij kwam bij deze medewerker en de klant en zag dat er inderdaad meerdere artikelen niet gescand waren. Daarop werd zijn leidinggevende erbij gehaald en werd de politie gebeld.

Op de camerabeelden is te zien dat verdachte richting één van de zelfscankassa’s loopt. Verdachte zet zijn winkelmandje bij de zelfscankassa neer. Hij scant één blik bier en daarna verspringt het scherm van de zelfscankassa. Het is niet te zien wat er precies op het scherm staat. Verdachte legt het blikje terug in zijn mandje en hij klikt op het scherm. Daarna pakt verdachte zijn pinpas en houdt deze tegen de betaalterminal. Vervolgens loopt er een Albert Heijn medewerker naar verdachte toe.

Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij twee sixpacks in zijn mandje had en dat hij één sixpack heeft gescand. Daarna heeft hij op aantallen gedrukt en tikte hij twee in. Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij bezig was met afrekenen en dat één sixpack uit elkaar viel. Verdachte wilde in twee keer betalen, omdat het niet alleen voor hem was. Toen hij wilde pinnen deed de pinautomaat het niet en moest hij zijn pas in het apparaat doen. Verdachte wilde daarna de rest afrekenen. Hij was nog bezig met het invoeren van zijn pincode en deed niets fout.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte blikjes bier heeft gestolen van de Albert Heijn. De rechtbank stelt vast dat verdachte één blikje bier heeft gescand en daarna op ‘betalen’ heeft geklikt. Dat verdachte op ‘betalen’ moet hebben geklikt, en niet zoals hij zelf stelt op ‘aantallen’ volgt uit het feit dat er enkel een routinecontrole kan plaatsvinden nadat een klant op ‘betalen’ heeft geklikt. Het scannen van één product en op ‘betalen’ klikken op het scherm maakt dat sprake is van een voltooide diefstal.

De rechtbank weegt hierbij mee dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd over hoe hij wilde betalen voor de blikjes, namelijk zowel dat hij de aantallen wilde vermeerderen door op het scherm te klikken als dat hij in twee keer wilde afrekenen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 25 mei 2026 te Arnhem (in/uit een winkel op/aan [adres] ) 15, althans één of meer blikjes bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het opleggen van een ISD-maatregel niet passend is, omdat verdachte gemotiveerd is tot gedragsverandering en tot nu toe niet de kans heeft gehad om behandeld te worden. De raadsman heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest van verdachte en een voorwaardelijke straf met een traumabehandeling als bijzondere voorwaarde op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dit is een vervelend feit dat schade en overlast teweegbrengt. Daarnaast brengt winkeldiefstal ook hinder en gevoelens van onveiligheid teweeg bij het overige winkelend publiek.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor winkeldiefstallen. Verder is aan verdachte in 2018 en 2022 de ISD-maatregel opgelegd.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 21 augustus 2026, waarin een onvoorwaardelijke ISD-maatregel wordt geadviseerd. Hieruit blijkt het volgende. Er is sprake van een hardnekkig en langdurig delictpatroon in het plegen van verwervingscriminaliteit. Verdachte is bekend met het plegen van verwervingscriminaliteit om te kunnen voorzien in alcoholgebruik en in het plegen van diefstallen wanneer hij onder invloed is van alcohol. De problematiek in het psychosociaal functioneren van verdachte lijkt ten grondslag te liggen aan zijn alcoholgebruik, waardoor de reclassering ook daarin een mogelijk verband zien met de verdenking. Volgens de reclassering zijn eerdere veroordelingen tot stand gekomen door de samenhang van de genoemde delictgerelateerde factoren. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer om middels een voorwaardelijk strafdeel het recidiverisico te beperken. Een langdurige klinische opname acht de reclassering noodzakelijk om het hardnekkige delictpatroon van verdachte te kunnen doorbreken, zodat verdachte vanuit een beschermde omgeving waarin hij abstinent dient te zijn behandeld kan worden. Hoewel verdachte heeft aangegeven zijn medewerking te willen verlenen aan een klinische opname, zijn daar geen mogelijkheden toe binnen een voorwaardelijk kader. Er is geen sprake van recente diagnostiek waardoor een indicatie voor een klinisch behandeltraject niet afgegeven kan worden. Daarnaast is er sprake van zeer lange wachtlijsten bij zorginstellingen, waardoor verdachte bij een eventuele voorwaardelijke ISD-maatregel eerst voor enkele maanden in vrijheid gesteld zal moeten worden, alvorens behandeling kan plaatsvinden. Het recidiverisico is dermate hoog waardoor dit naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot nieuw delictgedrag. Hierdoor wordt een onvoorwaardelijke ISD-maatregel als meest passend bevonden om verdachte binnen een beveiligde omgeving te kunnen laten toewerken naar een klinische opname, waarbij de maatschappij voor een langere periode wordt ontlast van delictgedrag.

Het door verdachte gepleegde feit betreft een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. In de vijf jaren voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten is verdachte ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld. De rechtbank stelt verder vast dat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen.

Verdachte voldoet hiermee aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel. Gelet op het voorgaande moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. De veiligheid van personen en goederen rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank dan ook het opleggen van de ISD-maatregel. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren noodzakelijk en gewenst is. Door het gedwongen kader van de ISD-maatregel wordt de maatschappij beveiligd en krijgt verdachte een kans om aan zijn problematiek te werken. De rechtbank is er, gelet op het reclasseringsadvies, niet van overtuigd dat een minder streng kader, bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke ISD-maatregel, dezelfde mogelijkheden voor bestendige verbetering en bescherming van de maatschappij zal bieden. Om behandelmogelijkheden niet te doorkruisen, houdt de rechtbank bij de duur van de ISD-maatregel geen rekening met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank acht het, mede gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport, wenselijk dat in dit verband een ‘vinger aan de pols’ wordt gehouden. Zij bepaalt dat na 1 jaar een tussentijdse beoordeling plaatsvindt, als bedoeld in artikel 38n, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.. De officier van justitie dient aldus binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis de rechtbank te berichten over de noodzakelijkheid of wenselijkheid van het voortduren van de maatregel.

8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/216442-25)

De politierechter heeft verdachte op 27 februari 2026 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.

De officier van justitie vordert de afwijzing van de vordering.

De raadsman heeft bepleit dat de proeftijd dient te worden verlengd en dat traumabehandeling dient te worden toegevoegd als extra bijzondere voorwaarde.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, aangezien tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde straf de ISD-maatregel zal doorkruisen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar;

 beslist dat 1 (één) jaar na het begin van de tenuitvoerlegging van de maatregel de noodzaak van de voortzetting daarvan zal worden beoordeeld;

 verzoekt de officier van justitie uiterlijk twee weken voor de nieuwe zitting zorg te dragen voor het beschikbaar zijn van een rapport met daarin de stand van zaken van de tenuitvoerlegging;

 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 27 februari 2026 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf af (parketnummer 05/216442-25).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Wesstra (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. R.M.H. Pennings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y. van Wezel
  • mr. R.M.H. Pennings

Griffier

  • mr. G.C. van de Fliert

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand