ECLI:NL:RBGEL:2026:7386

ECLI:NL:RBGEL:2026:7386

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer K/5001/11850380
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Werknemer heeft het concurrentiebeding geschonden door in dezelfde branche als zijn voormalig werkgever een eigen onderneming te starten. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een boete.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11850380 \ CV EXPL 25-6678

Vonnis van 13 mei 2026

in de zaak van

CHARGE CARS B.V.,

te Soest,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Charge Cars,

gemachtigde: mr. M. van Eldik,

tegen

1. [gedaagde] ,

te [plaats 1] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. R. Simons en mr. A. Dagistan,

en

2. 2. [bedrijf] ,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij in conventie,

hierna te noemen: [bedrijf] ,

gemachtigde: mr. R. Simons en mr. A. Dagistan.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 september 2025

- de akte aan de zijde van Charge Cars van 9 maart 2026 met producties 23 tot en met 28.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Partijen hebben over en weer hun standpunten toegelicht, beide gemachtigden aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Charge Cars verkoopt en installeert laadpalen.

[gedaagde] treedt op 31 oktober 2022 in dienst bij Charge Cars op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, in de functie van leerling monteur ‘Elektromontage’.

Per 31 maart 2024 is [gedaagde] voor onbepaalde tijd in dienst in de functie van monteur Elektromontage. Per einde dienstverband bedroeg het salaris van [gedaagde]

€ 3.113,16 bruto per vier weken bij een fulltime dienstverband.

In de laatste arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen:

“Artikel 16 Concurrentie-, relatie- en anti-poachingsbeding

1. Het is werknemer verboden binnen een tijdvak van één jaar na de einddatum van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 100 kilometer van de vestigingsplaats van de werkgever in enigerlei vorm werkzaam te zijn bij, en/of aandeel van welke aard ook te hebben in een bedrijf dat als concurrerend met de werkgever kan worden aangemerkt. Een bedrijf waar al dan niet deels dezelfde, gelijksoortige, of aanverwante activiteiten worden uitgevoerd als bij werkgever wordt in ieder geval als concurrerend aangemerkt.

(…)

6. Indien werknemer het in dit artikel bepaalde overtreedt, verbeurt hij aan werkgever een directe opeisbare boete van € 10.000,00 voor iedere overtreding, alsmede een bedrag van € 1.500,- voor iedere dag, dat de overtreding voortduurt. De voornoemde boetes zijn direct opeisbaar en zullen verschuldigd zijn door het enkele feit der overtreding of niet-nakoming aan en ten voordele van werkgever, dit in uitdrukkelijke afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 leden 3 en 5 BW, maar laten onverlet het recht van werkgever nakoming te vorderen en het recht om in plaats van boete volledige schadevergoeding te vorderen.”

Bij indiensttreding heeft Charge Cars [gedaagde] de opleiding Basis Elektrotechniek aangeboden ten behoeve van de functie die [gedaagde] zou gaan vervullen. Daarnaast heeft [gedaagde] een interne praktijkopleiding gevolgd. [gedaagde] is vervolgens opgeleid tot laadpaalmonteur en leidinggevende. [gedaagde] volgde hiervoor de opleidingen VCZ voor leidinggevenden en de interne praktijkopleiding volledig laadpaalmonteur. De kosten voor deze opleidingen zijn door Charge Cars betaald.

[gedaagde] heeft op 11 oktober 2024 zijn persoonlijke holding [holding] opgericht. Deze holding heeft op 21 oktober 2024 [bedrijf] opgericht. [gedaagde] is met de holding medebestuurder van [bedrijf] . De activiteiten van [bedrijf] zijn volgens het uittreksel uit de kamer van koophandel de installatie van elektrische apparatuur, installatie van laadpalen en thuisbatterijen. [bedrijf] is gevestigd te [plaats 2] aan het [adres] .

Op 16 oktober 2024 heeft [gedaagde] zijn arbeidsovereenkomst opgezegd.

In de brief van Charge Cars aan [gedaagde] van 17 oktober 2024 staat:

“Hiermee bevestigen wij de ontvangst van jouw e-mail van 16 oktober jl. waarin jij aangeeft jouw dienstbetrekking te willen beëindigd per 16 november 2024. Wij gaan akkoord met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de einddatum van 16 november 2024. Jouw laatste werkdag is vrijdag 15 november 2024.

Je hebt aangegeven in jouw gesprekken met [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] te gaan werken als zelfstandig installateur van laadpalen, warmtepompen en thuisaccu’s. Tijdens dit gesprek hebben [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] jou gewezen op artikel 16 van jouw arbeidsovereenkomst en nadrukkelijk aangegeven jou te zullen houden aan hetgeen hierin is overeengekomen.

Hierbij nogmaals schriftelijk hetgeen ook mondeling is besproken: In jouw arbeidsovereenkomst is aan jou een verbod opgelegd om binnen een tijdvak van 1 jaar na de einddatum van jouw arbeidsovereenkomst binnen een straal van 100 kilometer van ons, activiteiten te verrichten in welke hoedanigheid dan ook die als concurrerend met Charge Cars kunnen worden beschouwd, bovendien is het jou verboden om contact op te nemen met relaties van Charge Cars en/of werknemers van Charge Cars te bewegen om bij een concurrerend bedrijf in dienst te treden. We willen je er hierbij daarom ook schriftelijk op wijzen dat wij je zullen houden aan het in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst bepaalde en het daarin genoemde boetebeding. Lees deze daarom nogmaals goed door en let ook op de daarin genoemde termijnen.(…)”

De arbeidsovereenkomst is op 16 november 2024 geëindigd.

[recherchebureau] heeft in opdracht van Charge Cars onderzoek verricht naar [gedaagde] . In het rapport staat:

7. Samenvatting van bevindingen

[recherchebureau] heef in de periode van 11 t/m 16 april 2025 observaties uitgevoerd in de leef en werkomgeving van subject. Van de vier observatiedagen is subject twee keer gezien op twee verschillende dagen. Hiervan vertrok subject één keer vanaf zijn woning in vrijetijdskleding en was subject de andere middag bij een woning aan het werk in werkkleding, waarbij hij, samen met twee andere collega’s van de onderneming [bedrijf] , een voorziening voor een laadpaal aan het maken was aan een adres, waarna deze door dezelfde personen werd geplaatst aan de gevel van een particuliere woning. Subject was niet de bestuurder van een werkbus met logo van het bedrijf, subject verplaatste zich met een eigen voertuig in werkkleding met het logo van het bedrijf erop. Subject heeft in zijn voertuig presentjes liggen welke hij na afronding van de plaatsing naar de woning bracht. Dit proces herhaalde zich bij een collega welke de dag erna voor het bedrijf een plaatsing van een laadpaal afrondde.

Het bedrijf voert, gedurende de observaties, aantoonbaar dagelijkse werkzaamheden uit welke gericht zijn op het plaatsen van laadpalen. Subject is mede-eigenaar van het bedrijf [bedrijf] en voert zelf op een van de observatiedagen fysiek de werkzaamheden uit.

Op het internet wordt een ‘ [naam] ’ genoemd als Professionele en goede communicatieve persoon welke zelf het voorwerk (schouw) bij de klant heeft uitgevoerd, waarbij hij deskundig advies gaf.(…)”

Bij brief van 26 mei 2025 schrijft de gemachtigde van Charge Cars aan [gedaagde] :

“Charge Cars heeft moeten constateren dat de afspraken uit het concurrentiebeding niet worden nagekomen, en dat uw onderneming [bedrijf] daarvan op oneerlijke wijze profiteert. Hierdoor heeft u boetes verbeurd en Charge Cars lijdt bovendien aanzienlijke schade. Zodoende heeft Charge Cars mij opdracht gegeven om de verbeurde boetes te incasseren, de geleden en nog te lijden schade te verhalen én ervoor te zorgen dat de concurrerende werkzaamheden zo snel mogelijk worden gestaakt en gestaakt worden gehouden.

(…)

De overtreding van het Concurrentiebeding is tweeledig: u houdt aandelen in [bedrijf] , wat op zichzelf al een overtreding van het Concurrentiebeding oplevert.(…)”

In reactie daarop heeft de gemachtigde van [gedaagde] en [bedrijf] op 2 juni 2025 laten weten dat zij niet zullen voldoen aan de sommatie van Charge Cars:

“Duidelijk is dat cliënt gelet op zijn functie en werkzaamheden bij uw cliënte geen enkele bedrijfs- of concurrentiegevoelige informatie heeft. Hij was uitsluitend uitvoerend. Hij kreeg geen enkele kennis van inkoopinformatie, prijsafspraken of anderszins gevoelige informatie. Hij ging naar het adres van aangewezen (particulieren) klanten, installeerde een laadpaal en ging weer weg. Niets meer en niets minder. Zelfs de betaling van de particulier was al geregeld en hoefde cliënt niet te verzorgen. Van enige aantasting van bedrijfsdebiet van uw cliënte is dan ook geen enkele sprake. Dit blijkt ook wel uit het feit dat uw cliënte geen enkele schade heeft geleden. Er is geen enkele klant overgestapt (ik bedrijf dat uw cliënte voornamelijk werkt in opdracht van grote energieleveranciers (Essent, Eneco etc.)). En zou cliënt al beschikken over bedrijfsgevoelige informatie (quod non), dan wordt uw cliënte reeds beschermd door het overeengekomen geheimhoudingsbeding.

(…)

[bedrijf] wordt door uw cliënte – kort gezegd – beticht van het onrechtmatig profiteren van de wanprestatie van de heer [gedaagde] jegens uw cliënte. Daarvan is geen enkele sprake. Bovendien ontbreekt elke schade. [bedrijf] wijst elke vorm van aansprakelijkheid dan ook van de hand.”

In de periode daarna is tussen partijen diverse correspondentie gevoerd.

3. Het geschil in conventie

Charge Cars vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

ten aanzien van [gedaagde]

I. voor recht verklaart dat [gedaagde] het concurrentiebeding opgenomen in de arbeidsovereenkomst heeft geschonden;

II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de verbeurde boete van € 449.000,00, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 2 juni 2025, althans vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dag tot aan de dag van algehele voldoening;

III. [gedaagde] gebiedt om de melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens in te trekken;

IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de schade zijdens Charge Cars met verwijzing van de procedure naar een schadestaatprocedure, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 1 november 2024, althans 2 juni 2025, althans vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dag tot aan de dag van algehele voldoening;

V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van

€ 4.020,00;

ten aanzien van [bedrijf]

VI. voor recht verklaart dat [bedrijf] onrechtmatig heeft gehandeld vanwege het profiteren van de wanprestatie van [gedaagde] ;

VII. [bedrijf] verbiedt om werknemers van Charge Cars, die gebonden zijn aan een concurrentiebeding, te benaderen om bij [bedrijf] in dienst te laten treden en/of hen direct dan wel indirect voor [bedrijf] werkzaamheden van welke aard dan ook te laten verrichten;

VIII. [bedrijf] veroordeelt tot betaling van de schade zijdens Charge Cars met verwijzing van de procedure naar een schadestaatprocedure, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 1 november 2024, althans 2 juni 2025, althans vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dag tot aan de dag van algehele voldoening;

IX. [bedrijf] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten waarvan de hoogte wordt vastgesteld aan de hand van de Staffel Buitengerechtelijke Incassokosten en de hoogte van de schade, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

Ten aanzien van zowel [gedaagde] als [bedrijf]

X. [gedaagde] en [bedrijf] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

Charge Cars legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij zwaarwegende belangen heeft bij instandhouding en handhaving van het concurrentiebeding. In de eerste plaats dient het concurrentiebeding ter bescherming van het bedrijfsdebiet. Hoewel de werkzaamheden van [gedaagde] voornamelijk uitvoerend van aard waren, heeft [gedaagde] toegang gehad tot en gewerkt met bedrijfsgevoelige informatie. Zoals inkoopprijzen, verkoopprijzen en winstmarges, interne opleverprotocollen en bepaalde protocollen van leveranciers. Daarmee werkte hij op dagelijkse basis. Ook had [gedaagde] toegang tot het CRM-systeem met alle klanten en leveranciers. Het concurrentiebeding voorkomt dat [gedaagde] dergelijke informatie gebruikt om voor zichzelf een concurrentievoordeel te creëren. Immers, met de bedrijfsgevoelige informatie kan [gedaagde] (onder andere) scherpe(re) prijzen hanteren zodat klanten sneller voor [bedrijf] kiezen in plaats van voor Charge Cars.

Daarnaast heeft Charge Cars geïnvesteerd in de opleiding van [gedaagde] . Immers, [gedaagde] had geen relevante opleiding toen hij bij Charge Cars kwam werken. Daarnaast heeft Charge Cars in [gedaagde] geïnvesteerd door aanvullende opleidingen aan te bieden binnen het ontwikkeltraject van [gedaagde] . Daarnaast heeft Charge Cars tijd gestoken in de persoonlijke begeleiding van [gedaagde] . Het concurrentiebeding dient dan ook ter bescherming van de door Charge Cars gedane investeringen in [gedaagde] . Het concurrentiebeding is geografisch beperkt en strekt enkel tot de regio waarin Charge Cars werkzaam is. Het is daardoor voor [gedaagde] mogelijk om dezelfde werkzaamheden te blijven uitvoeren, maar wel buiten het geografische bereik van het concurrentiebeding. Daarnaast is het voor [gedaagde] mogelijk om gedurende de looptijd van het beding uitsluitend andere werkzaamheden uit te voeren dan de installatie van laadpalen. Zijn onderneming richt zich namelijk naast laadpalen op diverse andere activiteiten.

[bedrijf] heeft jegens Charge Cars onrechtmatig gehandeld door bewust te profiteren van de wanprestatie van [gedaagde] . [bedrijf] is daarom aansprakelijk voor de door Charge Cars geleden en nog te lijden schade. [bedrijf] wist, althans behoorde te weten, dat [gedaagde] het concurrentiebeding zou schenden door werkzaam te zijn voor [bedrijf] .

[gedaagde] en [bedrijf] hebben verweer gevoerd waarop hierna – voor zover van belang – wordt ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

[gedaagde] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad het concurrentiebeding zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst vernietigt en Charge Cars veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[gedaagde] legt – kort samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat Charge Cars geen enkel rechtens te respecteren belang heeft bij het concurrentiebeding. [gedaagde] wordt onevenredig benadeeld afgezet tegen het (ontbrekende) te beschermen belang van Charge Cars.

Charge Cars heeft verweer gevoerd waarop hierna, voor zover van belang, wordt ingegaan.

5. De beoordeling van het geschil in conventie

De vordering ten aanzien van [gedaagde]

Het juridisch kader

Op grond van artikel 7:653 lid 3 onder b BW kan een concurrentiebeding op grond van de wet door de rechter (gedeeltelijk) worden vernietigd als in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld.

Uit vaste rechtspraak volgt dat een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Het gaat daarbij om het beschermen van bedrijfsgeheimen en andere concurrentiegevoelige informatie en/of het voorkomen dat een ex-werknemer bepaalde, al dan niet door hem onderhouden relaties met gebruikmaking van de door hem via zijn ex-werkgever bij die relaties verworven bekendheid meeneemt naar zijn nieuwe werkgever, met wie de ex-werkgever in een concurrentieverhouding staat. Het beding is niet bedoeld om werknemers aan de werkgever te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer, ook niet bij vertrek naar een concurrent, in zijn bedrijfsdebiet wordt aangetast op zodanige wijze dat dit bescherming verdient. Dat een werknemer bij zijn vertrek kennis en ervaring die is opgedaan bij zijn werkgever meeneemt is immers inherent aan zijn vertrek. Het concurrentiebeding biedt dus geen bescherming tegen het vertrek van een ervaren werknemer en tegen de indiensttreding van die werknemer bij een concurrent van de oude werkgever, maar alleen tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door zo’n overstap.

Daar tegenover staat het recht op vrije arbeidskeuze van de werknemer. Als een werknemer door een concurrentiebeding na het einde van het dienstverband in zijn mogelijkheden om zich vrij te kunnen bewegen op de arbeidsmarkt wordt beperkt en om vernietiging of beperking van dat beding vraagt, moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op vrije arbeidskeuze enerzijds en het belang van de werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding anderzijds.

[gedaagde] heeft het concurrentiebeding overtreden en is een boete verschuldigd

[bedrijf] verricht dezelfde werkzaamheden als Charge Cars, namelijk de installatie van laadpalen. Dit betekent dat [bedrijf] concurrerende activiteiten verricht die vallen onder het bereik van artikel 16 van de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat [gedaagde] met het oprichten van [bedrijf] en het daar werkzaam zijn het concurrentiebeding heeft overtreden. De kantonrechter moet in conventie beoordelen of [gedaagde] een boete aan Charge Cars verschuldigd is wegens de overtreding van het concurrentiebeding of dat in verhouding tot het te beschermen belang van Charge Cars als werkgever, [gedaagde] als werknemer, onbillijk wordt benadeeld bij een handhaving van het concurrentiebeding en er dus op grond van de belangenafweging van artikel 7:653 lid 3 onder b BW reden is om tot (gedeeltelijke) vernietiging van het concurrentiebeding over te gaan (zie r.o. 6.1. reconventie).

Zoals hiervoor al is overwogen, is een concurrentiebeding bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen. Van een aantasting van het bedrijfsdebiet is pas sprake wanneer de werknemer door zijn functie op de hoogte is van essentiële relevante (commerciële en technische) informatie over producten, diensten en/of werkprocessen en/of kennis heeft van unieke werkprocessen en strategieën en hij deze kennis ten behoeve van zijn nieuwe werkgever, in het geval van [gedaagde] ten behoeve van zijn eigen onderneming, kan gebruiken, waardoor de nieuwe werkgever in de concurrentieslag met de oude werkgever in het voordeel is. De kantonrechter is van oordeel, dat daarvan in deze zaak sprake is. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Charge Cars heeft onderbouwd dat [gedaagde] toegang had tot vertrouwelijke interne processen, zoals informatie over verschillende typen laadstations en de daarbij gewenste opleverprotocollen en interne prijsstellingen alsmede informatie over de leveranciers van Charge Cars. Charge Cars heeft toegelicht dat [gedaagde] bij de aan hem toegewezen klussen toegang had tot onder meer de volledig gespecificeerde offerte waaruit de financiële kant van de opdracht van de betreffende partner volgt. Ook was [gedaagde] bekend met alle opdrachtgevers van Charge Cars, alsmede de contactpersonen daarvan en de bijbehorende werkwijzen. [gedaagde] had met zijn persoonlijke inloggegevens toegang tot deze informatie via het digitale portaal van Charge Cars. In het digitale portaal waren onder andere alle klantgegevens en contactpersonen inzichtelijk, alsmede de planning en opleverdata van projecten. [gedaagde] had op dagelijkse basis direct contact met klanten waar hij de laadpalen installeerde en was het gezicht van Charge Cars.

Charge Cars heeft toegelicht dat de kennis van al deze informatie, [gedaagde] in staat heeft kunnen stellen om op effectieve wijze een concurrerende onderneming op te zetten en daarvoor werkzaamheden te verrichten. [gedaagde] heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Hij heeft enkel aangevoerd dat hij nooit kennis heeft genomen van deze informatie. Dit neemt echter niet weg dat hij daarvan wel kennis kon nemen, zodat Charge Cars belang heeft bij het beschermen van deze informatie. Het is aannemelijk dat [gedaagde] met de voor hem beschikbare informatie een concurrentieslag ten kostte van Charge Cars kon maken en dat het bedrijfsdebiet van Charge Cars moe(s)t worden beschermd door het overeengekomen concurrentiebeding.

Zoals hiervoor al is overwogen levert de door een werknemer opgedane kennis bij een werkgever, bij een vertrek van die werknemer, niet zonder meer een aantasting van het bedrijfsdebiet van een werkgever op. In de onderhavige zaak weegt voor de kantonrechter zwaar mee dat [gedaagde] niet als laadpaalmonteur bij een willekeurige concurrent van Charge Cars in dienst is getreden maar dat hij in dezelfde branche een eigen onderneming is gestart. Dit, terwijl hij in 2022 zonder enige elektrotechnische achtergrond bij Charge Cars in dienst is getreden en zich kennelijk in drie jaar tijd zo heeft kunnen ontwikkelen dat dit hem in staat heeft gesteld om binnen deze branche zelfstandig een concurrerende onderneming op te starten. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zijn compagnons geen achtergrond hebben binnen de elektrotechniek. Dit betekent dat de kennis en kunde van [gedaagde] van groot belang zijn voor zijn eigen onderneming, [bedrijf] .

Gelet op het voorgaande weegt het belang van [gedaagde] om zich vrij te kunnen bewegen op de (arbeids-)markt niet zwaarder dan het belang van Charge Cars bij het beschermen van haar bedrijfsdebiet middels het overeengekomen concurrentiebeding. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat Charge Cars [gedaagde] , aan het einde van het dienstverband er nadrukkelijk op heeft gewezen dat Charge Cars [gedaagde] onverkort aan zijn concurrentiebeding zou houden. Hoewel [gedaagde] er ook voor had kunnen kiezen om zich binnen de periode van het concurrentiebeding te richten op bijvoorbeeld enkel de installatie van warmtepompen en thuisaccu’s en zijn werkzaamheden na afloop van het concurrentiebeding uit te breiden met de installatie van laadpalen, heeft hij er welbewust voor gekozen om dit niet te doen. Hij heeft er, ondanks de nadrukkelijke waarschuwingen, voor gekozen om zijn reeds tijdens het dienstverband opgerichte eigen onderneming in de installatie van laadpalen voort te zetten. Dit dient voor zijn rekening en risico te komen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft overtreden. De gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook toegewezen.

Datzelfde geldt voor de door Charge Cars gevorderde boete, met dien verstande dat de kantonrechter aanleiding ziet om de door Charge Cars gevorderde boete van

€ 449.000,00 te matigen tot een boete van € 20.000,00. Het heeft enige tijd geduurd voordat Charge Cars deze procedure is gestart, hetgeen er mede voor heeft gezorgd dat de verbeurde boete, in verhouding tot het te beschermen belang, onredelijk hoog is opgelopen.

De gevorderde wettelijke rente over de boete wordt toegewezen vanaf 2 juni 2025 tot aan de dag van algehele voldoening.

Melding Autoriteit Persoonsgegevens en schade Charge Cars

De kantonrechter ziet geen aanleiding [gedaagde] te gebieden de melding bij de Autoriteit Persoonsgegeven (AP) in te trekken. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen nog geen bericht over de afwikkeling van de melding bij de AP hebben ontvangen, zodat nog geen oordeel is gegeven over de al dan niet onrechtmatigheid van de melding van [gedaagde] . Bovendien heeft Charge Cars nagelaten te onderbouwen dat zij nadeel althans schade ondervindt van de melding. De enkele mogelijke reputatieschade is hiervoor onvoldoende. De door Charge Cars gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure wordt daarom ook afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

Charge Cars vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Charge Cars heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw zal worden afgewezen, omdat Charge Cars niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht. Daarom zal een bedrag van € 975,00 worden toegewezen.

Proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Charge Cars worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

121,02

- griffierecht

€

1.461,00

- salaris gemachtigde

€

864,00

(2 punten × € 432,00 conventie

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.590,02

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De vorderingen ten aanzien van [bedrijf]

Charge Cars baseert haar eerste vordering jegens [bedrijf] (een verklaring voor recht dat [bedrijf] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Charge Cars) op het standpunt dat [bedrijf] onrechtmatig handelt jegens Charge Cars door gebruik te maken van de wanprestatie van [gedaagde] . Volgens vaste jurisprudentie (onder meer HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760 en HR 26 januari 2007, NJ 2007, 78) is het profiteren van andermans wanprestatie pas onrechtmatig indien aan twee cumulatieve vereisten is voldaan: (a) de aangesproken partij (in dit geval [bedrijf] ) weet of behoort te weten dat zijn wederpartij ( [gedaagde] ), kort gezegd, wanprestatie pleegt tegenover een derde (Charge Cars) en (b) er is sprake van bijkomende omstandigheden die op zichzelf of samen met de kennis over de wanprestatie, onrechtmatigheid meebrengen. Daargelaten of wordt voldaan aan het vereiste sub a, is van bijkomende omstandigheden als bedoeld in sub b in deze procedure onvoldoende gebleken. Charge Cars heeft niet gesteld dat zij klanten is kwijtgeraakt en heeft ook niet gesteld dat klanten zijn benaderd door [bedrijf] ; dat laatste heeft zij slechts geopperd. Dat [bedrijf] een naam heeft die lijkt op Charge Cars is wat de kantonrechter betreft onvoldoende om te kunnen spreken over bijkomende omstandigheden die onrechtmatigheid meebrengen, omdat Charge Cars niet heeft gesteld dat dit onrechtmatig zou zijn, maar slechts kwalijk. Gelet op het ontbreken van voldoende gestelde bijkomende omstandigheden die het handelen van [bedrijf] zelf onrechtmatig zouden kunnen maken, heeft Charge Cars haar eerste vordering onvoldoende onderbouwd, zodat de gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen. De daarmee samenhangende andere vorderingen volgen datzelfde lot.

Charge Cars is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [bedrijf] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

432,00

(1 punt × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

576,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beoordeling van het geschil in reconventie

De uitkomst van de procedure in conventie brengt met zich dat de in reconventie gevorderde vernietiging van het concurrentiebeding wordt afgewezen. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat de beperkingen uit het concurrentiebeding met ingang van 16 november 2025 reeds zijn opgeheven als gevolg van het verstrijken van één jaar na het einde van het dienstverband.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Charge Cars worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

216,00

(0,5 x 1 punt × € 432,00)

Totaal

€

216,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

7. De beslissing

De kantonrechter

in conventie ten aanzien van [gedaagde]

verklaart voor recht dat [gedaagde] het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding heeft geschonden,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 20.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 5 juni 2025 tot aan de dag van algehele voldoening,

veroordeelt [gedaagde] om aan Charge Cars te betalen een bedrag van € 975,00 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.590,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

in conventie ten aanzien van [bedrijf]

wijst de vorderingen af,

veroordeelt Charge Cars in de proceskosten van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Charge Cars niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Charge Cars tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

in reconventie

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 216,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af

Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

34124 / 53854

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand