ECLI:NL:RBGEL:2026:7368

ECLI:NL:RBGEL:2026:7368

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer K/5001/12282351
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Schadevordering Q-park in verband met 'treintje rijden' uit de parkeergarage toegewezen. Geen sprake van overmacht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 12282351 \ CV EXPL 26-5582

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Q-Park,

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde ] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde ] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Q-Park exploiteert en beheert parkeeraccommodaties in Nederland, waaronder de parkeergarage Ede-Markt (hierna: de parkeergarage). Bij de ingang van de parkeeraccommodatie staat een informatiebord met daarop de geldende tarieven en toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. In de algemene voorwaarden van Q-Park staat voor zover van belang:

“5.5 Het met een Motorvoertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs (bijvoorbeeld door langs de slagboom te rijden of door middel van het zogenoemde “treintje rijden”, waarbij de Klant direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt,) is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park een gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het door Q-Park voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 382,41 ( prijspeil 2025).

Q-Park is vrij het in artikel 5.5 genoemd bedrag aan aanvullende schadevergoeding jaarlijks te indexeren conform CPI.”

[gedaagde ] heeft op 15 februari 2026 gebruik gemaakt van de parkeergarage en de parkeergarage verlaten door “treintje rijden”. Dat wil zeggen dat zij kort achter haar voorganger onder de slagboom is doorgereden, zonder de verschuldigde parkeerkosten te betalen.

Op 26 februari 2026 stuurt de gemachtigde van Q-Park een brief naar [gedaagde ] met daarin dat is geconstateerd dat [gedaagde ] de parkeergarage heeft verlaten door ‘treintje te rijden’ en dat zij daarom wordt gesommeerd om binnen 16 dagen het verschuldigde parkeergeld van € 8,00 te betalen alsmede een schadevergoeding van

€ 395,89, bij gebreke waarvan zij ook een bedrag van € 60,58 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.

Bij e-mailbericht van 4 maart 2026 schrijft de gemachtigde van Q-Park aan [gedaagde ] dat het bedrag van € 8,00 in goede orde is ontvangen en nog een bedrag resteert van € 395,89.

3. Het geschil

Q-Park vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde ] tot betaling van € 456,47, vermeerderd met rente en kosten.

Q-Park legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde ] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Zij heeft de parkeergarage verlaten door middel van ‘treintje rijden’ en zonder de kosten voor het gebruik van de parkeergarage te betalen. Op grond van de artikelen 5.5 en 5.6. van de toepasselijke algemene voorwaarden moet zij daarom het verschuldigde parkeergeld en een schadevergoeding van € 395,89 betalen. Ondanks herhaalde aanmaning heeft [gedaagde ] alleen het verschuldigde parkeergeld betaald. Wegens het uitblijven van volledige betaling maakt Q-Park ook aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Subsidiair legt Q-Park aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde ] onrechtmatig heeft gehandeld.

[gedaagde ] erkent dat zij geen parkeergeld heeft betaald bij het uitrijden van de parkeergarage. Zij had alleen contant geld bij zich en daarmee kon zij niet betalen. Zij heeft er, naar eigen zeggen, alles aan gedaan om alsnog te betalen. Zij heeft geprobeerd om via de Q-Park app te betalen, zij heeft geprobeerd telefonisch contact te krijgen met een medewerker van Q-Park en zij heeft op de informatieknop gedrukt. Betaling via de Q-Park app lukte niet en telefonisch en via de informatieknop kreeg zij geen gehoor. Later die dag had zij nog een afspraak en daarom heeft zij besloten de parkeergarage te verlaten door kort achter iemand aan te rijden onder de slagboom door. Na ontvangst van de brief van de gemachtigde van Q-Park heeft zij direct het verschuldigde parkeergeld betaald. De schavergoeding hoeft zij niet betalen, omdat gelet op het voorgaande sprake is van een situatie van overmacht. Zij heeft nooit de intentie gehad om het verschuldigde parkeergeld niet te betalen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde ] kort achter een voorganger onder de slagboom door is gereden en de parkeergarage heeft verlaten zonder te betalen, waardoor zij zich schuldig heeft gemaakt aan het zogenoemde ‘treintje rijden’. Wel is in geschil of [gedaagde ] de gevorderde schadevergoeding aan Q-Park moet betalen. [gedaagde ] doet een beroep op overmacht. De kantonrechter oordeelt daarover als volgt.

[gedaagde ] moet schadevergoeding betalen

Van overmacht is sprake als de tekortkoming in de nakoming van de parkeerovereenkomst (het treintje rijden) niet aan [gedaagde ] kan worden toegerekend. De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van overmacht. Q-Park heeft gemotiveerd onderbouwd, door middel van een foto van het informatiebord, dat bij de ingang van de parkeergarage een informatiebord staat met daarop onder andere de informatie met welke betaalmiddelen in de parkeergarage kan worden betaald. Daaruit blijkt dat contant betalen niet mogelijk is. Daarnaast heeft Q-Park onweersproken gesteld dat bij het inrijden van de parkeergarage ook een spandoek hangt met daarop de informatie dat niet contant betaald kan worden. Verder is niet vast komen te staan dat [gedaagde ] heeft geprobeerd om telefonisch of via een informatieknop contact te krijgen met een medewerker van Q-Park. Q-Park betwist dat en verklaart dat uit het parkeermanagementsysteem of het beeldmateriaal niet is gebleken dat [gedaagde ] op de helpknop heeft gedrukt en heeft gewacht op een antwoord van een medeweker. Ook is de klantenservicenummer 24-7 telefonisch bereikbaar. Daarvan staat het telefoonnummer op verschillende informatieborden in de parkeergarage vermeld. Gelet op de (gemotiveerde) betwisting van Q-Park lag het op de weg van [gedaagde ] om haar standpunt, dat zij geen contact kon krijgen met een medewerker van Q-Park, nader te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan en daarom is dit niet vast komen te staan. Dat volgens [gedaagde ] geen medewerker van Q-Park in de parkeergarage aanwezig was, maakt dit niet anders. Q-Park biedt in de parkeergarage, zoals uit het voorgaande is gebleken, voldoende mogelijkheden om bij vragen contact op te nemen met een medewerker. Ook acht de kantonrechter bij de beoordeling van belang dat [gedaagde ] niet alsnog later die dag of in elk geval kort na 15 februari 2026 contact heeft opgenomen met (de klantenservice van) Q-Park om toe te lichten waarom zij de parkeergarage door middel van ‘treintje rijden’ had verlaten. Pas nadat zij een brief van de gemachtigde van Q-Park had ontvangen licht zij dit toe en dat acht de kantonrechter te laat.

Het verweer van [gedaagde ] dat sprake is van een overmacht situatie, die maakte dat zij niet anders kon handelen, is daarom onvoldoende gebleken.

Geen oneerlijke bedingen

Q-Park vordert schadevergoeding op grond van artikel 5.5 van haar algemene voorwaarden. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of dit beding en eventuele andere bedingen in de gesloten overeenkomst oneerlijk zijn in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EG (Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten) en artikel 6:233 onder a BW. De kantonrechter heeft de algemene voorwaarden getoetst en daarin geen bedingen gevonden die oneerlijk zijn.

Conclusie

Op basis van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde ] een bedrag van € 395,89 aan Q-Park moet betalen aan schadevergoeding. Voornoemd bedrag wordt toegewezen.

Nu het primair gevorderde slaagt, behoeft het subsidiair gevorderde van Q-Park geen bespreking.

Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente

Q-Park vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde ] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde ] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde ] heeft een bedrag van € 8,00 binnen de aanmaningstermijn betaald. De hoogte van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald na aftrek van deze betaling. Daarom wordt een bedrag van € 59,38 toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding (15 juni 2026).

Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. De rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van het treintje rijden (15 februari 2026), omdat [gedaagde ] vanaf dat moment in verzuim verkeert.

Proceskosten

[gedaagde ] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

127,08

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

174,00

(2 punten × € 87,00)

- nakosten

€

43,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

483,58

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde ] tot betaling aan Q-Park van een schadevergoeding van € 395,89, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde ] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 59,38 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 15 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde ] in de proceskosten van € 483,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

47414 \ 51588

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand