ECLI:NL:RBGEL:2026:7360

ECLI:NL:RBGEL:2026:7360

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer K/5001/12246225
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Aanneming van werk (7:750 BW). Opdrachtgever heeft werk aanvaard, want schriftelijk akkoord met oplevering en aanneemsom betaald. Vordering tot ontbinding van de aanneemovereenkomst en terugbetaling van de aanneemsom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 12246225 \ CV EXPL 26-4687

Vonnis van 2 september 2026

in de zaak van

1. [eiser 1]

en2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna te noemen: (gezamenlijk mannelijk enkelvoud) [eiser ] c.s.,

procederend in persoon,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UW RECHTERHAND B.V.,

gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Uw Rechterhand,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 mei 2025 met de producties één tot en met acht;- de conclusie van antwoord met de producties A tot en met G;- de conclusie van repliek met de producties negen tot en met twaalf;- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vordering en het verweer

[eiser ] c.s. vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van

Uw Rechterhand tot betaling van € 970,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2026 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van

Uw Rechterhand in de proceskosten.

[eiser ] c.s. legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij via HomingXL materialen voor een traprenovatie heeft gekocht. Voor de montagewerkzaamheden is [eiser ] c.s. verwezen naar Uw Rechterhand. Op 29 en 30 januari 2026 zijn de werkzaamheden aan de trap uitgevoerd door [bedrijf] . Na afloop bleek dat sprake was van de volgende gebreken: scheef geplaatste treden, zichtbare naden en kieren, slordige en onjuiste kitafwerking, beschadigingen en zaagsporen. Op 5 februari 2026 is Uw Rechterhand van de gebreken op de hoogte gesteld en op 12 maart 2026 is zij in gebreke gesteld.

Aangezien Uw Rechterhand niet tot (kosteloos) herstel overging, heeft [eiser ] c.s. de overeenkomst op 10 april 2026 buitengerechtelijk ontbonden. Als gevolg hiervan is

Uw Rechterhand gehouden het door [eiser ] c.s. betaalde bedrag van € 970,00 terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Uw Rechterhand voert gemotiveerd verweer. Zij voert – kort gezegd – aan dat geen overeenkomst tussen partijen bestaat, dat zij (desondanks) redelijke voorstellen heeft gedaan ter oplossing van dit geschil, dat zij niet in verzuim verkeert en dat geen recht op ontbinding bestaat. Uw Rechterhand concludeert dan ook tot afwijzing van de vordering va [eiser ] c.s. met veroordeling van hem in de proceskosten.

Op de stellingen van partijen en hetgeen zij in hun conclusies van repliek en dupliek hebben aangevoerd, wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3. De beoordeling

Bestaat een overeenkomst tussen [eiser ] c.s. en Uw Rechterhand?

In deze procedure dient eerst de vraag beantwoord te worden of een overeenkomst tussen [eiser ] c.s. en Uw Rechterhand bestaat. Hierover oordeelt de kantonrechter als volgt.

Op 17 januari 2026 heeft [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) via het e-mailadres [e-mailadres] aan [eiser ] c.s. bevestigd dat de traprenovatie op

29 en 30 januari 2026 uitgevoerd ging worden. Vervolgens hebben [eiser ] c.s. en [bedrijf] op 24 januari 2026 via voornoemd e-mailadres gecorrespondeerd over het adres van

[eiser ] c.s.. Op 5 februari 2026 heeft [eiser ] c.s. via het e-mailadres info@uwrechterhand.nl aan haar laten weten over welke punten van de traprenovatie hij ontevreden is, op 12 maart 2026 heeft hij een ingebrekestelling naar voornoemd e-mailadres gestuurd en op 10 april 2026 een ontbindingsverklaring.

Bij e-mails van 6, 10 en 20 februari 2026, 13 maart 2026 en 1 april 2026 heeft Renovatiegroep Uw Rechterhand richting [eiser ] c.s. gereageerd.

Gelet op het voorgaande kan Uw Rechterhand niet met succes het standpunt innemen dat tussen partijen geen overeenkomst bestaat. Alle correspondentie is immers gevoerd door [bedrijf] , die gebruik maakte van een e-mailadres van Uw Rechterhand, of door Renovatiegroep Uw Rechterhand. Daarnaast heeft Uw Rechterhand voorstellen aan [eiser ] c.s. gedaan ter oplossing van dit geschil. Indien Uw Rechterhand meent dat geen overeenkomst tussen partijen bestaat, zou zij dit niet gedaan hebben.

De kantonrechter stelt dan ook vast dat tussen partijen een overeenkomst bestaat.

Dient Uw Rechterhand € 970,00 aan [eiser ] c.s. terug te betalen?

De overeenkomst tussen partijen is te kwalificeren als een overeenkomst van aanneming van werk, zoals bedoeld in artikel 7:750 BW.

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:758 lid 3 BW is de aannemer (Uw Rechterhand) ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever ( [eiser ] c.s.) op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De kantonrechter gaat daarom in op het verweer van Uw Rechterhand dat [eiser ] c.s. niet tijdig geklaagd heeft over de (vermeende) gebreken.

Op 30 januari 2026 heeft [eiser ] c.s. een opleverdocument ondertekend en hierop het volgende verklaard: Klant verklaart dat de werkzaamheden in overleg zijn uitgevoerd en deze nauwkeurig heeft beoordeeld, dat de producten volgens de gebruiksaanwijzingen zijn geplaatst en verklaart zich geheel akkoord met de oplevering in het bijzonder.

Daarnaast heeft [eiser ] c.s. op deze datum een bedrag van € 970,00 betaald.

Nu [eiser ] c.s. met de voornoemde verklaring – kort gezegd – verklaart dat het werk goed is uitgevoerd, is Uw Rechterhand – in beginsel – ontslagen van aansprakelijkheid voor de (vermeende) gebreken.

[eiser ] c.s. stelt weliswaar dat hij op 30 januari 2026 om 10:09 uur, voor het ondertekenen van het opleverdocument, telefonisch bij Uw Rechterhand melding heeft gemaakt van gebreken aan de trap, maar hier staat de gemotiveerde betwisting van

Uw Rechterhand tegenover. Volgens haar heeft [eiser ] c.s. op 31 januari 2026 om 19:36 uur telefonisch contact met Uw Rechterhand opgenomen en hebben partijen toen gesproken over een snelle oplossing voor de ontbrekende stootborden en de planning.

Gelet op deze gemotiveerde betwisting, lag het op de weg van [eiser ] c.s. om te onderbouwen dat hij, voorafgaand aan het ondertekenen van het opleverdocument, telefonisch bij Uw Rechterhand melding van gebreken heeft gemaakt. Deze onderbouwing heeft [eiser ] c.s. onvoldoende gegeven.

Bij e-mail van 5 februari 2026 heeft [eiser ] c.s. wel aan Uw Rechterhand laten weten over welke punten hij ontevreden is. Dit is zes dagen na oplevering van de trap en, naar het oordeel van de kantonrechter, te laat.

Indien [eiser ] c.s. niet tevreden was over de uitgevoerde traprenovatie had hij daar direct, bij inspectie van het werk en voor ondertekening van het opleverdocument, melding van moeten maken bij Uw Rechterhand of een voorbehoud op het opleverdocument moeten maken. Dit geldt temeer nu geen sprake is van verborgen gebreken en [eiser ] c.s. de door hem genoemde gebreken (er is grijze kit gebruikt, er ligt een trede scheef, er zit een scheur in een trede en de zijkanten van alle overzettreden zijn gekarteld en slordig afgewerkt) direct had kunnen constateren.

[eiser ] c.s. voert nog aan dat tussen de uitvoering van de traprenovatie en de schriftelijke klacht een weekend lag en hij midden in de afronding van een verbouwing en verhuizing op 6 februari 2026 zat, maar dit maakt het voorgaande niet anders. Deze omstandigheden komen namelijk voor rekening en risico van [eiser ] c.s.

Nu [eiser ] c.s. op het opleverdocument heeft verklaard dat hij de werkzaamheden nauwkeurig heeft beoordeeld, dat de producten volgens de gebruiksaanwijzing zijn geplaatst en dat hij zich geheel akkoord verklaart met de oplevering in het bijzonder en de aanneemsom heeft betaald, heeft hij het werk aanvaard. [eiser ] c.s. kan dan ook niet met succes de overeenkomst tussen partijen ontbinden en zijn vordering tot terugbetaling van de aanneemsom van € 970,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, komt niet voor toewijzing in aanmerking.

Proceskosten

[eiser ] c.s. wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Uw Rechterhand worden vooralsnog begroot op nihil.

4. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering van [eiser ] c.s. af,

veroordeelt [eiser ] c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van

Uw Rechterhand begroot op nihil,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

48073 53854

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand