RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.126954.26, 05.017721.26 en 05.214763.25 (gevoegd t.t.z.), 21.001645.22 (TUL)
Datum uitspraak : 25 augustus 2026
Datum herstelvonnis: 28 augustus 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
Raadsvrouw: mr. K.M.S. Bal, advocaat in Arnhem.
Overwegingen
Op 25 augustus 2026 heeft de meervoudige kamer vonnis gewezen in bovenstaande strafzaak tegen verdachte. In het vonnis heeft de meervoudige kamer beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen. De rechtbank heeft onder meer het volgende overwogen:
Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 1]
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade tot een hoogte van € 500,00 kan worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij ook de wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 2]
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de materiële schade (tot een hoogte van € 1.000,00) kan worden toegewezen. De rechtbank zal daarbij ook de wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
Daarnaast heeft de rechtbank bij de toegepaste wettelijke bepalingen artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht vermeld.
In het dictum is nagelaten de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen en de bijbehorende gijzeling te vermelden. Dit is een kennelijke misslag die middels dit herstelvonnis wordt rechtgezet. De verdachte wordt door dit herstel niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad.
Het nieuwe dictum komt als volgt te luiden en vervangt daarmee het dictum van het vonnis van 25 augustus 2026.
Het verbeterde dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
stelt als bijzondere voorwaarden:
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2026 tot aan de dag dat het gehele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 5 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2025 tot aan de dag dat het gehele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
gelast de teruggave van de autosleutel van de Volkswagen Up met kenteken [kenteken] aan [benadeelde 1] ;
beveelt de tenuitvoerlegging van de op 28 februari 2023 door het hof Arnhem-Leeuwarden voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden (parketnummer 21.001645.22).