ECLI:NL:RBGEL:2026:7351

ECLI:NL:RBGEL:2026:7351

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer ARN 24/5782
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Intrekking beroep; het college is met het plaatsen van overeengekomen alternatieve hek aan het beroep tegemoetgekomen; uitspraak zonder zitting; toewijzing proceskosten, reiskosten.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2026

in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem

(gemachtigden: [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] ).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het verkeersbesluit van het college van 30 januari 2024 tot verwijdering van de kiwisluis op het woonerf aan de [adres 1] ter hoogte van de aansluiting met de [adres 2] in Lochem. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken, omdat het college met het plaatsen van het overeengekomen alternatieve hek aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft bij brief van 13 mei 2025 meegedeeld zich te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten. Het college heeft wel ingestemd met het vergoeden van het griffierecht.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep van betrokkene is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener van het beroepschrift dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het college aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen.

Verzoeker heeft op 21 augustus 2024 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van het college van 16 juli 2024. Met dat besluit is het college bij het besluit van 7 februari 2024 gebleven om de kiwisluis op het woonerf aan de [adres 1] ter hoogte van de aansluiting met de [adres 2] in Lochem te verwijderen. In de beroepsfase heeft het college voorgesteld een alternatief hek te willen plaatsen. Verzoeker en het college zijn vervolgens in overleg getreden over dit alternatief en hebben overeenstemming bereikt over het te plaatsen hek. Het alternatieve hek is op 1 juni 2026 geplaatst.

De rechtbank is van oordeel dat het college hiermee tenminste gedeeltelijk aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen. Verzoeker heeft het beroep daarom ingetrokken.

Het college heeft in zijn brief van 13 mei 2025 laten weten zich te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten. Dat het college zich tegen een proceskostenveroordeling verzet, betekent echter niet dat geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. Nu het college aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen, ziet de rechtbank aanleiding om het college in de door verzoeker gemaakt proceskosten te veroordelen.

Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt daarom een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen.

Verzoeker heeft verzocht om vergoeding van zijn reiskosten. Deze kosten bedragen € 23,92 voor de reis van Lochem naar Arnhem en terug. De rechtbank veroordeelt het college daarom tot vergoeding van € 23,92 aan proceskosten. Van andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?

6. Omdat het college aan verzoeker is tegemoetgekomen, is het college verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187 te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Habibi, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026:

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N. Habibi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand