ECLI:NL:RBDHA:2026:29548

ECLI:NL:RBDHA:2026:29548

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer NL24.49410 en NL24.49411
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep ongegrond. Geen afhankelijkheidsrelatie in de zin van arrest Chavez-Vilchez. Samenwonen niet met objectieve stukken onderbouwd. Geringe bemoeienis bij sportactiviteiten. Geen afhankelijkheidsrelatie in de zin van het arrest K.A. Kennelijke verschrijving onvoldoende voor aannemen voor zorgvuldigheidsgebrek.

Uitspraak

[eiser], eiser/verzoeker (eiser)

(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.T.M. Hoppema).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank/de voorzieningenrechter (de rechtbank) de afwijzing van de aanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Er is daarom geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en omstandigheden

Eiser is geboren op [geboortedag 1] 1966 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Eiser is geboren en opgegroeid in Suriname en is in 1999 naar Nederland gekomen. Eiser heeft vier zoons van drie verschillende vrouwen: [naam 1] (geboren op [geboortedag 2] 2006), [naam 2] (geboren op [geboortedag 3] 2003), [naam 3] (geboren op [geboortedag 4] 1992) en [naam 4] (geboren op [geboortedag 5] 1997).

Eiser heeft eerder asiel aangevraagd in Nederland. Deze aanvraag is door verweerder op 1 augustus 2019 afgewezen. De rechtbank heeft in een uitspraak van 3 september 2019 geoordeeld dat verweerder deze aanvraag terecht heeft afgewezen.

Eiser heeft op 21 november 2022 een aanvraag ingediend om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER, als verzorgende ouder van een Nederlands minderjarig kind, namelijk [naam 1].

Met het primaire besluit van 26 juli 2023 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Met het bestreden besluit van 13 november 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van paragraaf B10/2.0 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Eiser heeft niet aangetoond dat hij zorg- en opvoedingstaken verricht voor [naam 1] en ook niet dat er een afhankelijkheidsrelatie is tussen hem en [naam 1]. Volgens verweerder voldoet eiser verder niet aan de voorwaarden van het arrest K.A.. Verweerder heeft ook getoetst of eiser een verblijfsrecht kan krijgen op grond van artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft gesteld dat eiser de familierechtelijke relatie met [naam 3] en [naam 4] niet heeft aangetoond. Verweerder heeft wel familie- en gezinsleven aangenomen tussen eiser en [naam 1] en tussen eiser en [naam 2], maar heeft de belangen van de Nederlandse staat zwaarder laten wegen dan de belangen van eiser. Ook in de belangenafweging van privéleven in het kader van artikel 8 van het EVRM heeft verweerder de belangen van de Nederlandse staat zwaarder laten wegen dan de belangen van eiser.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft de rechtbank op 8 januari 2026 laten weten dat eiser op 25 februari 2025 een ingewilligd besluit heeft gekregen. Aan eiser is namelijk een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend, met als beperking ‘Niet-tijdelijke humanitaire gronden’. De verblijfsvergunning is geldig vanaf 18 februari 2025 tot 18 februari 2030.

De rechtbank heeft eiser naar aanleiding van de brief van verweerder van 8 januari 2026 gevraagd of hij zijn beroep nog wil handhaven. Eiser heeft vervolgens op 15 januari 2026 laten weten zijn beroep te willen handhaven.

De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder (mr. I.E. Lemmers) deelgenomen.

Op de zitting is besproken dat eiser als Oud-Nederlander mogelijk vanaf 18 februari 2026 in aanmerking komt voor de optieprocedure voor Surinamers. Daarmee zou hij (sneller) de Nederlandse nationaliteit kunnen terugkrijgen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst, zodat eiser een aanvraag de gelegenheid zou krijgen om een aanvraag hiervoor in te dienen en zodat verder kan worden bezien welke gevolgen dit heeft voor eisers beroep.

Eiser heeft de rechtbank op 19 juni 2026 laten weten dat hij de aanvraag niet heeft ingediend. Het is de rechtbank niet bekend om welke reden. Eiser heeft verzocht om de behandeling van de huidige beroepszaak te hervatten.

De rechtbank heeft het beroep vervolgens op 31 augustus 2026 opnieuw op een zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder (mr. M.T.M. Hoppema) deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER terecht heeft afgewezen.

Procesbelang

De rechtbank stelt vast dat verweerder aan eiser met een besluit van 25 februari 2025 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking ‘Niet-tijdelijke humanitaire gronden’ heeft verleend. Deze verblijfsvergunning is geldig tot 18 februari 2030. De rechtbank beoordeelt daarom of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het voorliggende beroep.

De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018 volgt dat bij geschillen over de verlening van een verblijfsvergunning regulier, terwijl de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf heeft op grond van een hem verleende verblijfsvergunning, procesbelang in beginsel is gegeven als de te verlenen verblijfsvergunning andere rechtsgevolgen of een eerdere ingangsdatum heeft dan de reeds verleende verblijfsvergunning en de vreemdeling daardoor in een gunstigere positie zou kunnen geraken. Eiser heeft in dit geval (onder andere) een beroep gedaan op het arrest K.A. Door verlening van een verblijfsvergunning op grond van dit arrest kan eiser in een gunstigere positie komen, doordat dit verblijfsrecht wordt verleend voor een langere duur en met een eerdere ingangsdatum. Eiser zou daarmee mogelijk eerder in aanmerking kunnen komen voor de Nederlandse nationaliteit. Het beroep is dan ook ontvankelijk.

Afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez

Eiser voert allereerst aan dat verweerder ten onrechte geen afhankelijkheidsrelatie heeft aangenomen in de zin van het arrest Chavez-Vilchez tussen hem en [naam 1]. Volgens eiser is in het bestreden besluit onvoldoende aan bod gekomen dat hij bemoeienis had bij de sportactiviteiten van [naam 1]. In bezwaar heeft hij hierover nadere informatie overgelegd, namelijk printscreens van whatsappgesprekken tussen eiser en de coach van [naam 1]. Eiser voert daarbij aan dat sprake was van samenwonen. Eiser maakte deel uit van het gezin, bestaande uit vader, moeder en zoon. Daarbij waren er gezamenlijke vakanties.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof bestaan er zeer bijzondere situaties waarin aan een onderdaan van een derde land die familielid is van een burger van de Unie een van die Unieburger afgeleid verblijfsrecht moet worden toegekend. Dit is het geval als de Unieburger bij weigering van dit verblijfsrecht feitelijk verplicht is het grondgebied van de Europese Unie te verlaten en hem zo het effectieve genot van de belangrijkste van de aan die status ontleende rechten zou worden ontzegd. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat zo’n bijzondere situatie zich voordoet in het geval tussen een familielid uit een derde land en een minderjarig kind dat Unieburger is een daadwerkelijke afhankelijkheidsverhouding bestaat. Dit afgeleide verblijfsrecht vindt zijn grondslag in artikel 20 van het VWEU en vloeit daarmee rechtstreeks voort uit het Unierecht.

Verweerder heeft het beleid in paragraaf B10/2.5.1. van de Vc opgenomen. Daarin staat onder welke voorwaarden de derdelands ouder van een minderjarig Nederlands kind dit afgeleide verblijfsrecht toekomt. Dit is het geval als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a. de vreemdeling moet zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken met een geldig paspoort of geldige identiteitskaart, of met andere bewijsmiddelen als hij geen geldig paspoort of geldige identiteitskaart kan overleggen;

b. de vreemdeling moet een minderjarig, Nederlands kind hebben; en

c. er moet een zodanige afhankelijkheid tussen hem en het kind bestaat dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de derdelands ouder een verblijfsrecht wordt geweigerd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de bemoeienis van eiser bij de sportactiviteiten van [naam 1] niet leidt tot een afhankelijkheidsrelatie in de zin van het arrest Chavez-Vilchez. In de gesprekken is te lezen dat eiser de coach bedankt voor de spannende wedstrijd, zijn waardering uitspreekt voor hem als coach en de coach foto’s stuurt van de wedstrijd. Dat is naar het oordeel van de rechtbank niet een dermate grote bemoeienis dat daardoor gesproken kan worden van een afhankelijkheidsrelatie in de zin van het arrest Chavez-Vilchez.

De rechtbank overweegt verder dat eiser wel heeft gesteld dat sprake was van samenwonen, maar dat hij deze stelling niet met objectieve stukken heeft onderbouwd. De enkele verklaring dat er is samengewoond is onvoldoende om daarvan uit te gaan. Over de gezamenlijke vakanties overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft verwezen naar een link met foto’s die hij in zijn aanvraag heeft opgenomen, met onder andere foto’s van eiser, moeder en [naam 1] tijdens een kampeervakantie. Op grond van deze foto’s kan de rechtbank echter niet concluderen dat sprake is geweest van een gezamenlijke vakantie. Op de foto’s is namelijk alleen te zien dat eiser op eenzelfde moment voor een caravan staat. Eiser heeft verder niet toegelicht wanneer of waar en hoe vaak hij op vakantie is geweest met [naam 1]. De enkele stelling dat sprake is geweest van gezamenlijke vakanties, zonder duidelijke of concrete onderbouwing, is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie in de zin van het arrest Chavez-Vilchez.

Afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in het arrest K.A.

Eiser voert verder aan dat verweerder bij de toetsing aan het arrest K.A. eraan voorbij is gegaan dat niet alleen [naam 2] is erkend, maar ook dat bij [naam 3] vaststaat dat eiser zijn biologische vader is.

De rechtbank stelt met verweerder vast dat eiser met betrekking tot [naam 3] niet heeft aangetoond dat sprake is van een familierechtelijke band. Eiser heeft ter onderbouwing hiervan namelijk een bewijs van inschrijving uit het bevolkingsregister van Suriname overgelegd, maar dit bewijs toont niet aan dat eiser de biologische vader is van [naam 3].

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat voor zover de familierechtelijke band met [naam 3] wel zou zijn aangetoond, de lat voor het aannemen van een afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in het arrest K.A. hoog ligt. In dat arrest heeft het Hof namelijk overwogen dat het slechts in uitzonderlijke gevallen voorstelbaar is dat tussen twee volwassenen familieleden een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat deze een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het VWEU doet ontstaan. Dit is het geval indien de betrokkene op geen enkele wijze kan worden gescheiden van het familielid van wie hij afhankelijk is. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding dat aan deze lat wordt voldaan. Eiser heeft namelijk op geen enkele wijze onderbouwd dat hij zorg zou verlenen aan [naam 3], waardoor hij op geen enkele wijze gescheiden zou kunnen worden van hem.

Belangenafweging van artikel 8 van het EVRM

Eiser voert daarnaast aan dat verweerder in de belangenafweging onvoldoende betrokken heeft dat hij nog drie volle broers en een halfbroer, twee zussen, veel neven en nichten heeft die ook wonen in Nederland.

De rechtbank volgt eiser hierin niet. Eiser heeft in de bezwaarschriften en tijdens de hoorzitting niet genoemd dat hij nog drie volle broers, een halfbroer, twee zussen en veel neven en nichten heeft. Verweerder kon dit daarom niet betrekken in de belangenafweging.

Zorgvuldigheid van het bestreden besluit

Eiser voert tot slot aan dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is. Verweerder heeft de aanvullende bezwaarschriften niet genoemd en is aan de inhoud van de stukken en aan het verslag van de hoorzitting voorbijgegaan. Daarbij is verweerder aan veel argumenten over [naam 1] voorbijgegaan. Een groot deel van de bespreking van de contacten tussen eiser en [naam 1] zijn terechtgekomen bij [naam 2].

De rechtbank ziet niet dat verweerder in het bestreden besluit volledig voorbij is gegaan aan de aanvullende bezwaarschriften, de inhoud van de stukken en het verslag van de hoorzitting. Eiser heeft ook niet geconcretiseerd aan welke stukken verweerder dan precies voorbij is gegaan en wat niet kenbaar is betrokken in het bestreden besluit.

De rechtbank stelt verder vast dat een deel van de bespreking van de contacten tussen eiser en [naam 1] in het bestreden besluit inderdaad is terechtgekomen bij [naam 2]. Op de zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat dit een kennelijke verschrijving is geweest, maar dat uit de tekst wel duidelijk was dat het om [naam 1] ging. De rechtbank kan deze toelichting van verweerder volgen. Het is slordig, maar uit het bestreden besluit valt voldoende duidelijk op te maken om wie die bespreking daadwerkelijk gaat. De rechtbank merkt dit daarom aan als een kennelijke verschrijving en vindt dit onvoldoende voor het aannemen van een zorgvuldigheidsgebrek.

Conclusie en gevolgen

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsdocument EU/EER terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk.

Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL24.49410:

- verklaart het beroep ongegrond.

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL24.49411:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van

mr. I.G.A. Karregat, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand