RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/711177 / JE RK 26-1487
Datum uitspraak: 3 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. S.M. Hoogenraad uit Zoetermeer.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de oma] ,
hierna te noemen: de oma vaderszijde.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 augustus 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 19 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met mr. R.P.A. Kint, waarnemend voor mr. S.M. Hoogenraad;
- [naam 1] met stagiaire [naam 2] als toehoorder;
- de oma vaderszijde als informant.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover - in aanwezigheid van haar advocaat - een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
[minderjarige] is erkend door [naam 3] .
Bij beschikking van 22 september 2020 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
[minderjarige] verblijft bij de oma vaderszijde.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Over de opvoedsituatie bij de oma vaderszijde zijn al langere tijd ernstige zorgen. Enkele maanden geleden heeft de oma vaderszijde aangegeven dat zij niet meer in staat was om de zorg voor [minderjarige] en haar jongere zusje te dragen. Dit is voor [minderjarige] opnieuw een ingrijpende afwijzing en verlieservaring geweest. Sindsdien is [minderjarige] ’s functioneren verslechterd en is haar gedrag zorgwekkender geworden. [minderjarige] heeft vervolgens eerst bij [instelling 1] en daarna bij [instelling 2] verbleven. [minderjarige] onttrok zich daar in toenemende mate aan de hulpverlening en verbleef regelmatig langdurig buiten de groep, waarbij het onduidelijk was waar zij was. Wanneer zij wel op de groep aanwezig was, liet zij grensoverschrijdend gedrag zien richting begeleiders, was zij nauwelijks begeleidbaar en accepteerde zij onvoldoende het gezag van volwassenen. Na een kort verblijf bij de moeder, verblijft [minderjarige] weer bij de oma vaderszijde. Een gesloten machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk, omdat [minderjarige] zich structureel aan hulpverlening en het verblijf op de open groepen onttrok. Zij verblijft regelmatig op voor de betrokken hulpverleners en de oma vaderszijde onbekende plekken. Er zijn ernstige zorgen over de veiligheid van [minderjarige] en de risico’s waaraan zij wordt blootgesteld. Ook zijn er zorgen over middelengebruik en mogelijke negatieve beïnvloeding door derden. Daarnaast ontbreekt toezicht op de inname van haar voorgeschreven medicatie, die noodzakelijk is in verband met haar gedragsproblemen. De oma vaderszijde is onvoldoende in staat om langdurig aan te sluiten bij de complexe trauma- en opvoedingsbehoeften van [minderjarige] . Hoewel het gedrag van [minderjarige] gelet op haar belaste voorgeschiedenis begrijpelijk is, leidt dit tot acute veiligheidsrisco's. Een machtiging gesloten jeugdhulp is noodzakelijk om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de benodigde hulpverlening blijft onttrekken. De gesloten setting biedt de mogelijkheid om haar veiligheid te waarborgen, haar gedrag te stabiliseren, zicht te krijgen op haar functioneren, middelengebruik en medicatie-inname, en diagnostiek en behandeling vorm te geven. Daarnaast kan vanuit een stabiele en veilige setting worden gewerkt aan herstel van de relatie tussen [minderjarige] , haar oma en haar zussen door middel van systeemgerichte behandeling. Een machtiging voor de duur van zes maanden is noodzakelijk en proportioneel gelet op de ernst van de ontwikkelingsbedreiging, de voortdurende onttrekking aan hulpverlening, de veiligheidsrisico's en het uitblijven van voldoende resultaat binnen een open setting. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting desgevraagd nader toegelicht dat er nog geen plek is gevonden voor [minderjarige] en dat er ook nog geen contact is geweest met [instelling 3] . Hier zal pas door de interne afdeling naar worden gekeken zodra het verzoek is toegewezen. Normaal gesproken wordt er altijd eerst gekeken of er binnen de regio plek is, waardoor [minderjarige] bij [instelling 3] geplaatst zou worden. De jeugdbeschermer heeft de voorkeur gegeven aan een buiten regionale plaatsing, omdat dit de wens is van [minderjarige] en zij beter uit het systeem in deze regio gehaald kan worden. Verder heeft [minderjarige] eerder aangegeven dat zij op meerdere plekken niet veilig is en met mensen ruzie heeft. Ook heeft zij eerder gezegd naar [instelling 3] te willen. Indien blijkt dat [minderjarige] geplaatst moet worden op [instelling 3] dan zal er met de interne afdeling en [instelling 3] gekeken worden hoe dit veilig kan worden vormgegeven. Desgevraagd heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat er nog geen overbruggingsplan is opgesteld, maar dat de oma vaderszijde wel heeft aangegeven dat zij een verblijf van [minderjarige] bij haar niet lang aankan. Desgevraagd kan de gecertificeerde instelling zich erin vinden als het verzoek voor een kortere duur wordt toegewezen en voor het overige wordt aangehouden.
4. De standpunten
Door en namens [minderjarige] is primair verzocht om de machtiging tot gesloten plaatsing af te wijzen, omdat onduidelijk is op welke plek [minderjarige] gesloten geplaatst kan worden. In het verzoek is ook onvoldoende geconcretiseerd waarnaartoe gewerkt zal worden. Dat de gecertificeerde instelling pas een plek zoekt op het moment dat er een machtiging is afgegeven vindt de advocaat de omgedraaide wereld. Daarnaast is het de vraag hoe acuut een machtiging tot gesloten jeugdhulp is, aangezien [minderjarige] bij de oma vaderszijde verblijft. Subsidiair wordt verzocht om de machtiging voor een korte duur toe te wijzen en het verzoek voor het overige aan te houden, zodat de kinderrechter een vinger aan de pols kan houden. [minderjarige] wil het liefst bij de oma vaderszijde blijven wonen. Indien een gesloten machtiging noodzakelijk is, wil zij niet naar [instelling 3] . Zij heeft daar heeft ruzie met een meisje dat op [instelling 3] verblijft en een jongen die op [instelling 3] verblijft heeft haar met de dood bedreigd. Daarnaast acht de advocaat het ook wenselijk dat [minderjarige] buitenregionaal wordt geplaatst.
Desgevraagd heeft de oma vaderszijde aangegeven dat [minderjarige] ter overbrugging bij haar kan verblijven. De oma vaderszijde maakt zich wel zorgen over de veiligheid van [minderjarige] . [minderjarige] komt thuis wanneer zij dat wil en is niet altijd bereikbaar voor de oma vaderszijde. Daarnaast zijn er thuis spanningen tussen [minderjarige] en haar zussen. De oma vaderszijde wil het liefst dat [minderjarige] in Bergen op Zoom gesloten wordt geplaatst, omdat regionaal de kans groot is dat [minderjarige] wegloopt en dan onveilig is. De oma vaderszijde is ook bang dat [minderjarige] dan niet meer terugkomt.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn grote zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis en de plaatsing vanuit haar oma naar een open groep, moet opnieuw als een grote afwijzing voor haar hebben gevoeld. Sindsdien is het gedrag van [minderjarige] verergerd en [minderjarige] liep veel weg van de groep. Als gevolg hiervan hebben niet de noodzakelijke observaties en diagnostiek plaats kunnen vinden. Dit is wel nodig om te kunnen bepalen welke hulpverlening het meest passend is voor [minderjarige] en om een manier te vinden om haar te motiveren voor behandeling. Ook bij de oma vaderszijde is [minderjarige] veel weg en dan is niet bekend waar zij verblijft. De kinderrechter maakt zich zorgen over dat [minderjarige] onvoldoende het risico van bepaalde situaties in kan schatten en dat zij daardoor in gevaar komt. Een verblijf op een open plek en bij de oma vaderszijde is op de (langere) termijn niet mogelijk vanwege het weglopen en het zelfbepalende gedrag van [minderjarige] . Het is noodzakelijk dat haar op korte termijn de structuur, begrenzing en toezicht wordt geboden, zodat zij tot rust kan komen en stabiliseren. De kinderrechter begrijpt dat [minderjarige] graag bij de oma vaderzijde wil blijven, maar acht dit momenteel niet in haar belang.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de gecertificeerde instelling berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.
De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee maanden.
De kinderrechter ziet aanleiding om het verzoek voor het overige aan te houden. De kinderrechter vindt het ongebruikelijk dat de gecertificeerde instelling nog geen contact heeft gezocht met mogelijke plekken waar [minderjarige] geplaatst kan worden. De kinderrechter acht het van belang dat zij geïnformeerd wordt over waar [minderjarige] geplaatst wordt en hoe het hier met haar gaat. Daarbij benadrukt de kinderrechter dat er een sterke voorkeur is om [minderjarige] buitenregionaal te plaatsen, zodat zij los kan komen van het systeem en de personen met wie zij zich buiten begeeft. Mocht [minderjarige] toch bij [instelling 3] geplaatst worden dan is het noodzakelijk dat er voorafgaand aan de plaatsing goed met [instelling 3] en de betrokkenen overlegd wordt hoe de veiligheid van [minderjarige] daar gewaarborgd kan worden.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voor de nog nader te bepalen zittingsdatum aan de rechtbank, [minderjarige] en haar advocaat een schriftelijke update te doen toekomen. In de schriftelijke update dient informatie te staan over waar en wanneer [minderjarige] gesloten geplaatst is, hoe de overbruggingsperiode en de periode op de gesloten plek zijn verlopen en wat de plannen zijn ten aanzien van de periode tijdens en na de gesloten plaatsing. Mocht [minderjarige] op [instelling 3] geplaatst zijn dan wil de kinderrechter geïnformeerd worden over welke afspraken er zijn gemaakt om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 1 september 2026 tot 1 november 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 1 november 2026, bij voorkeur bij mr. S. van der Harg;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
zitting de gecertificeerde instelling;
[minderjarige] en haar advocaat;
de oma vaderszijde als informant;
verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update zoals hierboven genoemd aan de rechtbank, [minderjarige] en haar advocaat te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026 door mr. S. van der Harg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 8 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.