Kinderalimentatie
Beschikking op het op 24 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
een bij de rechtbank bekend briefadres,
advocaat: mr. J. Celen te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, en
voor zover het verzoek betrekking heeft op de kinderalimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap in rechte vertegenwoordigd door bewindvoerder
D. Hannappel-Jitan-Rai,
advocaat: mr. F. Arslan te Den Haag.
Procedure
Bij beschikking van 15 mei 2026 van deze rechtbank is een beslissing over het huurrecht, de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming (Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren. Ook is de beslissing over de definitieve kinderalimentatie aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het bericht van 28 mei 2026 van de man;
- het bericht van 1 juni 2026 van de man;
- het bericht van 5 juni 2026 van de man;
- de berichten van 11 juni 2026, met bijlagen, van de vrouw;
- het bericht van 11 juni 2026 van de man;
- het bericht van 29 juni 2026, met bijlagen, van de man;
- het bericht van 4 augustus 2026 van de vrouw.
De man heeft bij bericht van 29 augustus 2026 gereageerd op het rapport van de Raad van 27 augustus 2026. Dat rapport is overigens nog niet door de Raad aan de rechtbank toegestuurd. De opmerkingen van de man over de bevindingen van de Raad zullen op de nog te plannen mondelinge behandeling aan de orde komen. Bij het bericht van de man was ook een brief van de bewindvoerder met bijlagen over de schulden gevoegd. Voor het indienen van die stukken had de rechtbank geen gelegenheid gegeven. Zij zal die stukken daarom buiten beschouwing laten.
Beoordeling
Schulden
Bij beschikking van 15 mei 2026 heeft de rechtbank de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen vastgesteld. In voornoemde beschikking heeft de rechtbank over de schulden bepaald dat partijen in hun onderlinge verhouding beiden de helft van de schulden voor zijn/haar rekening dienen te nemen. Omdat de vrouw moet kunnen weten voor welke schulden zij draagplichtig is, heeft de rechtbank de man bevolen een overzicht van de bekende gemeenschappelijke schulden te overleggen. Aan de hand hiervan kunnen partijen bepalen voor welke schulden ieder draagplichtig is.
Bij het bericht van 29 juni 2026 van de man is een schuldenoverzicht gevoegd waaruit een openstaande schuld van € 71.166,73 blijkt. Gelet op de ‘startdatum’ in het schuldenoverzicht kan het merendeel van die schulden als gemeenschappelijke schulden worden gekwalificeerd. De rechtbank zal het bestaan van een aanzienlijke gemeenschappelijke schuldenlast bij de vaststelling van de kinderalimentatie daarom meewegen.
Kinderalimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 van de Alimentatieverordening bevoegd om van de alimentatieverzoeken kennis te nemen.
De rechtbank zal op grond van artikel 3 van het Haags Protocol 2007 het Nederlandse recht toepassen op de verzoeken met betrekking tot de kinderalimentatie, nu de onderhoudsgerechtigde de gewone verblijfplaats in Nederland heeft.
Inhoudelijke beoordeling
Bij vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (het Rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.
Behoefte
Voor het bepalen van de behoefte dient allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen ten tijde van hun uiteengaan te worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van beide partijen samen, eventueel inclusief kindgebonden budget.
De rechtbank overweegt dat bij de berekening van de behoefte van de kinderen als uitgangspunt geldt dat uitgegaan moet worden van het moment van uiteengaan van partijen. Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw de echtelijke woning eind december 2023 heeft verlaten. De rechtbank heeft echter onvoldoende inzicht in de financiële situatie van partijen bij het uiteengaan. Om deze reden zal de rechtbank de behoefte vaststellen op basis van de financiële gegevens over het jaar 2025 en waar nodig schattenderwijs aanvullen.
- NBI man
Bij de berekening van het NBI van de man zal de rechtbank uitgaan van een bruto maandinkomen van € 2.317,20, zoals blijkt uit zijn loonstroken van juli en augustus 2025. Verder houdt de rechtbank rekening met een vakantietoeslag van 8%, een pensioen premie van (111,64 + 2,56) = € 114,20 per maand en een Whk-premie van € 9,18 per maand.
Rekening houdend met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 2.438,- per maand.
- NBI vrouw
De vrouw heeft een massagesalon in Den Haag. Over het inkomen van de vrouw overweegt de rechtbank dat de vrouw haar werkzaamheden onder andere via Treatwell aanbiedt. Dit heeft tot gevolg dat zij een deel van haar inkomsten moet afdragen. Om deze reden gaat de rechtbank er schattenderwijs vanuit dat de vrouw na aftrek van de commissie aan Treatwell gemiddeld een bruto uurloon van € 35,- heeft. Masseren is arbeidsintensief en inspannend werk die vrouw niet de gehele werkdag achter elkaar kan volhouden. Gelet hierop acht de rechtbank het redelijk om ervan uit te gaan dat de vrouw zes uur per dag kan masseren. Rekening houdend met een 30-urige werkweek en vijf weken vakantie per jaar, berekent de rechtbank de winst uit onderneming van de vrouw in 2025 op (35 x 30 x 47 =) € 49.350,-.
Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 3.330,- per maand.
- NBGI en behoefte kinderen
Gelet op het voorgaande, bedraagt het NBGI van partijen (3.330 + 2.438 =) € 5.768,- per maand. Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 780,- per maand. Op basis van de “Tabel Eigen Aandeel Kosten Kinderen” uit het rapport bedraagt de behoefte van de kinderen in 2025 € 1.954,- per maand. Geïndexeerd naar 2026 is de behoefte € 2.044,- per maand, te weten € 511,- per kind per maand.
Draagkracht
De behoefte van de kinderen moet door partijen worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. De financiële draagkracht van partijen moet conform de aanbevelingen van het rapport in beginsel worden vastgesteld aan de hand van de formule 70% van [NBI – (0,3 x NBI + 1.365)].
- draagkracht man
De rechtbank heeft ambtshalve gecontroleerd of de man nog onder bewind staat. Dat is het geval. Gelet op de hoge schuldenlast van partijen, stelt de rechtbank de draagkracht van de man vast op nihil.
- draagkracht vrouw
De rechtbank gaat er schattenderwijs vanuit dat de vrouw in 2026 in staat is 3% meer winst uit onderneming te genereren, te weten een bedrag van € 50.830,-. Rekening houdend met de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 3.396,- per maand. De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule € 708,- per maand, te weten 70% van [3.396 – (0,3 x 3.396 + 1.365)].
Gelet op de aanzienlijke schulden waarvoor het vermogen van de man onder bewind staat en het feit dat de vrouw de helft van de gemeenschappelijke schulden voor haar rekening dient te nemen, komt de rechtbank tot de conclusie dat de vrouw tot het moment dat de schulden van partijen zijn afgelost een minimale draagkracht van € 50,- per maand heeft.
Zorgkorting
Nu sprake is van een groot tekort aan draagkracht, is er geen ruimte voor toepassing van een zorgkorting.
Ingangsdatum
De rechtbank komt tot de conclusie dat de draagkracht van de vrouw tot verlaging van de eerder vastgestelde kinderalimentatie noopt. De ingangsdatum van de definitieve kinderalimentatie zal worden bepaald op de datum van deze beschikking. De rechtbank gaat ervan dat de tot nu toe ontvangen voorlopige kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen is geconsumeerd. De man zal daarom geen kinderalimentatie behoeven terug te betalen en ook voor verrekening met de toekomstige alimentatietermijnen is geen reden. Voorlopige kinderalimentatie die de vrouw nog niet heeft betaald zal zij ook niet alsnog hoeven te betalen.
Conclusie
Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank, met ingang van 3 september 2026, de door de vrouw te betalen kinderalimentatie vaststellen op € 50,- per maand. Het meer of anders verzochte zal de rechtbank afwijzen.
Overige verzoeken
De rechtbank zal, zoals overwogen in de beschikking van 15 mei 2026, in afwachting van de uitkomsten van het raadsonderzoek de verzoeken over het huurrecht, de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling aanhouden tot 15 november 2026 pro forma.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 15 mei 2026 –:
bepaalt dat de vrouw aan de man, met ingang van heden, een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] , Indonesië,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 3] ,
- [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2019 te [geboorteplaats 3] ,
(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)van € 50,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het huurrecht, de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling in afwachting van het raadsonderzoek aan tot 15 november 2026 pro forma.