ECLI:NL:RBDHA:2026:29289

ECLI:NL:RBDHA:2026:29289

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 04-10-2026
Zaaknummer C/09/702271 / FA RK 26-3059
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

Beschikking op het op 25 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. O. Asscher te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. K. Verweij te Nieuwkoop.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het F9-formulier van 4 augustus 2026 van de zijde van de man.

Op 6 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Van de zijde van de man zijn pleitnotities overgelegd.

Na de zitting is het F9-formulier van 7 augustus 2026, met bijlage (geboorteakte), van de zijde van de man overgelegd.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de minderjarige, [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1].

- Daarnaast is de moeder, de moeder van de minderjarige, [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 te [geboorteplaats 2].

- De moeder oefent van rechtswege het eenhoofdig gezag uit over de kinderen.

- De kinderen staan ingeschreven op het adres van de moeder.

- Bij beschikking van 15 maart 2023 van deze rechtbank is de man – voor zover hier van belang – toestemming verleend, die de toestemming van de moeder vervangt, tot erkenning van [minderjarige 1].

- Bij beschikking van 10 oktober 2023 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat de man aan de moeder een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] van € 279,- per maand zal betalen. Daarnaast heeft de rechtbank een voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling bepaald, waarbij [minderjarige 1] (uiteindelijk) iedere vrijdag en iedere zondag van 11:30 uur tot 19:00 uur bij de man is. Daarbij is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de definitieve zorg- c.q. omgangsregeling aangehouden.

Verzoek en verweer

De man verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen op grond van artikel 223 Rv, om:

- een bijzondere curator te benoemen voor [minderjarige 2];

- een zorg- c.q. omgangsregeling te bepalen, waarbij [minderjarige 1] op vrijdag vanaf een moment tussen 10:00 uur van 12:00 uur tot zaterdag 17:00 uur bij de man verblijft, en [minderjarige 2] zowel op dinsdagavond een uur als op vrijdagochtend van 10:00 uur tot 11:00 uur bij de man verblijft.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken onderzoek te verrichten en advies uit te brengen omtrent erkenning, gezag en omgang, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Benoeming bijzondere curator

Tussen partijen loopt een bodemprocedure die onder zaak- en rekestnummer C/09/702276 / FA RK 26-3063 in behandeling is. In deze procedure heeft de man – onder meer – verzocht vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 2] te mogen erkennen. In erkenningszaken benoemt de rechtbank standaard een bijzondere curator. Gelet hierop heeft de man zijn verzoek om een bijzondere curator te benoemen in deze voorlopige voorzieningenprocedure ingetrokken, zodat de rechtbank daar niet meer op hoeft te beslissen.

Voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling

Ontvankelijkheid

Op grond van het eerste lid van artikel 223 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Het tweede lid bepaalt dat deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (Hoge Raad, 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).

In de bodemprocedure verzoekt de man vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 2] te mogen erkennen, vaststelling van het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en vaststelling van de zorg- c.q. omgangsregeling. In deze voorlopige voorzieningenprocedure verzoekt de man ook om vaststelling van de zorg- c.q. omgangsregeling. Gelet hierop is de man ontvankelijk in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv.

Inhoudelijke beoordeling

Op grond van het eerste lid van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft het kind recht op omgang met zijn ouders en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan de rechter op verzoek van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststellen dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzeggen.

De man verzoekt een zorg- c.q. omgangsregeling tussen hem en de kinderen vast te stellen en voert daartoe het volgende aan. Op dit moment ontbreekt het contact tussen de man en beide kinderen. De man heeft [minderjarige 1] sinds 18 januari 2026 niet meer gezien. Daarnaast heeft hij [minderjarige 2] nog helemaal niet gezien. De man wil (weer) structureel contact met [minderjarige 1]. Ook wil hij met [minderjarige 2] vanaf jonge leeftijd gefaseerd een veilige en band opbouwen.

De moeder voert verweer. Zij stelt dat de man een alcohol- en drugsprobleem heeft en daardoor niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. De moeder vindt het dan ook noodzakelijk dat de man inzicht verschaft in zijn problematiek en passende hulpverlening aanvaardt, voordat er sprake kan zijn van een zorg- c.q. omgangsregeling tussen de man en de kinderen.

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende duidelijk geworden. De moeder vermoedt dat de man een alcohol- en drugsprobleem heeft. De man stelt dat hij in het verleden in behandeling is geweest bij [zorginstantie] en dat hij deze behandeling succesvol heeft afgerond. Hij ontkent dan ook op dit moment nog met een dergelijke verslaving te kampen. De rechtbank constateert dat het onderlinge vertrouwen tussen partijen ontbreekt. Partijen zijn in het verleden in mediation geweest om afspraken te maken over het contact tussen de man en [minderjarige 1]. Omdat partijen hun relatie op dat moment nog een nieuwe kans wilden geven, zijn zij vroegtijdig met het mediationtraject gestopt. De moeder heeft in maart 2026 weer contact gehad met de mediator. De mediator heeft toen aangeboden het mediationtraject van partijen te hervatten. Zowel de moeder als de man hebben op de zitting aangegeven hiervoor open te staan en contact met haar te zullen opnemen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat partijen weer met elkaar in gesprek zullen gaan bij de mediator.

Verder heeft de rechtbank met partijen gesproken over een eventuele zorg- c.q. omgangsregeling tussen de man en de kinderen. Partijen gaan er beiden vanuit dat de man de verwekker is van [minderjarige 2]. De moeder stelt dat het contact tussen de man en de kinderen onder begeleiding dient plaats te vinden. Op de zitting is echter gebleken dat de wachttijd voor een traject Omgangsbegeleiding op dit moment meer dan één jaar bedraagt. Zo lang kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gewacht met het herstellen van het contact tussen de man en [minderjarige 1] en het opstarten van het contact tussen de man en [minderjarige 2]. Daarom heeft de rechtbank op de zitting geprobeerd afspraken te maken met partijen over de zorg- c.q. omgangsregeling. De rechtbank constateert dat partijen het over een aantal uitgangspunten eens zijn geworden. Zij zijn het erover eens dat de ouder (of het netwerk van die ouder) waar het kind/ de kinderen op dat moment verblijft/verblijven het kind/ de kinderen naar de andere ouder brengt. Daarnaast zijn zij het erover eens dat de zus van de man de eerste paar omgangsmomenten, die bij de man thuis zullen plaatsvinden, aanwezig zal zijn. Partijen zijn het er echter niet over eens hoe de zorg- c.q. omgangsregeling er precies uit moet komen te zijn. Daarom zal de rechtbank hierover een beslissing nemen.

De rechtbank vindt het, gelet op de jonge leeftijd van de kinderen en het feit dat de man [minderjarige 2] nog niet heeft gezien, belangrijk dat zij ieder één op één aandacht krijgen van de man. Daarom zal de rechtbank hierna twee aparte voorlopige regelingen vaststellen.

Met betrekking tot [minderjarige 2] bepaalt de rechtbank een voorlopige omgangsregeling, waarbij [minderjarige 2] de eerste drie weken op dinsdag van 16:00 uur tot 17:00 uur en zaterdag van 09:00 uur tot 10:00 uur bij de man is, waar ook de zus van de man aanwezig zal zijn.

Met betrekking tot [minderjarige 1] bepaalt de rechtbank een voorlopige zorgregeling, waarbij [minderjarige 1] de eerste drie weken op dinsdag van 17:00 uur tot 18:30 uur en op zaterdag van 10:00 uur tot 11:30 uur bij de man is, waar ook de zus van de man aanwezig zal zijn.

Na drie weken zullen de kinderen gelijktijdig bij de man verblijven, in die zin dat zij op dinsdag van 16:00 uur tot 18:00 uur en op zaterdag van 09:00 uur tot 11:00 uur bij de man zijn, zonder aanwezigheid van de zus van de man.

De rechtbank realiseert zich dat deze voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling een hoop reisbewegingen door partijen, dan wel hun netwerk, met zich meebrengt. Ook stelt de rechtbank vast dat zij bepaalde informatie niet voorhanden heeft, bijvoorbeeld omtrent het slaapschema van [minderjarige 2], zodat zij daar in de voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling geen rekening mee heeft kunnen houden. De rechtbank gaat er echter vanuit dat deze regeling tijdelijk is en dat partijen in mediation nadere afspraken zullen maken. Daarbij staat het partijen vrij om in mediation de voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling, in het belang van de kinderen, aan te passen.

De rechtbank rekent erop dat de moeder de man voorafgaand aan het eerste contact schriftelijk zal informeren over onderwerpen die belangrijk zijn om de omgang goed te laten verlopen waaronder voeding, het slaapschema en medische zaken. Daarbij gaat de rechtbank er ook vanuit dat de moeder (in ieder geval) twee foto’s van beide kinderen meestuurt. Ter zitting is afgesproken dat de moeder de man een keer per maand zal informeren over belangrijke aangelegenheden over de kinderen en daarbij foto’s van beide kinderen meestuurt. Omdat de man hier geen verzoek toe heeft gedaan, leent deze afspraak zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank rekent erop dat de moeder de gemaakte afspraak zal nakomen nu dit ook in het belang is van de kinderen.

Tot slot merkt de rechtbank op dat de moeder haar zorgen heeft geuit over het alcoholgebruik van de man tijdens de contactmomenten met de kinderen. De man heeft op de zitting aangegeven dat daarvan geen sprake zal zijn. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat er geen alcohol wordt gedronken in het bijzijn van de kinderen en ook niet in de uren die daaraan vooraf gaan.

Raadsonderzoek

De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om de Raad te verzoeken een onderzoek te verrichten omtrent erkenning, gezag en omgang. Het verzoek van de moeder zal zij in deze voorlopige voorzieningenprocedure dan ook afwijzen.

Beslissing

na drie weken

De rechtbank:

*

bepaalt de volgende voorlopige zorg- c.q. omgangsregeling met ingang van dinsdag

8 september 2026:

de eerste drie weken

- zowel [minderjarige 2] als [minderjarige 1] zullen wekelijks op dinsdag van 16:00 uur tot 18:00 uur en op zaterdag van 09:00 uur tot 11:00 uur bij de man zijn, zonder aanwezigheid van de zus van de man;

waarbij geldt dat de ouder, dan wel het netwerk van die ouder, waar het kind/ de kinderen op dat moment verblijft/verblijven het kind/ de kinderen naar de andere ouder brengt;

*

wijst af het verzoek van de moeder omtrent het raadsonderzoek;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F.M. Wijvekate

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand