Gezag
Beschikking op het op 12 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 19 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage.
Op 20 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2011 tot [dag 2] 2021.
- Zij zijn de ouders van het minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] .
- [minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Bij beschikking van 10 mei 2021 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn partijen doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij [hulpverlener] . Dit traject is tussentijds beëindigd.
- Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 21 februari 2025 is het verzoek van de vader tot het treffen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en [minderjarige] afgewezen.
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in die zin dat de moeder verzoekt alleen met het gezag belast te worden.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Wettelijk kader
Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW vermelde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen dan wel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
Ontvankelijkheid
De rechtbank is gebleken dat er sinds december 2022 geen contact meer is tussen de vader en [minderjarige] , waardoor de rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt haar alleen met het ouderlijk gezag te belasten over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] . De moeder heeft naar voren gebracht dat er tijdens het huwelijk van partijen sprake was van een traditionele rolverdeling, waarbij de verzorging en opvoeding van [minderjarige] volledig op haar schouders terecht kwam. Het huwelijk tussen partijen heeft zich gekenmerkt door fors huiselijk geweld vanuit de vader richting de moeder, waarvan [minderjarige] veelvuldig getuige is geweest. De moeder heeft aangifte tegen de vader gedaan en heeft zich gewend tot het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft vanuit dit schadefonds een uitkering ontvangen, omdat het aannemelijk werd geacht dat zij van 2014 tot 2019 in Den Haag slachtoffer is geweest van stelselmatig huiselijk geweld. Na de echtscheiding is er via [hulpverlener] omgang tot stand gekomen tussen de vader en [minderjarige] . In december 2022 is dit contact weggevallen. De door de vader gestarte procedure in 2023 heeft niet geleid tot contactherstel, zodat zijn verzoek op 21 februari 2025 uiteindelijk is afgewezen door deze rechtbank. Er is nog altijd geen contact tussen de vader en [minderjarige] . Ook tussen de ouders is er al jaren geen contact meer en de moeder acht dit ook niet mogelijk gezien alle gebeurtenissen in het verleden. De communicatie tussen de ouders verloopt uitsluitend via hulpverlening, advocaten of familieleden. Het is de afgelopen jaren daarnaast meer dan eens voorgekomen dat er een interventie van advocaten vereist was om toestemming te verkrijgen van de vader om de moeder met [minderjarige] op vakantie te kunnen laten gaan. Dit levert ontzettend veel spanningen bij de moeder op. De moeder merkt dat de uitoefening van het gezag gepaard gaat met forse problemen en dat dit een continue bron van stress is. De moeder meent dan ook dan er in het belang van [minderjarige] een wijziging in het gezag dient te komen.
De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij snapt dat de moeder zaken moet kunnen regelen en de huidige situatie lastig is voor haar. De Raad ziet een patroon van afwezigheid bij de vader. De vader is niet betrokken bij [minderjarige] en weet niet wat er over haar beslist moet worden. Hij geeft geen actieve invulling aan het gezag en er is al jaren geen contact meer. Ook met de betrokken hulpverlening is dat niet tot stand gekomen.
De rechtbank overweegt als volgt. Onweersproken is gesteld dat de vader [minderjarige] sinds december 2022 niet meer heeft gezien en dat de vader op geen enkele manier betrokken is bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De vader is uit beeld geraakt. Overleg over praktische zaken met betrekking tot [minderjarige] is daardoor voor de moeder onmogelijk. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat dit niet binnen een afzienbare termijn zal veranderen. Een en ander ziet de rechtbank bevestigd in het niet verschijnen van de vader in deze procedure. Er bestaat een groot risico dat [minderjarige] klem en verloren raakt tussen beide ouders. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder alleen met het gezag wordt belast over [minderjarige] . De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe.
BeslissingDe rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1986 te [geboorteplaats 2] in [geboorteland] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2026.