Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 9 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
blijkens de huwelijksakte: [de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Oegstgeest.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 19 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en de man. Namens de Raad voor de kinderbescherming is verschenen [naam] .
Feiten
- Partijen zijn op [datum] 2017 te [plaats] , Oekraïne met elkaar gehuwd.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , Oekraïne.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , Oekraïne, aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres] , met het bevel dat de man die woning uiterlijk twee dagen na betekening dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [de minderjarige] wordt vastgesteld, inhoudende dat:
- de eerste drie maanden: [de minderjarige] verblijft om het weekend op zaterdag van 10:00 uur tot 18:00 uur, alsmede iedere woensdag van 12:00 uur tot 19:00 uur, bij de man;
- na drie maanden: [de minderjarige] verblijft om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 18:00 uur, alsmede iedere woensdag van 12:00 uur tot 19:00 uur en de helft van alle officiële vakanties en feestdagen (jaarlijks wisselend), bij de man;
- althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank zal vermenen te behoren;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe om de verzoeken van de vrouw te beoordelen. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw voert het volgende aan. Tijdens het huwelijk van partijen is sprake (geweest) van ruzies, verbale bedreigingen, controlerend gedrag en fysiek geweld. Inmiddels hebben er verschillende incidenten plaatsgevonden (in het bijzijn van [de minderjarige] en de moeder van de vrouw), waarbij de politie betrokken is geweest. Ook Veilig Thuis is betrokken geraakt. Het huurcontract van de echtelijke woning staat uitsluitend op de naam van de vrouw. De vrouw heeft de man meermaals verzocht deze woning te verlaten. De man weigert hier echter aan mee te werken. Gelet op de verstandhouding tussen partijen is de vrouw van mening dat de thuissituatie niet langer houdbaar is. De vrouw heeft meer belang bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning dan de man, omdat zij tijdens het huwelijk een groot deel van de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] op zich heeft genomen. Daarnaast woont de moeder van de vrouw ook in de woning. Verder merkt de vrouw op dat zij de woning zelf kan bekostigen en dat de man een goed betaalde baan heeft, waardoor hij in staat is zelfstandige huurruimte te vinden.
De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw. Hij geeft aan de afgelopen maanden naar een woning voor zichzelf te hebben gezocht. Hij heeft ook meerdere bezichtigingen gehad, maar het is hem niet gelukt om ook daadwerkelijk een woning te bemachtigen. Inmiddels heeft hij zicht op een koopwoning die hij mogelijk vanaf oktober 2026 kan betrekken. Hiervoor heeft hij echter een handtekening van de vrouw nodig, omdat partijen op dit moment nog gehuwd zijn. Daarnaast heeft de man verklaard dat hij in september twee weken op reis zal zijn, waardoor de vrouw ook alleen (met [de minderjarige] en haar moeder) in de echtelijke woning zal zijn.
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting is gebleken dat de man mogelijk vanaf oktober 2026 een nieuwe woning heeft. Hiervoor heeft hij nog wel een handtekening van de vrouw nodig omdat zij nog gehuwd zijn. Door de advocaat van de vrouw is op de zitting toegelicht dat hij zijn cliënte heeft geïnformeerd dat dit gebruikelijk is in dergelijke situaties. Hij zal het door de man aan de vrouw voorgelegde document met zijn cliënte doornemen en, zo mogelijk, haar adviseren het document te ondertekenen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de man binnen afzienbare tijd over een eigen woning zal beschikken en (uiterlijk) in de loop van oktober 2026 die woning zal kunnen betrekken.
Rekening houdend hiermee alsmede de toezegging van de man dat hij begin september 2026 nog twee weken op reis zal zijn en niet in de echtelijke woning zal verblijven ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek van de vrouw toe te wijzen met ingang van 1 oktober 2026. De rechtbank gaat ervan uit dat de man in staat is om, zo nodig, elders onderdak te regelen als blijkt dat de nieuwe woning pas later in oktober beschikbaar is.
Toevertrouwing [de minderjarige]
De vrouw verzoekt [de minderjarige] aan haar toe te vertrouwen.
De man heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Voorlopige zorgregeling
De vrouw acht het van belang dat [de minderjarige] goed contact houdt met zijn vader en dat zij tijd met elkaar doorbrengen. De vrouw stelt daarom een regeling voor, waarbij eerst sprake zal zijn van een aanpassingsperiode, waarna, zodra [de minderjarige] heeft kunnen wennen aan het feit dat zijn ouders gescheiden wonen, de regeling na drie maanden wordt uitgebreid naar om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 18:00 uur, alsmede iedere woensdag van 12:00 uur tot 19:00 uur bij de man. Ook kunnen de officiële vakanties en feestdagen dan bij helfte tussen de ouders worden verdeeld.
De man kan niet instemmen met de door de vrouw voorgestelde zorgregeling. Hij is van mening dat deze zorgregeling te beperkt is. Hij wenst een regeling waarbij [de minderjarige] minimaal de helft van de tijd bij hem verblijft. De woning die hij op het oog heeft is dichtbij de school van [de minderjarige] en de man kan veel thuiswerken, waardoor hij in staat is om [de minderjarige] te halen en te brengen van en naar school. Hij is ook van mening dat hij en de vrouw in staat zijn om in onderling overleg nadere afspraken te maken.
De rechtbank overweegt als volgt. Zoals met partijen besproken, gaat het hier om een voorlopige voorzieningenprocedure. De echtscheidingsprocedure is aanhangig in Oekraïne en mogelijk wordt eind september 2026 al uitspraak gedaan. De beslissingen genomen in deze procedure gelden derhalve tot aan de inschrijving van de echtscheiding, zodat het naar verwachting zal gaan om een korte periode. De rechtbank ziet daarom aanleiding om in het kader van deze procedure aan te sluiten bij de regeling die de vrouw voorstelt, waarbij de rechtbank het wenselijk acht dat [de minderjarige] ook in de eerste periode al bij de man blijft overnachten zodra hij over geschikte woonruimte beschikt. De rechtbank zal daarom bepalen dat [de minderjarige] , gedurende de eerste drie maanden, bij de man om het weekend op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en iedere woensdag van 12.00 uur tot donderdag naar school. De rechtbank gaat er hierbij vanuit dat de man in de gelegenheid is om [de minderjarige] woensdagmiddag uit school op te halen en hem donderdagochtend weer naar school te brengen, zoals hij op de zitting heeft toegezegd. Na verloop van drie maanden zal de regeling worden uitgebreid in die zin dat [de minderjarige] ook in het weekend bij de man blijft slapen, conform het voorstel van de vrouw.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van 1 oktober 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [plaats] , Oekraïne, aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [de minderjarige] bij zich te hebben:
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.