Gezag
Beschikking op het op 24 december 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 5 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat, de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n lid 1 BW kan de rechtbank op verzoek van (één van) de voormalig geregistreerd partners het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder heeft verzocht om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. [minderjarige] heeft een medische aandoening waarvoor zij regelmatig in het ziekenhuis moet worden behandeld. Volgens de moeder is het meermaals voorgekomen dat zij de vader in dergelijke situaties niet kon bereiken, waardoor zijn toestemming voor noodzakelijke medische behandelingen ontbrak. De moeder acht het daarom in het belang van [minderjarige] dat zij alleen met gezag over haar wordt belast, zodat zij tijdig en zonder overleg met de vader belangrijke gezagsbeslissingen over [minderjarige] kan nemen.
De vader heeft per e-mailbericht van 17 februari 2026 aangegeven geen bezwaar te hebben en geen verweer te voeren. Ook op de zitting heeft vader toegelicht dat hij het verzoek van de moeder ondersteunt, in het belang van [minderjarige].
De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toewijzen. Naar het oordeel van de rechtbank brengt de precaire medische situatie van [minderjarige] met zich dat soms snel optreden is vereist, waardoor het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de moeder alleen met het gezag over [minderjarige] wordt belast.
Voorts is besproken dat, nu de vader geen gezag zal hebben, de ouders onderling afspraken moeten maken over hoe de moeder de vader informeert over belangrijke aangelegenheden in het leven van [minderjarige], waaronder bijvoorbeeld haar schoolgang en medische situatie. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders hierover in onderling overleg afspraken zullen maken.
BeslissingDe rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats];
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.