ECLI:NL:RBDHA:2026:29191

ECLI:NL:RBDHA:2026:29191

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer NL26.27027 en NL26.27029
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel Guatemala, zwaarwegendheid, zaken dienen in samenhang bezien te worden, gegrond.

Uitspraak

[eiseres] , geboren op [geboortedag 1] 1985, eiseres

en

[eiser] , geboren op [geboortedag 2] 2005, eiser

beiden van Guatemalteekse nationaliteit,

hierna gezamenlijk te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen.

De minister heeft deze aanvragen met de bestreden besluiten van 7 mei 2026 afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten apart beroep ingesteld, maar gezamenlijk gronden ingediend.

De rechtbank heeft de beroepen op 21 september 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en D. Navarrete als tolk in de Spaanse taal. De minister heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzingen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. Nu de beroepsgronden van eisers gelijk zijn, zal de rechtbank ook in deze uitspraak op beide beroepen beslissen.

3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Achtergrond

4. Eiser is geboren op [geboortedag 2] 2005 en eiseres is geboren op [geboortedag 1] 1985. Zij zijn moeder en zoon en zijn beiden van Guatemalteekse nationaliteit. Zij zijn op 24 maart 2026 uit Guatemala vertrokken. Zij zijn met het vliegtuig via Panama naar Nederland gevlogen, waar zij op 25 maart 2026 zijn aangekomen. Op diezelfde dag hebben zij asiel aangevraagd.

Asielrelazen

5. Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Zij verklaart in 2014 samen met haar zus slachtoffer te zijn geworden van een zwavelzuuraanval. Sindsdien is zij in de gaten gehouden en gevolgd. Na deze aanval heeft eiseres ondergedoken gezeten en is zij van Guatemala-Stad verhuisd naar Quezaltenango. Eiseres heeft aangifte gedaan van deze aanval in 2014, maar het onderzoek is in 2025 gesloten zonder dat er een dader is gevonden. Toen de mensen haar in 2024 weer gevonden hadden is eiseres in 2025 teruggekeerd naar Guatemala-stad. In februari 2026 is eiseres met de dood bedreigd. Hier heeft zij ook aangifte van gedaan. Dit onderzoek is ook gesloten, omdat zij zich niet meer heeft gemeld bij de politie. Na dit laatste moment was zij bang dat ze haar en haar familie zouden vermoorden. Dit is de reden dat zij is vertrokken en niet terug kan.

6. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser verklaart dat hij vreest voor de mensen waarmee zijn moeder problemen heeft gekregen. Hij verklaart dat zijn moeder in 2014 een incident heeft meegemaakt waarbij zij is verwond met zuur. Vervolgens is eiser vanaf 2020 achtervolgd door onbekende mensen met kettingen om, jassen aan en petten op. Hij heeft vanwege hun kleding het vermoeden dat het om narco’s gaat en dat het dezelfde mensen zijn als met wie zijn moeder problemen heeft. De halfbroer van zijn moeder die verdachte was in 2014 heeft vergelijkbare kleding aan als de mensen die eiser achtervolgden. Zijn moeder is op 4 februari 2026 opnieuw bedreigd en heeft op 9 februari 2026 hiervan aangifte gedaan, maar deze zaak is geseponeerd. Eiser vreest voor zijn leven en dat van zijn moeder en daarom zijn zij uit Guatemala vertrokken.

Besluitvorming eiseres

7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.

2. Problemen met onbekende mensen.

De minister acht beide asielmotieven geloofwaardig, maar uit de verklaringen van eiseres blijkt niet dat zij gegronde vrees voor vervolging heeft of dat zij bij terugkeer naar Guatemala een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres weet namelijk niet wie haar heeft aangevallen en bedreigd. Ook is de link tussen het zwavelzuurincident uit 2014 en de bedreiging uit 2026 gebaseerd op één enkele uitspraak, zonder dat zij hiervoor bewijs heeft en dat zij die link dus baseert op vermoedens. Verder heeft de politie onderzoek gedaan naar het zwavelzuurincident en heeft eiseres hulp aangeboden na de bedreigingen van 2026, maar is het onderzoek gesloten omdat eiseres niet meer verscheen. Hiermee heeft eiseres de bescherming niet afgewacht en dit doet afbreuk aan de aannemelijkheid van haar vrees. Daarnaast heeft eiseres twaalf jaar in relatieve rust kunnen wonen in Guatemala. Verder zijn de bedreigingen tussen 2014 en 2026 indirect en niet concreet. Aan eiseres is een terugkeerbesluit uitgereikt waarin staat dat zij Nederland binnen vier weken moet verlaten en dient terug te keren naar Guatemala.

Besluitvorming eiser

8. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.

2. Problemen vanwege de problemen van zijn moeder.

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar laat de geloofwaardigheid van zijn problemen vanwege de problemen van zijn moeder in het midden. De minister laat dit in het midden omdat op voorhand duidelijk is dat de verklaringen – indien geloofwaardig – geen relevante rol zullen spelen in de rest van de beoordeling. De minister stelt dat het feit dat eiser uit Guatemala komt op zichzelf niet genoeg is om een vluchteling te zijn of om een risico op ernstige schade aan te nemen. De enkele vermoedens dat eiser is achtervolgd door narco’s zijn onvoldoende om de vrees bij terugkeer aannemelijk te maken. Daarnaast is ook enkel op vermoedens gestoeld dat iemand uit de omgeving bij deze achtervolgingen betrokken is. Ook heeft eiser de vrees vanwege de problemen van zijn moeder niet aannemelijk gemaakt, nu het verband tussen de problemen van zijn moeder en de achtervolgingen opnieuw enkel gebaseerd zijn op vermoedens. Tot slot heeft eiser zelf nooit aangifte gedaan van de achtervolgingen. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat in zijn geval het inroepen van bescherming bij de autoriteiten op voorhand zinloos is. Eiser krijgt een terugkeerbesluit opgelegd waarin staat dat hij binnen vier weken Nederland moet verlaten en dient terug te keren naar Guatemala.

Beoordeling

9. De rechtbank zal de beroepen van eiser en eiseres gezamenlijk bespreken nu zij dezelfde gronden hebben ingediend. De gronden zien voornamelijk op eiseres, dus daar zal ook voornamelijk de beoordeling op zien. Tenzij anders aangegeven, wordt met ‘het bestreden besluit’ in de beoordeling die hierna volgt bedoeld de asielbeschikking van eiseres. Aan het einde van de uitspraak zal de rechtbank nog ingaan op hoe de minister het asielrelaas van eiser dient te betrekken.

Zwaarwegendheid

10. Op de zitting heeft eiseres gesteld dat de minister zich ten onrechte niet heeft uitgelaten over de zwaarwegendheid van haar asielrelaas. Dit had wel gemoeten nu de minister het asielrelaas wel geloofwaardig acht.

De rechtbank kan dit niet volgen en stelt vast dat de minister wel aan de zwaarwegendheid heeft getoetst. De minister heeft namelijk nadat hij het volledige asielrelaas geloofwaardig heeft geacht getoetst of eiseres gezien kan worden als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dus een gegronde vrees voor vervolging heeft en of eiseres bij terugkeer naar Guatemala een reëel risico op ernstige schade loopt. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Bedreigingen door de onbekende mensen

11. Eiseres stelt dat het feit dat zij niet weet wie haar heeft aangevallen en bedreigd, niet maakt dat haar vrees voor problemen bij terugkeer niet aannemelijk is. Eiseres acht het niet te duiden hoe het ‘niet aannemelijk maken van de vrees voor de problemen met onbekende mensen bij terugkeer’ zich in het voornemen verhoudt met ‘het geloofwaardig verklaren van de problemen met onbekende mensen’. Eisers zijn hier in de zienswijze gemotiveerd op ingegaan en de minister heeft daar in het bestreden besluit niet op gereageerd. Daarnaast is door geloofwaardig te achten dat er problemen zijn met onbekende mensen door de minister erkend dat niet inzichtelijk gemaakt kan worden gemaakt door wie eiseres is aangevallen. Verder stelt eiseres dat de twee incidenten in 2014 en 2026 wel aan elkaar gelinkt kunnen worden. De man die eiseres in 2026 bedreigde zei letterlijk: ‘Als je de eerste keer niet dood bent gegaan, dan zal het de tweede keer wel gebeuren’. Ook daaruit is af te leiden dat het om dezelfde onbekende persoon/personen gaat en dat haar vrees voor vervolging danwel ernstige schade bij terugkeer gegrond is.

De rechtbank is van oordeel dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiseres haar vrees bij terugkeer minder aannemelijk is, nu zij geen duidelijkheid heeft gegeven over wie de onbekende mensen zijn die haar hebben aangevallen en bedreigd. De minister heeft onvoldoende uitgelegd hoe dit zich verhoudt tot het geloofwaardig achten van het asielmotief problemen met onbekende mensen. Eiseres heeft er in de gronden terecht op gewezen dat de minister nader dient te motiveren waarom de problemen in de toekomst met onbekende personen niet aannemelijk worden geacht, terwijl die in het verleden wel geloofwaardig zijn geacht. Dat eiseres niet weet wie haar heeft aangevallen en waarom dit voor de minister relevant is voor de vrees bij terugkeer, motiveert de minister naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte niet. Het is daardoor niet inzichtelijk geworden waarom dit gegeven voor de minister relevant is voor het beoordelen van de vrees, met name nu de minister geloofwaardig heeft geacht dat zij in 2014 is aangevallen en in 2026 direct en verbaal met de dood is bedreigd.

Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat er geen link bestaat tussen de twee bedreigingen. De minister stelt in het bestreden besluit dat in het voornemen is uitgelegd dat de link ontbreekt. In het voornemen heeft de minister enkel gezegd dat deze link gebaseerd is op vermoedens en één enkele uitspraak. De rechtbank acht dit onvoldoende om het niet aannemelijk te achten. De minister heeft namelijk door het hele asielrelaas geloofwaardig te achten, ook geloofwaardig geacht dat bij de tweede bedreiging tegen eiseres is gezegd: ‘Als je de eerste keer niet dood bent gegaan, dan zal het de tweede keer wel gebeuren’. De minister dient nader te motiveren waarom op basis van het geloofwaardig geachte asielmotief de link tussen de twee bedreigingen ontbreekt.

De beroepsgrond slaagt. De minister dient in het nieuw te nemen besluit nader te motiveren waarom de vrees bij terugkeer niet aannemelijk zou zijn omdat eiseres niet weet door wie zij is aangevallen en waarom de twee incidenten niet aan elkaar gelinkt zouden zijn.

Link met narco-activiteiten en bendeleden

12. Verder acht eiseres het onlogisch dat de minister de link tussen narco-activiteiten en bendeleden en de aanval op haar en de bedreiging niet aannemelijk acht. Eiseres geeft aan niet te weten wie haar heeft aangevallen. Uit het politieonderzoek is ook geen dader gekomen. Eiseres verklaart dat de onbekende mensen narco’s zijn of bendeleden. Eiseres denkt dit vanwege het uiterlijk van de mensen die haar achtervolgden die dezelfde kleding aanhadden als narco’s en bendeleden, omdat de politie heeft gezegd dat zwavelzuur gebruikt wordt door mensen die drugs maken en omdat de strafzaak werd behandeld bij een rechtbank die zowel narco-zaken als milieudelicten behandelt. Ook vermoeden eiseres en haar zus dat zij zijn aangevallen door haar halfbroer en de ex-partner van haar zus. Haar halfbroer woont in een achterstandswijk en draagt dezelfde kleding als bendeleden. Het is volgens eiseres onlogisch dat de minister aan haar tegenwerpt dat het onduidelijk is waarom drugshandelaren of bendeleden het op haar voorzien zouden hebben. Dat zij het op haar voorzien hebben is immers met het geloofwaardig verklaren van de problemen al gebleken.

De minister stelt dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt wie haar in 2014 hebben aangevallen en wie haar in 2026 hebben bedreigd. Ook is het onduidelijk waarom drugshandelaren of bendeleden het op eiseres voorzien zouden hebben. Eiseres stelt immers zelf dat er geen aanleiding is voor drugshandelaren of bendeleden om het op haar te voorzien. Verder stelt de minister dat het niet vreemd is dat de zaak werd behandeld door een rechtbank die ook milieudelicten behandelt. Zwavelzuur is namelijk een industrieel product dat wordt vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen. De link met de bendeleden of drugshandelaren, lijkt dan ook te ontbreken. Dat dit zwavelzuur ook gebruikt kan worden voor het produceren van cocaïne, maakt dit niet anders.

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat er geen sprake zou kunnen zijn van een link tussen de aanval en de bedreiging in 2026 en narco’s en bendeleden. De minister heeft enkel gewezen op het feit dat de strafzaak tegen de aanval uit 2014 bij een rechtbank is behandeld die ook milieudelicten behandelt en dat dit niet gek is nu zwavelzuur een industrieel product is. In de zienswijze is meer over deze link gezegd dan enkel bij welke rechtbank de strafzaak is behandeld. Eisers hebben namelijk gewezen op de achtervolgingen, de kleding die de onbekende mensen dragen (welke kleding ook gedragen wordt door bendeleden en narco’s) en op de halfbroer die mogelijk een link heeft met bendeleden. Dit heeft de minister ten onrechte niet besproken. De minister heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom dit onvoldoende is om de link aan te nemen, nu de achtervolgingen door personen in de door eisers beschreven kledingdracht niet zijn betwist. Verder heeft de minister de verklaringen van eiser over de achtervolgingen onvoldoende meegenomen in het bestreden besluit van eiseres. Eiser heeft namelijk ook verklaard over de achtervolgingen en de vermoedens van wie die personen zouden kunnen zijn. Dit had de minister bij de beoordeling moeten betrekken en in onderlinge samenhang moeten bezien. Dat heeft de minister ten onrechte niet gedaan.

Tot slot stellen eisers dat de politie de link heeft gelegd met narco’s en niet eiseres zelf. Dit kan de rechtbank niet volgen. In het nader gehoor heeft eiseres namelijk wel een link gelegd tussen de incidenten en narco’s en bendeleden. Eiseres heeft zelf gezegd dat zij denkt dat narco’s en bendeleden achter de aanval zaten en dat zij dit denkt omdat zij haar gebeld hebben.

Relatieve rust

13. Eisers hebben tussen 2014 en 2026 niet in relatieve rust in Guatemala kunnen wonen zoals de minister stelt. De minister gaat voorbij aan de volgende punten. Eisers hielden zich schuil van 2019 tot 2025 in Quezaltenango. Het onderzoek naar de strafzaak naar aanleiding van het zwavelzuurincident liep tot 2025. Verder heeft eiser verklaard dat hij in de periode van begin 2020 tot 2026 achtervolgd werd. Dat eisers gezamenlijk besloten om naar Guatemala-stad terug te keren was omdat de zoon en zijn zus zo veelvuldig in Quezaltenango achtervolgd werden. Verder hebben eisers op zitting verteld dat zij zich vanaf 2014 schuilhielden, dat zij altijd angstig waren dat er iets met hen zou gebeuren als zij naar buiten liepen. Dat eiseres wel heeft gestudeerd en werk heeft kunnen vinden, maar dat altijd heel voorzichtig en in angst heeft gedaan. Dat er sprake was van relatieve rust kunnen eisers dan ook niet volgen.

De minister stelt zich op het standpunt dat hoewel overwogen wordt dat eiseres af en toe in de gaten werd gehouden en dat zij tijdelijk in Quezaltenango heeft gewoond, zij wel sociaal en maatschappelijk heeft kunnen functioneren. De minister stelt dat zij vanaf 2014 slechts één keer met een verbale dreiging te maken heeft gehad. Als de daders haar echt dood wilden zien, dan was het mogelijk geweest om haar eerder te vermoorden. Het feit dat de verwondingen ernstig waren en er sprake was van een ernstig incident wordt niet gebagatelliseerd. Maar dit verklaart niet waarom eiseres na het incident in relatieve rust nog twaalf jaar in Guatemala heeft kunnen leven.

De rechtbank is van oordeel dat de minister de verklaringen van eisers over hun angst gedurende de periode 2014 en 2026 onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling dat eisers in relatieve rust in Guatemala hebben gewoond. Eiseres heeft op de zitting herhaald dat haar leven in Guatemala niet rustig was. Zij gaf aan dat zij angstig was na de aanval, dat haar leven wel doorging, maar dat zij dit heel voorzichtig en angstig heeft doorgebracht. Verder stelt de minister dat eiseres in relatieve rust heeft kunnen werken en studeren. De rechtbank overweegt dat de minister ook ten aanzien van dit punt niet alle relevante feiten en omstandigheden bij de besluitvorming heeft betrokken. Op de zitting heeft eiseres verklaard dat zij ondergedoken was, angstig was en trauma’s had. Dit is ook meermaals in het nader gehoor verklaard. Zij verklaarde op zitting dat zij gedurende een korte periode een cursus heeft gevolgd waarna zij in de zorg kon werken en dat zij vanwege haar angst bij mensen thuis heeft gewerkt en altijd op haar hoede moest zijn. Bovendien is eiseres ook meermaals verhuisd en zat zij volgens haar verklaringen ook ondergedoken. Dat zij in relatieve rust heeft kunnen wonen, werken en studeren heeft de minister dan ook onvoldoende gemotiveerd.

Verder kan ook niet aan eiseres worden tegengeworpen dat zij niet kan verklaren waarom zij niet eerder direct is bedreigd in de twaalf jaar na de zwavelzuuraanval of waarom haar al die jaren niets is aangedaan. Dat de minister stelt dat het niet logisch is dat eiseres veronderstelt dat de daders van de zwavelzuuraanval haar hebben willen doden, nu er twaalf jaar geen incidenten hebben plaatsgevonden, laat onverlet dat eiseres vrees kan hebben voor die mensen. Het kan niet van eiseres worden gevergd om inzichtelijk te maken waarom de betrokken personen haar in de tussentijd niet hebben gedood. Bovendien heeft eiseres hiervoor een mogelijke verklaring gegeven namelijk dat het onderzoek naar de strafzaak naar de aanval in 2014 is afgesloten in 2025, waarna de volgende bedreiging was in 2026. De minister heeft niet gemotiveerd waarom dit niet relevant zou kunnen zijn voor het twaalf jaar lang niet ontvangen van bedreigingen.

Bescherming in Guatemala

14. Eisers stellen dat zij geen effectieve rechtsbescherming in Guatemala zouden kunnen krijgen. De minister stelt ten onrechte dat het politieonderzoek naar de bedreiging in 2026 enkel is gestopt omdat eiseres haar medewerking niet heeft verleend en evenmin heeft afgewacht of de beschermingsmaatregelen van de politie effectief waren. De minister gaat eraan voorbij dat de zaak na aangifte negen dagen later geseponeerd was. Verder heeft eiseres met landeninformatie onderbouwd dat de rechtsstaat in Guatemala slecht functioneert en is het daardoor ook niet verwonderlijk dat eiser geen aangifte heeft gedaan van de achtervolgingen.

De minister kan de stelling van eisers niet volgen dat zij geen bescherming kunnen krijgen in Guatemala. Niet wordt miskend dat Guatemala kampt met de bovengenoemde problematiek. De minister heeft kennisgenomen van de landeninformatie die eisers hebben overgelegd bij de zienswijze, maar eisers maken daar niet duidelijk wat zij met deze algemene landeninformatie willen aantonen. De minister wijst erop dat eiseres er zelf voor heeft gekozen om niet af te wachten of de bescherming van de politie effectief is. Verder stelt de minister dat eiser met zijn verklaringen en overgelegde documenten niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk niet terechtkan bij de autoriteiten. Eiser heeft ook zijn persoonlijke problemen niet kenbaar gemaakt bij de autoriteiten.

Nu de minister nader dient te motiveren of eisers in Guatemala een reëel risico op ernstige schade lopen, zal de rechtbank nog niet uitgebreid ingaan op of hiervoor effectieve rechtsbescherming in Guatemala bestaat. Dit is namelijk pas aan de orde als het risico op ernstige schade aannemelijk is gevonden.

Ten overvloede merkt de rechtbank wel het volgende op. Eiseres heeft in het nader gehoor wel verklaard dat de politie in het onderzoek naar de zwavelzuuraanval hebben geprobeerd om achter een dader en het motief te komen. Ook heeft de minister niet ten onrechte in het bestreden besluit opgemerkt dat eiseres zelf heeft verklaard dat de aangifte van de bedreiging in 2026 is geseponeerd omdat zij er geen opvolging aan heeft gegeven. Dit laat onverlet dat – indien aan de orde – ook algemene landeninformatie meegenomen dient te worden bij de beoordeling of er in Guatemala sprake is van effectieve rechtsbescherming.

Vluchtelingschap

15. Op de zitting heeft eiseres gesteld dat zij ook als vluchteling gezien moet worden in de zin van het Vluchtelingenverdrag, omdat zij als vrouw in Guatemala als lid van een sociale groep gezien zou moeten worden. Zij heeft hiervoor verwezen naar twee uitspraken waaruit dit zou volgen.

De rechtbank ziet in deze zaak geen aanknopingspunten dat eiseres als vrouw gezien moet worden als behorende tot een sociale groep. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij aan een van de voorwaarden zoals omschreven in paragraaf C3/3.2.5.2 en C3/3.2.5.2.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000 zou voldoen. Het is de rechtbank niet gebleken dat de problemen van eiseres haar zijn overkomen, enkel omdat zij vrouw is.

Ten aanzien van eiser

16. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van eiser enkel getoetst is aan de zwaarwegendheid en dat de geloofwaardigheid van zijn asielmotief in het midden is gelaten. Volgens de rechtspraak is een werkwijze waarbij de minister slechts de zwaarwegendheid van een asielrelaas beoordeelt en de geloofwaardigheid van dat asielrelaas in het midden laat niet in strijd met het Unierecht, zolang de minister enkele (procedurele) waarborgen in acht neemt. Het is niet gebleken dat eiser door het hanteren van deze werkwijze is benadeeld of in zijn belangen is geschaad, of dat de minister de in de uitspraak genoemde waarborgen niet in acht zou hebben genomen. Daarom valt niet in te zien waarom het bestreden besluit onzorgvuldig zou zijn voorbereid.

Alhoewel de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiser in het midden is gelaten, heeft eiser wel verklaard over de achtervolgingen die hij zou hebben meegemaakt en wie die mensen volgens hem zouden zijn. Deze verklaringen dient de minister mee te wegen in de vrees die ook de moeder stelt te hebben bij terugkeer en dus het risico dat eisers stellen te lopen op reële schade bij terugkeer. De vrees van eiser hangt namelijk samen met de vrees van eiseres, nu eiser problemen stelt te hebben vanwege de problemen van eiseres. De verklaringen van eisers dienen daarom in de besluitvorming ook (zichtbaar) in onderlinge samenhang te worden bezien.

Conclusie en gevolgen

17. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is, moet de minister de proceskosten vergoeden. De minister moet deze vergoeding betalen. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank in de beroepen sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, nu deze beroepen gelijktijdig zijn behandeld, de gemachtigde in beide zaken als gemachtigde heeft opgetreden en dezelfde gronden zijn ingediend. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank, in de zaaknummers NL26.27027 en NL26.27029:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten van 7 mei 2026;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de asielaanvragen van eisers met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.S. Roefs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand