ECLI:NL:RBDHA:2026:29188

ECLI:NL:RBDHA:2026:29188

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer AWB 25/2334
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Visum kort verblijf. Beroep gegrond, bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond, ten onrechte de stukken van 12 december 2024 niet betrokken en eiser ten onrechte niet gehoord (schending hoorplicht).

Uitspraak

[eiser]

geboren op [geboortedag] 1990, van Indiase nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. S.S. Jangali),

en

de minister van Buitenlandse Zaken, de minister

(gemachtigde: mr. T.M. Hoppema).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een visum voor kort verblijf. Eiser is het niet eens met die afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard en om die reden niet heeft mogen afzien van een hoorzitting. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding

2. Met het primaire besluit van 24 oktober 2023 heeft de minister de aanvraag van eiser om een visum voor kort verblijf afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 6 januari 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard en is hij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Ook waren [referent] (referent) en zijn partner [naam] (nicht van eiser) aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het griffierecht

3. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Op de zitting heeft de rechtbank het verzoek om vrijstelling definitief toegewezen, zodat eiser in deze procedure is vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van het griffierecht.

Ten aanzien van het beroep tegen het bestreden besluit

Achtergrond

4. Eiser woont in India. Hij heeft verzocht om een visum kort verblijf om zijn nicht, referent en hun familie in Nederland te bezoeken. Eiser is uitgenodigd om hen van 15 december 2023 tot 3 januari 2024 in Nederland te bezoeken.

Besluitvorming

5. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende aangetoond. Eiser heeft geen documenten of anderszins bewijsstukken overgelegd ter ondersteuning van de gestelde relatie met referent. Ook bestaat er redelijke twijfel of eiser het grondgebied van de lidstaten voor het verstrijken van het visum zal verlaten. Hoewel eiser enige economische binding heeft met India is dit onvoldoende garantie voor de (tijdige) terugkeer naar India, omdat eiser zijn reisdoel niet heeft aangetoond en sociale binding met India ontbreekt. Tot slot stelt de minister zich op het standpunt dat van een hoorzitting kon worden afgezien, omdat een hoorzitting niet tot een ander oordeel zou leiden.

De aanvullende stukken van 12 december 2024

6. Eiser heeft op 12 december 2024 aanvullende stukken overgelegd. De minister heeft ter zitting erkend dat hij deze stukken niet bij het bestreden besluit van 6 januari 2025 heeft betrokken. Het bestreden besluit bevat daarom een zorgvuldigheidsgebrek. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank zal wel onderzoeken of er aanleiding is om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten.

Hoorplicht

7. Eiser voert aan dat de minister hem ten onrechte niet heeft gehoord in de bezwaarprocedure. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag de minister afzien van het horen. Tijdens een hoorzitting had eiser de vragen kunnen beantwoorden die de minister had over de binding met India en de relatie met referent.

De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftprocedure en dat de vreemdeling in beginsel moet worden gehoord. De minister mag slechts van horen afzien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. Van een kennelijk ongegrond bezwaar is sprake wanneer er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de inhoud van het bezwaarschrift in samenhang met wat in eerste instantie door betrokkene is aangevoerd en de motivering van de primaire beschikking.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 6 juli 2022 uiteengezet dat het minder vanzelfsprekend is om van het horen af te zien als een vreemdeling in de bezwaarfase nog niet alle relevante informatie en bewijsstukken heeft overgelegd die van hem worden verlangd, of wanneer er nog onduidelijkheden over het te beoordelen feitencomplex bestaan. De vuistregel is dat naarmate een vreemdeling meer inspanningen heeft verricht om de benodigde informatie te verkrijgen en daarover met de minister heeft gecommuniceerd, het meer in de rede ligt om hem uit te nodigen voor een hoorzitting.

In de bezwaarfase heeft eiser een aantal aanvullende stukken, waaronder ook de door de minister opgevraagde vragenlijst met daarin een toelichting op de familierechtelijke relatie, foto’s en een verklaring van de ouders van eiser waarin staat dat eiser sinds zijn geboorte bij hen woont en momenteel voor hen zorgt, overgelegd. Zoals hierboven onder 7 is vastgesteld heeft de minister deze stukken niet betrokken bij de besluitvorming. Gelet op deze inspanningen, is de rechtbank van oordeel dat de minister in dit geval het bezwaar van eiser niet zonder meer kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. De minister heeft dus niet van horen kunnen afzien. De rechtbank overweegt daarbij dat in een dergelijke situatie waarin een bezwaarmaker in de bezwaarfase stukken heeft overgelegd en die niet goed weet of en waarom de aangeleverde informatie te weinig zou zijn, de minister diegene in het kader van zorgvuldigheid door middel van een hoorzitting in de gelegenheid dient te stellen om te worden gehoord. In visumzaken gaat het om gedrag, namelijk of eiser tijdig terugkeert naar India. Hierbij gaat het om een vermoeden van vestigingsgevaar. Een hoorzitting biedt voor eiser bij uitstek de mogelijkheid om de minister te overtuigen dat hiervan geen sprake is. Doordat de minister heeft afgezien van het horen in de bezwaarfase heeft eiser deze kans niet gekregen. De beroepsgrond slaagt en ook op dit punt is het beroep dus gegrond.

8. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat de minister, onder andere middels het horen van eiser en/of zijn in Nederland wonende familieleden, de binding van eiser met India opnieuw moet onderzoeken en een nieuwe weging zal moeten maken. De conclusie die de minister tot nu toe aanhangt, inhoudende dat de economische binding van eiser met India niet opweegt tegen zijn geringe sociale binding met India, zou na het plaatsvinden van een hoorzitting anders kunnen luiden. Ook kunnen op een hoorzitting de door eiser aangeboden waarborgen aan bod komen. De rechtbank wijst hierbij op de rechtsoverwegingen 5.3. en 5.4. van de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 juli 2017. De rechtbank acht de motivering waarmee de minister de aangeboden waarborgen terzijde heeft geschoven, namelijk de enkele stelling dat met die waarborgen niet kan worden gerepareerd dat eiser zijn aanvraag onvoldoende heeft onderbouwd, onvoldoende toereikend. Immers, een dergelijk serieus aanbod kan naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk een rol spelen bij de vraag of er sprake is van vestigingsgevaar. De rechtbank wil de minister dan ook meegeven om ook de aangeboden waarborgen in een hoorzitting te bespreken en om deze bij de opnieuw te verrichten weging te betrekken.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De minister heeft namelijk ten onrechte de stukken van 12 december 2024 niet in de besluitvorming betrokken en ten onrechte eiser niet gehoord.

10. Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen. De minister moet alvorens een nieuw besluit te nemen, eiser eerst in de gelegenheid stellen om tijdens een hoorzitting gehoord te worden. De rechtbank stelt daarom een termijn van acht weken om opnieuw op het bezwaar te beslissen.

11. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per procesbehandeling. De gemachtigde heeft het beroepschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op:

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.A.R. Bleijendaal

Griffier

  • mr. L.C.C. Bakx

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand