ECLI:NL:RBDHA:2026:29181

ECLI:NL:RBDHA:2026:29181

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer NL25.51817
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Relaas ongeloofwaardig. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.51817

(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls),

en

(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 september 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I. Jalloh als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser was in Sierra Leone voorzitter van een afdeling van de vakbond voor motortaxi-chauffeurs. In augustus 2022 heeft een verboden demonstratie plaatsgevonden, welke zich richtte tegen de hoge benzine- en voedselprijzen en de zittende macht. Eiser had de leiding over de deelname van de afdeling van de vakbond aan de demonstratie. Tijdens de demonstratie heeft de politie ingegrepen en eiser is toen gevlucht. Hij heeft zich verstopt in het bos, maar bleek zich te bevinden op het heilige terrein van een geheim genootschap, de Ojeh. Omdat eiser zonder toestemming op hun terrein was gekomen wilden zij dat hij zich bij hen zou aansluiten.

Omdat eiser heeft meegedaan aan de verboden demonstratie, en omdat hij van Temne afkomst is en daardoor als aanhanger van de APC wordt gezien, vreest hij voor de politie en militairen. Eiser verwacht dat hij bij terugkeer naar Sierra Leone zal worden opgepakt door de autoriteiten. Eiser vreest ook voor de Ojeh.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- problemen voortkomende uit de demonstratie op 10 augustus 2022, en

- problemen met geheime genootschap vanwege het betreden terrein.

De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig.

De problemen die eiser zou hebben door zijn deelname aan de demonstratie op 10 augustus 2022 vindt de minister niet geloofwaardig. Eisers verklaringen vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo zijn er onvoldoende objectieve aanwijzingen dat eiser opgepakt zal worden vanwege zijn deelname aan de demonstratie en heeft eiser wisselende verklaringen afgelegd over of hij zelf heeft gezien dat de politie/militairen achter hem aan zijn gekomen. Ook stelt eiser wetenschap te hebben van zaken die hij niet kan weten en heeft eiser alleen eigen waarnemingen van tijdens de demonstratie en is al het andere wat hij heeft verklaard enkel op basis van vermoedens. Een overtuigende toelichting van eisers kant zou ontbreken.

De problemen die eiser zou hebben met het geheime genootschap vindt de minister ook niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen en zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft namelijk inconsistente verklaringen afgelegd over de Ojeh. De voorstelling van zaken die eiser heeft gegeven ten aanzien van geheime genootschappen komt helemaal niet overeen met wat daar over bekend is.

Het geloofwaardig geachte asielmotief maakt volgens de minister niet dat eiser kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade. De minister heeft de aanvraag daarom afgewezen als ongegrond.

Moet de behandeling van de zaak worden aangehouden?

5. In zijn gronden van beroep verzoekt eiser om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) op de prejudiciële vragen van de rechtbank Roermond van 7 januari 2025 en de rechtbank Zwolle van 11 maart 2025 met betrekking tot de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Ook beroept eiser zich op de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen van 8 augustus 2025.

Op 4 juni 2026 is het antwoord verschenen op de prejudiciële vragen van de rechtbank Zwolle. In de arresten Quotal en Ebilum heeft het Hof overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die voorheen in asielzaken verrichtte, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak zal de rechtbank een volledige en ex nunc beoordeling van het besluit verrichten zonder daarbij terughoudendheid te betrachten. De rechtbank is daarbij ook verplicht een volledig en ex nunc, dat wil zeggen een uitputtend en geactualiseerd, onderzoek te verrichten van de feitelijke en juridische elementen en van de behoefte aan internationale bescherming van de verzoeker. De rechtbank kan, mag en moet dus zelfs een eigen afweging maken met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de behoefte aan internationale bescherming die daaruit voortvloeit. De rechtbank ziet daarom ook in de verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen van 8 augustus 2025 geen reden om de zaak aan te houden, omdat de rechtbank zelf een volledige en integrale beoordeling zal maken. Bovendien is de rechtbank niet gebleken dat de minister in eisers zaak geen integrale beoordeling heeft gemaakt. Uit de besluitvorming blijkt voldoende dat de minister alle ingebrachte documenten, verklaringen en algemene landeninformatie heeft betrokken. De rechtbank ziet daarom geen reden om de behandeling van de zaak aan te houden.

Zijn de problemen voortkomende uit de demonstratie geloofwaardig?

6. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser op 10 augustus 2022 heeft deelgenomen aan een demonstratie. Aan de orde is de vraag of de problemen die eiser daardoor zou hebben ondervonden geloofwaardig zijn. Eiser stelt dat hij door zijn deelname aan de demonstratie in 2022 bekend zou zijn bij de autoriteiten en dat zij hem bij terugkeer naar Sierra Leone om die reden zullen arresteren.

De door eiser ingebrachte bewijsstukken

7. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas een aantal stukken overgelegd. Allereerst heeft eiser een video overgelegd welke terug te vinden is op de Facebookpagina van de Sierra Leoonse politie. Op deze video zou te zien zijn dat drie bekenden van eiser recent (in juni of juli 2025) zijn gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf, in verband met hun deelname aan de demonstratie van 10 augustus 2022. De rechtbank stelt vast dat, los van de onduidelijkheid over de precieze datum van de arrestaties, uit deze video niet volgt dat dit daadwerkelijk bekenden zijn van eiser en dat daarmee voor eiser hetzelfde lot wacht wanneer hij terugkeert naar Sierra Leone. Ook als de rechtbank uit zou gaan van eisers standpunt dat deze video aantoont dat de autoriteiten nog steeds bezig zijn met het oppakken van deelnemers aan de demonstratie, volgt hieruit niet dat iedereen die heeft deelgenomen aan de demonstratie opgepakt zal worden. Met deze video heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat ook hij (nog) onder de aandacht van de autoriteiten staat vanwege zijn deelname aan de demonstratie.

Verder is door eiser een nieuwsbericht uit de ‘Capitol Times’ overgelegd, waaruit zou volgen dat eiser gezocht wordt vanwege zijn deelname aan de demonstratie van

10 augustus 2022. De rechtbank deelt echter het standpunt van de minister dat aan dit krantenartikel geen waarde kan worden gehecht. Zowel de bron als de inhoud van het nieuwsbericht zijn onduidelijk en roepen vragen op. De minister heeft met zijn onderzoek aangetoond dat er twee verschillende versies van de voorpagina te vinden zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende naar voren gebracht om aannemelijk te maken dat het nieuwsbericht en de inhoud daarvan wél betrouwbaar zijn. Ook hiermee heeft eiser dus niet aannemelijk gemaakt dat hij (nog) onder de aandacht van de autoriteiten staat vanwege zijn deelname aan de demonstratie.

In beroep heeft eiser een artikel van Reporters Sans Frontières overgelegd. Ook hiermee maakt eiser naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat hij (nog) onder de aandacht van de autoriteiten staat vanwege zijn deelname aan de demonstratie. Het artikel beschrijft dat het Sierra Leoonse parlement een nieuwe antiterrorismewet heeft aangenomen en dat er zorgen leven voor de gevolgen hiervan voor de journalistiek. Eiser wijst er op dat in dit artikel staat dat president Julius Maada Bio de protesten van augustus 2022 heeft omschreven als “terroristische” daden. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat aannemelijk is dat door middel van de nieuwe antiterrorismewet alle personen die hebben deelgenomen aan die demonstratie zullen worden getraceerd, opgepakt en vervolgd. Uit het artikel blijkt ook niet wanneer de president deze uitspraak over de protesten heeft gedaan en of hij dit heeft gedaan in het kader van de nieuwe wetgeving.

Eisers verklaringen

8. Nu eiser met de door hem ingebrachte documenten niet aannemelijk maakt dat hij (nog) onder de aandacht van de autoriteiten staat vanwege zijn deelname aan de demonstratie, zal de rechtbank vervolgens beoordelen of eiser dit met zijn verklaringen wel aannemelijk maakt.

In het voornemen is eisers referentiekader uitgebreid beschreven. Ter zitting is gebleken dat tussen partijen niet langer in geschil is dat de minister het referentiekader juist heeft beschreven en toegepast. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om hier anders over te oordelen.

Eiser stelt dat sprake is van 'een combinatie van factoren', die maken dat het aannemelijk is dat hij (nog) gezocht wordt voor zijn deelname aan de demonstratie in 2022. Die factoren zijn dat eiser heeft deelgenomen aan de demonstratie, de voorzitter was van een afdeling van de vakbond en dat hij van Temne afkomst is, waardoor hij als aanhanger van de partij APC wordt gezien. Er zouden beelden van de demonstratie zijn waarop eiser te zien is, maar eiser heeft zelf verklaard dat hij daarop niet goed zichtbaar is.

Dat eiser voorzitter was van een afdeling van de vakbond is tussen partijen niet in geschil. Eiser heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom dit maakt dat hij onder de aandacht van de autoriteiten zou staan. Eiser heeft verklaard dat de demonstratie werd georganiseerd door de People Power Politics (PPP), dat er demonstraties waren in meerdere steden met heel veel deelnemers, en dat eiser als voorzitter van de vakbond zijn groep heeft gemobiliseerd. Eiser heeft verklaard dat de vakbond 112 leden heeft. De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat eiser daarmee een beperkt aantal mensen vertegenwoordigde en dat hiermee niet is aangetoond dat hij in de belangstelling van de autoriteiten zou staan. Dat eiser van Temne afkomst is en daarmee als APC-aanhanger zou worden gezien, maakt dit oordeel niet anders. In het verweerschrift verwijst de minister namelijk naar informatie van de EUAA waaruit is af te leiden dat de positie van de APC verbeterd is. Eiser heeft in reactie daarop niet nader onderbouwd waarom hij als vermeend APC-aanhanger toch in de negatieve aandacht van de autoriteiten zou staan.

De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser ook met zijn verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij (nog) onder de aandacht van de autoriteiten staat vanwege zijn deelname aan de demonstratie. Eisers problemen die zouden zijn voortgekomen uit de deelname aan de demonstratie in augustus 2022 zijn dus ongeloofwaardig.

Zijn de problemen met het geheime genootschap geloofwaardig?

9. De rechtbank is van oordeel dat ook de problemen die eiser zou hebben met het geheime genootschap ‘de Ojeh’ ongeloofwaardig zijn. In de besluitvorming heeft de minister, onder verwijzing naar openbare bronnen, uitgebreid beschreven waarom eisers verklaringen over de Ojeh niet overeenkomen met wat hierover uit die openbare bronnen bekend is. In beroep is eiser hier niet op in gegaan. Wel heeft eiser ter zitting nog aangegeven dat de problemen met de Ojeh nog steeds actueel zouden zijn en dat zijn vrouw en kinderen ondertussen ook zouden zijn gevlucht uit vrees voor de Ojeh. Eiser kan dit echter niet verder onderbouwen en heeft met enkel deze stelling en zijn afgelegde verklaringen naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk problemen heeft met de Ojeh.

Moet eiser worden aangemerkt als vluchteling of loopt hij een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Sierra Leone?

10. Enkel eisers identiteit, nationaliteit en herkomst zijn geloofwaardig. De minister heeft hierover in het bestreden besluit opgenomen dat eiser enkel op grond hiervan niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag, en dat ook niet aannemelijk is gemaakt dat op grond hiervan sprake is van een reëel risico op ernstige schade. De rechtbank ziet geen reden om hier anders over te oordelen.

Conclusie en gevolgen

11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van

mr. R.M. Timmerman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand