RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54131
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1993. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft op 2 september 2026 nadere gronden van beroep ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I.D.O. Onwuegbuchu als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Wat aan deze asielaanvraag vooraf ging
3. Eiser heeft op 23 juli 2019 zijn eerste asielaanvraag in Nederland ingediend. Deze aanvraag is niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling van de asielaanvraag. Eiser heeft daar namelijk in 2015 al een verzoek om internationale bescherming ingediend. Eiser is echter niet tijdig overgedragen aan Italië, omdat hij met onbekende bestemming was vertrokken. Vervolgens heeft eiser op
3 oktober 2023 de aanvraag ingediend waar deze zaak over gaat.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij in Nigeria problemen heeft omdat hij (actief) lid is van de Indigenous People of Biafra (IPOB). Op 25 januari 2015 was eiser aanwezig bij een vergadering van de IPOB. Het leger is toen binnengevallen en een groep van 25 personen, waaronder eiser, is gearresteerd. Eiser heeft 5 weken vastgezeten en hij is in deze periode gemarteld en ondervraagd. Op 1 maart 2015 werd eiser met een aantal anderen verplaatst en toen heeft hij weten te ontsnappen. Eiser heeft vervolgens twee mannen ontmoet, [naam 1] en [naam 1], en heeft met hun hulp Nigeria weten te verlaten.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:- uw identiteit, nationaliteit en herkomst, en
- uw lidmaatschap van de IPOB, uw deelname aan activiteiten van de IPOB, uw politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende problemen.
De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Dat eiser lid is van de IPOB, heeft deelgenomen aan bepaalde activiteiten van de IPOB en dat hij een politieke overtuiging heeft, is volgens de minister ook geloofwaardig. Eisers politieke overtuiging is volgens de minister zwak. De problemen die eiser in Nigeria ten gevolge van zijn betrokkenheid bij IPOB zou hebben gehad, vindt de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. Verder vormen zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser is namelijk vaag in zijn omschrijving van de inval en de soldaat die hem heeft gearresteerd. Ook is eiser vaag over de mishandelingen en zijn ontsnapping.
De (deels) geloofwaardig geachte asielmotieven maken volgens de minister niet dat eiser kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade. De minister heeft de aanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft volgens de minister namelijk niet aannemelijk gemaakt dat hij reeds in de negatieve aandacht van de Nigeriaanse autoriteiten staat vanwege zijn betrokkenheid bij de IPOB. Daarbij heeft de minister meegewogen dat eiser een zwakke politieke overtuiging heeft en geen prominente of bijzondere rol bekleedt binnen de IPOB. Ook zijn de problemen die hij stelt te hebben gehad ongeloofwaardig geacht. Verder is niet gebleken dat eiser betrokken is (geweest) bij geweld of criminele activiteiten waardoor de autoriteiten interesse in hem zouden kunnen hebben. Eiser uit zich wel op sociale media omtrent Biafra en de IPOB, maar ook dit maakt niet dat hij in de negatieve aandacht van de autoriteiten staat of komt te staan. Eiser heeft namelijk geen groot bereik met zijn Facebook pagina.
Uit openbare bronnen blijkt dat het niet duidelijk is op welke schaal de Nigeriaanse autoriteiten IPOB leden in het buitenland in de gaten houden. Eisers problemen zijn ongeloofwaardig geacht en daarmee ook zijn stelling dat hij bekend staat bij de autoriteiten en dat hij door hen wordt gezocht. Daarnaast heeft eiser geen concrete aanknopingspunten aangedragen waaruit blijkt dat hij zou worden gezocht door de Nigeriaanse autoriteiten. Als eiser zich blijft uitten op sociale media is daarbij van belang dat hij slechts een gering bereik heeft. Daarom heeft eiser volgens de minister ook niet aannemelijk gemaakt dat het zich bij terugkeer blijven uiten van zijn politieke mening zoals hij dat voorheen deed maakt dat hij in de negatieve belangstelling van de autoriteiten komt te staan.
Is het asielrelaas integraal getoetst?
6. In de zienswijze wijst eiser op de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen van 8 augustus 2025. Volgens eiser heeft de minister zijn asielrelaas niet integraal getoetst.
In de arresten Quotal en Ebilum heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die voorheen in asielzaken verrichtte, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak zal de rechtbank een volledige en ex nunc beoordeling van het besluit verrichten zonder daarbij terughoudendheid te betrachten. De rechtbank is daarbij ook verplicht een volledig en ex nunc, dat wil zeggen een uitputtend en geactualiseerd, onderzoek te verrichten van de feitelijke en juridische elementen en van de behoefte aan internationale bescherming van de verzoeker. De rechtbank kan, mag en moet dus zelfs een eigen afweging maken met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de behoefte aan internationale bescherming die daaruit voortvloeit. De rechtbank zal dus zelf een volledige en integrale beoordeling maken. Bovendien is de rechtbank ook niet gebleken dat de minister in eisers zaak geen integrale beoordeling heeft gemaakt. Uit de besluitvorming blijkt voldoende dat de minister alle ingebrachte documenten, verklaringen en algemene landeninformatie heeft betrokken.
De aanvullende gronden van beroep
7. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat de door hem per abuis ingediende aanvullende gronden van beroep als niet verzonden beschouwd moeten worden.
Heeft de minister alle asielmotieven benoemd en beoordeeld?
8. Eiser stelt dat hij slachtoffer is van mensenhandel en dat hij bij terugkeer naar Nigeria risico loopt van de zijde van het netwerk van mensenhandelaars. Volgens eiser had de minister dit als asielmotief moeten benoemen en moeten beoordelen en stelt de minister ten onrechte dat eiser deze vrees niet naar voren heeft gebracht. Eiser is op dit punt ook niet verder bevraagd.
De rechtbank stelt vast dat eiser deze vrees voor een netwerk van mensenhandelaars pas in zijn zienswijze voor het eerst naar voren heeft gebracht. Van eiser mag verwacht worden dat hij hierover eerder verklaart, of dat hij nader onderbouwt waarom de vrees voor het netwerk van mensenhandelaars pas in de zienswijze naar voren komt. Bovendien ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank de link met Nigeria, eisers land van herkomst. Eiser heeft immers zelf verklaard dat hij met de hulp van twee mannen die hij had ontmoet en die sympathie voor hem hadden ([naam 1] en [naam 1]) Nigeria heeft verlaten en naar Libië is gereisd. Eiser heeft dus niet verklaard dat hij met de hulp van een mensensmokkelaar zijn land van herkomst heeft verlaten. Dat hij vreest voor een ‘breed netwerk’ is naar het oordeel van de rechtbank te vaag om als concreet asielmotief aan te kunnen merken.
Eisers problemen met de autoriteiten vanwege zijn betrokkenheid bij IPOB
De door eiser ingebrachte bewijsstukken
9. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas een aantal stukken overgelegd. Het gaat dan om een brief van IPOB Nederland van 26 augustus 2025, een aantal foto’s en een screenshot van zijn Facebook profiel. De brief van IPOB is opgesteld op verzoek van eiser. Dit heeft eiser zelf verklaard en dit blijkt ook uit de brief. De rechtbank deelt daarom het standpunt van de minister dat aan deze brief niet de door eiser gewenste waarde kan worden gehecht. De bron is immers niet objectief en uit de brief blijkt niet dat het verhaal van eiser geverifieerd is. Uit de overgelegde foto’s is op te maken dat eiser betrokken is bij IPOB. Dat is door de minister ook geloofwaardig geacht. Hiermee maakt eiser echter zijn gestelde problemen met de autoriteiten vanwege deze betrokkenheid niet aannemelijk. Hetzelfde geldt voor de screenshot van het Facebook profiel.
Eisers verklaringen
10. Nu eiser met de door hem ingebrachte documenten niet aannemelijk maakt dat hij problemen heeft met de autoriteiten vanwege zijn betrokkenheid bij IPOB, zal de rechtbank vervolgens beoordelen of eiser dit met zijn verklaringen wel aannemelijk maakt.
De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat eiser op verschillende belangrijke onderdelen van zijn asielrelaas vaag heeft verklaard en sluit zich aan bij wat de minister hierover in de besluitvorming heeft opgenomen. Eiser heeft vaag verklaard over de inval tijdens de IPOB vergadering, de soldaat die hem daarbij arresteerde, de mishandelingen tijdens de gevangenschap en zijn ontsnapping. De rechtbank is van oordeel dat uit de gehoren blijkt dat eiser op deze onderwerpen wel voldoende vragen zijn gesteld en dat eiser ruim in de gelegenheid is gesteld om hierover uitgebreider te verklaren.
Eiser heeft, ook na meerdere vragen hierover van de hoormedewerker, weinig tot geen details gegeven. Ook in zijn zienswijze en gronden van beroep is eiser niet met een aanvulling gekomen. In beroep stelt eiser enkel dat hij vanwege trauma niet uitgebreider over de mishandelingen kon verklaren, maar de rechtbank acht deze enkele stelling onvoldoende om er van uit te gaan dat eiser niet meer kon verklaren over de mishandeling dan hij heeft gedaan.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat eiser ook met zijn verklaringen niet aannemelijk maakt dat hij problemen met de autoriteiten heeft vanwege zijn betrokkenheid bij IPOB. Dat eiser deze problemen zou hebben is dus ongeloofwaardig.
Moet eiser worden aangemerkt als vluchteling of loopt hij een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria?
11. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat eisers problemen vanwege zijn betrokkenheid bij IPOB ongeloofwaardig zijn. Wél geloofwaardig is dat eiser lid is van IPOB, deelnam aan IPOB activiteiten in Nigeria en nu deelneemt aan IPOB activiteiten in Nederland en dat hij een politieke mening heeft. De rechtbank deelt het standpunt van de minister dat deze politieke mening zwak is. Eiser heeft zelf verklaard dat hij geen speciale of belangrijke rol vervult of vervulde binnen IPOB en uit zijn verklaringen blijkt ook niet van een sterke politieke overtuiging. Uit eisers verklaringen komt onvoldoende naar voren wat zijn persoonlijke redenen zijn om lid te worden/zijn van IPOB.
Vervolgens is de vraag aan de orde of eiser op grond van deze geloofwaardig geachte onderdelen moet worden aangemerkt als vluchteling of bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij weegt de rechtbank mee dat eisers problemen vanwege zijn betrokkenheid bij IPOB ongeloofwaardig zijn, en eiser dus niet opvalt bij de autoriteiten door wat hem eerder zou zijn overkomen.
Vaststaat dat eiser een Facebook pagina beheert waarop hij post over IPOB.
De minister wijst er op dat eiser geen groot bereik heeft met deze pagina. Hij heeft 371 vrienden en de geplaatste berichten worden niet veelvuldig bekeken. De posts krijgen geen of weinig likes. Dit is door eiser niet weersproken. De pagina was voorheen bekend onder de naam ‘[naam 2]’. Eiser heeft bij de zienswijze van 29 oktober 2025 een screenshot meegestuurd waaruit blijkt dat hij zijn eigen naam aan de paginanaam heeft toegevoegd.
Dat eisers naam nu openbaar op de pagina te vinden is maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiser vanwege deze pagina onder de aandacht van de autoriteiten zou (komen te) staan. Wat de minister naar voren heeft gebracht over eisers minimale bereik is daarmee immers niet veranderd. Dat de minister eenvoudig eisers Facebook pagina heeft kunnen vinden en dat de autoriteiten dit dus ook zouden kunnen volgt de rechtbank niet, nu eiser middels een door hem ingediend stuk van 16 september 2025 de minister zélf op het bestaan van zijn Facebookpagina heeft gewezen.
In de zienswijze stelt eiser nog dat de Facebook pagina van IPOB Nederland ook in de gaten wordt gehouden door de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser onderbouwt dit echter niet en heeft verder ook niet toegelicht hoe dit maakt dat hijzelf bekend zou zijn bij de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser is hier in beroep ook niet verder op in gegaan.
De rechtbank stelt vast dat uit openbare landeninformatie blijkt dat niet ieder IPOB lid vanzelfsprekend onder de negatieve aandacht van de autoriteiten staat.
In de EASO Country Guidance van 2021 wordt beschreven dat dit afhankelijk is van verschillende omstandigheden, zoals de mate en de aard van de betrokkenheid bij IPOB, de zichtbaarheid van de betrokkene (bijvoorbeeld een bekend persoon, eerdere arrestatie(s) of mediaoptredens) en deelname aan bijeenkomsten of demonstraties. Deze informatie is blijkens de meest recente Country Guidance van maart 2026 nog steeds actueel. Daarin valt terug te lezen dat de Nigeriaanse autoriteiten niet de capaciteit hebben om alle IPOB aanhangers te traceren. Voor dit laatste wordt verwezen naar een rapport van de EUAA van november 2025, waaruit blijkt dat deze informatie afkomstig is van een ‘Nigerian senior security advisor’. Hij geeft aan dat het onwaarschijnlijk is dat alle IPOB aanhangers worden gemonitord.
Eiser heeft jurisprudentie aangehaald waarin is verwezen naar informatie van de Canadese immigratiedienst over de risico’s die IPOB leden lopen bij terugkeer naar Nigeria. In dit stuk wordt geen eenduidige informatie gegeven, maar worden uiteenlopende standpunten van onder meer de MASSOB-coördinator, een journalist en een universitair hoofddocent belicht. Ook die journalist noemt dat de Nigeriaanse regering niet over voldoende middelen beschikt om IPOB-leden die niet langer in het land wonen te volgen en te monitoren.
Nu door eiser geen bronnen zijn aangedragen waaruit ondubbelzinnig volgt dat de Nigeriaanse autoriteiten álle betrokkenen bij IPOB in de gaten houden, gaat de rechtbank uit van de informatie zoals beschreven door het EUAA en EASO, welke ook terug te vinden is in de informatie van de Canadese immigratiedienst, namelijk dat een ‘low-level’ IPOB aanhanger niet zondermeer in de negatieve aandacht van de Nigeriaanse autoriteiten staat.
Nu eisers politieke overtuiging zwak is, zijn bereik via social media beperkt is en niet is gebleken dat hij op een andere manier onder de aandacht van de Nigeriaanse autoriteiten staat, komt de rechtbank tot het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft of bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade.
Conclusie en gevolgen
12. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hij krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.M. Timmerman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.